Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- het wrijven en/of rijden tegen het lichaam van [slachtoffer] met een stijf geslachtsdeel, en/of
- het zoenen van [slachtoffer]
- [slachtoffer] vast te pakken, en/of
- aan de haren van [slachtoffer] te trekken, en/of
- het slaan van [slachtoffer] met de vlakke hand, en/of
- [slachtoffer] op de grond te duwen en/of daarbij zijn arm om de nek van [slachtoffer] te klemmen;
- [slachtoffer] vast te pakken, en/of
- aan de haren van [slachtoffer] te trekken, en/of
- het slaan van [slachtoffer] met de vlakke hand, en/of
- [slachtoffer] op de grond te duwen en/of daarbij zijn arm om de nek van [slachtoffer] te klemmen.
Beoordeling van het bewijs
Bewijsoverwegingen
Laat me los,
Ik moet gaan, ik moet weggezegd. Verder probeerde [slachtoffer] zich te ontworstelen aan verdachte en hem weg te duwen. [slachtoffer] gilde en schreeuwde om hulp en belde uiteindelijk de politie. Door aldus te handelen liet [slachtoffer] zowel verbaal als non-verbaal weten de seksuele handelingen niet op prijs te stellen. Verdachte erkende ook dat [slachtoffer] hem verzocht weg te gaan. Desondanks bleef verdachte [slachtoffer] op seksuele wijze aanraken, door [slachtoffer] te zoenen en door tegen het lichaam van [slachtoffer] aan te wrijven en aan te rijden met zijn stijve geslachtsdeel. Uiteindelijk lag verdachte zelfs bovenop [slachtoffer] en bleef hij proberen [slachtoffer] te zoenen.
Bewezenverklaring
- het wrijven en rijden tegen het lichaam van [slachtoffer] met een stijf geslachtsdeel, en
- het zoenen van [slachtoffer]
- [slachtoffer] vast te pakken,
- aan de haren van [slachtoffer] te trekken,
- het slaan van [slachtoffer] met de vlakke hand, en
- [slachtoffer] op de grond te duwen en daarbij zijn arm om de nek van [slachtoffer] te klemmen
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gedeelte, groot twee maanden), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.