ECLI:NL:RBNNE:2026:347

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
18/008510-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens grooming en bezit kinderpornografisch materiaal door onderwijsassistent

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens grooming en het bezit van kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte, werkzaam als onderwijsassistent, maakte misbruik van zijn gezagspositie ten opzichte van een minderjarige leerling, met wie hij via Snapchat seksueel getinte contacten onderhield.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde seksuele handelingen en aanranding wegens onvoldoende bewijs, maar achtte het bezit van kinderpornografisch materiaal en het indringend benaderen van het kind wettig en overtuigend bewezen. De straf is mede gebaseerd op het feit dat verdachte ondanks waarschuwingen het contact voortzette en misbruik maakte van de kwetsbaarheid van het slachtoffer.

De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op aan het voorwaardelijke strafdeel, waaronder digitale controles en behandeling bij een zorgverlener. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €2.500 toegewezen aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank weigerde een beroepsverbod op te leggen, verwijzend naar de VOG-procedure.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens grooming en bezit van kinderpornografisch materiaal.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/008510-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 10 februari 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 januari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.D. Arends, advocaat te Groningen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 31 oktober 2024 tot en met 5 februari 2025 te [plaats] en/of Meppel, althans in Nederland, seksuele handelingen heeft verricht die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam door het, al dan niet bij zichzelf, laten verrichten van seksuele handelingen door [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 2012), terwijl zij tussen 12 en 16 jaar oud was, te weten:
  • het (laten) uittrekken van de kleding door die [slachtoffer] en/of
  • het (laten) tonen van de (ontblote) vagina en/of borst(en) en/of billen door die [slachtoffer] en/of
  • het (laten) betasten en/of aanraken van de (eigen) (ontblote) vagina en/of borsten, althans het lichaam, door die [slachtoffer] en/of
  • het (laten) brengen van een of meer vinger(s) in de (eigen) (ontblote) vagina door die [slachtoffer] en/of
  • het (laten) maken van en/of (laten) (toe)sturen, althans doen toekomen, aan hem, verdachte, van één of meer (naakt)foto(s) en/of (naakt)video(s), althans een afbeelding met een seksuele intentie/strekking, van/door die [slachtoffer] en/of
  • het zich, verdachte, laten pijpen door die [slachtoffer] , althans die [slachtoffer] de penis van verdachte in haar mond te laten nemen/brengen en/of
  • die [slachtoffer] te vingeren, althans de vagina van die [slachtoffer] te betasten met zijn hand(en) en/of vinger(s)
terwijl zij onder zijn gezag en/of opleiding was toevertrouwd;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 november 2024 te Meppel en/of elders in Nederland
(in de periode van 1 juli 2024 tot 17 augustus 2024)
met een kind in de leeftijd beneden de 12 jaren, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 2012) een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten:
- het knuffelen met die [slachtoffer] en/of het omhelzen van en/of vasthouden van die [slachtoffer]
en/of
(in de periode van 17 augustus 2024 tot en met 14 november 2024) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten:
  • het door verdachte aanraken van de blote borst(en) en/of de met kleding bedekte borst(en) van die [slachtoffer] en/of
  • die [slachtoffer] de met kleding bedekte (stijve) penis van verdachte laten aanraken en/of
  • het knuffelen met die [slachtoffer] en/of het omhelzen van en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of
  • betasten van de (blote) vagina van die [slachtoffer]
terwijl zij, die [slachtoffer] , onder zijn gezag en/of opleiding was toevertrouwd;
3
hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2019 tot en met 5 februari 2025 te [plaats] , gemeente Westerveld, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 25 juni 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, te weten zijn mobiele telefoon (merk Samsung), bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad waarop te zien is dat:
