ECLI:NL:RBNNE:2026:262

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
18/304609-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 184a SrArt. 285 SrArt. 285b SrArt. 38v SrArt. 38z Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belaging, bedreiging en overtreding gedragsaanwijzing met tbs-maatregel

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 3 februari 2026 verdachte veroordeeld voor het stelselmatig belagen van zijn ex-partner, het bedreigen van haar met de dood en het overtreden van een gedragsaanwijzing. Gedurende bijna drie jaar heeft verdachte aangeefster herhaaldelijk benaderd, bedreigd en gevolgd, onder meer door het plaatsen van gps-trackers onder haar auto en het sturen van bedreigende berichten.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de gedragingen met opzet en wederrechtelijk heeft gepleegd, waarbij sprake was van eendaadse samenloop van belaging, bedreiging en overtreding van de gedragsaanwijzing. De psychologische rapportages wezen op meerdere stoornissen bij verdachte, waaronder een impulsbeheersingsstoornis en cluster-B persoonlijkheidstrekken, met een gemiddeld tot hoog recidiverisico.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, met aftrek van voorarrest, en de maatregel van tbs met voorwaarden, die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Daarnaast werd een contactverbod van vijf jaar opgelegd met vervangende hechtenis bij overtreding, en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. De rechtbank kende aan de benadeelde partij een immateriële schadevergoeding toe van €10.000, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, tbs met voorwaarden, een contactverbod van vijf jaar en een gedragsbeïnvloedende maatregel wegens belaging, bedreiging en overtreding van een gedragsaanwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/304609-24
Verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 3 februari 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te [instelling] .
Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 januari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N.I. Dolinski, advocaat te Assen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.H.P. Polstra.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 december 2021 tot en met 29 oktober 2024 te Assen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] door
  • die [slachtoffer] meerdere berichten te sturen met bedreigende en/of intimiderende en/of beledigende en/of dwingende teksten, en/of
  • langs de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) te gaan en/of te rijden en/of zich nabij de woning van die [slachtoffer] te begeven, en/of
  • [slachtoffer] en/of de woning van die [slachtoffer] te observeren, en/of
  • (ongewenst) de auto van die [slachtoffer] (te weten een Suzuki Splash met kenteken [kenteken] ) te versieren met slingers en/of een taart bij de auto van die [slachtoffer] achter te laten, en/of
  • meerdere malen langs te gaan bij het werk van die [slachtoffer] (te weten de [bedrijfsnaam] gelegen aan de [adres] te Assen ) en/of zich op te houden nabij het werk van die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] op te wachten en/of te benaderen bij haar werk, en/of
  • die [slachtoffer] bij de sportschool en/of supermarkt op te wachten en/of te benaderen, en/of
  • meerdere malen (een) tracker(s) onder de auto van die [slachtoffer] te plaatsen en/of te laten plaatsen en/of die [slachtoffer] met (een) tracker(s) en/of via een app te volgen, en/of
  • die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken/grijpen en/of tegen het lichaam te duwen en/of in het gezicht te spugen, en/of
  • een briefje op de auto van die [slachtoffer] achter te laten met daarop de tekst: "Los het op nu het nog kan", en/of
  • in het zicht van die [slachtoffer] een schietende beweging te maken met verdachtes hand tegen verdachtes hoofd,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 december 2021 tot en met 23 september 2024 te Assen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] schriftelijk (per email / telefoon / internet) dreigend de woorden toe te voegen
  • "Jij haalt die foto er heel snel af, vanavond nog of ik schiet je vanavond ook nog overhoop" en/of
  • "Bij deze als ik je bij toeval tref in de winkel op straat op jou werk ik trap, steek of schiet je hartstikke dood. Over 7a8 wkn kom ik je waar dan ook opzoeken en maak jou kapot" en/of
  • "Ook geluk dat dat ding dicht is had anders al een granaat naar binnen gegooid maakt niet uit wie er zijn" en/of
  • "Fijne voorjaar de zomer ga je niet meer mee maken #allesaanjezelf te danken" en/of
  • "Je hebt twee dagen de tijd om met mij een afspraak te maken, voor eens en altijd op te lossen, daarna iedereen met rust, zo niet dan gaan we er allebei aan",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 september 2024 tot en met 29 oktober 2024 te Assen, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 30 augustus 2024, gegeven door de officier van justitie te Arrondissementsparket Noord-Nederland, door
- contact te zoeken met [slachtoffer] door een schietende beweging te maken met verdachtes hand tegen verdachtes hoofd en/of
  • zich op te houden op of aan de [adres] , binnen 100 meter van de [adres] en/of
  • langs de [adres] en/of binnen 100 meter van de [adres] te rijden en/of lopen en/of
  • contact te zoeken met [slachtoffer] en/of contact te zoeken nabij de woning van die [slachtoffer] .

