Uitspraak
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- een vuurwapen gedragen en/of voorhanden gehad, en/of
- dit vuurwapen aan die [medeverdachte] verstrekt;
- een breuk door het bovenste deel van het borstbeen (rechter zijde), en/of
- een bloeding en enig vrije lucht in het mediastinum (ruimte achter het borstbeen en tussen de beide longen), en/of
- een klaplong (rechts) met beschadiging van de bovenste longkwab (rechts), en/of
- bloed in de (rechter) longholte, en/of
- breuk van de vijfde rib (rechts) aan de achterzijde,
- een breuk door het bovenste deel van het borstbeen (rechter zijde), en/of
- een bloeding en enig vrije lucht in het mediastinum (ruimte achter het borstbeen en tussen de beide longen), en/of
- een klaplong (rechts) met beschadiging van de bovenste longkwab (rechts), en/of
- bloed in de (rechter) longholte, en/of
- breuk van de vijfde rib (rechts) aan de achterzijde,
- een vuurwapen gedragen en/of voorhanden gehad, en/of
- dit vuurwapen aan die [medeverdachte] verstrekt;
- een vuurwapen gedragen en/of voorhanden gehad, en/of
- dit vuurwapen aan die [medeverdachte] verstrekt;
- een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, en/of
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vijf, althans een hoeveelheid, hulzen, voorhanden heeft gehad.
Beoordeling van het bewijs
[naar de rechtbank begrijpt: verdachte]had een tas, een kleine tas. Hij pakte zn ding en gaf het aan de vrouw en hij zei: Shoot ze. Shoot, shoot, doe het. En de vrouw schoot, zo was het.”
Bewezenverklaring
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vijf hulzen, voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.
een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
[slachtoffer]te betalen:
- het bedrag van
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 augustus 2023 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.