ECLI:NL:RBNNE:2026:294
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gewoontewitwassen
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 5 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor gewoontewitwassen. De officier van justitie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €108.178,- ingediend. De behandeling vond plaats op 22 januari 2026, waarbij de veroordeelde werd bijgestaan door een advocaat.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van de meervoudige strafkamer en het proces-verbaal witwassen van 17 mei 2024. Uit het bewijs bleek dat de veroordeelde voordeel had genoten uit het strafbare feit. De rechtbank stelde vast dat het bedrag van €108.178,- het onverklaarbare contante vermogen betrof, inclusief de aankoop van een Rolex ter waarde van €9.850,-, welke niet in de tenlastelegging was opgenomen en dus niet bewezenverklaard.
Daarom werd het te ontnemen bedrag vastgesteld op €98.328,-. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn paste de rechtbank een korting toe en stelde de betalingsverplichting vast op €85.000,-. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 850 dagen. De vordering werd daarmee gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming gedeeltelijk toe en legt een betalingsverplichting van €85.000,- op aan de veroordeelde.