Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2387

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
18/247905-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 47 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen datadiefstal, oplichting, diefstal met valse sleutel en witwassen

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van niet-openbare persoonsgegevens (leads), medeplegen van het ronselen van inloggegevens en bankpassen van geldezels, medeplegen van oplichting, diefstal met valse sleutel en witwassen. Het onderzoek startte in oktober 2023 naar handel in leads op Telegram, waarbij verdachte en zijn medeverdachte via Telegram en fysieke contacten betrokken waren bij het verkrijgen en gebruiken van bankgegevens en passen van slachtoffers.

Bewijs bestond uit inbeslaggenomen digitale gegevensdragers, chatberichten, verklaringen van slachtoffers en geldezels, IP-adresgegevens en camerabeelden. Verdachte ontkende de strafbare feiten, maar de rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend. De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele onderdelen wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden op, gelet op de ernst van de feiten, het financieel gewin en het maatschappelijke belang. Daarnaast werd verdachte hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €13.200,- schadevergoeding aan een benadeelde partij. Inbeslaggenomen MacBook en contant geld van €880,- werden verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en hoofdelijk tot betaling van €13.200,- schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/247905-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 16 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 april 2026 en 2 juni 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.S. Kostelijk, advocaat te Diemen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 september 2024 te Almere, althans in Nederland, stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer)
  • leadslijsten (bevattende de persoonsgegevens van 110.047 personen), aangetroffen op de MacBook van [verdachte] ;
  • het programma Anydesk, aangetroffen op de MacBook van [verdachte] ;
  • één leadslijst, aangetroffen op de iPhone 8, die op de slaapkamer van [verdachte] lag,
heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht,
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
2.
hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2022 tot en met 24 september 2024 te Almere, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer)
  • de inloggegevens van het crypto-account van [naam 1] ;
  • de inloggegevens van het crypto-account van [naam 2] ;
  • de inloggegevens van het crypto-account en de bankpas van [naam 3] ;
  • de inloggegevens van het Bunq- en Anycoin-account, drie bankpassen en een simkaart van [naam 4] ;
  • de inloggegevens van het Bunq- en Anycoin-account van [naam 5] ;
  • de inloggegevens van de bankrekening, de bankpas en de iPhone 8 van [naam 6] ,
heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht,
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
3.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks 8 mei 2024, te Harskamp en/of Almere, althans in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meer personen heeft bewogen tot het afgeven van een geldbedrag van 950 euro, althans enig geldbedrag, een of meer bankpassen en/of simkaarten en/of telefoons en/of het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (voor de bankrekening of het cryptoaccount) en/of pincode(s) voor betaalpassen, door opzettelijk listiglijk en in strijd met de waarheid
  • contact op te nemen met [slachtoffer 1] , daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van fiscaal adviseur en/of een valse naam en in deze gesprekken voor te houden dat geld kon worden teruggekregen van Belastingdienst; en
  • (vervolgens) [slachtoffer 1] te instrueren zijn bankpas, telefoon en creditcard af te geven aan de (zogenaamde) fiscaal adviseur;
4.
hij in of omstreeks de periode 22 februari 2024 tot en met 23 februari 2024, te Haarlem en/of Almere, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een geldbedrag van 139.580,55 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten:
  • de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de Bunq bank en/of
  • door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een Bunq-klant;
althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij in of omstreeks de periode 22 februari 2024 tot en met 23 februari 2024 te Haarlem en/of Almere, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een server en/of netwerk van de Bunq bank, althans een deel daarvan, met daarop het account van [slachtoffer 2] , is binnengedrongen,
door het doorbreken van een beveiliging en/of
met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
door het aannemen van een valse hoedanigheid
immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) telefonisch contact opgenomen met [slachtoffer 2] en zich in dat gesprek voorgedaan als een medewerker van de Fraudehelpdesk van Bunq en vervolgens die [slachtoffer 2] bewogen om een code in te vullen in de Bunq-app en via Omfido een filmpje met gezichtsherkenning op te nemen, waarna verdachte en/of zijn mededader(s) inlogden op de het Bunq-account van [slachtoffer 2] ;
5.
hij op of omstreeks 23 september 2024, te Almere, althans in Nederland, een contant geldbedrag van 880 euro, althans een of meer voorwerpen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of van gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde. Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat ook ten aanzien van de leadslijst die is aangetroffen op de iPhone 8 wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze voorhanden heeft gehad.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Met betrekking tot het onder 1 ten last gelegde kan niet bewezen worden dat de iPhone 8 van verdachte was en dat hij wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van deze telefoon in de slaapkamer in de woning aan [adres] waar hij af en toe verbleef. Ten aanzien van de leadslijsten en het programma Anydesk die zijn aangetroffen op de MacBook van verdachte kan bewezen worden dat hij deze voorhanden heeft gehad, maar niet dat deze bestemd waren tot het plegen van een misdrijf zoals genoemd in artikel 234 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De leadslijsten waren bedoeld voor het opbouwen van een klantenbestand voor zijn webshop. Het programma Anydesk had hij zodat een ICTer mee kon kijken en hem kon helpen met het bouwen van zijn website. Subsidiair dient verdachte vrijgesproken te worden van het vervaardigen, verschaffen, verkopen, overdragen, verwerken, vervoeren, invoeren, verspreiden of ter beschikking stellen van leadslijsten en het programma Anydesk.
Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde kan niet bewezen worden dat alle in de tenlastelegging genoemde personen daadwerkelijk gegevens hebben verstrekt. Daarnaast blijkt uit het dossier niet dat verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft gehad bij dit feit.
