ECLI:NL:RBNNE:2026:2405
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning na ambtshalve verlaging gegrond verklaard
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die aanvankelijk op €916.000 was vastgesteld en ambtshalve werd verlaagd naar €740.000. De heffingsambtenaar handhaafde deze verlaging bij bezwaar, maar eiser stelde beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure vond een hoorzitting plaats en werd de waarde verder ambtshalve verlaagd naar €720.000.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met stank-, afval- en geluidsoverlast veroorzaakt door een horecagelegenheid nabij de woning, en vorderde een extra waardevermindering van 25%. De heffingsambtenaar onderbouwde zijn standpunt met waardematrices en vergelijkbare referentieobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de ambtshalve verlaging niet afhankelijk was van intrekking van het beroep en dat de heffingsambtenaar had voldaan aan zijn bewijslast dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De stellingen van eiser over extra overlast werden niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de WOZ-waarde vast op €720.000.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €800, aangezien eiser beroep had ingesteld en rechtsbijstand had ontvangen. De uitspraak bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verlaagt de WOZ-waarde van de woning naar €720.000 met toekenning van proceskostenvergoeding.