Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[naam ouder 2],
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 juni 2026 een beschikking gegeven in een zaak over het gezag, de ondertoezichtstelling, machtiging tot uithuisplaatsing en wijziging van verblijfplaats van een vierjarig kind met FASD. Het kind verblijft sinds zijn twaalf weken oude leeftijd bij zijn oma vanwege de beperkte opvoedcapaciteiten van de ouders, die kampen met middelengebruik, huiselijk geweld en psychische problemen. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen beantwoord over de rechtsbescherming van het kind en de ouders in dergelijke situaties.
De kinderrechter heeft op basis van een deskundigenrapport en de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad geconcludeerd dat het kind een blijvende intensieve zorg- en begeleidingsbehoefte heeft die niet adequaat kan worden vervuld door de ouders of de huidige pleegzorgsituatie bij de oma. De draagkracht van de oma is beperkt en de pleegzorgaanbieder heeft de plaatsing beëindigd. Er is geen reëel alternatief voor een plaatsing in een gespecialiseerde pleegzorgvoorziening die 24-uurs toezicht en deskundige begeleiding kan bieden.
De rechtbank heeft daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 25 mei 2027 en het verzoek tot gezagsbeëindiging afgewezen. De GI wordt gemachtigd om het kind in een passende pleegzorgvoorziening te plaatsen en de contactrelaties met ouders en oma te faciliteren, met inachtneming van artikel 8 EVRM Pro. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en biedt een juridisch kader voor de verdere zorg en begeleiding van het kind.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot gezagsbeëindiging af.