ECLI:NL:RBNNE:2026:3018

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
18/282980-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 175 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994Art. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 9 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag met zwaar lichamelijk letsel

Op 9 maart 2024 reed verdachte met een snelheid tussen 95 en 121 km/u op de N363 en Uithuizerweg, waar de maximumsnelheid respectievelijk 80 en 50 km/u bedraagt. Tijdens het inhalen merkte hij niet tijdig een middengeleider op en passeerde deze aan de linkerkant, waardoor hij op de rijbaan van het tegemoetkomende verkeer terechtkwam. De auto raakte in een slip en botste tegen een boom, waarbij twee passagiers zwaar lichamelijk letsel opliepen.

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelt verdachte voor overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, wat heeft geleid tot het ongeval en het letsel van de passagiers.

De rechtbank weegt mee dat verdachte beginnend bestuurder is, dat het donker was en dat hij fors te hard reed. Verdachte heeft eerder een snelheidsovertreding begaan en functioneert mogelijk op een licht verstandelijk beperkt niveau, maar toont inzicht in zijn gedrag. De rechtbank legt een taakstraf van 200 uur op en een voorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar, waarbij rekening is gehouden met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden wegens zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag met zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/282980-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 juli 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N.J.H. Lina, advocaat te Groningen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Uithuizermeeden, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de N363 en/of Uithuizerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
  • met een snelheid tussen de 95 en 121 km/u, althans met een snelheid veel hoger dan de toegestane maximum snelheid van 80 km/u (N363) en/of 50 km/u (Uithuizerweg) heeft gereden
  • en (daarbij) een in dezelfde richting als hem, verdachte, rijdend voertuig van achter is genaderd, vervolgens heeft ingehaald en voorafgaand/tijdens het inhalen niet voldoende heeft gelet op de weg voor hem en (vervolgens) een verkeersheuvel niet tijdig heeft opgemerkt
  • ( vervolgens) heeft moeten uitwijken voor deze verkeersheuvel waardoor hij deze verkeersheuvel aan de linkerkant heeft gepasseerd
  • waardoor verdachte met zijn personenauto op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer heeft gereden
  • ( daarbij) zijn personenauto met zeer hoge snelheid, althans met een snelheid veel te hoog voor een veilig verkeer ter plaatse en/of al remmende naar links en/of (vervolgens) rechts heeft gestuurd
  • waardoor het voertuig in een ongecontroleerde slippende beweging terecht is gekomen en/of verdachte de controle over het voertuig is verloren
  • het voertuig hierdoor in botsing is gekomen met een boom, waarna het voertuig is gaan roteren,
waardoor (een) ander(en), genaamd
  • [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten gebroken bekken, gaatjes in de blaas, een kras op de schedel en een gekneusde long
  • [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken ellepijp
of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Uithuizermeeden, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N363 en/of Uithuizerweg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
  • met een snelheid tussen de 95 en 121 km/u, althans met een snelheid veel hoger dan de toegestane maximum snelheid van 80 km/u (N363) en/of 50 km/u te rijden
  • een verkeersheuvel aan de linkerkant te passeren waardoor verdachte geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken die het gebod geeft voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft
  • met zijn personenauto op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te rijden
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 maart 2024 te Uithuizermeeden, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N363 en/of Uithuizerweg
  • met een snelheid tussen de 95 en 121 km/u, althans met een snelheid veel hoger dan de toegestane maximum snelheid van 80 km/u (N363) en/of 50 km/u (Uithuizerweg) heeft gereden
  • en (daarbij) een in dezelfde richting als hem, verdachte, rijdend voertuig van achter is genaderd, vervolgens heeft ingehaald en voorafgaand/tijdens het inhalen niet voldoende heeft gelet op de weg voor hem en (vervolgens) een verkeersheuvel niet tijdig heeft opgemerkt
  • ( vervolgens) heeft moeten uitwijken voor deze verkeersheuvel waardoor hij deze verkeersheuvel aan de linkerkant heeft gepasseerd
  • waardoor verdachte met zijn personenauto op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer heeft gereden
  • ( daarbij) zijn personenauto met zeer hoge snelheid, althans met een snelheid veel te hoog voor een veilig verkeer ter plaatse en/of al remmende naar links en/of (vervolgens) rechts heeft gestuurd
  • waardoor het voertuig in een ongecontroleerde slippende beweging terecht is gekomen en/of verdachte de controle over het voertuig is verloren
  • en het voertuig hierdoor in botsing is gekomen met een boom, waarna het voertuig is gaan roteren,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van schuld in de zin van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van de gedragingen van verdachte zoals die in het primair ten laste gelegde zijn omschreven, maar zij heeft zich wel op het standpunt gesteld dat zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is geweest van een moment van onoplettendheid en een inschattingsfout.
