Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2356

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
18/106036-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77c SrArt. 77g SrArt. 77gg SrArt. 189 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor behulpzaamheid bij ontkomen schutter na beschietingen in Oude Pekela

Op 10 juli 2023 werden een woning en een bedrijfspand in Oude Pekela beschoten met een omgebouwd gas-/alarmpistool. De schutter bleef onbekend, maar verdachte reed de schutter met een blauwe Fiat Punto van Amsterdam naar Oude Pekela en weer terug. Verdachte ontkende kennis te hebben gehad van de plannen van zijn bijrijder.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk heeft geholpen bij het ontkomen aan de nasporing en aanhouding van de schutter door hem te vervoeren na de beschietingen. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen of medeplichtigheid aan poging tot doodslag en bedreiging, omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij wetenschap had van de plannen van de schutter.

De rechtbank legde een jeugddetentie op van 115 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest, rekening houdend met de positieve persoonlijke ontwikkeling van verdachte en het advies van de reclassering. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens te ver verwijderd verband of onvoldoende bewijs. De inbeslaggenomen telefoon van verdachte werd teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 115 dagen jeugddetentie voor behulpzaamheid bij ontkomen schutter na beschietingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/106036-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juni 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F. Dijkers, advocaat te Diemen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Pitstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer bewoner(s) van de woning gelegen aan de [adres] opzettelijk van het leven te beroven met een (vuur)wapen een- of meermalen heeft geschoten op en/of in de richting van die woning (terwijl op dat moment bewoonster [slachtoffer 1] aanwezig was in die woning),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een onbekend gebleven persoon, op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
ter uitvoering van het door die persoon, voorgenomen misdrijf om een of meer bewoner(s) van de woning gelegen aan de [adres] opzettelijk van het leven te beroven, met een (vuur)wapen een- of meermalen heeft geschoten op en/of in de richting van die woning (terwijl op dat moment bewoonster [slachtoffer 1] aanwezig was in die woning),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
  • die persoon naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
  • die persoon van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, bewoonster [slachtoffer 1] en/of andere bewoners van de woning gelegen aan de [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting van die woning gelegen aan de [adres] te schieten, terwijl in die woning op dat moment voornoemde bewoonster aanwezig was;
meer, meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een onbekend gebleven persoon, op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
bewoonster [slachtoffer 1] en/of andere bewoners van de woning gelegen aan de [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting van die woning gelegen aan de [adres] te schieten, terwijl in die woning op dat moment voornoemde bewoonster aanwezig was, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
  • die persoon naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
  • die persoon van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
meer, meer, meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (de ruit van) de woning gelegen aan de [adres] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
meer, meer, meer, meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een onbekend gebleven persoon, op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
opzettelijk en wederrechtelijk (de ruit van) de woning gelegen aan de [adres] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
  • die persoon naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
  • die persoon van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
opzettelijk een onbekend gebleven persoon, die schuldig was aan of verdachte was van enig misdrijf, te weten poging doodslag dan wel bedreiging, dan wel vernieling, heeft verborgen en/of behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van en/of aanhouding door
een of meer ambtenaren van de justitie of politie;
2
hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] en/of
[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting
van (het) bedrijfspand(en) gelegen aan de [adres] te schieten (te weten [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 2] );
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een onbekend gebleven persoon, op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting van (het) bedrijfspand(en) gelegen aan de [adres] te schieten (te weten [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 2] )
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
  • die persoon naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
  • die persoon van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (een) gebouw(en), te weten (delen van) (het) bedrijfspand(en) gelegen aan de [adres] (te weten [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
