ECLI:NL:RBNNE:2026:3074

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
LEE 26/2213
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a GemeentewetArt. 5:21 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens ernstige overlast en verstoring openbare orde

Verzoekster woont met haar minderjarige kind in een woning waarover de burgemeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet een sluitingsbesluit heeft genomen wegens ernstige overlast en verstoring van de openbare orde. Na een voorwaardelijke sluiting in januari 2025 en diverse meldingen van overlast, waaronder het aantreffen van wapens en geweldsincidenten, heeft de burgemeester besloten tot sluiting voor zes maanden.

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de sluiting te voorkomen. De voorzieningenrechter beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of de burgemeester bevoegd en in redelijkheid tot sluiting heeft kunnen besluiten.

De rechter constateert dat er sprake is van langdurige, ernstige overlast, waaronder geweld, bedreigingen, drugsoverlast en verstoring van de openbare orde. Ondanks ondersteuning en alternatieve woningaanbiedingen heeft verzoekster het patroon niet doorbroken. De sluiting is volgens de rechter een noodzakelijke en evenredige maatregel om de overlast te beëindigen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bepaalt dat de sluiting op 3 augustus 2026 ingaat. De uitspraak is bindend voor het voorlopige geding en bevat geen mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting gaat op 3 augustus 2026 in.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/2213

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juli 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. K.N. Altunzade),
en

de burgemeester van de gemeente Oldambt

(gemachtigde: mr. A.A. Westers).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Woningbouwcorporatie Acantusuit Veendam (Acantus)
(gemachtigde: mr. D.Y.M. Schuth).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekster.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester in redelijkheid tot sluiting heeft kunnen overgaan
.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Totstandkoming van het bestreden besluit en procesverloop

2.1.
Verzoekster woont met haar minderjarige kind op het [adres] (woning).
2.2.
Bij besluit van 5 januari 2025 heeft de burgemeester op grond van artikel 174, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Gemeentewet besloten tot de voorwaardelijke sluiting van de woning. Dit besluit vermeldt het volgende:
De voorwaardelijke sluiting houdt in:
- er worden door u, door uw bezoekers en/of door medegebruikers van de woning geen
strafrechtelijke gedragingen ontplooit in of nabij de woning (met name geen strafrechtelijke
gedragingen op grond van de Opiumwet en Wet Wapens en Munitie);
- u werkt mee aan controle en toezicht door de gemeente en politie;
- geen ernstige geluidsoverlast veroorzaken vanuit de woning
- geen overlast veroorzaken door de vele aanloop van derden naar de woning.
Indien de voorwaarden binnen een periode van twee (2) jaren op enig moment niet of niet geheel worden nageleefd, wordt overgegaan tot de sluiting van de woning voor de duur van 6 maanden.
2.3.
Tegen het besluit van 5 januari 2025 heeft eiseres bezwaar gemaakt.
2.4.
Bij brief van 24 juni 2026 heeft de burgemeester aan verzoekster het voornemen bekend gemaakt de woning voor de duur van zes maanden te sluiten. Bij zienswijze van 25 juni 2026 heeft verzoekster hierop gereageerd.
2.6.
De politie heeft op 1 juli 2026 een ‘bestuurlijke rapportage huisvredebreuk’ aan de burgemeester doen toekomen.
2.7.
Met het bestreden besluit van 1 juli 2026 heeft de burgemeester besloten de woning te sluiten voor de duur van zes maanden
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.8.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. De burgemeester heeft desgevraagd medegedeeld dat met de sluiting gewacht wordt tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Acantus heeft ook schriftelijk gereageerd. Verzoekster heeft aanvullende stukken overgelegd.
2.9.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en [naam 2] , namens de burgemeester de gemachtigde en mr. U. Bos, en namens Acantus de gemachtigde, R. Dalmolen en M. de Boer.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter overweegt dat de bevoegdheid van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet (opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak) om een woning te sluiten, vergaand is. De lat voor het gebruik van deze bevoegdheid ligt hoog. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft hierover het volgende overwogen [1] :