  • een onbekend gebleven persoon zichzelf vaginaal penetreert met een dildo of een daarmee vergelijkbaar voorwerp (afbeelding 2, p.182 eindverbaal) en/of
  • bij/naast het gezicht en/of het lichaam van een onbekend gebleven persoon een (stijve) penis wordt gehouden welke die onbekend gebleven persoon in haar mond heeft ((gelijk aan gedachtestreepje 1 hieronder, afbeelding 1, p.182 eindverbaal) en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 5 februari 2024, artikel 252 Wetboek Pro van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 2012) en twee onbekend gebleven personen, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad (te weten op zijn mobiele telefoon (merk Samsung)), waarop te zien is dat
  • bij/naast het gezicht en/of het lichaam van een onbekend gebleven persoon een (stijve) penis wordt gehouden welke die onbekend gebleven persoon in haar mond heeft (gelijk aan gedachtestreepje 2 hierboven, afbeelding 1, p.182 eindverbaal) en/of
  • die [slachtoffer] de eigen (blote) borsten aanraakt en/of de eigen (blote) borsten tegen elkaar aan duwt (p.181, eindverbaal) en/of
  • die [slachtoffer] een ontbloot bovenlichaam heeft terwijl zij haar ogen heeft gesloten (afbeelding 1, p. 231 eindverbaal) en/of
  • die [slachtoffer] een ontbloot bovenlichaam heeft en beide borsten zichtbaar zijn, terwijl die [slachtoffer] naar beneden kijkt (afbeelding 2, p. 231 eindverbaal) en/of
  • een onbekend gebleven persoon naakt op de rug ligt met gespreide benen, terwijl er een volwassen stijve penis tussen de schaamlippen van die onbekend gebleven persoon wordt gedrukt (afbeelding 1, p. 231 eindverbaal) en/of
  • een onbekend gebleven persoon naakt op de rug ligt met gespreide benen, waarbij de vagina en anus zichtbaar zijn en waarbij er een witte glimmende substantie zichtbaar is op de lies en schaamlip van deze onbekend gebleven persoon (afbeelding 2, p. 232 eindverbaal);
4
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 5 februari 2025 te [plaats] en/of Meppel, althans in Nederland een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren [geboortedatum] 2012)
  • indringend mondeling en/of schriftelijk heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door (snap/chat)berichten te verzenden (over en weer) met liefdesverklaringen en/of over (seksuele) handelingen die al dan niet verricht konden worden bij fysieke ontmoetingen; en/of
  • getuige heeft doen zijn van een handeling of visuele weergave van seksuele aard of met onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door foto's en/of filmpjes te sturen van een/zijn (stijve) penis.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde. De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste het volgende aangevoerd:
De verklaringen van [slachtoffer] zijn betrouwbaar. De verklaringen zijn namelijk gedetailleerd, eenduidig en geloofwaardig. Daarnaast is er steunbewijs voor de verklaringen van [slachtoffer] aanwezig. Dit steunbewijs bestaat uit de aangetroffen screenshots van gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer] , de aangetroffen naaktfotos van [slachtoffer] , de aangetroffen fotos van verdachtes penis, de verklaring van verdachte dat hij uitleg heeft gegeven over pijpen en vingeren en de zoekslagen die verdachte met zijn telefoon heeft gemaakt. Omdat ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde niet kan worden vastgesteld dat verdachte [slachtoffer] in de periode van 1 juli 2024 tot 17 augustus 2024 heeft geknuffeld en omhelsd en heeft vastgehouden met een seksuele intentie, dient verdachte van dit onderdeel te worden vrijgesproken.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en partieel van het onder 3 ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft het volgende aangevoerd:
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend worden bewezen omdat de verklaringen van [slachtoffer] onvoldoende betrouwbaar zijn en daarnaast geen andere bewijsmiddelen aanwezig zijn. Verdachte dient ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde partieel te worden vrijgesproken van het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen van onbekend gebleven personen die in de WhatsApp-cache zijn aangetroffen, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet op het verwerven van deze afbeeldingen heeft gehad.