Uit de chat tussen het Telegram account [accountnaam 2] (hierna: [accountnaam 2] ) en [naam 1] blijkt niet dat er succesvol een crypto-account is aangemaakt op naam van [naam 1] en dat de inloggegevens hiervan zijn gedeeld. Bovendien is een dergelijk account niet naar voren gekomen bij één van de pseudokopen of andere ten laste gelegde feiten. Daarnaast is [naam 1] niet gehoord waardoor zij niet heeft kunnen bevestigen of ontkrachten dat haar inloggegevens zijn gedeeld met [accountnaam 2] .
Van de screenshots van het gesprek met [naam 2] kan niet worden vastgesteld wie deze heeft gemaakt en hoe deze op de iPhone 13 Pro van medeverdachte [medeverdachte] terecht zijn gekomen. Bovendien blijkt uit de chats op de schermafbeeldingen niet dat de inloggegevens daadwerkelijk zijn gedeeld. Er is derhalve te weinig bewijs dat verdachte, dan wel medeverdachte, daadwerkelijk beschikking heeft gekregen over de inloggegevens van het crypto-account van [naam 2] .
Ten aanzien van [naam 3] is een chat aangetroffen op de iPhone 13 Pro van medeverdachte [medeverdachte] . Dat verdachte deel heeft genomen aan dit gesprek, dan wel bekend was met de inhoud, is niet gebleken. In de woning aan [adres] is een heuptasje aangetroffen met daarin de bankpas van [naam 3] . Dit heuptasje en de inhoud daarvan kunnen op geen enkele wijze aan verdachte gekoppeld worden.
Het door [naam 4] en [naam 5] gegeven signalement is te algemeen om verdachte daarin te herkennen. Bovendien zijn de bevindingen met betrekking tot het dynamische IP-adres onvoldoende om te kunnen concluderen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van het Anycoin account van [naam 5] .
Ten aanzien van [naam 6] bevat het dossier onvoldoende bewijs dat verdachte de iPhone 8, waarop een schermafbeelding stond van de bankrekening van [naam 6] , ter beschikking heeft gehad. Daarnaast bevat het dossier onvoldoende bewijs dat verdachte de bankpas van [naam 6] heeft ontvangen of voorhanden heeft gehad aangezien deze niet is aangetroffen.
Subsidiair blijkt uit het dossier enkel van het medeplegen van het ontvangen en voorhanden hebben van de voorwerpen en gegevens. Van enige andere handeling is niet gebleken.
Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde bevat het dossier onvoldoende bewijs dat gebruik is gemaakt van het ten laste gelegde oplichtingsmiddel, namelijk dat verdachte of medeverdachte zich heeft voorgedaan als fiscaal adviseur en aan aangever [slachtoffer 1] heeft verteld dat hij geld zou kunnen terugkrijgen van de Belastingdienst. De aangifte vindt in zoverre geen steun in het dossier. Het kan daarom niet uitgesloten worden dat aangever vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn bankpas, creditcard en telefoon. Indien de rechtbank van oordeel is dat er wel voldoende bewijs is voor het ten laste gelegde oplichtingsmiddel dan had aangever de hem geschetste onjuiste voorstelling van zaken moeten doorzien. Subsidiair dient verdachte partieel vrijgesproken te worden van het ten laste gelegde geldbedrag aangezien dit niet op of omstreeks de ten laste gelegde datum van de rekening van aangever is gepind.
Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde blijkt uit het dossier onvoldoende dat verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft gehad aan dit feit. De bevindingen met
betrekking tot het dynamische IP-adres zijn onvoldoende om met zekerheid vast te stellen dat verdachte het geld van aangever [slachtoffer 2] naar de rekening van [naam 5] heeft overgemaakt of dat hij wetenschap had van deze handeling door een ander. Het dossier bevat geen bewijs dat verdachte of medeverdachte zich heeft voorgedaan als medewerker van de Bunq en zodoende zich het geld dat aan aangever toebehoorde wederrechtelijk heeft toegeëigend. Subsidiair dient verdachte partieel vrijgesproken te worden omdat slechts 14,1% van het totale weggenomen geldbedrag naar de rekening van [naam 5] is gegaan. Verdachte en medeverdachte kunnen niet in verband gebracht worden met de overige transacties.
Met betrekking tot het onder 5 ten laste gelegde heeft verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven voor de herkomst van het geld. Nu het openbaar ministerie heeft nagelaten om nader onderzoek te doen naar de door verdachte gegeven verklaring, moet verdachte vrijgesproken worden.
Oordeel van de rechtbank
Aanleiding1
In oktober 2023 is de politie het onderzoek 01Hazelaar gestart om inzicht te krijgen in de handel van leads/combolijsten op het platform Telegram. Leads zijn lijsten met telefoonnummers en/of NAW-gegevens en/of IBAN-gegevens. Combos of combolijsten zijn lijsten met inloggegevens (gebruikersnamen en wachtwoorden). Deze gegevens kunnen gebruikt worden voor het plegen van verschillende vormen van fraude. Het onderzoek heeft geleid tot een aantal deelonderzoeken naar verschillende Telegram gebruikers waarvan is vastgesteld dat deze leads/combolijsten aanbieden en waarvan het vermoeden bestaat dat zij belangrijke spelers zijn op het gebied van datahandel.
