ECLI:NL:RBNNE:2026:2653

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/18/258592
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 4:3 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator bij parenticide ter bescherming minderjarige en afwikkeling nalatenschap

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 juli 2026 een bijzondere curator benoemd voor een minderjarige die zijn ouders verloor door parenticide, het vermoedelijk opzettelijk doden van de ouders door een eigen kind. De minderjarige staat onder voorlopige voogdij, maar vanwege de complexe en gevoelige situatie is een onafhankelijke belangenbehartiger noodzakelijk.

De rechtbank constateert dat de combinatie van rouw, loyaliteitsconflicten en complexe erfrechtelijke kwesties de positie van de minderjarige ernstig kwetsbaar maakt. De voorlopige voogd kan de vermogensrechtelijke belangen niet volledig en onbevangen behartigen, vooral gezien de urgente contractuele en erfrechtelijke vraagstukken zoals onwaardigheid om te erven en de afwikkeling van de nalatenschap.

Daarom is benoeming van een bijzondere curator met gespecialiseerde kennis in familie- en erfrecht noodzakelijk. Deze curator zal de belangen van de minderjarige in en buiten rechte behartigen, adviseren en rapporteren aan de rechtbank. De kosten worden voorlopig ten laste van ’s Rijkskas gebracht, met een voorschot van €3.690 exclusief BTW. De rechtbank bepaalt dat de kosten uiteindelijk op de boedel kunnen worden verhaald.

De bijzondere curator is benoemd met ingang van 2 juli 2026 en zal uiterlijk op 2 oktober 2026 verslag uitbrengen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en schriftelijk ondertekend op 3 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator met gespecialiseerde erfrechtelijke kennis om de belangen van de minderjarige te beschermen en de nalatenschap af te wikkelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/258592 / FA RK 26-4412
beschikking van 2 juli 2026 naar aanleiding van de informele rechtsingang
in de zaak van
[Naam minderjarige],
die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2011 in [geboorteplaats] ,
en die hierna "de minderjarige" wordt genoemd,
advocaat: mr. [naam advocaat] , die kantoor houdt in [plaats 1] .
De rechter merkt als belanghebbende aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,
die gevestigd is in Groningen,
en die hierna "de voorlopige voogd" wordt genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Deze procedure is ingeleid met schriftelijk verzoek van de (de advocaat van de) minderjarige, dat de rechtbank heeft ontvangen op 2 juli 2026.
1.2.
De rechtbank heeft met uitdrukkelijke instemming van (de advocaat van) de minderjarige telefonisch de voogd gehoord op 2 juli 2026.
1.3.
De rechtbank heeft vervolgens met instemming van de belanghebbenden zonder verdere mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en aangekondigd dat de uitspraak schriftelijk wordt uitgewerkt in deze beschikking.

