ECLI:NL:RBNNE:2026:3068

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
LEE 23/4378
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.4 AwbArt. 2.1 WaterwetArt. 6.4 WaterwetArt. 6.21 WaterwetArt. 7.18 Waterwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen watervergunning voor grondwateronttrekking nabij Luxwoude

Eiseres maakt bezwaar tegen de vergunning die Vitens heeft gekregen voor het onttrekken van 6,5 miljoen m³ grondwater per jaar nabij Luxwoude, vanwege mogelijke schade aan haar woning en unieke fruitboomgaard.

De rechtbank beoordeelt dat de vergunning zorgvuldig is voorbereid, met meerdere onderzoeken waaronder een milieueffectrapport en hydrologische effectbepalingen. De verwachte daling van de grondwaterstand bedraagt 5 tot 10 cm, wat volgens deskundigen geen significante schade veroorzaakt. Eiseres heeft eigen ervaringen aangevoerd, maar deze zijn niet onderbouwd met onafhankelijke rapporten.

De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt en dat de gevolgen voor eiseres niet onevenredig zijn. Er is een monitoringsnetwerk opgenomen in de vergunning en er bestaat een schaderegeling via de Waterwet. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de vergunning blijft van kracht en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de watervergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 23/4378

uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit Luxwoude, eiseres

(gemachtigde: mr. M.J. Smaling),
en

het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, het college

(gemachtigde: mr. R. Snel).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Vitens N.V. uit Zwolle (Vitens)

(gemachtigden: mr. T.A. Hubregtse en mr. B. de Haan).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een watervergunning voor het onttrekken van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening aan Vitens. Eiseres is het niet eens met deze vergunning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de vergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden van eiseres niet slagen. De rechtbank vindt dat de vergunning voldoende zorgvuldig is voorbereid en de gevolgen ervan voldoende zijn onderzocht. Ook vindt de rechtbank dat het college voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van eiseres en dat haar belangen niet onevenredig worden geschaad. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 3 maart 2022 heeft Vitens een aanvraag ingediend om een vergunning voor het onttrekken van 6,5 miljoen m³ grondwater per jaar nabij Luxwoude, ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. [1]
2.1.
Het college heeft bij besluit van 26 september 2023 de gevraagde vergunning verleend.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vergunning. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft daarop gereageerd en nadere stukken ingediend. Ook Vitens heeft een schriftelijke reactie ingediend.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en A. Nass en R. Bil. Namens Vitens zijn haar gemachtigden verschenen en W. Zandbergen, A. Oosterhof en I. Kraak.