Oordeel van de rechtbank
Feiten 1 en 2
De rechtbank acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] . De rechtbank acht haar verklaringen op essentiële onderdelen consistent en gedetailleerd. Verder acht de rechtbank de verklaringen authentiek, omdat [slachtoffer] niet de indruk wekt dat zij dat wat gebeurd zou zijn heeft aangedikt. Als zij het antwoord op een vraag niet weet, geeft zij dit ook aan. Dat maakt haar verklaring tevens genuanceerd.
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaringen van een aangever. Ook niet als de rechtbank deze verklaringen betrouwbaar vindt. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is dus bijkomend bewijs (steunbewijs) nodig uit een andere bron dan de aangever.
De vraag die de rechtbank, gelet op het hiervoor geschetste kader, moet beantwoorden, is of de belastende verklaringen van [slachtoffer] voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is en zal dat hieronder uitleggen.
Onder feit 1 zijn drie gedragingen ten laste gelegd die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam (onder gedachtestreepjes 4, 6 en 7).
Onder gedachtestreepje 4 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij [slachtoffer] één of meer vingers in haar eigen vagina heeft laten brengen. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat in de telefoon van [slachtoffer] videos zijn aangetroffen waarop te zien is dat [slachtoffer] zichzelf met haar vingers penetreert. Daarnaast heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij weleens videos van [slachtoffer] heeft ontvangen waarop te zien is dat zij zichzelf vingerde.
Uit deze bewijsmiddelen blijkt niet dat er lichamelijk contact is geweest tussen verdachte en [slachtoffer] . Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat ook sprake kan zijn van het ontuchtige handelingen ingeval geen lichamelijke aanraking tussen de dader en de desbetreffende minderjarige heeft plaatsgevonden, maar wel sprake was van een zekere mate van interactie tussen de dader en de minderjarige: het zogeheten interactiecriterium.
De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen dat er vanuit verdachte enige interactie heeft plaatsgevonden ten aanzien van de filmpjes die op de telefoon van [slachtoffer] zijn aangetroffen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat er vanuit verdachte enige interactie heeft plaatsgevonden ten aanzien van filmpjes die hij van [slachtoffer] zegt te hebben ontvangen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij alle naaktafbeeldingen die zij aan verdachte stuurde op verzoek van verdachte maakte en verstuurde. Uit de verklaringen van [slachtoffer] blijkt niet of zij ook filmpjes heeft verzonden waarop te zien was dat zij zich aan het vingeren was en terwijl die filmpjes door middel van interactie tussen verdachte en [slachtoffer] tot stand zijn gekomen.
Onder gedachtestreepjes 6 en 7 is aan verdachte verder ten laste gelegd dat hij zich door [slachtoffer] heeft laten pijpen en dat hij [slachtoffer] heeft gevingerd, zoals door [slachtoffer] is verklaard en door verdachte wordt ontkend. Hoewel op basis van de locatiegegevens van de telefoons van [slachtoffer] en verdachte kan worden vastgesteld dat zij elkaar enkele keren hebben ontmoet en [slachtoffer] heeft verklaard dat deze handelingen tijdens één van deze ontmoetingen hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank hiervoor in het dossier onvoldoende concreet steunbewijs aanwezig. De aangetroffen screenshots van berichten tussen beide, waarin niet specifiek aan deze gedragingen wordt gerefereerd, de aangetroffen naaktbeelden van [slachtoffer] en verdachte, het gesprek over pijpen en vingeren en de door verdachte gemaakte zoekslagen op zijn telefoon zijn hiervoor onvoldoende.
Nu de rechtbank niet kan vaststellen dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , zal verdachte van het onder 1 ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Onder feit 2 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij [slachtoffer] heeft aangerand. Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] op school een knuffel heeft gegeven toen zij verdrietig was, kan de rechtbank niet vaststellen dat dit is gebeurd met een seksuele intentie. De rechtbank zal verdachte om die reden vrijspreken van aanranding van [slachtoffer] door haar te knuffelen, te omhelzen of vast te houden (aandachtstreepje 3). De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van de andere onder dit feit ten laste gedragingen omdat daarvoor onvoldoende steunbewijs aanwezig is. Verdachte heeft ontkend dat die gedragingen hebben plaatsgevonden en het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen die concreet steun bieden aan hetgeen [slachtoffer] hierover heeft verklaard.