meer, meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een onbekend gebleven persoon, op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
opzettelijk en wederrechtelijk (een) gebouw(en), te weten (delen van) (het) bedrijfspand(en) gelegen aan de [adres] (te weten [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
  • die persoon naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
- die persoon van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 juli 2023 te Oude Pekela,
opzettelijk een onbekend gebleven persoon, die schuldig was aan of verdachte was van enig misdrijf, te weten bedreiging dan wel vernieling, heeft verborgen en/of behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van en/of aanhouding door een of meer ambtenaren van de justitie of politie;
3
hij op of omstreeks 13 juli 2023 te Winschoten,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling,
door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting van het [bedrijfsnaam 3] gelegen aan [adres] te wijzen en/of (trachten) te schieten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), op of omstreeks 13 juli 2023 te Winschoten,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 4] hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling,
door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting van het [bedrijfsnaam 3] gelegen aan [adres] te wijzen en/of (trachten) te schieten,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 juli 2023 te Oude Pekela opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door
  • die personen naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
  • die personen van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 juli 2023, te Winschoten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van geweld tegen personen en/of goederen door
  • zijn mededaders, althans één of meerdere perso(o)n(en), naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of
  • zich in de nabijheid van de plaats van het misdrijf op te houden en/of
  • zijn mededaders, althans één of meerdere perso(o)n(en), van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren
ten behoeve van het (gezamenlijk) plegen van geweld gericht tegen [slachtoffer 4] en/of het [bedrijfsnaam 3] gelegen aan [adres] door een- of meermalen met een (vuur)wapen op en/of in de richting van het pand van het [bedrijfsnaam 3] te wijzen en/of (trachten) te schieten.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op gronden zoals vermeld in haar schriftelijk requisitoir veroordeling gevorderd voor het onder feit 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte volgt dat verdachte kennis had van de gewelddadige intenties van de medeverdachte(n) en daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Hoewel geen sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van verdachte aan de ten laste gelegde feiten van zodanig gewicht geweest dat deze moet worden aangemerkt als medeplegen.
Ten aanzien van het onder feit 1 primair ten laste gelegde acht de officier van justitie bewezen dat er sprake was van opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op de dood van de bewoner(s) van de woning aan de [adres] .
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair aangevoerd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Daartoe is, op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord, in de kern het volgende aangevoerd. De raadsman is van mening dat zich in het dossier geen bewijsmiddelen bevinden waaruit ondubbelzinnig blijkt dat verdachte wetenschap heeft gehad van de door de medeverdachte(n) gepleegde strafbare feiten, ook niet in de hoedanigheid van medeplichtige.
Voor het geval de rechtbank anders mocht oordelen heeft de raadsman subsidiair aangevoerd dat verdachte van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrij gesproken, omdat uit de bewijsmiddelen niet blijkt van voldoende wettig en overtuigend bewijs dat aangeefster door het schot door de voorruit van haar woning daadwerkelijk dodelijk had kunnen worden getroffen.
Oordeel van de rechtbank
vrijspraak feit 3
De rechtbank acht het onder feit 3 primair, subsidiair en meer subsidiair niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Verdachte heeft op 13 juli 2023 als chauffeur en tegen betaling twee mannen van Muiden naar Winschoten gebracht. Hij was hiervoor via Snapchat benaderd. Verdachte ontkent dat hij wist van de plannen van zijn bijrijders. ~
De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende volgt dat verdachte wetenschap heeft gehad van de plannen van de twee mannen. Uit het dossier en uit het verhandelde ter zitting kan niet worden afgeleid dat verdachte door de bijrijders op de hoogte is gebracht van het voornemen [bedrijfsnaam 3] te beschieten noch dat hij anderszins wetenschap heeft gehad van dat voornemen. Verdachte stond daarnaast niet in de directe omgeving van het café geparkeerd en had hij geen zicht op de horecagelegenheid, waardoor hij de handelingen van de twee mannen niet heeft kunnen waarnemen.
feiten 1 en 2
De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.
Beschieting [adres] in Oude Pekela
Op 10 juli 2023 om 06:23 uur krijgen verbalisanten de melding om te gaan naar de [adres] in Oude Pekela. Hier zou geschoten zijn op een woning.2 De bewoonster van de [adres] , aangeefster [slachtoffer 1] , verklaart dat zij op een stoel in de achterkamer zat toen er iemand voor haar raam stond met donkere kleding aan. De persoon had een capuchon over zijn hoofd en zijn mond was bedekt. De bewoonster zag dat de persoon iets op haar raam richtte, haar aan keek en door het glas van de voorruit schoot.