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat weliswaar sprake is van belaging, maar heeft in dat kader betoogd dat verdachte niettemin partieel dient te worden vrijgesproken van het opwachten en/of benaderen van aangeefster bij de sportschool, van het bij de keel grijpen en duwen van aangeefster en van het in het zicht van aangeefster maken van een schietende beweging, nu hiervoor steunbewijs ontbreekt. Verder kan ten aanzien van het spugen niet worden vastgesteld dat dit daadwerkelijk in het gezicht van aangeefster was, aldus de raadsvrouw.
De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde betoogd dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van de mondelinge bedreiging zoals opgenomen onder het laatste gedachtestreepje, nu hiervoor steunbewijs ontbreekt.
De raadsvrouw heeft tot slot betoogd dat verdachte eveneens dient te worden vrijgesproken van het onder 3 opnieuw ten laste gelegde maken van een schietbeweging.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring.
De rechtbank baseert haar beslissing dat verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte vonnis gehecht.
Bewijsoverweging
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. Zij verklaart gedetailleerd, consistent en wekt niet de indruk dat zij haar verklaringen aandikt op punten waar dat zou kunnen. Daarnaast worden aangeefsters verklaringen onder meer ondersteund door de grotendeels bekennende verklaring van verdachte. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de verklaringen van aangeefster en acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en te kwalificeren zoals hierna opgenomen.
De rechtbank zal verdachte van het onder 1 ten laste gelegde benaderen van aangeefster bij de sportschool vrijspreken, nu hiervan uit het dossier niet is gebleken. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte aangeefster bij de sportschool heeft opgewacht.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij in de periode van 7 december 2021 tot en met 29 oktober 2024 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] door
  • die [slachtoffer] meerdere berichten te sturen met bedreigende en/of intimiderende en/of beledigende en/of dwingende teksten, en
  • langs de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) te gaan en te rijden en zich nabij de woning van die [slachtoffer] te begeven, en
  • [slachtoffer] en de woning van die [slachtoffer] te observeren, en
  • ( ongewenst) de auto van die [slachtoffer] (te weten een Suzuki Splash met kenteken [kenteken] ) te versieren met slingers en een taart bij de auto van die [slachtoffer] achter te laten, en
  • meerdere malen langs te gaan bij het werk van die [slachtoffer] (te weten de [bedrijfsnaam] gelegen aan de [adres] te Assen) en zich op te houden nabij het werk van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] op te wachten en te benaderen bij haar werk, en
  • die [slachtoffer] bij de sportschool op te wachten en bij de supermarkt op te wachten en te benaderen, en
  • meerdere malen een tracker onder de auto van die [slachtoffer] te plaatsen en die [slachtoffer] met trackers en via een app te volgen, en
  • die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken en tegen het lichaam te duwen en in het gezicht te spugen, en
  • een briefje op de auto van die [slachtoffer] achter te laten met daarop de tekst: "Los het op nu het nog kan", en
  • in het zicht van die [slachtoffer] een schietende beweging te maken met verdachtes hand tegen verdachtes hoofd,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2
hij in de periode van 7 december 2021 tot en met 23 september 2024 in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen
  • "Jij haalt die foto er heel snel af, vanavond nog of ik schiet je vanavond ook nog overhoop" en
  • "Bij deze als ik je bij toeval tref in de winkel op straat op jou werk ik trap, steek of schiet je hartstikke dood. Over 7a8 wkn kom ik je waar dan ook opzoeken en maak jou kapot" en
  • "Ook geluk dat dat ding dicht is had anders al een granaat naar binnen gegooid maakt niet uit wie er zijn" en
  • "Fijne voorjaar de zomer ga je niet meer mee maken #allesaanjezelf te danken" en
  • "Je hebt twee dagen de tijd om met mij een afspraak te maken, voor eens en altijd op te lossen, daarna iedereen met rust, zo niet dan gaan we er allebei aan";
