Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2507

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2603405:R-RK
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord ondanks verzet schuldeisers

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 april 2026 het verzoek van een alleenstaande moeder met een schuldenlast van €183.673,29 om een dwangakkoord op te leggen aan weigerachtige schuldeisers. De schulden zijn ontstaan door het staken van haar horecaonderneming tijdens de coronacrisis. Met behulp van een schuldhulpverlener werd een voorstel gedaan waarbij gewone schuldeisers 1,75% en preferente schuldeisers 3,5% van hun vordering ontvangen, gefinancierd door een saneringskrediet van €5000 van familie.

Ondanks instemming van schuldeisers die 92,3% van de schuld vertegenwoordigen, weigerden enkele schuldeisers, waaronder Coolblue, akkoord te gaan. De rechtbank oordeelde dat het voorstel goed onderbouwd en maximaal haalbaar is, en dat de belangen van de meerderheid zwaarder wegen. De schuldregeling biedt een beter vooruitzicht dan toelating tot de Wsnp, die hogere kosten met zich meebrengt.

De rechtbank concludeerde dat de weigering van de schuldeisers onredelijk is en wees het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toe. Het verzoek tot toelating tot de Wsnp werd als ingetrokken beschouwd. De schuldeisers worden verplicht mee te werken aan de schuldregeling.

Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en beveelt schuldeisers mee te werken aan de schuldregeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Leeuwarden
Rekestnummer: NL:TZ:2603405:R-RK
Vonnis van 16 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tegen
Stichting Accolade,gevestigd te Heerenveen,
gemachtigde: GGN Master Credit,
postbus 19212, 3001 BE te Rotterdam,
Ares Traning Centre,gevestigd te Wageningen,
gemachtigde: Creman,
Mussenstraat 9, 1223 RB te Hilversum,
Coolblue,gevestigd te Rotterdam,
gemachtigde: Coeo Incasso,
Wilhelminakade 153, 3072 AP te Rotterdam,
Dierenartsenpraktijk Dokkum e.o.,gevestigd te Dokkum,
gemachtigde: Marloes Levelink gerechtsdeurwaarder en incasso,
Westerbracht 14, 7821 CH te Emmen,
Hello Fresh,gevestigd te Amsterdam,
gemachtigde: Pair Finance,
Keizersgracht 482, 1017 EG te Amsterdam,
My Health Club,gevestigd te Dordrecht,
gemachtigde: Broeder c.s. Gerechtsdeurwaarders,
postbus 5035, 2000 CA te Haarlem,
Riverty Back in Flow,gevestigd te Heerenveen,
Postbus 3, 8440 AA te Heerenveen,
hierna te noemen de weigerachtige schuldeisers,
tot het bevelen van voornoemde schuldeisers in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft op 11 februari 2026 twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank de weigerachtige schuldeisers een dwangakkoord oplegt. Zij moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker]. Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
1.2.
Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van
1 april 2026. Hierbij is [verzoeker] verschenen samen met de heer [medewerker van schuldhulpverlener 1] en mevrouw [medewerker van schuldhulpverlener 2].
1.4.
De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is € 183.673,29. [verzoeker] heeft 69 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van [schuldhulpverlener] een voorstel gedaan aan haar schuldeisers waarbij een deel van de schulden wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. De gewone schuldeisers krijgen een uitkering van 1,75 % en de schuldeisers met voorrang krijgen een uitkering van 3,50 %. Het voorstel is gebaseerd op een saneringskrediet op basis van een geldbedrag van €5000 ineens beschikbaar gesteld door familie van [verzoeker].
2.2.
De weigerachtige schuldeisers zijn niet met dit voorstel akkoord gegaan. In totaal vorderen de weigerachtige schuldeisers € 14.107,63 van [verzoeker]. Dat is 7,7 % van de totale schuldenlast.
2.3.
[verzoeker] is 27 jaar en een alleenstaande moeder van 2 jonge kinderen. Ze ontvangt op dit moment een participatiewet-uitkering en volgt een opleiding tot rij instructrice. Naar alle waarschijnlijkheid zal zij deze opleiding in juli van dit jaar afronden. Vanwege haar jonge kinderen is zij ontheven van de arbeids- en sollicitatieplicht. De schulden zijn ontstaan uit de onderneming. [verzoeker] exploiteerde een horecaonderneming. Als gevolg van de coronacrisis moest [verzoeker] noodgedwongen haar bedrijfsactiviteiten staken en liep de schuldenlast op.

3.Het verweer

3.1.
Coolblue stemt niet in met het voorstel en is alleen bereid om akkoord te gaan als [verzoeker] overgaat tot afgifte van de apparaten.
De andere schuldeisers hebben geen (inhoudelijke) reactie gegeven.

4.De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord.

4.1.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen.
De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen.
Voor zover het verweer van Coolblue moet worden opgevat als een beroep op het ontbreken, wijst de rechtbank op het uitgangspunt dat aan het aspect van de goede trouw pas wordt toegekomen, indien het dwangakkoord zou worden afgewezen. Uit HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0966, volgt immers dat toewijsbaarheid van het WSNP-verzoek geen vereiste is voor toewijsbaarheid van een dwangakkoord. Dat betekent overigens niet dat de goede trouw geen enkele rol kan spelen in deze procedure, maar de rechtbank zal dit aspect slechts marginaal in haar oordeel betrekken. Dit staat een vergelijking van het akkoord met de opbrengsten van een WSNP traject naar het oordeel in ieder geval niet in de weg. Nu de andere weigerachtige schuldeisers geen inhoudelijk reactie hebben gegeven is er naar oordeel van de rechtbank ook geen belang gebleken waar rekening mee zou moeten gehouden in de beoordeling.
Het moet duidelijk zijn dat de weigering van de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord niet redelijk is.
Bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door [schuldhulpverlener]. [schuldhulpverlener] heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen maar een schuldsaneringsregeling zou worden uitgesproken. [schuldhulpverlener] is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Maximaal haalbare?
4.4.
Het voorstel van [verzoeker] is wel het maximaal haalbare. Het aangeboden saneringskrediet is beschikbaar gesteld voor familie van [verzoeker] en hoger dan de totale spaarcapaciteit in de wsnp.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.5.
De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen ruim 92,3 % van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van verweerders omdat zij een groter percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
4.6.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De bemiddelingskosten die [schuldhulpverlener] in rekening brengt zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp.
4.7.
Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, de Wsnp de weigerachtige schuldeisers geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat het weigeren om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal toewijzen.
4.8.
Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken.

5.De beslissing

- beveelt
Stichting Accolade,
Ares Traning Centre,
Coolblue,
Dierenartsenpraktijk Dokkum e.o.,
Hello Fresh,
Riverty Back in Flow,
in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling;
Dit is een beslissing van mr. H.J. Idzenga, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.