Beoordeling door de rechtbank

Regelgeving
3. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
3.1.
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een watervergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt.
De aanvraag om een watervergunning is ingediend op 3 maart 2022. Dat betekent dat in dit geval de Waterwet, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
De beroepsgronden
4. Eiseres stelt dat de grondwateronttrekking een meer dan geringe structurele verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. Deze aanvullende daling van de grondwaterstand zal schade aan haar woning en aan haar boomgaard met oude fruitboomrassen doen ontstaan. Deze nadelige gevolgen zijn onevenredig in verhouding tot de met het bestreden besluit te dienen doelen. De belangen van eiseres zijn volgens haar onvoldoende meegewogen. Eiseres is van mening dat het vereiste evenwicht in de afweging van belangen kan worden hersteld door een voorschrift aan de vergunning te verbinden waarbij Vitens wordt verplicht om samen met het Wetterskip Fryslân een preventieve maatregel te treffen door het instellen van een variabel waterpeil rondom de boomgaard en de woning van eiseres.
4.1.
Het college stelt voorop dat het een zorgplicht heeft voor een duurzame waterwinning. Dit is een groot openbaar belang. De onttrekking is nodig om aan de vraag naar drinkwater te kunnen blijven voldoen. Er is sprake van een zorgvuldig doordachte en uitgevoerde belangenafweging. Het college heeft allereerst een drinkwaterstrategie opgesteld, daarbij is Luxwoude in beeld gebracht als winningslocatie. Hierna zijn er meerdere milieuonderzoeken geweest. Op 2 maart 2022 is voor de waterwinning een milieueffectrapport (MER) [2] opgesteld. In deze MER is voor het perceel van eiseres een grondwaterstandsverlaging van 5 tot 10 cm berekend, waardoor in beginsel geen schade aan de woning of de boomgaard te verwachten is. Verder wordt op grond van de voorschriften 5.1 en 5.2 in de vergunning een monitoringsnetwerk aangelegd, waarin de uitgangssituatie en het effect van de onttrekking worden vastgelegd. Mocht er dan toch nog schade ontstaan die een gevolg is van de grondwateronttrekking, dan kan eiseres een verzoek om schadevergoeding indienen. Deze schade komt met inachtneming van artikel 7.18 van de Waterwet voor vergoeding in aanmerking.
De boomgaard
4.2.
Eiseres betwist dat sprake zal zijn van een daling van de grondwaterstand van 5 tot 10 cm, zoals opgenomen in de MER. Deze stelling in het rapport is onder meer gebaseerd op de aanname dat het veen in dit gebied praktisch is verdwenen, waardoor er geen verdere bodemdaling zal zijn. De ervaringen van eiseres zijn echter volledig anders. In de droge zomers van 2018, 2019 en 2020 heeft eiseres haar bomen in de zomermaanden dagelijks moeten beregenen en daalde het maaiveld rondom te bomen. Ook is bij de beoordeling van de situatie ten onrechte aangesloten bij de effecten op de bosbouw in het algemeen. De boomgaard van eiseres vereist een aparte benadering vanwege de kwetsbaarheid van de fruitbomen. Ook is het beloofde aanvullende onderzoek niet verricht.
4.2.1.
De rechtbank begrijpt de zorgen van eiseres over haar boomgaard en het behoud ervan. Volgens eiseres is het een unieke fruitboomgaard met veel oude rassen en functioneert de boomgaard als een van de schaduwcollecties voor de landelijke genenbank van fruitrassen. Dat vraagstuk ligt hier echter niet voor. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of aannemelijk is geworden dat de watervergunning die door het college is verleend dusdanige gevolgen heeft voor eiseres dat dit besluit niet op deze wijze genomen had mogen worden.
4.2.2.
De rechtbank constateert dat verschillende onderzoeken hebben plaatsgevonden in het kader van deze vergunningverlening. Ten aanzien van de daling van de grondwaterstand heeft Sweco een hydrologische effectbepaling uitgevoerd. [3] Hierna is een MER opgesteld. In deze rapporten wordt geconcludeerd dat de daling van de grondwaterstand als gevolg van deze vergunning bij eiseres in de scenario’s 2028 en 2050 ongeveer 5 tot 10 cm bedraagt. Fugro komt in haar rapportage van 19 december 2023 [4] tot een “worst case” van 10 tot 15 cm. Ten aanzien van de bodemopbouw heeft Aequator onderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bodem bestaat uit zwak lemig, matig fijn zand, gemengd, soms met een beetje veen. [5] Dat veen aanwezig is in de bodem blijkt ook uit het rapport van Fugro.
4.2.3.
De rechtbank is van oordeel dat hiermee voldoende onderzoek is verricht, zowel naar de samenstelling van de bodem bij eiseres, als de te verwachten grondwater- en maaivelddaling. Eiseres heeft daar haar eigen ervaringen tegenover gesteld, maar niet met bijvoorbeeld een rapport van een onafhankelijke deskundige onderbouwd dat de hiervoor genoemde onderzoeken onzorgvuldig zijn of dat de uitkomsten daarvan niet kloppen. Eiseres heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat deze onderzoeken inhoudelijk onjuist of onzorgvuldig zouden zijn. Een aanvullend onderzoek door boomdeskundigen dat Vitens nog heeft aangeboden, is door eiseres geweigerd omdat zij vindt dat de door Vitens benaderde boomspecialisten onvoldoende kennis hebben van haar fruitrassen. Dit komt echter dan wel voor haar eigen rekening en kan Vitens of het college niet worden verweten.
4.2.4.
De rechtbank overweegt verder dat het college in de beoordeling van de gevolgen voor eiseres aansluiting heeft gezocht bij de gevolgen voor de bosbouw. Deze gevolgen zijn omschreven in de MER. De conclusie is dat de grondwaterstandverlaging zou kunnen leiden tot een afnemende vitaliteit en houtproductie van bosgebied. Dit wordt echter niet verwacht, omdat het gebied nu vrij nat is. Een drogere situatie kan zelfs leiden tot de vorming van een beter wortelstelsel. Dat voor de boomgaard van eiseres een volledig andere beoordeling moet worden gemaakt, heeft eiseres niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt.
De woning
4.3.
Eiseres betwist dat sprake zal zijn van een daling van de grondwaterstand van 5 tot 10 cm, zoals opgenomen in de MER. Deze stelling in de MER is onder meer gebaseerd op de aanname dat het veen in dit gebied praktisch is verdwenen, waardoor er geen verdere bodemdaling zal zijn. Ook bij de woning zijn de ervaringen van eiseres volledig anders. De afgelopen jaren zijn de funderingen van de woning uit 1927 bloot komen te liggen. De extreem droge en warme zomers van 2018, 2019 en 2020 hebben gezorgd voor scheuren in de muren en de binnenmuren zijn los komen te staan van de buitenmuren. Bij de 40 jaar oude garage ligt het maaiveld nu 30 cm onder de fundering.
4.3.1.
Ten aanzien van de onderzoeken en de volledigheid en zorgvuldigheid van deze onderzoeken verwijst de rechtbank naar haar overwegingen onder 4.2.2. en 4.2.3.
4.3.2.
De rechtbank overweegt verder dat Fugro de situatie ter plaatse van de woning (en de boomgaard) van eiseres heeft onderzocht. Uit het rapport van 19 december 2023 blijkt dat ter plaatse bij eiseres sprake is van autonome bodemdaling, omdat waarschijnlijk nog veen aanwezig is. De berekende grondwaterstandsverlagingen als gevolg van deze vergunning bedragen, in een “worst case”, tussen 0,1 en 0,15 m. De maaiveldverzakkingen bij dergelijke verlagingen zijn volgens Fugro verwaarloosbaar, zeker als dit vergeleken wordt met autonome bodemdaling.
Evenredigheid
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat hiermee de gevolgen van deze watervergunning voldoende zijn onderzocht. Deze gevolgen zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig onevenredig voor eiseres dat de vergunning had moeten worden geweigerd of dat ter mitigatie een aanvullend voorschrift had moeten worden opgenomen.
4.5.
Daarbij speelt een rol dat voor de opstallen van eiseres een monitoringsplan is opgesteld en aanvullende monitoringsacties worden ondernomen. Hiermee wordt gemeten wat de feitelijke verlaging zal zijn en kunnen de effecten van de autonome bodemdaling inzichtelijk worden gemaakt. Als schade optreedt, wordt op deze wijze ook duidelijk of dit ontstaat door het onttrekken van grondwater. Het college erkent ook dat de onttrekking van grondwater kan leiden tot schade. Die schade kan verhaald worden op de veroorzaker. Daarvoor gelden bijzondere schaderegelingen en daarbij wordt de onafhankelijke Advies Commissie Schade Grondwater (ACSG) ingeschakeld. Als de toegekende schadevergoeding op basis van het advies van de ACSG naar de mening van een gedupeerde onvoldoende is, dan bestaat de mogelijkheid om daartegen in beroep te gaan. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat een schadeloosstelling er mogelijk ook uit kan bestaan dat eiseres financiële middelen krijgt voor herstel of verplaatsing van de boomgaard.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de waterwetvergunning van 26 september 2023 in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, voorzitter, en mr. W.R. van der Velde en
mr. G. Knuttel, leden, in aanwezigheid van mr. A.M. Veenstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.
Griffier
Voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3.4