3
hij in de periode van 16 september 2024 tot en met 29 oktober 2024 te Assen opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 30 augustus 2024, gegeven door de officier van justitie te Arrondissementsparket Noord-Nederland, door
- contact te zoeken met [slachtoffer] door een schietende beweging te maken met verdachtes hand tegen verdachtes hoofd en
  • zich op te houden op of aan de [adres] , binnen 100 meter van de [adres] en
  • langs de [adres] en binnen 100 meter van de [adres] te rijden en lopen en
  • contact te zoeken met [slachtoffer] en contact te zoeken nabij de woning van die [slachtoffer] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
belaging
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd
Er is sprake van eendaadse samenloop ten aanzien van feiten 1, 2 en 3.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Motivering straf en maatregelen

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast dient aan verdachte, conform de adviezen van de deskundigen, de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden te worden opgelegd en dient aan verdachte op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) een contactverbod met aangeefster voor de duur van vijf jaren te worden opgelegd. Bij overtreding van het contactverbod dient de eerste keer vervangende hechtenis van één week en daarna telkens van twee weken te worden toegepast, met een maximum van zes maanden. Zodra verdachte de gevangenisstraf heeft ondergaan dient de voorlopige hechtenis geschorst te worden onder dezelfde voorwaarden als die van de tbs-maatregel. De tbs-maatregel en de maatregel van artikel 38v Sr dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. De officier van justitie heeft tot slot gevorderd dat aan verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) als bedoeld in artikel 38z Sr wordt opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit het ten laste gelegde conform de adviezen van de gedragsdeskundigen verminderd aan verdachte toe te rekenen en verdachte niet een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De raadsvrouw heeft daarnaast bepleit niet de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen, maar aan een voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden. Een tbs-maatregel is te ingrijpend gelet op de relatieve ernst van de feiten, verdachtes beperkte justitiële documentatie en omdat verdachte openstaat voor hulpverlening. Indien de maatregel van tbs met voorwaarden wordt opgelegd zijn er geen redenen deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Tot slot heeft de raadsvrouw bepleit dat oplegging van een GVM disproportioneel is.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, uit de pro Justitia-rapportages, te weten de rapporten van psycholoog drs. N.A. Schoenmaker van 5 maart 2025 en 25 november 2025 en het rapport van psychiater drs. R.A. Graaff van 22 november 2025 en uit het advies van Reclassering Nederland van 15 januari 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar schuldig gemaakt aan belaging van aangeefster, zijn ex-partner. In deze periode heeft verdachte aangeefster veelvuldig berichten gestuurd en zich onder meer opgehouden bij haar woning en haar werk, waar verdachte haar ook meermaals heeft aangesproken. Ook heeft verdachte tot twee keer toe een gps-tracker onder de auto van aangeefster geplaatst, zodat hij via zijn telefoon kon zien waar zij naartoe ging. In sommige van zijn uitlatingen heeft verdachte aangeefster met de dood bedreigd. Na verdachtes (eerste) aanhouding is hem, voordat hij werd heengezonden, door de officier van justitie een gedragsaanwijzing opgelegd, inhoudende
-kort gezegd- een contact- en locatieverbod. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw contact te zoeken met aangeefster. Ook nadat verdachte opnieuw is aangehouden en zijn voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris onder voorwaarden was geschorst, heeft hij aangeefster opnieuw belaagd en de gedragsaanwijzing overtreden. Ook heeft verdachte in de periode tussen de eerste en laatste aanhouding de tweede gps-tracker onder de auto van aangeefster geplaatst. Door aangeefster over een lange periode hardnekkig en indringend te belagen heeft verdachte ervan blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van aangeefster.