Artikel 174a van de Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning te sluiten als zich door gedragingen in de woning ernstige overlast voordoet rond de woning waardoor de openbare orde wordt verstoord. In de uitspraak van de Afdeling van 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4697, onder 2.4.1 en 2.4.2, heeft de Afdeling uitgelegd wanneer de burgemeester dit artikel kan inzetten. Dat kan als aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens moet worden vastgesteld dat de gedragingen zich in de woning voordoen, er langdurige overlast is die zich met grote regelmaat voordoet en die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen. Verder vergt verstoring van de openbare orde overlast waardoor de veiligheid en de gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd en geeft de overlast risico's voor de omgeving die te vergelijken zijn met drugsoverlast. Deze uitleg van de Afdeling sluit aan bij wat de wetgever wilde toen artikel 174a in de Gemeentewet is opgenomen (zie Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nrs. 5 en 7).

4. In het bestreden besluit heeft de burgemeester verwezen naar het besluit tot voorwaardelijke sluiting en gesteld dat nu tot sluiting moet worden overgegaan omdat de voorwaarden niet zijn nageleefd. Volgens de burgemeester is dit het geval omdat gebleken is dat de woning een centraal punt vormt waarin wapens en handelshoeveelheden drugs worden aangetroffen, er overlast is en omdat er sprake is van een strafrechtelijke gedraging waarbij een bewoner van de Kerkstraat is bedreigd en mishandeld en waarbij verzoekster met anderen de woning is binnengedrongen. Dit is een ernstige verstoring van de openbare orde. Verder is de woning volgens de burgemeester bekend in het criminele circuit en is het niet uitgesloten dat er weer wapens in de woning aanwezig zullen zijn. De woning is ten slotte in een drukke woonwijk en aan een drukke straat gelegen.
5.1.
De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester nog niet is overgegaan tot de heroverweging op het bezwaar van verzoekster tegen het besluit tot voorwaardelijke sluiting. Onder die omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een doorslaggevend gewicht toe te kennen aan de gestelde schending van de voorwaarden die zijn opgenomen in dat besluit. Wel kan de voorwaardelijke sluiting gezien worden als een waarschuwing aan verzoekster.
5.2.
De voorzieningenrechter zal aan de hand van de gebeurtenissen in en rondom de woning vanaf november 2024, zoals deze blijken uit het dossier inclusief het besluit tot voorwaardelijke sluiting, beoordelen of voor de burgemeester de bevoegdheid is ontstaan om de woning te sluiten.
6.1.
Op 7 november 2024 zijn in de woning een vuurwapen en een gaspistool aangetroffen.
6.2.
In de periode nadien worden er vele meldingen van overlast gedaan, onder meer voortkomend uit ruzie van verzoekster met haar partner en ruzie van verzoekster met haar ex-partner. Er is een aanzienlijke toename van de overlast, onder meer in de vorm van schreeuwen en bedreigingen, na de vrijlating uit detentie van de vader en de broer van verzoekster. Deze vader en broer bevinden zich veelvuldig in of rondom de woning. Ook komen er geregeld andere bezoekers naar de woning. Dit leidt regelmatig tot overlast van personen die afval achterlaten in de omgeving en wildplassen en braken. Ook laten zij lachgasballonnen achter en is er sprake van drugsgebruik rondom de woning. Deze beschrijving in het besluit tot voorwaardelijke sluiting wordt bevestigd door de overlastmeldingen die Acantus heeft ontvangen.
6.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit tot voorwaardelijke sluiting hoe dan ook een waarschuwing is geweest voor verzoekster dat een einde diende te komen aan de onder 6.2. beschreven situatie. Zoals ter zitting is besproken, hebben de burgemeester en Acantus aan verzoekster ondersteuning geboden om het patroon te doorbreken dat steeds weer tot overlast leidde. De burgemeester heeft getracht dit middels de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) te doen, maar uiteindelijk heeft verzoekster een overleg daarover op 28 november 2025 afgezegd. Acantus heeft verzoekster tweemaal een andere woning aangeboden, maar beide keren heeft verzoekster het aanbod afgewezen. Ter zitting heeft verzoekster gesteld dat zowel bij de PGA als bij het aanbieden van de woningen onaanvaardbare voorwaarden werden gesteld, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster dit niet aannemelijk geacht.
