Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2462

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
18/187328-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 63 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor beroving, lokaalvredebreuk, diefstallen en vernieling met jeugddetentie

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 26 juni 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2008. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van een beroving met geweld, acht keer lokaalvredebreuk, meerdere diefstallen en vernieling. Na onderzoek en zittingen op 8 mei en 12 juni 2026 werd de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 13 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De feiten betreffen onder meer een beroving op 17 juni 2025 in Groningen waarbij het slachtoffer werd bedreigd met een mes, ingesloten en geschopt. Daarnaast drong de verdachte meerdere malen wederrechtelijk binnen in besloten lokalen waar hem de toegang was ontzegd, pleegde hij diefstallen waaronder messen en yoghurtdrank, en vernielde hij een garagedeur en achterdeur van een woning. De verdachte had een leidinggevende rol in de beroving en handelde samen met anderen.

De rechtbank achtte de tenlasteleggingen, behalve één overtreding die onder de kantonrechter valt, wettig en overtuigend bewezen. De verdachte bekende de feiten duidelijk. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een deels voorwaardelijke jeugddetentie met intensieve begeleiding en toezicht, gezien de hoge kans op recidive en de problematiek van de verdachte zoals ADHD en autisme.

De rechtbank legde de straf op rekening houdend met de ernst van de feiten, het belast verleden, de persoonlijke omstandigheden en de adviezen. Tevens werd een schadevergoeding van €3.484,22 aan het slachtoffer toegewezen, inclusief materiële en immateriële schade, met wettelijke rente vanaf 17 juni 2025. De bijzondere voorwaarden en het toezicht worden dadelijk uitvoerbaar verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 13 maanden jeugddetentie, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden en schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/187328-25
ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/148611-25, 18/151930-25, 18/155785-25, 18/160177-25, 18/165531-25, 18/174403-25, 18/176331-25, 18/176410-25, 18/179334-25 en 18/181216-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [instelling 1] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 mei 2026 en 12 juni 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Staal-Olislaegers, advocaat te Winschoten.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. van Slooten.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat
onder parketnummer 18/187328-25:
1. primair
hij op of omstreeks 17 juni 2025 in de gemeente Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een zwarte rugzak van het merk The North Face en/of een Galaxy Watch Ultra (Modelnaam SM-L705F. Serienummer [serienummer] ) en/of een Pokemonkaart met daarop een vogel (Lugia PSA10) en/of een zorgpas van Menzis en/of identiteitsbewijs en/of OV-chipkaart met [nummer] en/of een sleutel tag van mijn werk, in elk geval enige goed(eren), toebehorende aan
[slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan door en/of vergezeld van en/of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit dat hij verdachte en/of zijn mededader(s):
  • [slachtoffer 1] één of meerdere keren heeft/hebben bedreigd door een machete (mes), althans een scherp puntig voorwerp te tonen; en/of
  • [slachtoffer 1] ingesloten hadden, door om hem heen te gaan staan (hem omsingeld hadden) en/of (daarbij) tegen [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Stop, drop al je kanker spullen" en/of “schiet op we willen alles, ook je telefoon en portemonnee en horloge en/of code (van de telefoon)”, althans soortgelijke woorden; en/of
  • [slachtoffer 1] heeft/hebben bedreigd door een mes, althans een scherp puntig voorwerp, uit de broeksband te halen en de punt van dit mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te houden en daarbij te zeggen: "Ik kan je gewoon steken", althans soortgelijke (dreigende) woorden; en/of
  • [slachtoffer 1] één of meerdere keren tegen het been, althans lichaam heeft/hebben geschopt;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 17 juni 2025 in de gemeente Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een zwarte rugzak van het merk The North Face en/of een Galaxy Watch Ultra (Modelnaam SM-L705F. Serienummer [serienummer] ) en/of een Pokemonkaart met daarop een vogel (Lugia PSA10) en/of een
zorgpas van Menzis en/of identiteitsbewijs en/of OV-chipkaart met [nummer] en/of een sleutel tag van mijn werk, in elk geval enige goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit dat hij verdachte en/of zijn mededader(s):
  • [slachtoffer 1] één of meerdere keren heeft/hebben bedreigd door een machete (mes), althans een scherp puntig voorwerp te tonen; en/of