Feit 3
De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1.
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2024, opgenomen op pagina 181 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024316287 (KAMEROEN / NNRBC24220) d.d. 17 april 2025, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Bij verdachte [verdachte] werd een Samsung A23 telefoon in beslag genomen.
[slachtoffer] :Ik zag een bloot bovenlijfje waarbij beide borsten elk door een hand naar binnen werd gedrukt. Zij werden als het ware naar elkaar toe gedrukt. Ik zag om haar nek onderstaande ketting. Ik herkende deze als de ketting van [slachtoffer] .
Overige:
Ik trof nog twee afbeeldingen van meisjes, niet zijnde [slachtoffer] . Ik toonde de afbeeldingen aan collega [verbalisant] . Zij is bevoegd om afbeeldingen als zijnde kinderporno te beoordelen. Zij gaf aan dat het inderdaad om kinderporno ging.
Afbeelding 1:
Ik trof een afbeelding van een meisje, zittend op haar blote billen en met haar knieën opgetrokken Ik had daardoor zicht op haar vagina. Ik zag dat links van haar een man/jongen stond/zat waardoor zijn penis ter hoogte van de mond van het meisje was. Ik zag dat het meisje de penis in haar mond had. Collega [verbalisant] schatte de leeftijd van dit meisje tussen de 10 en 15 jaren oud. Ik trof deze in de whatsapp media aan.
Afbeelding 2:
Ik trof een afbeelding van een meisje zittend op de vloer met haar knieën opgetrokken. Zij had geen onderkleding aan waardoor ik zicht had op haar naakte vagina. Ik zag dat haar shirt omhoog getrokken was waardoor ik haar naakte borsten zag. Ik zag dat zij met haar rechterhand een voorwerp in haar vagina naar binnen bracht. Het leek op een oranje/huidskleur achtige dildo ter grote van een flinke winterpeen. Collega [verbalisant] schatte de leeftijd van dit meisje tussen de 13 en 17 jaren oud. Ik trof de afbeelding tussen de verwijderde items (cache).
2. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 januari 2025, opgenomen op pagina 225 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Woensdag 8 januari 2025 werd onder verdachte [verdachte] een telefoon, Samsung A15, inbeslaggenomen.
Afbeelding 1 [slachtoffer] met ontbloot bovenlijf (5-1-2025):
Ik zie dat [slachtoffer] haar ogen dicht heeft. Ik zie dat haar bovenlichaam ontbloot is. Haar linkerborst is niet volledig in beeld.
Afbeelding 2 [slachtoffer] met ontbloot bovenlijf (5-1-2025)
[slachtoffer] is vanaf net onder de borsten tot net boven de wenkbrauwen te zien. [slachtoffer] kijkt naar beneden. Haar bovenlijf is ontbloot en je ziet beide borsten van [slachtoffer] .
Naast de twee kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer] vond ik nog 2 kinderpornografische afbeeldingen waarvan de identiteit van de afgebeelde personen onbekend is.
Kinderpornografische afbeelding 1:
Ik zie een afbeelding van een blank bloot meisje geschat tussen de leeftijd van 6 maanden en 1,5 jaar liggend op haar rug. Ik zie dat er een volwassen penis in stijve toestand tussen de schaamlippen van het meisje wordt gedrukt. Deze penis wordt vastgehouden met een volwassen hand. [naam 2] stuurt deze afbeelding op 13-12-2024 naar verdachte [verdachte] .
[bestandsnaam afbeelding 1]
Kinderpornografische afbeelding 2:
Ik zie een afbeelding van een bloot onderlichaam van een meisje geschat tussen de leeftijd 3 jaar tot 7 jaar. Ik zie dat zij op een witte deken ligt met groene en roze opdruk. Ik zie dat de benen gespreid zijn. Ik zie dat haar vagina en anus zichtbaar zijn. Ik zie links op de schaamlip en lies een doorzichtige glimmende substantie liggen. Verder zie ik een deel van haar buik tot onder de borsten.