Verdachte heeft enkel zijn snelheid verhoogd om in te halen en daarbij niet opgemerkt dat hij de bebouwde kom (en een middengeleider) naderde. Omdat de auto die hij probeerde in te halen naast hem bleef rijden, kon hij er niet langs en is hij de middengeleider aan de linkerkant gepasseerd. Vervolgens heeft hij geremd en is hij de controle over de auto verloren.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 juli 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek verkeer d.d. 5 juli 2024, opgenomen op pagina 57 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024207570 d.d. 21 augustus 2024, inhoudend het relaas van verbalisanten;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal Snelheid & Impactanalyse d.d. 4 juli 2024, opgenomen op pagina 88 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 maart 2024, opgenomen op pagina 109 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige] ;
een geneeskundige verklaring, op 13 mei 2024 opgemaakt en ondertekend door
[naam 1] , zorgverlener te Groningen, opgenomen op pagina 158 van voornoemd dossier;
6. een geneeskundige verklaring, op 30 juli 2024 opgemaakt en ondertekend door
dr. [naam 2] , traumachirurg te Groningen, opgenomen op pagina 161 van voornoemd dossier.
Mate van schuld
Bij de vaststelling van de mate waarin een verdachte schuld heeft aan een ongeval, wordt onderscheid gemaakt tussen roekeloos, zeer onvoorzichtig en onoplettend en aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld.
Roekeloosheid
Van roekeloosheid als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) is sprake indien zodanige feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedragingen van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat hiervan in onderhavige zaak geen sprake is.
Zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag
Wel komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af.
Verdachte is in de avond van 8 op 9 maart 2024 van Winsum naar Uithuizermeeden gereden in de BMW van [slachtoffer 2] , die op dat moment samen met zijn vriendin, [slachtoffer 1] , bij verdachte in de auto zat. Vlak voordat verdachte de bebouwde kom van Uithuizermeeden inreed, heeft hij blijkens het proces-verbaal Snelheid en Impactanalyse gereden met een snelheid tussen de 95 en 121 kilometer per uur. Op de weg waar verdachte reed, geldt een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur buiten de bebouwde kom, waarna de weg overgaat naar een maximum snelheid van 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom. In plaats van snelheid minderen omdat hij de bebouwde kom naderde, heeft verdachte op dat moment geprobeerd om de auto die voor hem reed in te halen. Hij heeft hierbij niet voldoende opgelet en niet opgemerkt dat hij de bebouwde kom en een middengeleider (vluchtheuvel) naderde. Extra voorzichtigheid was op dat moment juist geboden omdat het donker was, hetgeen het zicht verminderde. Nadat verdachte de middengeleider opmerkte, heeft hij niet zijn snelheid geminderd zodat hij weer terug kon naar de rechter weghelft, maar heeft hij deze aan de linkerkant gepasseerd. Vervolgens is hij in een ongecontroleerde slippende beweging terechtgekomen. De auto is daarna tegen een boom gebotst en vervolgens na een roterende beweging tot stilstand gekomen. De auto is hierbij vrijwel volledig vernield en voordat de auto tot stilstand kwam is [slachtoffer 1] uit de auto geslingerd en tientallen meters verder op het wegdek aangetroffen.
