ECLI:NL:RBNNE:2026:366

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
12030285 \ VV EXPL 25-95
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:610b BWArt. 7:616a BWArt. 7:662 BWArt. 7:663 BWArt. 7:665a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallig loon na beëindiging payrollovereenkomst en overgang van onderneming niet vastgesteld

Eiser was via payrollbedrijf Fooks in dienst gesteld bij Room 91 en later betrokken bij werkzaamheden bij Securi-Corp. Na beëindiging van de samenwerking tussen Fooks en Room 91 ontstond discussie over de vraag of sprake was van overgang van onderneming naar Direct Staffing, die de payrollactiviteiten overnam.

De kantonrechter oordeelt dat geen duurzame economische eenheid is overgegaan en dat er geen overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro heeft plaatsgevonden. Eiser is daarom van 7 april 2025 tot 1 juni 2025 in dienst gebleven bij Fooks en vanaf 1 juni 2025 bij Room 91. Direct Staffing en Securi-Corp zijn niet als werkgever aan te merken.

De arbeidsomvang wordt vastgesteld op gemiddeld 43,6 uur per week op basis van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW. Fooks en Room 91 worden veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, vakantietoeslag en correcte loonspecificaties over hun respectievelijke dienstverbandperiodes. De transitievergoeding wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst niet is beëindigd door Fooks.

De procedurekosten worden verdeeld: Fooks en Room 91 betalen de kosten van eiser, terwijl eiser de kosten van Direct Staffing en Securi-Corp moet vergoeden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Fooks en Room 91 worden veroordeeld tot betaling van loon en vakantietoeslag over respectievelijke periodes, Direct Staffing en Securi-Corp worden niet als werkgever aangemerkt.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: 12030285 \ VV EXPL 25-95
Vonnis in kort geding van 10 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. M.T. Harbers,
tegen

1.FOOKS PAYROLLING B.V.,

te Nijmegen,
gemachtigde: mr. D.A.M. Lagarrigue,
2.
DIRECT STAFFING B.V.,
te Arnhem,
gemachtigde: mr. E. van der Weerdt,
3.
ROOM 91 B.V.,
te Emmen,
niet verschenen,
4.
STICHTING SECURI-CORP,
te Emmen,
niet verschenen,
gedaagde partijen.
Eisende partij zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagde partijen zullen hierna gezamenlijk gedaagden worden genoemd en ieder afzonderlijk respectievelijk Fooks, Direct Staffing, Room 91 en Securi-Corp.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 16 januari 2026 gericht aan Fooks;
- de dagvaarding met producties van 12 januari 2026 gericht aan Direct Staffing;
- de dagvaarding met producties van 9 januari 2026 gericht aan Room 91;
- de dagvaarding met producties van 9 januari 2026 gericht aan Securi-Corp;
- de akte van antwoord in kort geding met producties aan de zijde van Fooks, ingekomen ter griffie op 22 januari 2026;
- de brief aan de zijde van Direct Staffing met producties 1 tot en met 3, ingekomen ter griffie op 23 januari 2026;
- de brief aan de zijde van Fooks met producties 18 tot en met 20, ingekomen ter griffie op 26 januari 2026;
- de brief aan de zijde van Direct Staffing met productie 4, ingekomen ter griffie op
26 januari 2026;
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota aan de zijde van Fooks;
- de pleitaantekeningen aan de zijde van Direct Staffing;
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Fooks is een payrollonderneming. Direct Staffing is een payrollonderneming en uitzendbureau. Room 91 is een horecagelegenheid (discotheek). De activiteiten van
Securi-Corp bestaan onder andere uit opsporings- en beveiligingsdiensten ter plaatse.
2.2.
Fooks en Rooms 91 hebben een overeenkomst van opdracht voor onbepaalde tijd gesloten, welke overeenkomst is gestart per 1 januari 2024 . Partijen zijn overeengekomen dat Fooks met de medewerkers die door Room 91 zijn geworven en geselecteerd payrollovereenkomsten aan zal gaan en deze werknemers vervolgens ter beschikking zal stellen aan Room 91 om onder diens leiding en toezicht werkzaamheden te verrichten. Ter zake van de betaling zijn Fooks en Room 91 overeengekomen dat de door Room 91 te betalen vergoeding binnen vijf dagen na factuurdatum wordt geïncasseerd. In de overeenkomst tussen Fooks en Room 91 staat met betrekking tot de beëindiging van de overeenkomst en de gevolgen daarvan, voor zover hier van belang, opgenomen:
“(…)Artikel 2: Looptijd Pro van de overeenkomst
3. Beide partijen zijn gerechtigd om de samenwerking op te zeggen, daarbij een opzegtermijn in acht te nemen van 1 maand.
(…)
Artikel 11: Opzegging Pro door Fooks
1. Fooks is bevoegd deze overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen:
(…)