  • [slachtoffer 1] heeft/hebben ingesloten, door om hem heen te gaan staan (hem omsingeld hadden) en/of (daarbij) tegen [slachtoffer 1] hebben gezegd: "Stop, drop al je kanker spullen" en/of “schiet op we willen alles, ook je telefoon en portemonnee en horloge en/of code (van de telefoon)”, althans soortgelijke woorden; en/of
  • [slachtoffer 1] heeft/hebben bedreigd door een mes, althans een scherp puntig voorwerp, uit de broeksband te halen en de punt van dit mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te houden en daarbij te zeggen: "Ik kan je gewoon steken", althans soortgelijke (dreigende) woorden; en/of
  • [slachtoffer 1] één of meerdere keren tegen het been, althans lichaam heeft/hebben geschopt;
2
hij op of omstreeks 17 juni 2025 in de gemeente Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere messen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Action Nederland BV, [adres]
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
onder parketnummer 18/148611-25:
hij op of omstreeks 15 mei 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan of bij [adres] , aldaar, bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/151930-25:
hij in of omstreeks 23 oktober 2024 t/m 8 mei 2025 te Groningen en/of te Harkstede, meermalen, althans eenmaal, als jongere, die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling, te weten [school] , stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan zijn verplichting het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken en/of het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid en/of 2.107I, tweede lid en/of 2.100, eerste lid en/of 2.109, derde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door die school of instelling werd aangeboden, te volgen, terwijl ten aanzien van hem de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 was beëindigd en hij de leeftijd van 18 jaar niet had bereikt en hij geen startkwalificatie had behaald;
onder parketnummer 18/155785-25:
hij op of omstreeks 21 mei 2025 te Groningen, in het besloten lokaal aan of bij [adres] , aldaar, bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is
binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/160177-25:
hij op of omstreeks 25 mei 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan of bij [adres] , aldaar, bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/165531-25:
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Groningen, in het besloten lokaal aan of bij [adres] , aldaar, bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/174403-25:
hij op of omstreeks 6 juni 2025 te Harkstede, gemeente Midden-Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een garagedeur en/of een achterdeur van een woning gelegen aan/nabij [adres]
, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
onder parketnummer 18/176331-25:
hij op of omstreeks 10 juni 2025 te Groningen, in het besloten lokaal gevestigd aan [adres] in gebruik bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dit besloten lokaal ontzegd voor de duur van 6 maanden (eindigend op 10 oktober 2025);
onder parketnummer 18/176410-25:
1
hij op of omstreeks 9 juni 2025 te Groningen, uit een supermarkt gevestigd aan [adres] alhier, twee Breakers (yoghurtdrank), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Jumbo Supermarkten, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 9 juni 2025 te Groningen, in het besloten lokaal gevestigd aan [adres] , in gebruik bij Jumbo Supermarkten, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 27 februari 2025 schriftelijk de toegang tot die winkel (en/of andere winkels van de Jumbo Supermarkten) ontzegd voor de duur van één jaar (eindigend op 27 februari 2026);
onder parketnummer 18/179334-25:
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan of bij [adres] , aldaar, bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/181216-25:
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan of bij [adres] , aldaar, bij [instelling 3], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025.

Bevoegdheid van de rechtbank

De meervoudige strafkamer van deze rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het feit onder parketnummer 18/151930-25. Nu dit een overtreding betreft, had dit feit bij de kantonrechter moeten worden aangebracht.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling voor de overige ten laste gelegde feiten gevorderd. Ten aanzien van het onder parketnummer 18/187328-25 feit 1 ten laste gelegde, heeft de officier van justitie veroordeling gevorderd voor het subsidiaire feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van parketnummer 18/187328-25
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 18/187328-25 feit 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/187328-25 feit 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 juni 2025, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NN2R025109 (onderzoek Pitrus)
d.d. 9 december 2025, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 juli 2025, opgenomen op pagina 32 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 1] namens Action Nederland BV.