Persoon van verdachte
Uit de door de psycholoog en psychiater over verdachte opgestelde rapportages blijkt dat verdachte aan verschillende stoornissen lijdt. De psycholoog beschrijft dat sprake is van een impulsbeheersingsstoornis bij een man met een narcistische, een borderline- en antisociale dynamiek. De psychiater beschrijft dat sprake is van een aanpassingsstoornis, persisterend, met een gemengde stoornis van emoties en gedrag. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor cluster-B persoonlijkheidstrekken. De psycholoog beschrijft dat haar onderzoek enige beperkingen kent omdat verdachte zich erg op de vlakte houdt, zich defensief toont, afhoudend is en zich sociaal wenselijk opstelt. Beide rapporteurs stellen vast dat de stoornissen bij verdachte ook bestonden ten tijde van het ten laste gelegde en de psychiater beschrijft dat verdachte door
zijn stoornissen beperkt in staat is om met gevoelens van afwijzing en verlating om te gaan en daardoor tot impulsief en bedreigend gedrag kan komen. Waar de psycholoog adviseert het ten laste gelegde niet volledig aan verdachte toe te rekenen, adviseert de psychiater specifiek het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank kan zich met dit advies verenigen en zal het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toerekenen.
De psycholoog schat het risico op terugval in belaging in als gemiddeld tot hoog. Zij beschrijft in dit verband dat sprake is van een jarenlang patroon van het sturen van berichten aan aangeefster en dat - ondanks het voeren van een stopgesprek en de oplegging van een contact- en locatieverbod - dit gedrag door verdachte werd voortgezet. De psycholoog beschrijft dat verdachte met zichzelf is ingenomen en dat hij wantrouwend en verwijtend is naar aangeefster. Hij voelt zich tekortgedaan, onrechtvaardig behandeld en heeft onvoldoende inzicht in de impact die zijn gedrag op aangeefster heeft en weinig begrip voor de angst die het belagen bij haar oproept. De psychiater schat het risico op volharding in belaging en op fysiek geweld in als gemiddeld tot hoog. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog indien verdachte zonder behandeling en begeleiding in zijn woon- en leefsituatie zou terugkeren. De psychiater beschrijft ten aanzien van het risico op fysiek geweld dat sprake is van dreigementen, het overtreden van een contact- en locatieverbod en een verhoogd niveau van boosheid en wraakgedachten. Ten aanzien van het gemiddeld tot hoge risico op terugval en volharding in belaging benoemt de psychiater onder meer dat hierbij de emotie- en impulsregulatieproblematiek een rol speelt, dat er aanwijzingen zijn voor overmatige jaloezie en cognitieve vervormingen, dat verdachte zichzelf als slachtoffer beschouwt, een beperkt zicht heeft op de eigen rol en beschikt over een gering inlevingsvermogen.
