Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling
- Er lijkt sprake te zijn van wat wel een onbeheerde boedel wordt genoemd;
- Het laat zich aanzien er niet bij testament een executeur of afwikkelingsbewindvoerder is benoemd;
- De nalatenschap door of namens de minderjarige kan slechts beneficiair worden aanvaard, hetgeen meebrengt dat de nalatenschap overeenkomstig de wettelijke regels moet worden vereffend;
- In beginsel rust de taak tot vereffening op de erfgenamen en, voor zover het de minderjarige betreft, op diens wettelijk vertegenwoordiger, thans de voorlopige voogd;
- De voorlopige voogdij geldt in beginsel voor een duur van maximaal drie maanden; binnen die periode moet door de Raad voor de Kinderbescherming worden verzocht een definitieve gezagsvoorziening, anders vervalt de maatregel;
- Gezien de complexiteit en ontwrichting van de situatie lijkt het niet reëel dat de voorlopige voogd de nalatenschap zelf afwikkelt, noch dat een eventueel later in tijd uit het netwerk van de minderjarige te benoemen voogd met deze taak wordt belast.
- De wet biedt de mogelijkheid om op verzoek van een belanghebbende een professionele vereffenaar te laten benoemen;
- Nu hiervan tot op heden geen gebruik is gemaakt, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat de bijzondere curator de taak heeft te signaleren of benoeming van een vereffenaar geboden is en, indien dat het geval is, een daartoe strekkend verzoek te (doen) initiëren;
- Er zijn contractuele verplichtingen van de boedel die onverwijld moeten worden geadresseerd om financieel nadeel te voorkomen;
- Iemand is in het Nederlandse recht alleen onwaardig is om te erven als hij onder één van de in artikel 4:3 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) limitatief opgesomde gevallen valt. De wet vereist onder meer een onherroepelijke rechterlijke veroordeling voor de in het artikel genoemde misdrijven; zolang hoger beroep of cassatie nog openstaat, is er nog geen wettelijke onwaardigheid. De mogelijke onwaardigheid speelt daarom ten aanzien van de minderjarige vooralsnog geen rol.
inclusief21% BTW voorlopig ten laste van ’s Rijkskas brengen. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator wanneer het voorschot niet toereikend is om zo spoedig mogelijk een begroting te maken van de kosten van haar bijstand.
4.De beslissing
vrijdag 2 oktober 2026, of zoveel eerder als mogelijk, het verslag van bevindingen aan de rechtbank, de voorlopige voogd en (de advocaat van) de minderjarige uit te brengen;
voorlopigten laste komen van 's-Rijks kas.