indien de opdrachtgever zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet correct nakomt;
(…)
Artikel 12: Be Proëindiging
1
. Indien deze overeenkomst eindigt op de wijze zoals bedoeld in artikel 8 van Pro deze overeenkomst, dan wel op enigerlei andere wijze, dan is de opdrachtgever gehouden om met de werknemers waarmee Fooks eenpayroll-overeenkomst is aangegaan uit hoofde van deze overeenkomst, zelf direct dan wel indirect een arbeidsovereenkomst aan te gaan onder tenminste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die op dat moment gelden tussen Fooks en de werknemers.
2. De opdrachtgever is gehouden tot vergoeding van alle kosten voor Fooks die verbonden zijn aan het voortduren van de payroll-overeenkomst, waaronder - doch niet beperkt tot - loonkosten, kosten voor herplaatsing, kosten ter beëindiging van de payroll-overeenkomst, eventuele proceskosten en kosten voor juridische bijstand. (…)”
2.3.
Op de tussen Fooks en Room 91 gesloten overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Fooks van toepassing verklaard. Hierin is, voor zover van belang, opgenomen:
“(…)Artikel 15: Goede Pro uitoefening van leiding en toezicht
(…)
2. Het is de Opdrachtgever niet toegestaan de Werknemer op zijn beurt aan een derde 'door te lenen'; dat wil
zeggen aan een derde ter beschikking te stellen voor het onder toezicht of leiding van deze derde verrichten
van werkzaamheden. Onder doorlening wordt mede verstaan het door de Opdrachtgever ter beschikking
stellen van een Werknemer aan een (rechts)persoon waarmee de Opdrachtgever in een groep (concern) is
verbonden.
(…)
Artikel 22 Be Proëindiging samenwerkingsovereenkomst, aanbiedingsplicht
(…)3. In geval van opzegging, beëindiging of ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst tussen
payrollonderneming en Opdrachtgever, erkennen partijen dat in een dergelijk geval per de einddatum van de
samenwerkingsovereenkomst sprake is van een overgang van onderneming ex artikel 7:662 BW Pro e.v. op basis
waarvan alle Werknemers die aan de desbetreffende Opdrachtgever ter beschikking zijn gesteld (inclusief de
eventuele arbeidsongeschikte Werknemers) van rechtswege overgaan naar de Opdrachtgever. In dit kader is
Opdrachtgever verplicht om uiterlijk 1 (één) Week voor de einddatum van de samenwerkingsovereenkomst
alle Werknemers die aan de desbetreffende Opdrachtgever ter beschikking zijn gesteld (inclusief de eventuele arbeidsongeschikte Werknemers) een arbeidsovereenkomst aan te bieden voor dezelfde functie en tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden, met behoud van de door Werknemers opgebouwde rechten (aanbiedingsplicht). (…). Ingeval van ontbinding treden (verder) geen ongedaanmakingsverbintenissen in.(…)”
2.4.
[eiser] , geboren op [geboortedatum] 1995, is in de periode 20 mei 2023 tot en met
31 december 2024 bij Room 91 in dienst geweest.
2.5.
Vervolgens heeft [eiser] een payrollovereenkomst met Fooks gesloten voor de duur van één jaar, met ingang van 1 januari 2025 tot 1 januari 2026 . Het loon was € 14,06 bruto per uur. In deze overeenkomst staat, voor zover hier van belang opgenomen:
“(…)1. Aard, duur en einde arbeidsovereenkomst
(…)
4. In geval van opzegging, beëindiging of ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Payrollonderneming en de opdrachtgever waar de Payrollmedewerker ter beschikking is gesteld, erkennen de Payrollonderneming en de Payrollmedewerker dat sprake is van een overgang van onderneming exartikel 7:662 BW Pro e.v. Op basis van deze overgang van onderneming heeft te gelden dat de Payrollmedewerker per de einddatum van de samenwerkingsovereenkomst van rechtswege overgaat naar de opdrachtgever
c.q. aldaar in dienst treedt. (…)
(…)
2. Arbeidsvoorwaarden
De payrollmedewerker wordt tewerkgesteld naar de hieronder te noemen Opdrachtgever. (…)
Naam opdrachtgever:Room 91 B.V.
(…)
Beloning volgens: Horeca CAO (…)”
2.6.