Aangeefster raakt hierdoor in shock.3
Uit forensisch onderzoek van de woning aan de [adres] is gebleken dat er een gat zat in het raam aan de voorzijde. Er is van buiten naar binnen geschoten. Op de vloer in de woning werd voor de hoekbank een gedefragmenteerd projectiel aangetroffen. Er is in ieder geval één keer geschoten, waarbij de huls in de border terecht is gekomen.4 Het gebruikte wapen wordt geïdentificeerd als een semi-automatisch werkend gas-/alarmpistool, dat van het oorspronkelijke kaliber is omgebouwd naar het kaliber 7,65mm Browning.5
Op de camerabeelden van de [adres] te Oude Pekela is te zien dat op 10 juli 2023 om 05:18:18 uur een blauwe Fiat Punto in beeld komt. Deze Fiat rijdt linksaf de [adres] in. Vermoedelijk stond de camera ingesteld op wintertijd, waardoor de reële tijd één uur later was. Op 10 juli 2023 om 6:19:29 uur komt een soortgelijk voertuig in beeld op de camerabeelden van de [adres] te Oude Pekela. Het voertuig keert ter hoogte van [adres] en parkeert vervolgens met de voorkant weer in de richting van de [adres] . Om 06:20:25 stapt een persoon uit het voertuig vanaf de bijrijderskant. Deze persoon is volledig in het zwart gekleed en draagt een capuchon.6
Op camerabeelden van de [adres] zien verbalisanten dat een persoon door de [adres] loopt in de richting van de plaats delict. Ook zien zij een Fiat Punto staan. Zij zien dat de remverlichting van dit voertuig om 06:22:10 uur aangaat, waarna om 06:22:15 dezelfde persoon weer terug de [adres] in komt rennen in de richting van het voertuig. Het voertuig had op dat moment nog steeds de remverlichting aan.7
Op de beelden van de [adres] te Oude Pekela is te zien dat een in het zwart gekleed persoon om 06:17:23 uur door het beeld loopt in de richting van de [adres] . Om 06:18:07 uur is er een harde knal te horen.
Om 06:18:22 rent de in het zwart geklede persoon weer door het beeld in de richting waar hij vandaan is gekomen. Om 06:22:31 stapt deze persoon weer in het voertuig, waarna het voertuig gelijk wegrijdt in de richting van de [adres] .8
Op de camerabeelden van de [adres] is tevens te zien dat het raam van de auto aan de bestuurderskant open staat op het moment dat de auto de [adres] inrijdt. De auto wordt in de [adres] gedraaid, geparkeerd en de verlichting uitgeschakeld. De bijrijder stapt uit. Te zien is dat de deur open blijft staan. Op het moment dat er een harde knal te horen is, begint de verlichting van de auto te branden. Wanneer de bijrijder weer instapt gaat de remverlichting direct uit en rijdt het voertuig weg.9
Een getuige ziet op 10 juli 2023 tussen 06.20 en 06:30 uur een auto met twee personen voorin, die helemaal in het donker waren gekleed en donkere hoodys droegen met capuchons over hun hoofd. De auto kwam uit de richting van de [adres] en reed volgens een getuige met een bloedgang weg.10
Beschieting [adres] te Oude Pekela
Wanneer de eigenaresse van [bedrijfsnaam 1] op 10 juli 2023 bij haar salon aankomt, ziet zij dat er aan de buitenzijde van het raam een rond gat zit en dat er allemaal glas in de zaak ligt. Zij geeft dit door aan de eigenaar van het pand, de heer [slachtoffer 3] . Wanneer de politie ter plaatse is blijkt dat er op het raam geschoten is.11
Uit forensisch onderzoek van het pand aan de [adres] te Oude Pekela is gebleken dat het raam van het bedrijfspand bestond uit dubbelglas en dat er in de ruit een groot gat zat. De eerste ruit (van buitenaf) was kapot. In de kapsalon lagen glassplinters, buiten niet, wat er op duidt dat de impact van buitenaf is gekomen.12 Het gebruikte wapen wordt geïdentificeerd als een semi-automatisch werkend gas-
/alarmpistool, dat van het oorspronkelijke kaliber is omgebouwd naar het kaliber 7,65mm Browning.13