Op 14 november 2023 is het deelonderzoek 01Wilg opgestart om nader onderzoek te doen naar het Telegram account [accountnaam 2] met User ID “ [User ID] ” en om de identiteit van de gebruiker te achterhalen. [accountnaam 2] bleek actief te zijn in 33 Telegram groepen waarin gesproken werd over cybercrime en het aanbieden van leads/combolijsten. In deze groepen plaatste [accountnaam 2] verschillende berichten waarin hij leads aanbood. Daarnaast plaatste hij berichten waarin hij tegen vergoeding vroeg om bankpassen en bankrekeningen.2
Om de identiteit van de gebruiker te achterhalen is de politie op 8 december 2023 overgegaan tot een pseudokoop. De politie kocht voor 200,00 aan leads van [accountnaam 2] . Het geld werd betaald met de cryptovaluta Bitcoin en overgemaakt naar het door [accountnaam 2] opgegeven Walletadres. Diezelfde dag ontving de politie een e-mail van [mailadres 1] met bijgevoegd drie Excel bestanden, namelijk
“ [bestandsnaam 1] ”, “ [bestandsnaam 2] ” en “ [bestandsnaam 3] ”.3 Deze bestanden bevatten de gegevens van een groot aantal, veelal oudere, mensen.4 Op 6 februari 2024 ging de politie nogmaals over tot een pseudokoop en kocht voor 270,00 aan leads van [accountnaam 2] . Dit werd betaald met Paysafe codes.5 De politie ontving vervolgens twee bestanden, namelijk
“ [bestandsnaam 4] ” en “ [bestandsnaam 5] ”. Ook deze bestanden bevatten de gegevens van voornamelijk oudere mensen.6
Tijdens het contact met [accountnaam 2] heeft de politie een URL aangemaakt en deze met [accountnaam 2] gedeeld. Nadat [accountnaam 2] op de link klikte, kon vastgesteld worden dat de gebruiker van dit
account gebruik maakte van het IP-adres [IP-adres 1] en dat de URL is bezocht door een iPhone met het besturingssysteem iOS versie 17.1.1. Dit betreft een iPhone 12, 12 pro, 13, 13 pro of 14 pro.7 Aan het IP-adres blijken de volgende klantgegevens gekoppeld te zijn:
Voorletters: [medeverdachte] Achternaam: [medeverdachte] Straat: [straatnaam] Huisnummer: [nummer] Woonplaats: [plaats]8
Op 23 september 2024 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan [adres] . Hierbij zijn meerdere gegevensdragers in beslag genomen.9
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde
Bij de doorzoeking is onder andere een MacBook in beslag genomen. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat deze MacBook van hem is.10 Op de MacBook vond de politie acht leadslijsten met daarop de gegevens van in totaal 110.047 mensen. Daarnaast staat op de MacBook de software AnyDesk geïnstalleerd.11
Verdachte heeft verklaard dat deze gegevens en software niet bestemd waren tot het plegen van een misdrijf zoals genoemd in artikel 234 Sr Pro. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer.
Ten aanzien van de aangetroffen leads overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat dat dergelijke grote hoeveelheden persoonsgegevens, die vallen onder de bescherming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), niet legaal beschikbaar zijn en veelal niet gebruikt worden voor legale doeleinden.
Hoewel AnyDesk op zichzelf een legale applicatie is voor het op afstand verlenen van technische ondersteuning, moet het aantreffen van deze software beoordeeld worden in combinatie met de overige omstandigheden van het geval. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking de grote hoeveelheid leads die op de laptop zijn aangetroffen en de overige feiten waaraan verdachte zich, zoals hierna zal blijken, schuldig heeft gemaakt. Binnen die context is de applicatie Anydesk juist kenmerkend voor het plegen van dergelijke strafbare feiten. Dat verdachte dit programma nodig had in verband met ict-ondersteuning voor zijn webshop vindt geen steun in het dossier en is ook niet anderszins aannemelijk geworden.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het voorhanden hebben van de leadslijst die is aangetroffen op de iPhone 8, aangezien de rechtbank niet met voldoende zekerheid kan vaststellen dat verdachte de gebruiker was van deze telefoon. De enkele omstandigheid dat deze is aangetroffen in een kamer waar verdachte wel eens overnachtte is daarvoor onvoldoende. Voor het overige komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
Tijdens de doorzoeking wordt tevens een iPhone 13 Pro in beslag genomen. De politie heeft vastgesteld dat de gebruiker van deze telefoon de broer van verdachte is, medeverdachte [medeverdachte] .12 Op de
iPhone 13 Pro wordt het Telegram account [accountnaam 2] met het unieke User ID [User ID] en berichten die vanuit dit account zijn verstuurd, aangetroffen.13 De rechtbank acht daarmee bewezen dat dit account in gebruik was bij medeverdachte. [accountnaam 2] plaatste ook meerdere berichten waarin hij aangeeft dat hij op zoek is naar mensen die snel geld willen verdienen door hun bankpassen af te staan en/of accounts aan te maken.14 In het onderzoek komen uiteindelijk meerdere personen naar voren die inloggegevens, (bank)passen en/of een telefoon hebben afgestaan, zogenaamde geldezels. Twee hiervan zijn door de politie verhoord. Zij verklaren beiden dat zij via Telegram contact hebben gehad met [accountnaam 2] . Zij hebben op verzoek van [accountnaam 2] een Bunq rekening geopend. Daarna hebben ze een afspraak gehad met een jongen in een zwarte Seat. De beschrijving die zij geven van die jongen, namelijk: buitenlandse afkomst, zwart krullend haar, ongeveer 20 jaar en een normaal/slank postuur, past bij verdachte.15 Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij gebruik maakt van een zwarte Seat.16 Tot slot zijn in een kast in de slaapkamer die door verdachte werd gebruikt, twee telefoons van geldezels gevonden.17
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen hebben gewerkt bij het ronselen van onder andere inloggegevens en bankpassen van geldezels. Medeverdachte heeft via het account [accountnaam 2] contact onderhouden met de geldezels en verdachte is fysiek bij ze langsgegaan om onder andere bankpassen op te halen en de verificatie te regelen. De rechtbank acht daarmee het medeplegen wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank zal nu de in het ten laste gelegde feit 2 genoemde personen en de voorwerpen en/of gegevens die zij af hebben gestaan achtereenvolgens behandelen.