[bestandsnaam afbeelding 2]
3. ​
​Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 18 november 2024, opgenomen op pagina 311 van voornoemd dossier:

Inbeslagneming

Datum en tijd: 18 november 2024

Beslagene

Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Volgnummer 1

Object: telefoon Merk/type: Samsung A23
Bewijsoverweging
De rechtbank merkt op dat in de tenlastelegging als einddatum van de periode de datum 5 februari 2024 staat vermeld. De rechtbank merkt dit aan als een kennelijke verschrijving. Uit het procesdossier blijkt onmiskenbaar dat de einddatum 5 februari 2025 moet zijn, zijnde de dag waarop verdachte opnieuw werd aangehouden. De rechtbank zal de tenlastelegging op dit punt verbeterd lezen.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat in de ten laste gelegde periode op twee telefoons van verdachte kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen. Omdat de rechtbank niet kan vaststellen op welk moment deze afbeeldingen op de telefoon van verdachte zijn gekomen, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het verwerven van kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank zal wél wettig en overtuigend bewezen achten dat verdachte op de dagen waarop de telefoons in beslag zijn genomen kinderpornografische afbeelding in bezit heeft gehad.
Feit 4
De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, Sv.
Deze opgave luidt als volgt:
​de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 januari 2026;
​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden (met bijlagen) d.d. 27 november 2024, opgenomen op pagina 14 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024316287 (KAMEROEN / NNRBC24220) d.d. 17 april 2025, inhoudend de verklaring van [naam 1];
​een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2024, opgenomen op pagina 73 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
3
hij in de periode van 18 november 2024 tot en met 8 januari 2025 in Nederland, te weten:
op 18 november 2024 een gegevensdrager, te weten zijn mobiele telefoon (merk Samsung), bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken in bezit heeft gehad, waarop te zien is dat:
- een onbekend gebleven persoon zichzelf vaginaal penetreert met een dildo of een daarmee vergelijkbaar voorwerp (afbeelding 2, p.182 eindverbaal) en
  • bij/naast het gezicht en/of het lichaam van een onbekend gebleven persoon een (stijve) penis wordt gehouden welke die onbekend gebleven persoon in haar mond heeft (afbeelding 1, p. 182 eindverbaal) en
  • [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 2012, de eigen (blote) borsten aanraakt en/of de eigen (blote) borsten tegen elkaar aan duwt (p.181, eindverbaal)
en
op 8 januari 2025 een gegevensdrager, te weten zijn mobiele telefoon (merk Samsung), bevattende visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken in bezit heeft gehad, waarop te zien is dat:
  • [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 2012, een ontbloot bovenlichaam heeft terwijl zij haar ogen heeft gesloten (afbeelding 1, p. 231 eindverbaal) en
  • [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 2012, een ontbloot bovenlichaam heeft en beide borsten zichtbaar zijn, terwijl die [slachtoffer] naar beneden kijkt (afbeelding 2, p. 231 eindverbaal) en
  • een onbekend gebleven persoon naakt op de rug ligt met gespreide benen, terwijl er een volwassen stijve penis tussen de schaamlippen van die onbekend gebleven persoon wordt gedrukt (afbeelding 1, p. 231 eindverbaal) en
  • een onbekend gebleven persoon naakt op de rug ligt met gespreide benen, waarbij de vagina en anus zichtbaar zijn en waarbij er een witte glimmende substantie zichtbaar is op de lies en schaamlip van deze onbekend gebleven persoon (afbeelding 2, p. 232 eindverbaal).