Ten aanzien van parketnummer 18/148611-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/148611-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 mei 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025126755 d.d. 15 mei 2025, inhoudende de verklaring van [naam 2] namens [instelling 3].
Ten aanzien van parketnummer 18/155785-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/155785-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 mei 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025132456 d.d. 21 mei 2025, inhoudende de verklaring van [naam 3] namens [instelling 3].
Ten aanzien van parketnummer 18/160177-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/160177-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 juni 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025136327 d.d. 25 juni 2025, inhoudende de verklaring van [naam 4] namens [instelling 3].
Ten aanzien van parketnummer 18/165531-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/165531-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 mei 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025140875 d.d. 30 mei 2025, inhoudende de verklaring van [naam 4] namens [instelling 3].
Ten aanzien van parketnummer 18/174403-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/174403-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 juni 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025148461 d.d. 7 juni 2025, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] .
Ten aanzien van parketnummer 18/176331-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/176331-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede
volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juni 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025151281 d.d. 10 juni 2025, inhoudende de verklaring van [naam 5] namens [instelling 3].
Ten aanzien van parketnummer 18/176410-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/176410-25 feit 1 en 2 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 9 juni 2025, opgenomen op pagina 2 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer
NN 2025150845 d.d. 9 juni 2025, inhoudende de verklaring van [naam 6] namens Jumbo.
Ten aanzien van parketnummer 18/179334-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/179334-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 juni 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025153399 d.d. 14 juni 2025, inhoudende de verklaring van [naam 7] namens [instelling 3].
Ten aanzien van parketnummer 18/181216-25
De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder parketnummer 18/181216-25 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
Deze opgave luidt als volgt:
1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2026;
2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 mei 2025, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025139200 d.d. 11 juni 2025, inhoudende de verklaring van [naam 3] namens [instelling 3].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/187328-25 feiten 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/148611-25 ten laste gelegde feit, het onder parketnummer 18/155785-25 ten laste gelegde feit, het onder parketnummer 18/160177-25 ten laste gelegde feit, het onder parketnummer 18/165531-25 ten laste gelegde feit, het onder parketnummer 18/174403-25 ten laste gelegde feit, het onder parketnummer 18/176331-25 ten laste gelegde feit, het onder parketnummer 18/176410-25 feiten 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/179334-25 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 18/181216-25 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat
onder parketnummer 18/187328-25:
1
hij op 17 juni 2025 in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een zwarte rugzak van het merk The North Face en een Galaxy Watch Ultra en een Pokémonkaart met daarop een vogel en een zorgpas van Menzis en een identiteitsbewijs en een OV-chipkaart en een sleuteltag, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit dat hij verdachte en zijn mededaders:
  • [slachtoffer 1] meerdere keren hebben bedreigd door een mes te tonen en
  • [slachtoffer 1] hebben ingesloten, door om hem heen te gaan staan en daarbij tegen [slachtoffer 1] hebben gezegd: “Stop, drop al je kanker spullen” en “schiet op we willen alles, ook je telefoon en portemonnee en horloge en code van de telefoon” en
  • [slachtoffer 1] hebben bedreigd door een mes uit de broeksband te halen en de punt van dit mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] te houden en daarbij te zeggen: “Ik kan je gewoon steken” en
  • [slachtoffer 1] meerdere keren tegen het been hebben geschopt;
2
hij op 17 juni 2025 in de gemeente Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, meerdere messen, toebehorende aan Action Nederland BV, [adres] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
onder parketnummer 18/148611-25:
hij op 15 mei 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan [adres] , aldaar, bij [instelling 3], in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/155785-25:
hij op 21 mei 2025 te Groningen, in het besloten lokaal aan [adres] , aldaar, bij [instelling 3], in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/160177-25:
hij op 25 mei 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan [adres] , aldaar, bij [instelling 3], in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/165531-25:
hij op 30 mei 2025 te Groningen, in het besloten lokaal aan [adres] , aldaar, bij [instelling 3], in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/174403-25:
hij op 6 juni 2025 te Harkstede, opzettelijk en wederrechtelijk een garagedeur en een achterdeur van een woning gelegen aan [adres] , die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft beschadigd;
onder parketnummer 18/176331-25:
hij op 10 juni 2025 te Groningen, in het besloten lokaal gevestigd aan [adres] in gebruik bij [instelling 3], wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dit besloten lokaal ontzegd voor de duur van 6 maanden (eindigend op 10 oktober 2025);
onder parketnummer 18/176410-25:
1
hij op 9 juni 2025 te Groningen, uit een supermarkt gevestigd aan [adres] alhier, Breakers (yoghurtdrank), die aan de Jumbo Supermarkten toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op 9 juni 2025 te Groningen, in het besloten lokaal gevestigd aan [adres] , in gebruik bij Jumbo Supermarkten, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 27
februari 2025 schriftelijk de toegang tot die winkel en andere winkels van de Jumbo Supermarkten ontzegd voor de duur van één jaar (eindigend op 27 februari 2026);
onder parketnummer 18/179334-25:
hij op 12 juni 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan [adres] , aldaar, bij [instelling 3], in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025;
onder parketnummer 18/181216-25:
hij op 28 mei 2025 te Groningen in het besloten lokaal aan [adres] , aldaar, bij [instelling 3], in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 11 april 2025 schriftelijk de toegang tot dat pand ontzegd tot 11 oktober 2025.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op
ten aanzien van parketnummer 18/187328-25:
subsidiairafpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen
diefstal door twee of meer verenigde personen
ten aanzien van parketnummer 18/148611-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/155785-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/160177-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/165531-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/174403-25:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
ten aanzien van parketnummer 18/176331-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/176410-25:
diefstal
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/179334-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
ten aanzien van parketnummer 18/181216-25:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 13 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en met daaraan verbonden de voorwaarden zoals geformuleerd in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ter zitting aangegeven dat zij de strafeis van de officier van justitie passend vindt.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft samen met anderen een willekeurig slachtoffer beroofd op de openbare weg. De groep van in totaal vijf jongens had in elk geval drie messen mee om die avond een beroving te plegen.
Verdachte was één van deze jongens. Na eerdere mislukte pogingen die dag om mensen te beroven, is het uiteindelijk wel gelukt en hebben zij het fietsende slachtoffer ingesloten en hem gedwongen allerlei spullen af te geven, door het slachtoffer te bedreigen en door geweld te gebruiken. Zo hebben zij hem woordelijk bedreigd, gedreigd met een mes en is het slachtoffer tegen zijn benen geschopt. Dit is een zeer ernstig feit, wat voor veel angst heeft gezorgd bij het slachtoffer. Uit de toelichting bij de vordering van de benadeelde partij en uit de slachtofferverklaring volgt dat het slachtoffer bang was dat hij daadwerkelijk gestoken zou worden, dat hij door het hele voorval een posttraumatische stressstoornis heeft opgelopen en dat hij, bijna een jaar later, nog elke dag de gevolgen hiervan ondervindt. Zo is hij bijvoorbeeld nog steeds niet aan het werk. Daarnaast zorgen dit soort feiten voor gevoelens van onveiligheid bij mensen die hiervan op de hoogte raken. Hoewel het de rechtbank niet helemaal duidelijk is geworden waarom verdachte en zijn medeverdachten het slachtoffer hebben beroofd (verveling of zichzelf verrijken), heeft verdachte niet stilgestaan bij wat de beroving voor gevolgen kan hebben voor anderen en heeft hij kennelijk gedacht dat er iets voor hem te halen viel. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij (ook volgens eigen zeggen) een leidinggevende rol had in de beroving; hij was ook ouder dan zijn medeverdachten.
