ECLI:NL:RBNNE:2026:3106

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
LEE 26/2261
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 151d GemeentewetArt. 2:79 Apv gemeente Noordenveld 2021Art. 5:21 AwbArt. 5:31d AwbArt. 5:32 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen gedragsaanwijzing wegens vermeende woonoverlast

Verzoeker, woonachtig op een adres in de gemeente Noordenveld, kreeg van de burgemeester een gedragsaanwijzing opgelegd wegens vermeende ernstige en herhaaldelijke hinder. Deze gedragsaanwijzing, gebaseerd op artikel 151d van de Gemeentewet, bevatte onder meer een last onder dwangsom om contact met buren te vermijden en geluidshinder te voorkomen.

Na een geluidsonderzoek en een incident waarbij de politie betrokken was, legde de burgemeester de gedragsaanwijzing op. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde of de burgemeester bevoegd was de gedragsaanwijzing op te leggen en of de maatregel evenredig was.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte van de gestelde ernstige en herhaaldelijke hinder, zoals vereist in artikel 151d van de Gemeentewet. Ook ontbrak een duidelijke specificatie van de overlastvormen zoals genoemd in de Algemene plaatselijke verordening. Daarom werd het besluit geschorst en werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De gedragsaanwijzing van de burgemeester wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs van ernstige en herhaaldelijke hinder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/2261

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juli 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.R. Post),
en

de burgemeester van de gemeente Noordenveld, de burgemeester

(gemachtigden: M. Tap en L. de Jong).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een gedragsaanwijzing die de burgemeester aan verzoeker heeft opgelegd. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe, omdat nog niet is gebleken dat de burgemeester bevoegd is om de gedragsaanwijzing op te leggen
.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Totstandkoming van het besluit en procesverloop

2.1.
Verzoeker woont op het [adres 1] . Van 1 tot en met 15 december 2025 heeft het bedrijf Burenlawaai, in opdracht van de burgemeester, geluidsonderzoek verricht op het naastgelegen [adres 2] . Op 18 december 2025 heeft Burenlawaai aan de burgemeester een rapport doen toekomen.
2.2.
Op 15 januari 2026 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds verzoeker en anderzijds een handhavingsjurist en een adviseur openbare orde en veiligheid van de gemeente. Bij brief van 19 januari 2026 heeft de burgemeester een ‘waarschuwing woonoverlast’ aan verzoeker gegeven. Hierin is onder meer afgesproken dat ook bij verzoeker akoestische apparatuur zal worden geplaatst.
2.3.
Bij e-mailbericht van 26 januari 2026 heeft Burenlawaai aan de burgemeester bericht dat verzoeker geen geluidsmeting in zijn woning wilde, omdat dat op dat moment geen zin zou hebben.
2.4.
Op 6 mei 2026 heeft zich een incident voorgedaan tussen verzoeker en een buurman waarbij de politie is betrokken.
2.5.
Bij brief van 8 mei 2026 heeft de burgemeester aan verzoeker het voornemen bekend gemaakt een gedragsaanwijzing op te leggen. Verzoeker heeft hierop zijn zienswijze gegeven.
2.6.
Met het bestreden besluit van 10 juni 2026 heeft de burgemeester de volgende gedragsaanwijzing opgelegd:
Gedragsaanwijzing
Gelet op de aard, duur en ernst van de overlast, het uitblijven van verbetering en de recente
escalatie, maak ik gebruik van mijn bevoegdheid op grond van artikel 151d van de Gemeentewet en leg ik u een gedragsaanwijzing op. De gedragsaanwijzing zal gelden vanaf heden en zal duren tot 4 maart 2027.
Deze gedragsaanwijzing is erop gericht verdere escalatie te voorkomen en de veiligheid in de directe woonomgeving te herstellen. In dat kader geldt voor u dat u:

zich onthoudt van iedere vorm van contact met uw buren en hen volledig met rust laat.
Dit betekent dat u hen op geen enkele wijze benadert, noch direct noch indirect, en dat u zich onthoudt van gedragingen die op hen zijn gericht, zoals aanspreken, roepen, reageren via muren of andere constructies, of op andere wijze de confrontatie opzoeken;
  • zich onthoudt van iedere vorm van bedreigend, intimiderend of gewelddadig gedrag;
  • geen handelingen verricht die leiden tot overlast voor omwonenden, waaronder het
veroorzaken van harde (contact)geluiden richting aangrenzende woningen.
Aan deze gedragsaanwijzing verbind ik een last onder dwangsom.
In het bestreden besluit is ook de volgende last opgenomen:
De last
U wordt gelast om contact met uw buren te vermijden en hen op welke manier dan ook niet lastig te vallen. Daarnaast wordt u gelast om onrechtmatige geluidshinder te voorkomen.
2.7.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.8.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.9.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader
3.1.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Deze zijn van belang voor de bevoegdheid van de burgemeester.
3.2.
De voorzieningenrechter zal hierna eerst beoordelen of de burgemeester bevoegd is tot het geven van een gedragsaanwijzing. Bij een bevestigend antwoord komt aan de orde of de maatregel evenredig is.
Is de burgemeester bevoegd om de gedragsaanwijzing op te leggen?
4.1.
De wettelijke grondslag van de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom op te leggen, wordt gevormd door artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:79 van Pro de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordenveld 2021 (Apv). Vereist is, in de eerste plaats, dat sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder die, in de tweede plaats, redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
4.2.
Ter zitting is besproken dat in het bestreden besluit, wat betreft de wettelijke grondslag, wel verwezen wordt naar artikel 151d van de Gemeentewet, maar ten onrechte niet naar artikel 2.79 van de Apv. De burgemeester heeft toegezegd dat in de heroverweging op bezwaar aan te passen.
4.3.
Ter zitting heeft de voorzieningenrechter aan de orde gesteld dat het wettelijk systeem inhoudt dat een gedragsaanwijzing opgelegd wordt in de vorm van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. Van een aparte gedragsaanwijzing en een aparte last, zoals is opgenomen in het bestreden besluit, kan dan geen sprake zijn. De burgemeester heeft toegezegd dat in de heroverweging op bezwaar te betrekken.
4.4.
In het verweerschrift heeft de burgemeester het standpunt ingenomen dat het geluidsonderzoek (2.1.) een beperkte betekenis heeft voor de actuele situatie. De beoordeling is gebaseerd op het totale dossier, waaronder meldingen, gesprekken met betrokkenen/omwonenden en het incident van 6 mei 2026.
4.5.
Ter zitting is besproken dat het dossier dat de burgemeester aan de voorzieningenrechter heeft overgelegd, geen stukken bevat over meldingen, geen gespreksverslagen bevat en geen informatie verschaft over het incident van 6 mei 2026. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet kan beoordelen of er inderdaad sprake is van de gestelde ernstige en herhaaldelijke hinder. Bij deze stand van zaken is niet voldaan aan het eerste vereiste van artikel 155d van de Gemeentewet voor het ontstaan van de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing op te leggen.
4.6.
Daarnaast heeft verzoeker terecht naar voren gebracht dat de burgemeester niet heeft benoemd om welke vorm (of vormen) van overlast zoals genoemd in artikel 2.79, tweede lid, van de Apv, het gaat.
4.7.
Dit betekent dat op dit moment niet is gebleken dat de burgemeester bevoegd is een gedragsaanwijzing op te leggen. Om die reden dient het bestreden besluit te worden geschorst.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 10 juni 2026 wordt geschorst. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de burgemeester het griffierecht moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5:21
Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Artikel 5:31d
Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Artikel 5:32
1. Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Gemeentewet
Artikel 151d
1. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
3. (…)
Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordenveld 2021
Artikel 2:79 Woonoverlast Pro als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
a. geluid- of geurhinder;
b. hinder van dieren;
c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.