6.4.
In de ‘bestuurlijke rapportage huisvredebreuk’ (2.6.) maakt de politie melding van de volgende recente incidenten. Op 7 januari 2026 is een taxichauffeur voor de woning mishandeld door de vader van verzoekster. Vervolgens heeft de vader van verzoekster een buurtbewoner ernstig bedreigd en bij de keel gepakt. Op 25 februari 2026 heeft de broer van verzoekster een buurtbewoonster lastiggevallen en heeft hij later in de woning vernielingen gepleegd. Op 29 maart 2026 heeft de vader een buurtbewoner geïntimideerd. Op 10 april 2026 zijn verzoekster, haar broer en diens vrouw een buurtwoning binnengedrongen en hebben zij geweld gebruikt.
6.5.
De door Acantus overgelegde stukken bevatten ook informatie over overlastmeldingen in 2026. Deze overlappen deels de vermeldingen in de bestuurlijke rapportage. Daarnaast houden zij in dat in de laatste periode weer veel overlast werd ervaren. Elke dag zijn er allerlei mensen die de woning binnengaan. Ze zijn kort binnen en gaan snel weer weg. Er worden veel auto’s geparkeerd en weer opgehaald. De parkeerplaatsen in de straat zijn regelmatig vol met dure auto’s waardoor de overige bewoners van de straat niet kunnen parkeren. Er wordt drugs en alcohol gebruikt en de parkeerplaats ligt vol met blikken en gebruikte ballonnen en lachgasflessen.
Op 21 februari 2026 reed de vader van verzoekster bijna een buurtbewoonster aan en belde vervolgens aan bij de woning en bij een buurwoning. Hij werd niet binnengelaten en vloekte hard. De broer van verzoekster was in de woning aanwezig. Van twee auto’s hebben onbekenden de banden leeg laten lopen.
Op 25 februari 2026 in de middag was het minderjarige kind van verzoekster een half uur aan het schreeuwen. Vervolgens ging de broer van verzoekster met ruzie weg. Het kind liep schreeuwend naar zijn moeder en grootmoeder. Hij gooide een glazen pot naar een buurtbewoner waardoor de parkeerplaats vol met scherven kwam te liggen.
Op 25 februari 2026 in de avond was er in de buurt grote onrust door veel lawaai en geruzie waarbij in ieder geval de broer van verzoekster was betrokken. De politie kwam met meerdere auto’s en een groot aantal agenten. De broer verzette zich hevig tegen zijn arrestatie door de politie.
Vermeld wordt dat er in de woning in het algemeen zes personen verblijven (verzoekster, haar kind, haar moeder en haar broer met diens vriendin en kind) en dat daarnaast de partner van verzoekster er vaak is. Verder komen er volgens de melding veel auto’s met niet-frisse types en junkies die allemaal aan het lachgas en andere troep zitten.
Een melding van 9 maart 2026 luidt als volgt: ‘Ze parkeren de auto’s schots en scheef waardoor er geen andere parkeerplekken meer over zijn. Alsof de hele buurt van hen is, rekening houden met anderen doen ze niet. De rode bestelbus die van hen is geeft telkens een autoalarm, dat duurt dan 2 minuten, stopt weer en gaat vervolgens weer af. Ze horen en zien dit maar doen er niets aan’.
6.6.
Uit het voorgaande blijkt dat zich incidenten hebben voorgedaan die onder de b-grond van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet vallen, te weten dat omwonenden ernstig zijn bedreigd door de vader en de broer die geregeld in de woning verblijven, het binnendringen in de buurtwoning op 10 april 2026 (ongeacht de achtergrond van het conflict in kwestie) en de mishandeling van de taxichauffeur.
Daarnaast blijkt uit het dossier dat in de woning ruzies en geweld plaatsvinden, dat er ernstige overlast is van bezoekers rond de woning en dat in het bijzonder sprake is van drugsoverlast rond de woning.