2.De feiten

2.1.
De rechtbank kan bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.
2.2.
De minderjarige staat onder voorlopige voogdij, nadat de met het gezag belaste ouders zijn overleden en daardoor onverwijld in het gezag over de minderjarige moest worden voorzien.
2.3.
De minderjarige en de voogd hebben schriftelijk en telefonisch feiten en omstandigheden aangevoerd die het noodzakelijk maken dat onverwijld een bijzondere curator wordt benoemd.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek heeft een uitzonderlijke en ingrijpende achtergrond, omdat sprake is van parenticide: het (vermoedelijk) opzettelijk doden van de ouders door een eigen kind. Dit feit heeft niet alleen strafrechtelijke consequenties, maar werkt ook door in de civielrechtelijke verhoudingen, in het bijzonder waar het de positie en belangen van de minderjarige betreft. In een dergelijk krachtenveld van rouw, loyaliteitsconflicten, mogelijke stigmatisering en complexe familierechtelijke en erfrechtelijke kwesties, bestaat een reëel risico dat de belangen van de minderjarige niet, niet voldoende of niet onbevangen tot hun recht komen.
3.2.
Uit de ter onderbouwing van het verzoek gestelde feiten, bezien in samenhang met de achtergrond van parenticide, volgt dat de minderjarige zich in een uitermate kwetsbare positie bevindt. Enerzijds is sprake van het verlies van de ouders door een gewelddadige dood, anderzijds van ingrijpende erfrechtelijke gevolgen die moeten worden geregeld. Deze combinatie maakt dat het voor de minderjarige feitelijk onmogelijk is om eigen belangen kenbaar te maken, laat staan daarover zelfstandig een standpunt in te nemen.
3.3.
De voorlopige voogd heeft toegelicht dat er bovendien bijzondere feiten en omstandigheden zijn die meebrengen dat het noodzakelijk is dat een bijzondere curator wordt benoemd met ter zake dienende kennis van het erfrecht, mede gelet op de rechtsvragen die rijzen over bijvoorbeeld de onwaardigheid om te erven en wat dit betekent voor de wijze van afwikkeling van de nalatenschap. In samenhang hiermee spelen er urgente contractuele kwesties die nu niet of niet voortvarend genoeg kunnen worden geadresseerd. De rechtsvragen overstijgen de mogelijkheden van de voorlopige voogd om zelfstandig te beoordelen wat in het belang van de minderjarige is aangewezen en welke stappen moeten worden gezet.
3.4.
De rechtbank stelt vast dat hiermee sprake is van een vermogensrechtelijk spanningsveld dat de objectieve en onafhankelijke behartiging van de belangen van de minderjarige door de voorlopige voogd onder druk kan zetten. Onder deze omstandigheden is sprake van een zodanig risico dat de belangen van de minderjarige onvoldoende tot hun recht komen, dat benoeming van een bijzondere curator aangewezen is voor zover het de erfrechtelijke positie van de minderjarige betreft. De bijzondere curator zal de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige in en buiten rechte behartigen, de voorlopige voogd daarover adviseren en daarover aan de rechtbank rapporteren.
3.5.
De rechtbank geeft hierbij een aantal gezichtspunten ten aanzien van de taak van de bijzondere curator en daarmee responderend op wat schriftelijk en mondeling is aangevoerd:
  • Er lijkt sprake te zijn van wat wel een onbeheerde boedel wordt genoemd;
  • Het laat zich aanzien er niet bij testament een executeur of afwikkelingsbewindvoerder is benoemd;
  • De nalatenschap door of namens de minderjarige kan slechts beneficiair worden aanvaard, hetgeen meebrengt dat de nalatenschap overeenkomstig de wettelijke regels moet worden vereffend;
  • In beginsel rust de taak tot vereffening op de erfgenamen en, voor zover het de minderjarige betreft, op diens wettelijk vertegenwoordiger, thans de voorlopige voogd;
  • De voorlopige voogdij geldt in beginsel voor een duur van maximaal drie maanden; binnen die periode moet door de Raad voor de Kinderbescherming worden verzocht een definitieve gezagsvoorziening, anders vervalt de maatregel;
  • Gezien de complexiteit en ontwrichting van de situatie lijkt het niet reëel dat de voorlopige voogd de nalatenschap zelf afwikkelt, noch dat een eventueel later in tijd uit het netwerk van de minderjarige te benoemen voogd met deze taak wordt belast.
  • De wet biedt de mogelijkheid om op verzoek van een belanghebbende een professionele vereffenaar te laten benoemen;
