ECLI:NL:RBNNE:2026:2963
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing VOG-aanvraag voor schietvereniging
Eiser diende op 2 april 2024 een aanvraag in voor een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) ten behoeve van zijn lidmaatschap van een schietvereniging. De aanvraag werd op 11 juni 2024 afgewezen door de Dienst Justis, waarna eiser bezwaar maakte. Op 24 januari 2025 handhaafde verweerder het besluit, waartegen eiser beroep instelde.
Op 11 juni 2026 nam verweerder een nieuw besluit waarin het bezwaar van eiser werd gegrond verklaard en de VOG alsnog werd toegekend. De rechtbank behandelde het beroep op 16 juni 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen en verweerder zich afmeldde.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen zelfstandig procesbelang meer had bij de inhoudelijke beoordeling van het eerste bestreden besluit, omdat de VOG inmiddels was toegekend. Ook bij het tweede bestreden besluit ontbrak een actueel procesbelang, aangezien het bezwaar gegrond was verklaard en geen vergoeding van kosten mogelijk was. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen beide besluiten niet-ontvankelijk en wees zij de terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing en latere toekenning van de VOG is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.