6.7.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee sprake van de a-grond (verstoring van de openbare orde door gedragingen in de woning of op het erf) en van de b-grond (openbare orde rond de woning ernstig verstoord door geweld of bedreiging daarmee), terwijl in november 2024 al sprake was van de c-grond (aanwezigheid van wapens). Er is sprake van langdurige overlast is die zich met grote regelmaat voordoet en die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen. Dit betekent dat voor de burgemeester de bevoegdheid is ontstaan om de woning te sluiten.
7. Aan de hand van de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over evenredigheid [2] , zal de voorzieningenrechter vervolgens beoordelen of de maatregel evenredig is.
7.1.
De sluiting van de woning is geschikt om een einde te maken aan de overlastsituatie omdat de daarvoor verantwoordelijke personen niet meer naar de omgeving van de woning zullen komen.
7.2.
De voorzieningenrechter acht de sluiting ook noodzakelijk gezien de ernst van de situatie en het gedurende lange tijd voortduren daarvan, waarbij het verzoekster kennelijk zelf niet lukt om het overlastpatroon te doorbreken. De burgemeester en Acantus hebben hulp aangeboden, maar die wordt niet aanvaard. Dit betekent dat de burgemeester geconfronteerd wordt met een onaanvaardbare situatie die, gezien de beginselplicht tot handhaven, vraagt om handelen. De keuze voor het gebruik van de sluitingsbevoegdheid is daarom noodzakelijk.
7.3.
Aan het vereiste van evenwichtigheid wordt ten slotte voldaan doordat in het bestreden besluit aan verzoekster een andere woning is aangeboden. De opvatting van verzoekster dat deze woning niet geschikt is, deelt de voorzieningenrechter niet. Inderdaad is die woning aanzienlijk kleiner, maar wel groot genoeg voor verzoekster en haar kind. Terecht heeft de gemachtigde van de burgemeester ter zitting opgemerkt dat het juist een voordeel is dat de familieleden en kennissen minder gemakkelijk langs zullen kunnen komen. Op die manier krijgt verzoekster een betere kans om het negatieve patroon te doorbreken. Van belang is ook dat zij haar minderjarige kind daar een veiliger omgeving kan bieden dan de afgelopen jaren het geval is geweest. De betrokken belangen zijn door de burgemeester dus goed afgewogen. Dat verzoekster sinds enkele maanden zwanger is, betekent op dit moment niet dat de belangenafweging anders uit moet vallen.
7.4.
De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat de sluiting niet leidt tot strijd met het evenredigheidsbeginsel. De burgemeester heeft hier in redelijkheid toe kunnen besluiten.

Conclusie en gevolgen

8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de burgemeester bevoegd de woning te sluiten en heeft de burgemeester in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik kunnen maken. Wel dient de motivering van het bestreden besluit tot sluiting aangevuld te worden. Dit kan gebeuren in de heroverweging.
9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de sluiting van de woning plaats kan vinden. De voorzieningenrechter bepaalt dat deze sluiting ingaat op maandag 3 augustus 2026 om 10.00 uur op de wijze zoals in het bestreden besluit is omschreven. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat de sluiting ingaat op maandag 3 augustus 2026 om 10.00 uur.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetgeving

Artikel 174a Gemeentewet
1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten,vallen:
door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord;
door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring;
door het aantreffen in de woning of het lokaal of op het erf van een wapen als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet wapens en munitie de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
Artikel 5:21 Algemene Pro wet bestuursrecht
Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Voetnoten

1.Zie de door gemachtigde van verzoekster genoemde uitspraak van 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4697, en de uitspraak van 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1142.
2.Zie bijvoorbeeld de evenredigheidsuitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.