De contactpersonen van [eiser] bij Room 91 waren mevrouw [contactpersoon 1] en mevrouw [contactpersoon 2] . [eiser] heeft ongeveer drie à vier keer bij Room 91 gewerkt en is toen door [contactpersoon 1] tewerkgesteld bij een opvangcentrum voor Oekraïners in Wapserveen.
2.7.
Op 28 februari 2025 heeft een grote brand gewoed bij Room 91.
2.8.
Op 17 maart 2025 heeft [eiser] aan Room 91 door middel van een whatsapp-bericht het volgende aangegeven:
“(…)
Ik weet niet of [voornaam contactpersoon 2]( [achternaam contactpersoon 2] , kantonrechter)
het had door gegeven ik was van plan om tot eind maart te werken en daarna te stoppen.
(…)
Dan werk ik april ook nog
En of ik eind maart dan langs kan komen om wederzeids goedvinden contract kan tekenen tot eind april
Zodat ik dan nog recht heb op ww. (…)”
2.9.
[eiser] heeft zich op 7 april 2025 ziekgemeld bij Room 91. Vanaf zijn ziekmelding heeft [eiser] geen werkzaamheden meer verricht.
2.10.
Fooks heeft, conform de tussen haar en Room 91 gesloten overeenkomst van opdracht, facturen naar Room 91 gezonden betreffende de ter beschikking gestelde payrollmedewerkers in de periode 1 januari 2025 tot en met 20 april 2025, van welke facturen Room 91 een bedrag van € 117.092,00 onbetaald heeft gelaten.
2.11.
Op 14 mei 2025 is Room 91 een samenwerking aangegaan met Direct Staffing. Met acht werknemers, die via het online portal bij Direct Staffing hebben gesolliciteerd, heeft Direct Staffing een uitzendovereenkomst gesloten. Deze acht medewerkers waren daarvoor in dienst bij Fooks.
2.12.
Op 19 mei 2025 heeft Fooks een e-mail naar Room 91 gezonden waarin is vermeld dat Fooks uiterlijk diezelfde dag een reactie én betaling verwacht en Fooks anders genoodzaakt is om de overeenkomst met Room 91 per direct te beëindigen.
2.13.
Op 4 juni 2025 heeft [eiser] een e-mail van Fooks ontvangen waarin Fooks vermeldt dat zij voor [eiser] een afspraak zal gaan maken bij de bedrijfsarts. Tevens heeft Fooks in voornoemde e-mail aangegeven dat er ruis is ontstaan in de communicatie tussen [eiser] en Fooks, omdat [eiser] eerder heeft aangegeven een vaststellingsovereenkomst te willen tekenen.
2.14.
Vervolgens heeft [eiser] door middel van beeldbellen met de bedrijfsarts gesproken. De bedrijfsarts heeft in zijn rapportage aangegeven dat [eiser] herstellende is en er arbeidsmogelijkheden in opbouw ontstaan. De bedrijfsarts geeft als advies om samen in gesprek te gaan om de werkgerelateerde zaken te inventariseren, te bespreken en op te lossen.
2.15.
Op 17 juni 2025 heeft Fooks een e-mail naar [eiser] gezonden waarbij Fooks [eiser] heeft uitgenodigd voor een gesprek een regeling omtrent een vaststellingsovereenkomst te bespreken. Door [eiser] is geen vaststellingsovereenkomst ondertekend.
2.16.
In juli 2025 hebben Fooks en Room 91 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze vaststellingsovereenkomst staat onder andere opgenomen dat Fooks en Room 91 een overeenkomst zijn aangegaan uit hoofde waarvan Fooks diensten heeft verleend aan
Room 91 en Fooks uit hoofde van die overeenkomst nog een vordering ter hoogte van
€ 117.092,00 heeft op Room 91. Fooks en Room 91 hebben voor deze achterstand een betalingsregeling afgesproken.
2.17.
Op 14 juli 2025 heeft Fooks door middel van een e-mail aan [eiser] gemeld dat zij ervan op de hoogte is gebracht dat Room 91 is overgestapt naar een andere payrollwerkgever, [eiser] voor vragen bij Room 91 terecht kan en Fooks niets meer voor [eiser] kan betekenen op dit moment.
2.18.
Op 7 augustus 2025 heeft Fooks een e-mail naar [eiser] gezonden en onder andere aangegeven dat [eiser] per 7 augustus 2025 uit dienst is gemeld bij Room 91 en uiterlijk binnen zes weken de eindafrekening zal worden opgesteld.
2.19.