Gelet op het feit dat verdachte fors te hard heeft gereden, heeft ingehaald zonder goed te kijken en nadat bleek dat hij zijn voorligger niet in kon halen geen snelheid heeft geminderd, maar de middengeleider aan de verkeerde zijde heeft gepasseerd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich verwijtbaar zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat daardoor een aan zijn schuld te wijten ongeval heeft plaatsgevonden. Als gevolg van dit ongeval hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel opgelopen en was in beide gevallen medisch ingrijpen noodzakelijk.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
primair
hij op 9 maart 2024 te Uithuizermeeden als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de N363 en Uithuizerweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,
  • met een snelheid tussen de 95 en 121 km/u, althans met een snelheid veel hoger dan de toegestane maximum snelheid van 80 km/u (N363) en 50 km/u (Uithuizerweg) heeft gereden
  • en daarbij een in dezelfde richting als hem, verdachte, rijdend voertuig van achter is genaderd, vervolgens heeft ingehaald en voorafgaand/tijdens het inhalen niet voldoende heeft gelet op de weg voor hem en vervolgens een verkeersheuvel niet tijdig heeft opgemerkt
  • vervolgens heeft moeten uitwijken voor deze verkeersheuvel waardoor hij deze verkeersheuvel aan de linkerkant heeft gepasseerd
  • waardoor verdachte met zijn personenauto op de rijbaan bestemd voor het tegemoetkomende verkeer heeft gereden
  • daarbij zijn personenauto met zeer hoge snelheid, althans met een snelheid veel te hoog voor een veilig verkeer ter plaatse, en/of al remmende naar links en/of (vervolgens) rechts heeft gestuurd
  • waardoor het voertuig in een ongecontroleerde slippende beweging terecht is gekomen en verdachte de controle over het voertuig is verloren
  • het voertuig hierdoor in botsing is gekomen met een boom, waarna het voertuig is gaan roteren,
waardoor anderen, genaamd
  • [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten gebroken bekken, gaatjes in de blaas, een kras op de schedel en een gekneusde long;
  • [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken ellepijp, werd toegebracht.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
primair overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds is ingevorderd, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor een deels voorwaardelijke taakstraf. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de passagiers in de auto geen autogordel droegen. Indien zij deze wel hadden gedragen, was het letsel wellicht beperkter geweest. Daarnaast heeft zij de rechtbank gevraagd om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zo kampt hij nog dagelijks met de psychische en lichamelijke gevolgen van het ongeluk. Daarnaast is hij als gevolg van het ongeval zijn rijbewijs zonder strafvorderlijke titel enige tijd kwijt geweest.
De raadsvrouw heeft de rechtbank gevraagd om geen onvoorwaardelijke rijontzegging aan verdachte op te leggen. Als verdachte zijn rijbewijs niet kan behouden, zal hij zijn baan verliezen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Verdachte, destijds nog beginnend bestuurder, heeft veel te hard gereden op een voor hem relatief onbekende weg terwijl het donker was. Vervolgens heeft hij niet goed opgelet en een gevaarlijke inhaalmanoeuvre ingezet. Het is louter aan zijn schuld te wijten dat hij vervolgens de controle over het voertuig is verloren en dat de auto tegen een boom is gebotst.
Het rijgedrag van verdachte heeft geleid tot aanzienlijk letsel bij de passagiers die bij hem in de auto zaten. Beiden moesten aan hun verwondingen geopereerd worden en hadden een hersteltijd van aanzienlijke duur.
Documentatie en de persoon van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van 28 mei 2026 waaruit blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan een snelheidsovertreding.
Uit de rapportage van de Reclassering Nederland d.d. 10 maart 2026 blijkt dat er aanwijzingen zijn dat verdachte functioneert op een licht verstandelijk beperkt niveau, maar dat hij in staat is zijn eigen leven te organiseren. Momenteel zijn alle leefgebieden stabiel. Verdachte heeft werk en betaalt thans zijn schulden af. De kans op recidive wordt door de reclassering ingeschat als laag.
Uitgangspunt
De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS). Bij het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel waarbij sprake is van ernstige schuld geven de
LOVS-oriëntatiepunten een taakstraf van 160 uren en een onvoorwaardelijke rijontzegging van één jaar aan. Bij een zeer hoge mate van schuld is het uitgangspunt 4 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke rijontzegging voor de duur van twee jaren
Conclusie
Anders dan de officier van justitie heeft geëist, zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke rijontzegging opleggen aan verdachte. Verdachte heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk en hij heeft getoond inzicht te hebben in de ernst van zijn gedragingen. Om te zorgen dat verdachte zich nog langere tijd bewust blijft van de ernst van het feit en om de kans op herhaling te verkleinen, zal de rechtbank wel een voorwaardelijke rijontzegging opleggen voor de duur van één jaar. Omdat de rechtbank geen onvoorwaardelijke rijontzegging oplegt, zal zij wel een hogere taakstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, namelijk een taakstraf van 200 uur.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 200 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.
Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenbromfietsen daaronder begrepen voor de tijd van 12 maanden.
Bepaalt dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Janssen, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en
mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juli 2026.