4
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 5 februari 2025 in Nederland een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] 2012
  • indringend mondeling en schriftelijk heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door Snapchatberichten te verzenden met liefdesverklaringen en mondeling over (seksuele) handelingen die al dan niet verricht konden worden bij fysieke ontmoetingen; en
  • getuige heeft doen zijn van een handeling of visuele weergave van seksuele aard of met onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door foto's en/of filmpjes te sturen van een/zijn (stijve) penis.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
3. een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd;
4. een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend mondeling en schriftelijk seksueel benaderen en getuige doen zijn van een visuele weergave van seksuele aard, op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Als bijzondere voorwaarden moeten de voorwaarden worden gesteld zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast dient aan verdachte een beroepsverbod voor de duur van 5 jaar te worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit aan verdachte een taakstraf op te leggen voor de duur van 240 uur en daarnaast een gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, met verder een voorwaardelijk deel. Aan het voorwaardelijke strafdeel dienen de door de reclassering geadviseerde voorwaarden te worden verbonden. Een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou het behandelingstraject van verdachte bij de AFPN doorkruisen en daarnaast dient bij de strafoplegging te worden meegewogen dat verdachte zijn baan is kwijtgeraakt, is geraakt in zijn persoonlijke leven en dat verdachte een first offender is.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsadvies van 25 augustus 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming van [slachtoffer] en aan het verwerven en het bezit van kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte heeft [slachtoffer] leren kennen toen zij 11 jaar oud was en in groep 8 zat van de basisschool waar hij als onderwijsassistent werkzaam was. Nadat hij zag dat [slachtoffer] ergens mee zat heeft hij haar apart genomen. Dit behoorde niet tot zijn takenpakket, aldus verdachte. Toch heeft hij bij [slachtoffer] aangegeven dat [slachtoffer] altijd met hem zou kunnen praten over de dingen waar zij mee zit. Niet veel later heeft verdachte [slachtoffer] aangeboden om contact te onderhouden via Snapchat en is het contact op die manier voortgezet. Een gesprek met de schoolleiding, waarin verdachte te kennen is gegeven dat het onprofessioneel is om via sociale media contact te onderhouden met leerlingen, heeft verdachte er niet van weerhouden het contact met [slachtoffer] via Snapchat voort te zetten. Via Snapchat heeft verdachte [slachtoffer] onder meer berichten gestuurd waarin hij aangeeft dat zij het meisje van zijn dromen is, dat hij haar nooit meer kwijt wil en dat hij wil dat zij later zijn vrouw wordt en de moeder van zijn kinderen. Ook heeft verdachte via Snapchat meerdere fotos van zijn penis naar [slachtoffer] verzonden en op de telefoons van verdachte zijn kinderpornografische afbeeldingen van onder meer [slachtoffer] aangetroffen. Verder heeft verdachte twee keer met [slachtoffer] afgesproken in zijn auto. Ook nadat verdachte er door de moeder van [slachtoffer] mee geconfronteerd werd dat het contact tussen hem en haar dochter niet was gestopt, heeft verdachte het contact met [slachtoffer] onder een valse naam via Snapchat voortgezet.
Het contact tussen verdachte en [slachtoffer] is begonnen toen verdachte haar docent was. Daarmee bestond tussen verdachte en [slachtoffer] een duidelijke gezags- en afhankelijkheidsrelatie. Verdachte heeft misbruik gemaakt van deze positie, terwijl van hem juist mocht worden verwacht dat hij professionele afstand zou bewaren en het welzijn van zijn leerlingen zou beschermen. Voorts is van belang dat verdachte vanaf het eerste contact wist dat het slachtoffer kwetsbaar was, nu [slachtoffer] hierover haar hart bij hem had gelucht. De ervaring leert dat slachtoffers van zedenmisdrijven nog lang mentale klachten kunnen ondervinden als gevolg van ontstane gevoelens van schaamte, angst en onveiligheid. Bij minderjarige slachtoffers betekent dit veelal dat de normale seksuele ontwikkeling wordt verstoord. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer] blijkt ook dat de gebeurtenissen een grote impact op haar hebben gehad. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.