Tijdens het onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat de huls die is aangetroffen in de [adres] in Oude Pekela is verschoten met hetzelfde vuurwapen als de huls die is aangetroffen in de [adres] te Oude Pekela.14 Het is extreem veel waarschijnlijker dat de hulzen met hetzelfde vuurwapen zijn verschoten dan dat de hulzen met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken zijn verschoten.15
Uit beelden van de [adres] is op 10 juli 2023 om 06:24:05 uur te zien dat een kleine licht gekleurde auto over de brug rijdt en aan de andere kant van de brug stopt. Er is beweging bij de auto en de auto verdwijnt uit beeld. Om 06:24:42 uur komt een in het zwart geklede persoon hardlopend in beeld. De persoon heeft een capuchon over zijn hoofd getrokken.16 Op het tijdstip 06:24:55 uur is te zien dat een in het zwart gekleed persoon aan komt lopen. Deze persoon had in zijn linkerhand een zwart, op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Er is een harde knal te horen, vermoedelijk het geluid van een schot.17 De beelden van de [adres] zijn op zitting getoond. Hierop is, door een openstaand raam, te zien dat een auto stil gaat staan en dat er iemand uitstapt. De auto rijdt vervolgens weg en verdwijnt uit beeld. Twee seconden nadat er een knal te horen is, komt de auto weer in beeld en gaat zo staan dat hij zijn weg weer kan vervolgen.18
Betrokken auto
Er is onderzoek gedaan naar de bij de incidenten gebruikte Fiat Punto met kenteken
[kenteken] . Hieruit blijkt dat de tenaamgestelde van de auto [getuige] uit Amsterdam is.19 [getuige] is als getuige gehoord. Hij verklaart dat hij zijn auto had uitgeleend aan een vriend van hem genaamd [verdachte] , wonende in de [adres] te Almere.20
Betrokkenheid verdachte [verdachte]
Verdachte [verdachte] erkent dat hij op 10 juli 2023 de bestuurder is geweest van de blauwe Fiat Punto. Hij was op 9 juli 2023 via Snapchat benaderd door een jongen om hem van Amsterdam naar Groningen te rijden. Op 10 juli 2023 haalde verdachte deze jongen op in Amsterdam en werd hem verteld dat ze naar Oude Pekela zouden rijden. Verdachte heeft daar de bijrijder naar twee verschillende adressen gebracht.21
Uit een analyse van de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat de telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer] zich op 10 juli 2023 vanaf 03:02 uur verplaatst van Amsterdam naar Oude Pekela.22
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat op 10 juli 2023 een woning aan de [adres] te Oude Pekela en een bedrijfspand aan de [adres] te Oude Pekela zijn beschoten. Bij beide panden is geschoten met hetzelfde wapen. Wie de schutter is geweest is onbekend gebleven. Verdachte [verdachte] was de bestuurder van de Fiat Punto die de schutter heeft vervoerd van Amsterdam naar Oude Pekela en weer terug.
Verdachte erkent dat hij de bestuurder is geweest. Hij ontkent dat hij zou hebben geweten dat zijn bijrijder van plan was om twee panden te gaan beschieten. Verdachte kende de bijrijder niet en zou nauwelijks met hem gesproken hebben tijdens de lange autorit van Amsterdam naar Oude Pekela. Volgens verdachte wilde de jongen naar Oude Pekela om met zijn vriendin te praten. De rechtbank vindt deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig, nu de afspraak om iemand naar Groningen te brengen een dag eerder al via Snapchat was gemaakt. Verdachte en zijn passagier zijn om 03.00 uur, midden in de nacht, naar Oude Pekela vertrokken. De rechtbank acht het tevens ongeloofwaardig dat verdachte en de bijrijder amper een woord hebben gewisseld. Ook blijkt uit de beelden dat verdachte, beide keren, de auto zo parkeert dat hij direct weer weg kan rijden in de richting waaruit hij is aan komen rijden.