Hoewel de psycholoog aanvankelijk adviseerde om onder meer een klinische behandeling te laten plaatsvinden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden, geeft zij in haar advies van 25 november 2025 in overweging aan verdachte de maategel van tbs met voorwaarden op te leggen. Zij benoemt in dit verband dat verdachte zich in de periode na haar aanvankelijke advies opportunistisch en wisselend heeft getoond in zijn motivatie omtrent een klinische opname en dat, om er zeker van te zijn dat verdachte de klinische behandeling niet vervangt door het uitzitten van een voorwaardelijk opgelegde straf, gedacht kan worden aan oplegging van de maatregel van tbs met voorwaarden. De psychiater is stellig in zijn advies om aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen. Hij benoemt dat er onvoldoende zekerheid is dat verdachte in staat zal zijn, binnen het kader van bijzondere voorwaarden, aan behandeling en toezicht te blijven meewerken, zeker wanneer sprake zou zijn van meer confrontatie en correctie. De problematiek van verdachte kan bovendien aanleiding geven tot samenwerkingsproblemen, waarbij het bieden van een zeer duidelijke structuur en zicht houden op een eventueel recidiverisico benodigd is. Binnen het kader van een tbs-maatregel wordt dit als voldoende haalbaar en uitvoerbaar gezien. De inschatting is dat verdachte voldoende gemotiveerd is om aan een behandeltraject in het kader van de maatregel tbs met voorwaarden mee te werken. Gelet op de motivatie die verdachte toont ziet de psychiater geen meerwaarde in het opleggen van een GVM.
Ook de reclassering adviseert aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen met als voorwaarden: geen nieuw strafbaar feit plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht; meewerken aan een time-out; niet zonder toestemming naar het buitenland gaan, opname in een zorginstelling, meewerken aan ambulante behandeling, meewerken aan begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod met aangeefster, meewerken aan het vinden en behouden van een dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening. De reclassering adviseert de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren en adviseert daarnaast de oplegging van een GVM.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte zich over een lange periode op indringende en hardnekkige wijze schuldig heeft gemaakt aan belaging en bedreiging van aangeefster. Een stopgesprek en een contact- en locatieverbod hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden op verschillende manieren door te blijven gaan met het benaderen en volgen van aangeefster.
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank allereerst de oplegging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank acht, alles afwegende, de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank zal aan verdachte daarnaast de maatregel van tbs met voorwaarden, een contactverbod op grond van artikel 38v Sr en een GVM opleggen. Daarvoor is het volgende van belang.
Tbs met voorwaarden
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de tbs-maatregel. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven rapporten van deskundigen voorts vast dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens die bestond ten tijde van de strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de stoornissen van verdachte zodanig zijn dat het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is om verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet ook op de adviezen, sprake van een gemiddeld tot hoog recidivegevaar. De rechtbank vertrouwt niet op de motivatie van verdachte omtrent klinische opname in het kader van bijzondere voorwaarden bij een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, nu hij zich daar gedurende het onderzoek wisselend en opportunistisch toe heeft verhouden. De rechtbank zal daarom, in lijn met de adviezen van de pro Justitia-rapporteurs en de reclassering, de tbs-maatregel met voorwaarden gelasten, nu de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dit vereist.
Zoals hiervoor in het kader van de op te leggen straf reeds heeft overwogen heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte zich over een lange periode op indringende en hardnekkige wijze schuldig heeft gemaakt aan belaging en bedreiging van aangeefster. Een stopgesprek en een contact- en locatieverbod hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden op verschillende manieren door te blijven gaan met het benaderen en volgen van aangeefster. Gelet op de duur, de ernst van de gedragingen en hetgeen de rapporteurs uiteen hebben gezet ten aanzien van het recidiverisico en aanbevolen interventies acht de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, de maatregel van tbs met voorwaarden het enige passende behandelingskader. De rechtbank zal aan de tbs-maatregel de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden. Verdachte heeft zich bereid verklaard de voorwaarden na te leven.
Gelet op het vastgestelde recidiverisico zal de rechtbank bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
De rechtbank stelt op basis van het geheel van gedragingen vast dat daarin onvoldoende verankerd ligt dat sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de maatregel, ingeval van omzetting in dwangverpleging, beperkt zal zijn tot een totale duur van vier jaren.
Contactverbod op grond van artikel 38v Sr
Om nieuwe strafbare feiten te voorkomen, zal de rechtbank aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1981.
Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast op basis van de volgende staffel: bij de eerste overtreding één week en bij volgende overtredingen twee weken per overtreding. De totale duur van de vervangende hechtenis bedraagt bij elkaar maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt en zich belastend zal gedragen tegenover aangeefster.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM)
De rechtbank acht het van belang dat na beëindiging van de tbs-maatregel langdurig toezicht mogelijk blijft wanneer nog ernstige zorgen bestaan over de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. Het aanvullende kader van de GVM biedt samen met de maatregel van tbs met voorwaarden een ruimer forensisch vangnet richting resocialisatie.
