Uitspraak
1.FOOKS PAYROLLING B.V.,
2.
DIRECT STAFFING B.V.,
3.
ROOM 91 B.V.,
4.
STICHTING SECURI-CORP,
1.De procedure
- de akte van antwoord in kort geding met producties aan de zijde van Fooks, ingekomen ter griffie op 22 januari 2026;
26 januari 2026;
- de pleitnota aan de zijde van Fooks;
2.De feiten
Securi-Corp bestaan onder andere uit opsporings- en beveiligingsdiensten ter plaatse.
indien de opdrachtgever zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet correct nakomt;
. Indien deze overeenkomst eindigt op de wijze zoals bedoeld in artikel 8 van Pro deze overeenkomst, dan wel op enigerlei andere wijze, dan is de opdrachtgever gehouden om met de werknemers waarmee Fooks eenpayroll-overeenkomst is aangegaan uit hoofde van deze overeenkomst, zelf direct dan wel indirect een arbeidsovereenkomst aan te gaan onder tenminste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die op dat moment gelden tussen Fooks en de werknemers.
31 december 2024 bij Room 91 in dienst geweest.
Ik weet niet of [voornaam contactpersoon 2]( [achternaam contactpersoon 2] , kantonrechter)
het had door gegeven ik was van plan om tot eind maart te werken en daarna te stoppen.
€ 117.092,00 heeft op Room 91. Fooks en Room 91 hebben voor deze achterstand een betalingsregeling afgesproken.
3.Het geschil
vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato dienen te worden uitbetaald;
1 januari 2026 dat niet door een andere gedaagde aan [eiser] betaald wordt, de transitievergoeding conform punt 26 van de dagvaarding en een correcte eindafrekening waarbij onder meer de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato dienen te worden uitbetaald;
7 april 2025 is verschuldigd. Wel blijft volgens [eiser] Fooks naast Direct Staffing hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die zijn ontstaan vóór de overgang van onderneming, alsmede blijft Fooks aansprakelijk voor de schadevergoeding vanwege de schending van de informatieplicht ten aanzien van het bedrag aan loon dat niet door Direct Staffing, Room 91 of Securi-Corp wordt betaald.
4.De beoordeling
17 maart 2025 tussen [eiser] en Room 91 enkel volgt dat er is gesproken over een mogelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Niet blijkt dat hieraan ook een vervolg is gegeven en de overeenkomst is beëindigd. Daarbij komt dat de enkele wens van [eiser] om door middel van een vaststellingsovereenkomst te vertrekken niet gelijkgesteld kan worden met een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast heeft Fooks in de e-mail van 17 juni 2025 [eiser] uitgenodigd voor een gesprek om te overleggen over een vaststellings-overeenkomst, maar uit niets blijkt dat er vervolgens door Fooks en [eiser] een vaststellings-overeenkomst is ondertekend. Gelet op het voorgaande is van een einde van de arbeidsovereenkomst door opzegging dan wel een vaststellingsovereenkomst niet gebleken.
Europese Richtlijn 2001/23/EG inzake de onderlinge aanpassing van wetgevingen van lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan(hierna: de Richtlijn). De Richtlijn heeft ten doel werknemers bij verandering van een ondernemer te beschermen en in het bijzonder het behoud van hun rechten veilig te stellen. Van een overgang van onderneming is sprake als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden uit
artikel 7:662 BW Pro:
28 februari 2025 een grote brand heeft gewoed en er vanaf dat moment geen horecawerkzaamheden waren en [eiser] niet voor werk zou zijn opgeroepen.
7:610b BW neergelegde bewijsvermoeden dat de arbeidsomvang gelijk is aan de gemiddelde omvang van de werkzaamheden verricht in de voorafgaande drie maanden (in dit geval: de periode januari 2025 tot en met maart 2025), is de vraag of Fooks en Room 91 erin zijn geslaagd dit bewijsvermoeden te ontzenuwen. Door Fooks dan wel Room 91 zijn geen feiten en omstandigheden gesteld die tot de conclusie moet luiden dat van een ander gemiddelde uit moet worden gegaan. De arbeidsomvang van [eiser] wordt daarom vastgesteld op 43,6 uren per week.
1 juni 2025 tot en met 31 december 2025.
1 juni 2025 een arbeidsovereenkomst heeft bestaan tussen Fooks en [eiser] , zodat Fooks over die periode de loonverplichtingen aan [eiser] is verschuldigd. Uit de payrollovereenkomst volgt dat het uurloon € 14,06 bruto is, zodat het loon op basis van dit uurtarief dient te worden berekend. En zoals hiervoor geoordeeld dient uit te worden gegaan van een arbeidsomvang van 43 uur per week. Fooks mag hierbij wel in acht nemen dat [eiser] per 7 april 2025 is ziekgemeld, hetgeen gevolgen heeft voor de betaling van het loon. Ook dient er rekening te worden gehouden met eventueel reeds door Fooks gedane loonbetalingen aan [eiser] die betrekking hebben op de periode 7 april 2025 tot 1 juni 2025.
7 april 2025 tot aan 31 december 2025 ziek was, hetgeen gevolgen heeft voor de betaling van het loon.
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
€ 144,00 aan nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)).
5.De beslissing
€ 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
10 februari 2026.