De rechtbank acht het verder ongeloofwaardig dat verdachte de schoten niet heeft gehoord. Verdachte stond op een korte afstand van de plaats delict in de [adres] geparkeerd en het portier van de auto was niet afgesloten. Bovendien blijkt uit de beelden dat bij beide adressen verdachte direct nadat er een knal van een schot te horen is geweest, actie onderneemt en de auto start.
Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair
Onder feit 1 primair en subsidiair is, kort gezegd, aan verdachte medeplegen, dan wel medeplichtigheid aan poging tot doodslag ten laste gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier noch uit het verhandelde ter zitting dat verdachte wetenschap heeft gehad van een voornemen van de onbekend gebleven medeverdachte om de bewoner(s) van de woning aan de [adres] te doden. Dat verdachte daarop het opzet had, al dan niet in voorwaardelijke zin, is derhalve naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend te bewijzen. Om die reden dient verdachte zowel van het medeplegen van als van de medeplichtigheid bij of tot een dergelijke poging te worden vrijgesproken.
Vrijspraak feit 1 meer subsidiair, meer, meer subsidiair, meer, meer, meer subsidiair, meer, meer, meer, meer subsidiair en feit 2 primair, subsidiair, meer subsidiair en meer, meer subsidiair
Ten aanzien van deze feiten overweegt de rechtbank dat telkens het opzet van verdachte op de achtereenvolgende gronddelicten niet of onvoldoende uit het dossier en uit het verhandelde ter zitting volgt. In de bewijsmiddelen ligt niet besloten dat de bijrijder van verdachte aan hem vóór of tijdens het wegrijden van de plek waar de auto geparkeerd stond, een vuurwapen heeft getoond, dan wel dat verdachte dat toen waargenomen heeft. Evenmin vloeit uit de bewijsmiddelen voort dat de bijrijder een bivakmuts (o.i.d.) in de auto, waarneembaar voor verdachte, over zijn hoofd trok.
Hoewel het tijdstip van de rit op en neer naar Oude Pekela, het aldaar moeizaam vinden van een geschikte parkeerplaats voor slechts een kennelijk gesprek met de vriendin van de bijrijder in de vroege ochtend veel vragen en wellicht ook twijfels bij verdachte had moeten oproepen, vloeit hieruit naar het oordeel van de rechtbank niet onomstotelijk voort dat het buiten redelijke twijfel staat dat verdachte wist wat de bijrijder ter plaatse zou ondernemen, in het bijzonder niet dat de bijrijder de bewoonster van de woning of de eigenaar van de kapsalon zou gaan bedreigen dan wel die ruiten zou beschadigen of vernielen door met een vuurwapen tegen of door een ruit te schieten. Dat verdachte op momenten een knal hoorde of kon horen welke knallen ook voor verdachte bezwaarlijk anders dan een associatie met het afschieten van een vuurwapen of het afsteken van zwaar vuurwerk met zich mee brengt maakt dat niet anders. Het vormen van opzet op het plegen van of deelneming aan strafbare feiten vindt immers in het algemeen voorafgaand
daaraan plaats, temeer daar in het onderhavige geval niet gebleken is van eerder gemaakte afspraken omtrent de plannen van de bijrijder.
De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte ook van het ten laste gelegde feit 1 meer subsidiair, meer, meer subsidiair, meer, meer, meer subsidiair, meer, meer, meer, meer subsidiair en feit 2 primair, subsidiair, meer subsidiair en meer, meer subsidiair dient te worden vrijgesproken.
Overweging feit 1 meest subsidiair en 2 meest subsidiair
Verdachte is, nadat de bijrijder zich had verwijderd uit de [adres] , met hem kort na de knal snel van de plek waar hij korte tijd geparkeerd stond, weggereden. Een getuige heeft de auto zien rijden met daarin, zo verklaarde hij, twee jongens ieder met een capuchon op het hoofd. Vervolgens rijdt verdachte met zijn bijrijder direct naar de [adres] te Oude Pekela, alwaar de kapsalon van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevindt. Daar parkeert verdachte de auto, terwijl de bijrijder uit de auto gaat en naar voormeld adres sprint. Ook dan is vanuit die plek een knal te horen, en de bijrijder sprint daarna naar de klaarstaande auto om er in te stappen. Vervolgens rijdt verdachte weg.