[naam 1]
Op een inbeslaggenomen Samsung telefoon, waarvan vastgesteld kan worden dat deze bij medeverdachte [medeverdachte] in gebruik was, is een Telegram gesprek aangetroffen tussen [accountnaam 2] en [naam 1] . [naam 1] vroeg [accountnaam 2] naar een bericht dat hij heeft geplaatst. [accountnaam 2] gaf aan dat dit betrekking had op een crypto cash out en hij instrueerde [naam 1] om accounts aan te maken voor Paysera, Nexo en Swissmoney. Hiervoor zou zij 40% ontvangen van al het geld dat op deze accounts binnenkomt. Op een gegeven moment stuurde [naam 1] [accountnaam 2] ook een foto van haar paspoort.
Uit het gesprek blijkt dat de accounts succesvol zijn aangemaakt.18
[naam 2]
Tijdens de doorzoeking is een Samsung Galaxy A10 aangetroffen in een kast in de slaapkamer die door verdachte werd gebruikt. De gebruiker van deze telefoon blijkt [naam 2] te zijn. [accountnaam 2] staat als contact opgeslagen in de telefoon. Op de iPhone 13 Pro van medeverdachte [medeverdachte] zijn ook meerdere screenshots aangetroffen van een chatgesprek met [naam 2] . Deze gaan over het openen van een Skrill Mobile account, een onderdeel van Paysafe Limited. In dit gesprek gaf [naam 2] aan dat [accountnaam 2] verificatiecodes zal ontvangen. Daarnaast deelde hij ook een wachtwoord met [accountnaam 2] .19
[naam 3]
Daarnaast is tijdens de doorzoeking een debitcard op naam van [naam 3] gevonden.20 Op de iPhone 13 Pro van medeverdachte [medeverdachte] vond de politie een afbeelding van deze debitcard en een Telegram gesprek met [naam 3] . In dit gesprek geeft [naam 3] aan dat ze accounts heeft aangemaakt voor crypto applicaties. [accountnaam 2] vraagt aan haar of zij de logins door kan sturen.21
[naam 4]
is gehoord als verdachte. Hij heeft verklaard dat hij via het Telegram kanaal [naam kanaal] in contact is gekomen met [accountnaam 2] . Op verzoek van [accountnaam 2] heeft hij een Bunq account aangemaakt en vervolgens een simkaart en drie Bunq pinpassen afgegeven aan een jongen in een [hotel] . Deze jongen reed in een zwarte Seat en het gegeven signalement past bij verdachte. [naam 4] zou hiervoor 30.000,00 krijgen.22 Deze verklaring vindt steun in het feit dat tijdens de tweede pseudokoop door [accountnaam 2] gebruik is gemaakt van het telefoonnummer van [naam 4] en een Bunq rekening die op zijn naam staat.23 Bovendien was [naam 4] opgeslagen als contact in de iPhone 13 Pro van medeverdachte [medeverdachte] .24
[naam 5]
is eveneens door de politie gehoord als verdachte. Hij heeft verklaard dat hij in de Telegram groep [naam kanaal] zat. De beheerder van deze groep was [accountnaam 2] . Op verzoek van [accountnaam 2] heeft [naam 5] een Bunq rekening geopend. Vervolgens is er iemand in een zwarte Seat langsgekomen. Het door [naam 5] gegevens signalement van deze jongen past bij verdachte. [naam 5] is ingestapt en moest vervolgens op een telefoon van de jongen inloggen op de app van Bunq. Daarna moest hij op zijn eigen telefoon uitloggen en de app verwijderen.25 Daarnaast heeft [naam 5] nog een Anycoin account aangemaakt en de gegevens van dit account afgestaan aan [accountnaam 2] .26 De Bunq rekening van [naam 5] is vervolgens gebruikt bij de diefstal van aangever [slachtoffer 2] .27
[naam 6]
Bij de doorzoeking vond de politie een iPhone 8 in een kast in de slaapkamer die door verdachte werd gebruikt. Weliswaar is hiervoor geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte deze telefoon onder zich had, maar gelet op het navolgende acht de rechtbank wel bewezen dat deze van verdachte of een van zijn mededaders was. De gebruiker van deze telefoon blijkt immers [naam 6] te zijn. [naam 6] heeft in het kader van een ander strafrechtelijk onderzoek verklaard dat hij via het Telegram kanaal veel geld verdienen in contact is gekomen met iemand met een Marokkaans uiterlijk. [naam 6] heeft deze persoon zijn bankpas, inloggegevens en andere benodigdheden (waaronder kennelijk zijn telefoon) gegeven.28 Het IMEI-nummer van de telefoon hoort bij het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .29 Dit telefoonnummer kan vervolgens gekoppeld worden aan het [accountnaam 1] account dat een deel van de Paysafecard-codes heeft gebruikt die door de politie bij de tweede pseudokoop zijn gebruikt om leads te kopen van [accountnaam 2] .30
Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat alle gedachtestreepjes wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. In alle gevallen is er een koppeling te maken met [accountnaam 2] en/of zijn er gegevens en voorwerpen aangetroffen bij de verdachten, fysiek tijdens de doorzoeking en/of digitaal op gegevensdragers die aan hen toebehoren.