Daarnaast heeft verdachte zich acht keer schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk. Verdachte wist telkens dat hij niet op de betreffende locatie mocht komen, maar trok zich hier niets van aan. Tot slot heeft verdachte meerdere diefstallen gepleegd en heeft hij de garage- en achterdeur van zijn moeder beschadigd. Verdachte heeft weinig respect getoond voor de eigendommen van anderen. Hij heeft met zijn handelen schade, overlast en ergernis bij de aangevers veroorzaakt. In totaal heeft verdachte zich in ongeveer één maand tijd schuldig gemaakt aan twaalf strafbare feiten.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf tevens gelet op de rapporten en adviezen van de deskundigen.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft in het rapport van 30 april 2026 geconcludeerd dat de kans op herhaling van delictgedrag hoog is. Verdachte kent een belast verleden en er zijn verschillende hulpverleningsinstanties betrokken geweest. Het lukt verdachte om kort aan de slag te gaan met de behandeling, maar hij valt snel terug in delictgedrag en het leven op straat. Het lukt verdachte niet om een duurzame gedragsverandering vast te houden. Bij verdachte is sprake van ADHD, autisme, beïnvloedbaarheid door leeftijdsgenoten met soortgelijk probleemgedrag en een beperkte intrinsieke motivatie om te veranderen. Verdachte is gebaat bij duidelijke structuur, toezicht en begrenzing die continue aanwezig moet zijn. Hij heeft intensieve, langdurige en gestructureerde behandeling nodig binnen een stevig juridisch en/of gesloten kader om veiligheid te borgen en daadwerkelijk aan gedragsverandering te werken. De Raad is van mening dat een klinische behandelsetting binnen een FPA of FPK de meest passende setting is, waar verdachte dient te gaan verblijven en de noodzakelijke behandeling geboden krijgt. Er is echter nog geen passende plek voor verdachte gevonden. Daarom dient er volgende de Raad (tijdelijk) te worden toegewerkt naar een begeleid woonplek met 24-uurs toezicht.
Naast het verblijf in een 24-uurs begeleid wonen vorm, dient er ITB [instelling 2] ingezet te worden. Daarnaast is het van belang dat elektronische monitoring ingezet gaat worden om op verdachte veel toezicht te kunnen houden en zijn vrijheden gefaseerd uit te kunnen bouwen. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk staat aan het voorarrest tot het moment van plaatsing. De Raad sluit in het rapport van 11 juni 2026 aan bij voormeld advies. De Raad benoemt dat, hoewel er geen concreet zicht is op een woonplek voor verdachte, de geformuleerde voorwaarden voldoende houvast bieden om een plan op te stellen. Ter zitting heeft de Raad geadviseerd om het toezicht bij een andere Gecertificeerde Instelling neer te leggen, te weten Leger des Heils Jeugdbescherming en reclassering.
Jeugdbescherming Noord heeft in de rapporten van 7 mei 2026 en 9 juni 2026 deels andere aanbevelingen gedaan dan de Raad. Zo is de jeugdreclassering van mening dat begeleiding en toezicht vanuit de volwassenreclassering meer passend wordt geacht dan uitvoering binnen de jeugdreclassering. Daarnaast verschillen de geadviseerde bijzondere voorwaarden van de door de Raad geformuleerde voorwaarden. Ter zitting heeft de jeugdreclassering echter alsnog aangegeven zich te kunnen vinden in het voorstel van de Raad. De rechtbank zal het advies van de Raad dan ook als uitgangspunt nemen.
De rechtbank heeft bij de strafbepaling tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor lokaalvredebreuk en winkeldiefstal. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat verdachte open is over zijn daden en hier verantwoordelijkheid voor is gaan nemen, ter zitting heeft aangegeven gebaat te zijn bij hulpverlening en gemotiveerd te zijn om hieraan mee te werken en zich te kunnen vinden in het plan van de Raad.
Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 13 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan verbonden de door de Raad geadviseerde voorwaarden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
De rechtbank zal bepalen dat de voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, nu uit het Raadsrapport volgt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Benadeelde partij

Ten aanzien van parketnummer 18/187328-25 feit 1 subsidiair
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 355,28 (waarvan 124,95 voor de North Face rugzak en 230,33 voor de Pokémonkaart) ter vergoeding van materiële schade en 4.000,-- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] hoofdelijk kan worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd en het aantal dagen gijzeling dient op 0 te worden bepaald.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht geen hoofdelijkheid op te leggen en heeft voor het overige geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het subsidiair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen tot het hierna te noemen bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juni 2025.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, waarvan vergoeding wordt gevorderd. Bij de veroordeling tot betaling van de schadevergoeding zal ook worden bepaald dat wanneer de schadevergoeding door zijn medeverdachte(n) is betaald, verdachte dit bedrag niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, en andersom.
Ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte] geldt dat gelet op de jonge leeftijd de vordering aan de ouders van deze medeverdachte is gericht. De rechtbank zal daarom de vordering berekenen op 4/5e van het totaalbedrag, zodat de hoofdelijkheid alleen betrekking heeft op verdachte en de drie andere
medeverdachten.
Dat brengt met zich mee dat het volgende bedrag wordt toegewezen:
- Materiële schade: ( 355,28 / 5) x 4 = 284,22
- Immateriële schade: ( 4.000,-- / 5) x 4 = 3.200,--
Totaal: 3.484,22.
Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 138, 310, 311, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het ten laste gelegde feit onder parketnummer 18/151930-25.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/187328-25 feit 1 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder parketnummer 18/187328-25 feit 1 subsidiair en 2, het onder parketnummer 18/148611-25, het onder parketnummer 18/155785-25, het onder parketnummer 18/160177-25, het onder parketnummer 18/165531-25, het onder parketnummer 18/174403-25, het onder parketnummer 18/176331-25, het onder parketnummer 18/176410-25 feit 1 en 2, het onder parketnummer 18/179334-25 en het onder parketnummer 18/181216-25 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 13 maanden.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot
2 maandenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
dat de veroordeelde zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Leger des Heils Jeugdbescherming en reclassering ( [adres] ), en aan de afspraken die door of namens voorgenoemde instelling met hem worden gemaakt;
dat de veroordeelde inzicht geeft in zijn middelengebruik en meewerkt aan controles hierop;
dat de veroordeelde meewerkt aan behandeling bij Accare FJP of soortgelijke instelling;
dat de veroordeelde inzicht geeft in zijn (online) sociale contacten;
dat de veroordeelde volgens lesrooster onderwijs of dagbesteding volgt;
dat de veroordeelde gedurende zes maanden intensieve begeleiding aanvaardt in het kader van ITB [instelling 2] ;
dat de veroordeelde gedurende de periode van het toezicht zich bevindt op het adres van de 24-uurs voorziening dan wel een ander door de reclassering goedgekeurd adres. Daarbij heeft hij een aaneengesloten blok van 12 respectievelijk 15 uur ter invulling van zijn activiteiten (sport, hobbys, school, werk, behandeling), zoals met de Gecertificeerde Instelling wordt afgesproken. Als de Gecertificeerde Instelling het noodzakelijk acht om voor een doelmatige uitvoering van het toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden de periode, tijd of locatie aan te passen dan zal zij hierover overleggen met de opdrachtgever. Het locatiegebod zal worden gecontroleerd door middel van een elektronisch monitoringmiddel, indien en voor zover dit wordt geadviseerd in het deeladvies van Reclassering Nederland en voor zolang de Gecertificeerde Instelling dit nodig acht met een maximum duur van 6 maanden;
dat de veroordeelde meewerkt aan een plaatsing binnen een 24-uurs voorziening en zich houdt aan de huisregels aldaar.
Draagt voornoemde instelling op toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Beveelt dat de op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Ten aanzien van parketnummer 18/187328-25 feit 1:
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:
  • het bedrag van 3.484,22 (zegge: drieduizend vierhonderdvierentachtig euro en tweeëntwintig eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor het overige af.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 3.484,22 (zegge: drieduizend vierhonderdvierentachtig euro en tweeëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 284,22 aan materiële schade en 3.200,-- aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat geen gijzeling kan worden toegepast.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. H. van der Werff en mr. M.M. Spooren, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2026.
Mr. M.A.M. Wolters en mr. M.M. Spooren zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.