Persoon van verdachte
Uit het reclasseringsadvies volgt dat verdachte zich gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Ook is er hulp vanuit de AFPN ingezet, al bevindt deze hulp zich nog in een beginstadium. Om het recidiverisico te beperken adviseert de reclassering aan een voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden. Zij adviseert aan verdachte een meldplicht op te leggen, verdachte te verplichten mee te werken aan ambulante behandeling door de AFPN, een contactverbod met [slachtoffer] op te leggen en verdachte te verplichten om digitale omgevingen waar seksueel kindermisbruik kan plaatsvinden te vermijden en daartoe mee te werken aan controles van digitale apparaten.
Strafoplegging
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten geen andere straf dan een gevangenisstraf passend is. De rechtbank weegt in dit verband in strafverzwarende zin mee dat verdachte vanuit zijn rol als docent zeer fors misbruik heeft gemaakt van een zeer jonge, kwetsbare leerlinge die ten opzichte van hem in een afhankelijkheidspositie verkeerde. Verdachte heeft geen oog gehad voor de impact van zijn handelen op [slachtoffer] . Ook nadat verdachte tot twee keer toe is aangesproken op zijn gedrag, is hij doorgegaan het onderhouden van intensief en seksueel getint contact met [slachtoffer] . Ook neemt de rechtbank verdachte kwalijk dat hij heeft het doet voorkomen dat [slachtoffer] initiatiefnemer in het seksuele contact is geweest, dat hij slechts meeging in de fantasieën van [slachtoffer] en niet meende wat hij schreef in de liefdesverklaringen aan haar. Gelet op zijn leeftijd en positie had verdachte beter moeten weten.
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op 3 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.
De rechtbank zal aan verdachte niet een beroepsverbod opleggen. De rechtbank gaat ervan uit dat als de verdachte opnieuw aan het werk zou willen als docent, zijn geschiktheid voor dat beroep zal worden beoordeeld in het kader van de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 535,80 ter vergoeding van materiële schade en 12.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde vergoeding wegens materiële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu deze kosten deels niet voor vergoeding in aanmerking komen en voor het overige onvoldoende onderbouwd zijn. Zij heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de verdediging de aanwezigheid van geestelijk letsel niet betwist, maar bepleit het toe te wijzen bedrag ten opzichte van het gevorderde te matigen tot het bedrag van 2.500,00.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot vergoeding van materiële schade, nu de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd aan de hand van stukken.
Immateriële schade
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 en 4 bewezenverklaarde. De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat [slachtoffer] voorafgaand aan het contact met verdachte reeds psychologische ondersteuning kreeg en kan aan de hand van de onderbouwende stukken onvoldoende bepalen in welke mate de gevorderde immateriële schade (volledig) het gevolg is van het handelen van verdachte. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen tot het bedrag waarvan de hoogte door de verdediging niet is betwist, te weten 2.500,00, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 251 en 252 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf
een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres [adres] . De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Dit kunnen ook huisbezoeken inhouden. De veroordeelde volgt de aanwijzingen op die hem door of namens de reclassering gegeven worden voor zover niet reeds in andere voorwaarden benoemd. Binnen het toezicht worden (sub)doelen geformuleerd waar de veroordeelde aan zal werken deze te behalen;
dat de veroordeelde zich laat behandelen door AFPN Assen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is reeds gestart. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
dat de veroordeelde op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met aangeefster [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2012, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
dat de veroordeelde gedurende de gehele proeftijd:
digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a. en b. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de gehele proeftijd maximaal drie keer per aantal jaren proeftijd worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Ten aanzien van feiten 3 en 4
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt veroordeelde om aan [slachtoffer] te betalen:
  • het bedrag van 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro). Dit bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding;
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die [slachtoffer] heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat te betalen een bedrag van 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 25 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. G. Eelsing, voorzitter, mr. A.S. Venema-Dietvorst en
mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. R. de Boer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 februari 2026.
Mr. A.S. Venema-Dietvorst is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.