Zoals hiervoor reeds is overwogen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dit feit tezamen en in vereniging hebben gepleegd.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 8 mei 2024 om 20:00 uur via een groepschat op Telegram in contact is gekomen met een persoon. Deze persoon heeft hem gebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Zij hebben afgesproken dat deze persoon bij aangever langs zou komen. Om 21:30 uur kwam er vervolgens een man bij de woning van aangever aan [adres] . Deze man had een Marokkaans uiterlijk, was tussen de 22 en 28 jaar oud en had donkere krulletjes. De man vertelde aangever dat hij een flink bedrag terug kon krijgen van de Belastingdienst. Hiervoor had de man de
telefoon, bankpas en creditcard van aangever nodig. Deze heeft aangever vervolgens aan de man meegegeven. Nadat aangever argwaan kreeg, heeft hij de bank gebeld en bleek dat er
950,00 van zijn bankrekening was gepind. Op 27 mei 2024 zag aangever via Find My iPhone dat deze aanstraalde op [adres] . Op het bankafschrift dat bij de aangifte is gevoegd, blijkt dat er op 24 mei 2024 om 17:44 uur
950,00 van de rekening van aangever is gepind bij een pinautomaat van Geldmaat aan [adres] in Almere.31
Op 19 juni 2024 heeft Geldmaat camerabeelden verstrekt van de persoon die het geld van de rekening van aangever heeft gepind. De persoon op de beelden vertoont veel gelijkenissen met medeverdachte [medeverdachte] . Daarnaast heeft hij een telefoon in zijn hand die qua model overeenkomt met de telefoon van medeverdachte, namelijk een iPhone 13 Pro. De pinautomaat bevindt zich bovendien op slechts 2,4 kilometer afstand van de woning van medeverdachte.32 Verder vond de politie tijdens de doorzoeking van [adres] een jasje van het merk Moncler in de hal. Dit jasje komt overeen met het jasje dat door de pinner op de camerabeelden wordt gedragen.33
Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van verdachte blijkt dat zijn telefoonnummer op 8 mei 2024 om 23:51 uur gebruik maakte van een mast in Harskamp, de woonplaats van aangever. De telefoon van verdachte had op dat moment een gesprek van 99 seconden met het telefoonnummer van aangever. Een uur eerder werd aangever gebeld door het telefoonnummer van verdachte. Volgens de historische verkeersgegevens maakte de telefoon van verdachte op dat moment nog gebruik van een mast in Almere-Buiten. Volgens de routeplanner is het 45 tot 55 minuten rijden van Almere-Buiten naar Harskamp.34
Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van aangever blijkt dat de telefoon op 8 mei 2024 om 21:02 uur gebruik maakte van een mast in Kootwijkerbroek en Harskamp. Rond middernacht verplaatste de telefoon zich naar een mast bij het station
Almere-Oostvaarders, in de wijk Almere-Buiten. Na 8 mei 2024 straalde de telefoon uitsluitend locaties aan in de omgeving Almere-Buiten.35
In de iPhone 13 Pro van medeverdachte [medeverdachte] blijken 23 WhatsApp gesprekken te staan waarbij er berichten zijn verstuurd vanuit een WhatsApp account met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . In deze gesprekken wordt door het telefoonnummer [telefoonnummer 2] op meerdere momenten aangegeven dat zijn e-mailadres [mailadres 2] is. Daarnaast blijkt het telefoonnummer van aangever in het toestel opgeslagen te zijn als contact met de naam “ [contactnaam] ”.36
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de oplichting van aangever. Medeverdachte heeft initieel contact gehad met aangever via Telegram. Verdachte is vervolgens naar het huis van aangever gegaan om zijn telefoon, bankpas en creditcard op te halen. Blijkens de aangifte, die de rechtbank betrouwbaar acht, is aangever tot afgifte bewogen door hem een verhaal voor te spiegelen dat er voor hem kon worden geregeld dat hij een flink bedrag van de belastingdienst terug zou kunnen krijgen. Niet valt in te zien dat daarvoor afgifte van telefoon, bankpas en creditcard nodig is. Aangever heeft die spullen bovendien ook niet van verdachten teruggekregen.
De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het ten laste gelegde geldbedrag van
950,00. Uit het bankafschrift is gebleken dat dit geld op 24 mei 2024 van de rekening van aangever is gepind. De ten laste gelegde periode beperkt zich echter tot 8 mei 2024.
Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde
Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 23 februari 2024 om 14:00 uur werd gebeld door een man van de fraudehelpdesk van Bunq. De man vertelde dat er een verdachte overschrijving had plaatsgevonden van ruim 1.000,00 vanaf de rekening van aangever naar een rekening in Frankrijk. Om het probleem op te lossen moest aangever inloggen op de app en een beveiligingscode invoeren.
Vervolgens moest hij via Onfido een filmpje met gezichtsherkenning maken. Tijdens het oplossen van het probleem zou de app van Bunq volgens de man een half uur niet werken. Op een gegeven moment heeft aangever de app geopend en zag hij dat deze het gewoon deed. Daarnaast zag hij dat het bedrag op zijn spaarrekening erg laag was. Hij heeft zijn inlogcodes veranderd en contact opgenomen met Bunq.