De rechtbank overweegt dat in de bewijsmiddelen in voldoende mate besloten ligt dat verdachte een onbekend gebleven persoon die toen verdacht was van enig misdrijf, behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van en aanhouding door de politie, door met hem in een auto de plaatsen delict te verlaten om daarna naar Amsterdam te rijden. Van verdachte kan gezegd worden dat ná het horen van de knal, afkomstig van het schieten door die onbekend gebleven persoon in de [adres] , bij hem het stevige vermoeden moet zijn ontstaan dat een misdrijf werd gepleegd, welks vermoeden verstrekt moet zijn geworden door de opdracht van die dader om snel weg te rijden. Verdachte heeft bovendien de onbekend gebleven persoon gelijk daarna nog naar een tweede locatie gebracht, waar wederom een kogel is verschoten en vlak na deze knal de onbekend gebleven persoon weer opgepikt en hem naar Amsterdam teruggebracht. Daardoor heeft verdachte willens en wetens de onbekend gebleven persoon uit handen van de politie gehouden.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 meest subsidiair en feit 2 meest subsidiair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1 meest subsidiair en 2 meest subsidiair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
feit 1 meest subsidiair:
hij op 10 juli 2023 te Oude Pekela, opzettelijk een onbekend gebleven persoon, die verdachte was van enig misdrijf, te weten poging doodslag dan wel bedreiging, dan wel vernieling, behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van en/of aanhouding door een of meer ambtenaren van de justitie of politie;
feit 2 meest subsidiair:
hij op 10 juli 2023 te Oude Pekela, opzettelijk een onbekend gebleven persoon, die verdachte was van enig misdrijf, te weten bedreiging dan wel vernieling, behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van en/of aanhouding door een of meer ambtenaren van de justitie of politie;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
1. meest subsidiair:
Opzettelijk iemand die verdachte is van enig misdrijf, behulpzaam zijn in het ontkomen aan de nasporing of aanhouding door de ambtenaren van justitie of politie.
2. meest subsidiair:
Opzettelijk iemand die verdachte is van enig misdrijf, behulpzaam zijn in het ontkomen aan de nasporing of aanhouding door de ambtenaren van justitie of politie.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 primair,
2 primair en 3 primair wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 360 dagen, waarvan
245 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 150 uren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak. Mocht de rechtbank toch tot een veroordeling komen dan heeft de raadsman verzocht om aan verdachte een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen, al dan niet in combinatie met een taakstraf. Hij heeft daarbij verzocht om het adolescentenstrafrecht toe te passen en ten voordele van verdachte rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Reclassering Nederland en de Jeugdbescherming, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte is een onbekend gebleven persoon behulpzaam geweest bij het ontkomen aan nasporing van en aanhouding door de politie, nadat deze persoon op een woning en een bedrijfspand heeft geschoten.
Verdachte heeft de onbekend gebleven schutter midden in de nacht tot twee keer toe met een auto vervoerd vanaf de plaats delict en hem uiteindelijk teruggebracht van Oude Pekela naar Amsterdam. Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen en dus niet kan bewijzen dat verdachte wetenschap heeft gehad van de specifieke delicten die de onbekende derde heeft gepleegd, hecht de rechtbank er waarde aan op deze plaats op te merken dat geweld als het onderhavige relatief veel voorkomt en kennelijk wordt ingezet om onderlinge conflicten in het criminele milieu te beslechten. Bij dergelijke acties lijkt in het geheel geen rekening te worden gehouden met andermans goederen en evenmin met de angst- en onveiligheidsgevoelens van buurtbewoners en die in de samenleving. Verdachte heeft hier ook een bijdrage geleverd aan het creëren van angstgevoelens en aan het aantasten van de veiligheid. De rechtbank neemt verdachte het voorgaande kwalijk.
Voor feiten als de onderhavige is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur zonder meer passend, mede om andere jongeren af te schrikken en ervan te weerhouden voor geld soortgelijke feiten te gaan plegen of daarbij behulpzaam te zijn.
