ECLI:NL:RBNNE:2026:2469
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op dwangsommen bij tijdige beslissing op verzoek ambtshalve vermindering belastingaanslagen
De erven van een overleden belastingplichtige hebben bezwaar gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2021 en 2022. Zij stelden de inspecteur in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op hun verzoeken om ambtshalve vermindering van deze aanslagen. De inspecteur besloot binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling en wees de verzoeken af, waarbij hij tevens geen dwangsommen toekende.
De erven gingen in beroep tegen het niet toekennen van dwangsommen. De rechtbank beoordeelde of de inspecteur terecht geen dwangsommen had toegekend. De rechtbank stelde vast dat de inspecteur tijdig had beslist binnen de wettelijke termijn zoals bepaald in artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor was de inspecteur niet in gebreke en had hij geen dwangsommen verbeurd.
De rechtbank verwierp de argumenten van de erven dat de bezwaarprocedure niet correct was verlopen en dat meer zorgvuldigheid van de overheid verwacht mocht worden. Ook eventuele tekortkomingen in de bezwaarprocedure of de aanslagfase hadden geen invloed op het recht op dwangsommen, omdat de ingebrekestelling alleen betrekking had op de verzoekprocedure.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde dat de inspecteur terecht geen dwangsommen toekende. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Sanna op 23 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de inspecteur terecht geen dwangsommen toekende omdat tijdig was beslist.