Uiteindelijk blijkt dat er in minder dan een uur tijd 23 transacties hebben plaatsgevonden en dat er ongeveer 140.000,00 vanaf de bankrekening van aangever is overgemaakt naar negen verschillende rekeningen.37 Uiteindelijk heeft Bunq een aantal overschrijvingen weten terug te halen en 85,55% van de resterende schade vergoed.38
Vanaf de rekening van aangever zijn er vier overschrijvingen geweest van in totaal
19.575,34 naar rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 5] , die zoals hiervoor reed is overwogen als geldezel in verband kan worden gebracht met verdachte en zijn broer. Van dit bedrag is 13.800,00 overgeschreven naar Phoenix Payments.39 Phoenix Payments handelt onder de naam Anycoin Direct. Dit is een platform voor cryptohandel. Op Anycoin is vervolgens op 23 februari 2024 tussen 13:59 uur en 14:14 uur voor 13.800,00 aan de crypto Ethereum (ETH) gekocht. Bij deze transactie is gebruik gemaakt van het
IP-adres [IP-adres 2] . Dit blijkt te gaan om een dynamische IP-adres van Odido. Uit de gegevens die verstrekt zijn door de ING is gebleken dat er tussen 22 februari 2024 om 19:07 uur en 23 februari 2024 om 22:44 uur door ditzelfde dynamische IP-adres zeven keer is ingelogd op de ING rekening op naam van verdachte.40
[naam 5] heeft verklaard dat hij op verzoek van [accountnaam 2] het rekeningnummer [rekeningnummer] heeft geopend41 en een account heeft aangemaakt op Anycoin. Hij heeft de inloggegevens aan [accountnaam 2] afgestaan. [naam 5] heeft nadat hij bericht kreeg dat zijn rekening was geblokkeerd gezien dat er geld van aangever op zijn bankrekening is gestort en dat dit vervolgens is overgemaakt naar zijn Anycoin account, maar dit is allemaal buiten hem omgegaan.42
Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het plegen van diefstal met een valse sleutel. [naam 5] heeft de Bunq rekening en het Anycoin account aangemaakt op verzoek van [accountnaam 2] , waarvan de rechtbank reeds heeft vastgesteld dat dit medeverdachte betreft. [naam 5] heeft daarbij ook zijn inloggegevens afgestaan. [medeverdachte] had dus beschikking over deze rekening en het account. Hoewel niet duidelijk is wie precies het geld vanaf de Bunq rekening heeft overgemaakt naar het Anycoin account, is wel gebleken dat er vervolgens op 23 februari 2024 tussen 13:59 uur en 14:14 uur crypto is aangekocht met een dynamisch IP-adres wat in gebruik was bij verdachte. Uit de verstrekte gegevens van de ING volgt dat het betreffende IP-adres in de periode vanaf 22 februari 2024 om 19:07 uur tot en met 23 februari 2024 om 22:44 uur was toegewezen aan verdachte. Hoewel er sprake is van een dynamisch IP-adres, is het erg onaannemelijk dat dit IP-adres gedurende deze aaneengesloten periode tussentijds aan een andere gebruiker ter beschikking heeft gestaan en vervolgens exact hetzelfde
IP-adres wederom aan verdachte is toegewezen. Een dynamisch IP-adres wordt immers toegewezen vanuit een pool van beschikbare adressen, waarbij na beëindiging van een sessie het IP-adres terugkeert
in die pool en vervolgens opnieuw wordt verdeeld. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte gedurende de gehele periode onafgebroken de beschikking heeft gehad over dit specifieke IP-adres.
Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat diefstal van het gehele ten laste gelegde geldbedrag wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ook al zijn er meer mensen betrokken geweest dan verdachte en zijn medeverdachte, wat de rechtbank niet kan uitsluiten, acht de rechtbank de bijdrage van verdachte dusdanig wezenlijk dat hij als medepleger voor het totale geldbedrag dat is weggenomen, verantwoordelijk is.
Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte een dergelijke verklaring geeft en hiermee tegenwicht heeft gegeven aan het vermoeden van een criminele herkomst, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
De rechtbank leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden af.
Tijdens de doorzoeking van de woning aan [adres] werd een vuurwapen aangetroffen op de slaapkamer die door verdachte werd gebruikt. Verdachte is daarop aangehouden. Omdat verdachte een broek droeg met een vetersluiting, moest hij van broek wisselen. Verdachte pakte een broek en vroeg vervolgens om privacy tijdens het omkleden. Dit werd niet toegestaan. De politie heeft vervolgens de broek doorzocht en vond in de broekzakken een plastic zak met daarin bankbiljetten. Het bleek te gaan om in totaal 880,00 in coupures van 5,00, 10,00 en 20,00.43
Verdachte heeft verklaard dat hij dit geld heeft gepind. Hij gebruikte dit als leefgeld.44 Hij zou dit geld gepind hebben op 7 februari, 3 juni en 2 december 2023. Deze pintransacties komen in totaal uit op
850,00.45
Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de feiten en omstandigheden waaronder het geldbedrag is aangetroffen binnen de context van de overige door verdachte gepleegde strafbare feiten een vermoeden van witwassen.
Gezien het voorgaande mag van de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring worden verwacht dat het geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is. Naar het oordeel van de rechtbank is een dergelijke verklaring uitgebleven. Uit de pintransacties is gebleken dat deze geruime tijd voor het aantreffen van het geldbedrag hebben plaatsgevonden. Het is niet aannemelijk dat verdachte het volledige bedrag onaangeroerd zou hebben gelaten en niet heeft uitgegeven aan dagelijkse uitgaven, waar het geld volgens verdachte wel voor zou zijn bedoeld.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. ​
hij op 23 september 2024 te Almere gegevens, te weten
  • leadslijsten (bevattende de persoonsgegevens van 110.047 personen), aangetroffen op de MacBook van [verdachte] ;
  • het programma Anydesk, aangetroffen op de MacBook van [verdachte] ,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
hij in de periode van 16 juni 2022 tot en met 24 september 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, voorwerpen en gegevens, te weten
  • de inloggegevens van het crypto-account van [naam 1] ;
  • de inloggegevens van het crypto-account van [naam 2] ;
  • de inloggegevens van het crypto-account en de bankpas van [naam 3] ;
  • de inloggegevens van het Bunq- en Anycoin-account, drie bankpassen en een simkaart van [naam 4] ;
  • de inloggegevens van het Bunq- en Anycoin-account van [naam 5] ;
  • de inloggegevens van de bankrekening, de bankpas en de iPhone 8 van [naam 6] ,
heeft ontvangen, verworven en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht,
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
hij op 8 mei 2024, te Harskamp en Almere, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, een persoon heeft bewogen tot het afgeven van bankpassen en een telefoon, door opzettelijk listiglijk en in strijd met de waarheid
  • contact op te nemen met [slachtoffer 1] , daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van fiscaal adviseur en in deze gesprekken voor te houden dat geld kon worden teruggekregen van Belastingdienst; en
  • vervolgens [slachtoffer 1] te instrueren zijn bankpas, telefoon en creditcard af te geven aan de zogenaamde fiscaal adviseur;
4. primair
hij in de periode 22 februari 2024 tot en met 23 februari 2024, te Haarlem en Almere, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een geldbedrag van 139.580,55 euro, dat aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten:
  • de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de Bunq bank en/of
  • door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een Bunq-klant;
hij op 23 september 2024, te Almere, een contant geldbedrag van 880 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
gegevens voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf als omschreven in artikel 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, meermalen gepleegd;
medeplegen van het ontvangen, verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen en gegevens waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een misdrijf als omschreven in artikel 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, meermalen gepleegd;
medeplegen van oplichting;
primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
witwassen.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de raadsvrouw gepleit voor een grotendeels voorwaardelijke straf. De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om in strafmatigende zin rekening te houden met een aantal omstandigheden. Verdachte is als gevolg van deze zaak uit zijn woning gezet.