De rechtbank merkt hierbij op dat de GVM pas ten uitvoer kan worden gelegd na een daartoe strekkende vordering van het Openbaar Ministerie bij beëindiging van de tbs-maatregel en een daaropvolgende beslissing van de rechtbank.
Voorlopige hechtenis
Voor de situatie dat dit vonnis nog niet onherroepelijk is geworden, zal de rechtbank bevelendat het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst met ingang van het
tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf. Deze schorsing van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank nodig, omdat omzetting van
de dadelijk uitvoerbare tbs met voorwaarden in een tbs met dwangverpleging (bij overtredingvan de voorwaarden van de tbs) niet mogelijk is zolang dit vonnis niet onherroepelijk is.
De rechtbank zal aan de schorsing van de voorlopige hechtenis dezelfde voorwaarden verbinden als aan de tbs met voorwaarden. Als verdachte de - in het kader van de tbs te stellen - voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kan ook in die situatie de veiligheid van anderen en de
algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. De rechtbank verwijst in verband met het voorgaande naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729 (ro. 6.4.2-6.5).

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 15.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de toe te wijzen vergoeding ten opzichte van het gevorderde dient te worden gematigd tot het bedrag van 5.000,00 onder verwijzing naar de Letsellijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, de Rotterdamse schaal en onder verwijzing naar schadevergoedingen die in vergelijkbare zaken worden toegewezen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde. De rechtbank heeft oog gehad voor de bandbreedtes, die in de Rotterdamse Schaal worden vermeld voor de “meest ernstige” vorm van belaging. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade in het onderhavige geval op 10.000,00. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, vermeerderd met wettelijke rente, en voor het overige deel afwijzen.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 38v, 38w, 38z, 55, 184a, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Ten aanzien van feiten 1 en 2
Gelast dat veroordeelde ter beschikking zal worden gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
veroordeelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
veroordeelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. De medewerking houdt onder andere in:
veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van veroordeelde vast te stellen;
veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken;
veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht;
3. als de reclassering dat nodig vindt en veroordeelde daarmee instemt, kan veroordeelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
4. veroordeelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
5. veroordeelde laat zich opnemen in De Woenselse Poort of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt maximaal twee jaren. Indien nodig werkt veroordeelde mee aan overbruggingszorg. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
6. veroordeelde laat zich na afronding van de klinische behandeling ambulant behandelen door een door de reclassering te bepalen zorginstelling. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Als er een partnerrelatie ontstaat kan systeemtherapie onderdeel uitmaken van de behandeling;
7. veroordeelde verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
8. veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1981, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
9. veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
10. veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Geeft aan Reclassering Nederland opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Beveelt dat de op grond van artikel 38, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3
Legt voorts op de maatregel, als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, dat veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1981.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor de eerste keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan en bedraagt 2 weken voor iedere keer dat naderhand niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] , beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Legt op de maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht, strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Schorst de voorlopige hechtenismet ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan veroordeelde onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, onder dezelfde voorwaarden als die zijn verbonden aan de tbs-maatregel (zoals hiervoor weergegeven) en voorts onder de voorwaarden:
- dat veroordeelde, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich aan de
tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;
- dat veroordeelde, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere
dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken.
Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt veroordeelde om aan [slachtoffer] te betalen:
  • het bedrag van 10.000,00 (zegge: tienduizend euro). Dit bedrag bestaat uit immateriële schade;
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2024 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Wijst de vordering van [slachtoffer] voor het overige af.
Legt aan veroordeelde de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 10.000,00 (zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 75 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als veroordeelde voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. R. Depping en mr. M. Jannink, rechters, bijgestaan door mr. R. de Boer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 februari 2026.