ECLI:NL:RBNNE:2026:331
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen handhavingsverzoek verontreinigde grond
Verzoeker diende een handhavingsverzoek in tegen het gebruik van licht verontreinigde grond op een golfbaan en het gebruik van de toegangsweg naar zijn woning. Het college stelde dit verzoek buiten behandeling omdat verzoeker geen belanghebbende zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker wel belanghebbende is, gezien de feitelijke gevolgen van de werkzaamheden en de aanvoer van grond over de enige toegangsweg naar zijn woning.
Hoewel er sprake is van een spoedeisend belang, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dit omdat het verzoek om een verbod op het gebruik van de weg of het opleggen van een alternatieve route niet binnen de reikwijdte van het bestreden besluit valt en de voorzieningenrechter niet bevoegd is om dergelijke maatregelen op te leggen.
Het college heeft het verzoek om handhaving niet inhoudelijk beoordeeld, waardoor het geschil beperkt is tot de vraag of het verzoek terecht buiten behandeling is gesteld. De voorzieningenrechter concludeert dat het college het verzoek in behandeling moet nemen, maar dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar het college moet het handhavingsverzoek in behandeling nemen.