Inmiddels heeft hij een nieuwe woning en werk. Een langdurige gevangenisstraf zou dit allemaal teniet kunnen doen. Daarnaast is er sprake van aanzienlijk tijdsverloop. Verdachte is sindsdien niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie en is ook voorafgaand aan onderhavige verdenking niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Tot slot dient rekening gehouden te worden met artikel 63 Sr Pro.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakt rapportage, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van leads. Leads worden gekocht door (cyber)criminelen die deze vervolgens kunnen gebruiken voor verschillende vormen van fraude, zoals phishing en bankhelpdeskfraude. Hiervan worden vaak ouderen en andere kwetsbare mensen slachtoffer. Daarnaast hebben dit soort fraudepraktijken niet alleen negatieve gevolgen voor de directe slachtoffers, maar ook in het algemeen voor het maatschappelijke en economische verkeer.
Verder heeft verdachte zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan het ronselen van onder andere inloggegevens en bankpassen van geldezels, waaronder ook kwetsbare jongeren. Deze gegevens en voorwerpen kunnen vervolgens gebruikt worden door (cyber)criminelen om zo zelf buiten het zicht van politie en justitie te blijven. Bovendien kunnen de geldezels nog lange tijd nadeel ondervinden omdat zij geen bankrekening meer kunnen openen.
Verdachte heeft niet alleen misdrijven gepleegd die (cyber)criminelen kunnen faciliteren, maar hij heeft zich ook, samen met een ander, schuldig gemaakt aan oplichting en bankhelpdeskfraude in de vorm van diefstal met valse sleutel. Met zijn handelen heeft hij misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen bij slachtoffers. Verdachte heeft enkel uit financieel gewin gehandeld. Dat dergelijke feiten zeer lucratief kunnen zijn, blijkt ook uit het feit dat er bij de diefstal met valse sleutels een groot bedrag van 139.580,55 is buitgemaakt van de bankrekening van aangever [slachtoffer 2] .
Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Door het witwassen van criminele inkomsten wordt de integriteit van het financieel en economische verkeer aangetast. Bovendien bevordert witwassen het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.
Bij de politie heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting heeft verdachte alles ontkend. Hoewel hij toegeeft dat er leads op zijn MacBook stonden, geeft hij aan dat hij deze voor legale doeleinden in bezit had en weigert hij desgevraagd te verklaren hoe hij daaraan kwam. Verdachte heeft daarmee geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden.
Gezien de ernst van de feiten en opgelegde straffen in soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is.
Documentatie en de persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 maart 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Uit de rapportage van de Reclassering Nederland d.d. 10 april 2026 blijkt dat het de reclassering niet duidelijk is geworden welke factoren ten grondslag hebben gelegen aan de strafbare feiten. Verdachte heeft huisvesting, werkt in het restaurant van zijn broer en is bezig met het opstarten van een e-commerce. Verdachte lijkt geen onoverkomelijke schulden te hebben er zou geen sprake zijn van middelengebruik. Gelet op de proceshouding van verdachte kan de reclassering geen inschatting maken van het recidiverisico. Daarnaast ziet de reclassering onvoldoende aanknopingspunten om een reclasseringstoezicht te adviseren.
Straf
Alles afwegend acht de rechtbank de straf, zoals door de officier van justitie is geëist, passend. Dat betekent dat de rechtbank aan verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Benadeelde partij

Ten aanzien van feit 4 primair
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 13.200,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Hoewel benadeelde aanvankelijk 1.000,00 aan immateriële schade had gevorderd, heeft hij ter terechtzitting nadrukkelijk aangegeven de vordering te beperken tot het materiële deel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering hoofdelijk kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu zij voor dit feit vrijspraak heeft bepleit.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door of namens verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 februari 2024.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
In beslag genomen goederen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen Samsung, bankpas op naam van [naam 7] , iPhone SE, Samsung, MacBook, Acer Aspire 3 met oplader, bankpas op naam van [naam 3] , iPhone SE inclusief Lebara simkaart en 880,00 verbeurd worden verklaard.
Met betrekking tot de twee in beslag genomen blanco bankpassen heeft de officier van justitie gevorderd dat deze worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat de MacBook en het contante geldbedrag van 880,00 teruggegeven moeten worden aan verdachte. Deze goederen zijn niet afkomstig van enig misdrijf en ook niet gebruikt voor het plegen van een misdrijf. Ze komen daarom niet voor verbeurdverklaring in aanmerking. De overige goederen op de beslaglijst zijn niet van verdachte. Hij doet daar afstand van.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de in beslag genomen MacBook verbeurd verklaren nu de strafbare feiten hiermee zijn begaan en deze laptop toebehoort aan verdachte. De rechtbank zal het in beslag genomen geldbedrag van 880,00 eveneens verbeurd verklaren aangezien dit geldbedrag afkomstig is van enig misdrijf.
