Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- te rijden onder invloed van alcohol, te weten 0,99 milligram alcohol per milliliter bloed, in elk geval meer dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed, waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik de rijvaardigheid kon verminderen,
- te trekken aan de handrem van dat voertuig, althans een ander er niet van te weerhouden aan die handrem te trekken, terwijl het voertuig een snelheid van 60 km/u, althans een aanzienlijk hoge snelheid, had, als gevolg waarvan het voertuig in een slip is geraakt en/of in de rechterberm tegen een boom is gebotst, waardoor een ander, te weten [slachtoffer] , werd gedood, terwijl zij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;
- heeft gereden onder invloed van alcohol, te weten 0,99 milligram alcohol per milliliter bloed, in elk geval meer dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed, waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat gebruik de rijvaardigheid kon verminderen,
- heeft getrokken aan de handrem van dat voertuig, althans een ander er niet van heeft weerhouden aan die handrem te trekken, terwijl het voertuig een snelheid van 60 km/u, althans een aanzienlijk hoge snelheid had, als gevolg waarvan het voertuig in een slip is geraakt en/of in de rechterberm tegen een boom is gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
- Feit 2: overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
- Feit 3: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (0.99 mg/l).