Toepassing jeugdstrafrecht
Verdachte was 18 jaar oud toen hij het bewezenverklaarde pleegde. Gelet op het advies van Reclassering Nederland, d.d. 7 oktober 2025, is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast. De rechtbank overweegt daarbij dat ten tijde van de strafbare feiten, verdachte nog vanuit een gezinssituatie leefde, naar school ging en dat de reclassering nog mogelijkheden zag voor pedagogische beïnvloeding in het kader van de schorsende voorwaarden.
Justitiële documentatie
Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en een blanco strafblad heeft.
Persoon van verdachte
Reclassering Nederland heeft over verdachte gerapporteerd. Uit het reclasseringsadvies van 16 oktober 2025 blijkt dat verdachte zijn leefgebieden stabiel zijn. Hij heeft zijn VWO diploma gehaald, studeert [studie] aan [universiteit] universiteit en werkt in deeltijd als [beroep] . Verdachte woont nog bij zijn ouders en heeft een goede relatie met zijn familie, zijn partner en een studievriend. De reclassering ziet een jong volwassene die zijn leven op de rit heeft. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan de duur van het voorarrest.
Daarnaast heeft SAVE jeugdbescherming over verdachte gerapporteerd. Uit de meest recente rapportage van 20 mei 2026 blijkt dat verdachte zich binnen het schorsingskader zeer positief heeft ontwikkeld.
Verdachte heeft alle opgestelde doelen behaald en de kans op recidive wordt als laag ingeschat.
Op te leggen straf
De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met de positieve persoonlijke ontwikkeling van verdachte. Verdachte heeft tijdens zijn schorsing laten zien dat hij zijn leven op een constructieve, verantwoordelijke en toekomstgerichte wijze vorm kan geven. Een langere onvoorwaardelijke jeugddetentie dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis zou dit alles doorkruisen en dit acht de rechtbank dan ook onwenselijk. Bij het bepalen van de hoogte van de straf houdt de rechtbank ook rekening met het tijdsverloop.
Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 115 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. De rechtbank ziet, gelet op het bewezenverklaarde en de hiervoor genoemde strafverlagende factoren, geen aanleiding daar nog een voorwaardelijke strafdeel of een taakstraf aan toe te voegen.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
1. [slachtoffer 1] , tot een bedrag van 1.885,00 ter vergoeding van materiële schade en
3.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
2. [ [slachtoffer 3] , tot een bedrag van 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [ [slachtoffer 2] , tot een bedrag van 482,79 ter vergoeding van materiële schade en
2.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [bedrijfsnaam 3] , tot een bedrag van 32.522,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 4] , tot een bedrag van 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] goed zijn onderbouwd en geheel kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft de officier van justitie voorts hoofdelijke oplegging gevorderd.
Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 3] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de tijdelijke sluiting van het café en de afgelasting van de Nacht van Winschoten niet alleen het gevolg is geweest van wat er bij [bedrijfsnaam 3] is gebeurd, maar vanwege de reeks aan geweldsincidenten in de periode voorafgaand. Een exacte vaststelling van welk deel van die schade dan wel rechtstreeks toegebracht door het door verdachte gepleegde strafbare feit levert naar het oordeel van de officier van justitie een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden, gelet op de door hem bepleite integrale vrijspraak.
De raadsman heeft voorts ten aanzien van de vorderingen, indien de rechtbank wel tot een veroordeling mocht komen, subsidiair dan wel meer subsidiair, het volgende aangevoerd.
[slachtoffer 1] . De raadsman verzoekt om de gevorderde immateriële schade, conform de geldende jurisprudentie, te matigen en het deel van de vordering dat ziet op de materiële schade aan de meubels niet-ontvankelijk te verklaren, bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing;
[slachtoffer 3] . De raadsman verzoekt de rechtbank om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu er geen onderbouwing of specificatie van de gestelde schade is overlegd, noch een onderbouwing van het psychische leed;
[slachtoffer 2] . De raadsman verzoekt om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel om de hoogte van de immateriële schadevergoeding vast te stellen binnen de redelijke bandbreedte van vergelijkbare uitspraken.