Aangezien ter terechtzitting is aangegeven dat verdachte afstand doet van de overige in beslag genomen goederen behoeft de rechtbank daarover geen beslissing meer te nemen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 63, 234, 311, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Ten aanzien van feit 4 primair
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan
[slachtoffer 2]te betalen:
  • het bedrag van
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 februari 2024 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 13.200,00 (zegge: dertienduizend tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 91 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen:
  • Apple MacBook;
  • het geldbedrag van 880,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. T.M.L. Wolters en
mr. H.H. Kielman, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een
ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023305338 d.d. 12 februari 2025 (01WILG / NNRBE23008).
2 proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2023, opgenomen op pagina 14 e.v. van het algemeen
dossier
3 proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 december 2023, opgenomen op pagina 37 e.v. van ZD01
4 proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 december 2023, opgenomen op pagina 60 e.v. van ZD01, proces-
verbaal van bevindingen d.d. 22 december 2023, opgenomen op pagina 66 e.v. van ZD01 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 december 2023, opgenomen op pagina 68 e.v. van ZD01
5 proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2024, opgenomen op pagina 76 e.v. van ZD01
6 proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2024, opgenomen op pagina 92 e.v. van ZD01, en proces-
verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2024, opgenomen op pagina 94 e.v. van ZD01
7 proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2024, opgenomen op pagina 72 e.v. van ZD01
8 proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2024, opgenomen op pagina 96 van ZD01
9 proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 23 september 2024, opgenomen op pagina 16
e.v. van het beslagdossier, en de bijlage inbeslaggenomen goederen, opgenomen op pagina 22 e.v. van het beslagdossier
10 de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 april 2026
11 proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2024, opgenomen op pagina 174 e.v.
12 proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, opgenomen op pagina 156 e.v. van ZD01
13 proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2024, opgenomen op pagina 140 e.v. van ZD01
14 proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 november 2023, opgenomen op pagina 36 e.v. van het algemeen
dossier
15 verhoor van verdachte [naam 5] d.d. 29 augustus 2024, opgenomen op pagina 245 e.v. van ZD01, en
verhoor van verdachte [naam 4] d.d. 12 december 2024, opgenomen op pagina 220 e.v. van ZD01
16 verhoor van verdachte d.d. 14 januari 2025, opgenomen op pagina 29 e.v. van PD02
17 proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 23 september 2024, opgenomen op pagina 16
e.v. van het beslagdossier, en de bijlage inbeslaggenomen goederen, opgenomen op pagina 22 e.v. van het beslagdossier, proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2024, opgenomen op pagina 199 e.v. van ZD01, en proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2025, opgenomen op pagina 262 e.v. van ZD01
18 proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2024, opgenomen op pagina 213 e.v. van ZD01
19 proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2024, opgenomen op pagina 199 e.v. van ZD01
20 proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 september 2024, opgenomen op pagina 132 e.v. van ZD01
21 proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, opgenomen op pagina 156 e.v. van ZD01
22 verhoor van verdachte [naam 4] d.d. 12 december 2024, opgenomen op pagina 220 e.v. van ZD01
23 proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2024, opgenomen op pagina 98 e.v. van ZD01, en proces-
verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2024, opgenomen op pagina 117 e.v. van ZD01
24 proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, opgenomen op pagina 156 e.v.
25 verhoor van verdachte [naam 5] d.d. 29 augustus 2024, opgenomen op pagina 245 e.v. van ZD01
26 verhoor van verdachte [naam 5] d.d. 23 december 2024, opgenomen op pagina 256 e.v. van ZD01
27 aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 26 februari 2024, opgenomen op pagina 1 e.v. van het aanvullend
proces-verbaal, en proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juli 2024, opgenomen op pagina 23 e.v. van het aanvullend proces-verbaal
28 proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2025, opgenomen op pagina 262 e.v. van ZD01
29 proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 september 2024, opgenomen op pagina 154 e.v. van ZD01
30 proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2024, opgenomen op pagina 117 e.v. van ZD01
31 aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 10 juni 2024, opgenomen op pagina 12 e.v. van ZD02, met als bijlage
een bankafschrift
32 proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2024, opgenomen op pagina 26 e.v. van ZD02
33 proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 september 2024, opgenomen op pagina 56 e.v. van ZD02
34 proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2024, opgenomen op pagina 37 e.v. van ZD02
35 proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2024, opgenomen op pagina 39 e.v. van ZD02
36 proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2024, opgenomen op pagina 73 e.v. van ZD02
37 proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 februari 2024, opgenomen op pagina 1 e.v. van het aanvullend
proces-verbaal
38 proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juli 2024, opgenomen op pagina 20 van het aanvullend proces-
verbaal
39 proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juli 2024, opgenomen op pagina 23 e.v. van het aanvullend
proces-verbaal
40 proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 januari 2025, opgenomen op pagina 266 e.v. van ZD01
41 verhoor van verdachte [naam 5] d.d. 29 augustus 2024, opgenomen op pagina 245 e.v. van ZD01
42 verhoor van verdachte [naam 5] d.d. 29 augustus 2024, opgenomen op pagina 256 e.v. van ZD01
43 proces-verbaal deelonderzoek witwassen d.d. 10 februari 2025, opgenomen op pagina 7 e.v. van ZD03,
en proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 september 2024, opgenomen op pagina 40 e.v. van ZD03
44 verhoor van verdachte d.d. 14 januari 2025, opgenomen op pagina 29 e.v. van PD02
45 proces-verbaal deelonderzoek witwassen d.d. 10 februari 2025, opgenomen op pagina 7 e.v. van ZD03