  • Nu hiervan tot op heden geen gebruik is gemaakt, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat de bijzondere curator de taak heeft te signaleren of benoeming van een vereffenaar geboden is en, indien dat het geval is, een daartoe strekkend verzoek te (doen) initiëren;
  • Er zijn contractuele verplichtingen van de boedel die onverwijld moeten worden geadresseerd om financieel nadeel te voorkomen;
  • Iemand is in het Nederlandse recht alleen onwaardig is om te erven als hij onder één van de in artikel 4:3 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) limitatief opgesomde gevallen valt. De wet vereist onder meer een onherroepelijke rechterlijke veroordeling voor de in het artikel genoemde misdrijven; zolang hoger beroep of cassatie nog openstaat, is er nog geen wettelijke onwaardigheid. De mogelijke onwaardigheid speelt daarom ten aanzien van de minderjarige vooralsnog geen rol.
3.6.
Mede gelet op de beschermingsgedachte die ten grondslag ligt aan de regeling omtrent minderjarige erfgenamen en beneficiaire aanvaarding, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat de bijzondere curator deze actieve rol vervult. Van de bijzondere curator mag in een situatie als de onderhavige worden verwacht dat zij niet afwacht totdat andere betrokkenen het initiatief nemen, maar dat zij zelfstandig beoordeelt of een formele vereffening onder leiding van een door de rechtbank te benoemen vereffenaar noodzakelijk of wenselijk is om de vermogensrechtelijke positie van de minderjarige veilig te stellen, en dat hij daaraan vervolgens de geëigende juridische stappen verbindt.
3.7.
Op grond van de voorgaande overwegingen zal de rechtbank mr. [achternaam bijzondere curator] benoemen tot bijzondere curator, die zich bereid heeft verklaard deze benoeming te aanvaarden.
3.8.
Deze bijzondere curator kan vanwege inschrijvingsvereisten bij de Raad voor de Rechtsbijstand niet door de rechtbank worden toegevoegd. Dit doet echter niet af aan de wettelijke bevoegdheid van de rechtbank om mr. [achternaam bijzondere curator] te benoemen als bijzondere curator. Voor de benoeming van een advocaat die niet aan de inschrijvingsvereisten voldoet is redengevend dat de wel op de lijst beschikbare advocaten niet de erfrechtelijke expertise nodig hebben om de hier voorliggende taak te kunnen vervullen. De rechtbank is van oordeel dat de te benoemen bijzondere curator ervaren en deskundig is in het familie- en jeugdrecht en ter zake het erfrecht voldoende gespecialiseerd is om haar taak naar behoren te vervullen.
3.9.
Betaling gaat om bovenstaande reden op basis van het uurtarief. De rechtbank begroot de kosten van de bijzondere curator vooreerst op een tiental uren tegen het opgegeven uurtarief ter grootte van € 305,- exclusief BTW. De rechtbank zal het aldus begrote voorschot ter grootte van € 3.690
inclusief21% BTW voorlopig ten laste van ’s Rijkskas brengen. De rechtbank verzoekt de bijzondere curator wanneer het voorschot niet toereikend is om zo spoedig mogelijk een begroting te maken van de kosten van haar bijstand.
3.10.
De rechtbank is voornemens te bepalen dat de kosten van de bijzondere curator ten laste van de boedel behoren te komen en zal te zijner tijd verlangen dat de boedelbeschrijving wordt overgelegd ter beoordeling van de mogelijkheden om de kosten ten laste van de boedel te brengen.
3.11.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
benoemt met ingang van 2 juli 2026 tot bijzondere curator over de minderjarige, mr. [voorletter en achternaam bijzondere curator] , die kantoor houdt in [plaats 2] , ten einde de minderjarige te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro;
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
gelast de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking onverwijld aan de (advocaat van de) minderjarige, de voorlopige voogd en de bijzondere curator te zenden;
4.4.
verzoekt de bijzondere curator uiterlijk op de rolzitting van
vrijdag 2 oktober 2026, of zoveel eerder als mogelijk, het verslag van bevindingen aan de rechtbank, de voorlopige voogd en (de advocaat van) de minderjarige uit te brengen;
4.5.
begroot de kosten van de deskundige voorlopig op € 3.690 inclusief 21% BTW en bepaalt dat de kosten van de bijzondere curator
voorlopigten laste komen van 's-Rijks kas.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.R. Tromp, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026. De beschikking is schriftelijk uitgewerkt in deze beschikking en ondertekend op 3 juli 2026.
Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.