1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
[…]
Waterwet

Artikel 2.1

1. De toepassing van deze wet is gericht op:
voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met
bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en
vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
2. De toepassing van deze wet is mede gericht op andere doelstellingen dan genoemd in het eerste lid, voor zover dat elders in deze wet is bepaald.

Artikel 6.4

1. Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van gedeputeerde staten grondwater te onttrekken of water te infiltreren:
[…]
b. ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening of een bodemenergiesysteem.

Artikel 6.21

Een vergunning wordt geweigerd, voor zover verlening daarvan niet verenigbaar is met de doelstellingen in artikel 2.1 […].

Artikel 7.18

1. De schade aan een onroerende zaak, veroorzaakt door het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water krachtens een watervergunning, wordt, voorzover dit redelijkerwijze kan worden gevergd, door de vergunninghouder ondervangen.
2. Voorzover de schade niet is ondervangen, is de vergunninghouder desgevorderd verplicht jegens ieder die enig recht op het gebruik of het genot van de onroerende zaak heeft, die schade te vergoeden.
3. Niettemin kan een eigenaar van de onroerende zaak, indien door de aard of de omvang van de schade de eigendom van die zaak voor hem van te geringe betekenis is geworden, vorderen dat de vergunninghouder de onroerende zaak in eigendom overneemt. De vordering kan worden gedaan zowel bij niet-aanvaarding van een als schadevergoeding aangeboden som als na aanvaarding daarvan.
4. Vorderingen, op grond van dit artikel staan ter kennisneming van de rechtbank binnen wier rechtsgebied de onroerende zaak of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
Drinkwaterwet

Artikel 2

Bestuursorganen dragen zorg voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening.
Bij de uitoefening van bevoegdheden en toepassing van wettelijke voorschriften door bestuursorganen geldt de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening als een dwingende reden van groot openbaar belang.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 6.4, eerste lid, onder b, van de Waterwet.
2.Milieueffectrapport waterwinning Luxwoude, Sweco, 2 maart 2022.
3.Rapport: hydrologische effectbepaling grondwaterwinning Luxwoude, van 1 juni 2021.
4.Fugro, De Opslach 24 te Luxwoude: invloed toekomstige drinkwateronttrekking.
5.Mail van Jan van Berkum, Aequator van 16 februari 2022.