[bedrijfsnaam 3] . De raadsman verzoekt om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu de vordering het strafgeding onevenredig zou belasten. Voor zover de vordering toch inhoudelijk wordt behandeld verzoekt de raadsman eveneens niet-ontvankelijkheid, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.
[slachtoffer 4] . De raadsman verzoekt de rechtbank om de hoogte van de immateriële schade vast te stellen binnen de redelijke bandbreedte van vergelijkbare uitspraken.
Oordeel van de rechtbank
1. [slachtoffer 1] .
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een te ver verwijderd verband tussen de bewezenverklaarde handelingen van verdachte en de geleden schade. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
2. [ [slachtoffer 3] .
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een te ver verwijderd verband tussen de bewezenverklaarde handelingen van verdachte en de geleden schade. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
3. [ [slachtoffer 2] .
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een te ver verwijderd verband tussen de bewezenverklaarde handelingen van verdachte en de geleden schade. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
4. [ [bedrijfsnaam 3] . De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
5. [ [slachtoffer 4] . De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Inbeslaggenomen goederen

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van de onder verdachte inbeslaggenomen Apple IPhone, nu het aannemelijk is dat daarmee ook handelingen zijn verricht ten behoeve van de delicten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht tot teruggave van de inbeslaggenomen telefoon van verdachte, nu de telefoon is aangeschaft nadat de ten laste gelegde misdrijven zijn gepleegd en dus niet kan zijn gebruikt bij deze misdrijven.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een Apple IPhone 15 (goednummer 1703539), moet worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet. Opgemerkt wordt dat de betreffende telefoon is aangeschaft nadat de bewezenverklaarde misdrijven zijn gepleegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77c, 77g, 77gg en 189 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, meer, meer subsidiair, meer, meer, meer subsidiair, meer, meer, meer, meer subsidiair en feit 2 primair, subsidiair, meer subsidiair, meer, meer subsidiair en feit 3 primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1 meest subsidiair en feit 2 meest subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 115 dagen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Ten aanzien van feit 1 meest subsidiair:
Verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Ten aanzien van feit 2 meest subsidiair:
Verklaart [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Ten aanzien van feit 2 meest subsidiair:
Verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Ten aanzien van feit 3 primair, subsidiair en meer subsidiair
Verklaart [bedrijfsnaam 3] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Ten aanzien van feit 3 primair, subsidiair en meer subsidiair
Verklaart [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Gelast de teruggaveaan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoon Apple IPhone 15 (goednummer 1703539).
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. A. Nieuwenhuis en
mr. A.L.J.M.A. Janssens, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
1. De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde
opsporingsambtenaren opgemaakt en bevinden zich, tenzij anders aangegeven, in het proces-verbaal van politie Noord-Nederland met nummer NNRAB23002 (onderzoek Zomereik), doorgenummerd van pagina 1 tot en met 1492, gesloten op 28 november 2024.
2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2023, pagina 404.
3 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 10 juli 2023, pagina 423 e.v.
4 Het proces-verbaal forensisch onderzoek d.d. 11 juli 2023, pagina 82 e.v.
5 Rapport NFI d.d. 20 september 2023, pagina 131 e.v.
6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2024, pagina 283 e.v.
7 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2023, pagina 408.
8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2024, pagina 283 e.v.
9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2024, pagina 323 e.v.
10 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2023, pagina 415.
11 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 10-7-2023, pagina 481 e.v.
12 Het proces-verbaal forensisch onderzoek d.d. 11 juli 2023, pagina 435 e.v.
13 Rapportage NFI d.d. 22 september 2023, pagina 465 e.v.
14 Aanvullende informatie NFI d.d. 22 september 2023, pagina 139 e.v.
15 Rapportage NFI d.d. 22 september 2023, pagina 465 e.v.
16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2023, pagina 485 e.v.
17 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 maart 2024, pagina 431.
18 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 2 juni 2026.
19 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2023, pagina 367 e.v.
20 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 2 april 2024, pagina 271 e.v.
21 Het proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 21 mei 2024, pagina 641 e.v.
22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2024, pagina 65.