In de periode 28 augustus 2025 tot en met 7 oktober 2025 hebben de gemachtigde van [eiser] en mevrouw [contactpersoon 1] via e-mailberichten met elkaar gecorrespondeerd. [contactpersoon 1] heeft zich in deze e-mailberichten op het standpunt gesteld dat [eiser] zijn dienstverband op eigen initiatief heeft opgezegd en [contactpersoon 1] heeft daarnaast vermeld dat er vanaf 14 mei 2025 sprake is geweest van een andere payrollorganisatie dan Fooks.
2.20.
Op 3 september 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] Fooks onder andere gesommeerd om het achterstallige loon aan [eiser] te betalen. Bij e-mail van 12 september 2025 heeft de gemachtigde van Fooks zich op het standpunt gesteld dat [eiser] per 1 juni 2025 niet meer bij Fooks in dienst is. Nadien hebben de gemachtigde van [eiser] en de gemachtigde van Fooks nog met elkaar gecorrespondeerd, maar zijn zij niet tot een vergelijk gekomen.
2.21.
Op 19 november 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] in een e-mail aan Direct Staffing vermeld dat zij heeft vernomen dat alle medewerkers die via Room 91 en Securi-Corp werkten bij de opvang van Oekraïners in Wapserveen, waaronder [eiser] , zijn overgegaan van Fooks naar Direct Staffing en er sprake is van overgang van onderneming. Zij verzoekt om tot betaling van het achterstallige loon van [eiser] over te gaan. Direct Staffing heeft bij e-email van 20 november 2025 gereageerd dat [eiser] op geen enkel moment bij Direct Staffing in dienst is geweest en zij daarom niet gehouden is tot betaling van het loon aan [eiser] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen tot:
Primair
I. betaling binnen een week na dagtekening van dit vonnis door Fooks aan [eiser] van het achterstallige loon over de periode van 7 april 2025 tot 1 januari 2026 conform punt 25 van de dagvaarding, vermeerderd met de vakantietoeslag van 8% en de wettelijke verhoging van 50% , betaling van de transitievergoeding conform punt 26 van de dagvaarding en een correcte eindafrekening, waarbij onder meer de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato dienen te worden uitbetaald;
II. toezending aan [eiser] van correcte loonspecificaties betreffende de betalingen binnen een week na de datum van dit vonnis onder verbeurte van een boete te betalen aan [eiser] van € 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
Subsidiair
III. betaling binnen een week na de dagtekening van dit vonnis aan [eiser] door Direct Staffing op grond van artikel 7:662 BW Pro en 7:663 BW van het loon over de periode van 7 april 2025 tot 1 januari 2026 conform punt 25 van de dagvaarding vermeerderd met 8% vakantietoeslag en de wettelijke verhoging van 50%, betaling van de wettelijke transitievergoeding conform punt 26 van de dagvaarding en een correcte eindafrekening waarbij onder meer de opgebouwde en niet genoten
vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato dienen te worden uitbetaald;
IV. betaling binnen een week na de dagtekening van dit vonnis door Fooks op grond van hoofdelijke aansprakelijk voor de verplichtingen die zijn ontstaan vóór de overgang, i.c. het achterstallige loon conform punt 25 van de dagvaarding, de vakantietoeslag en de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren over de periode van 7 april 2025 tot de datum van de overgang, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50%.
V. betaling binnen een week na dagtekening van dit vonnis door Fooks op grond van aansprakelijkheid van een schadevergoeding, bestaande uit het loon conform punt 25 van de dagvaarding en de vakantietoeslag over de periode van 7 april 2025 tot
1 januari 2026 dat niet door een andere gedaagde aan [eiser] betaald wordt, de transitievergoeding conform punt 26 van de dagvaarding en een correcte eindafrekening waarbij onder meer de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato dienen te worden uitbetaald;
VI. toezending aan [eiser] van correcte loonspecificaties betreffende de betalingen binnen een week na de datum van dit vonnis onder verbeurte van een boete te betalen aan [eiser] van € 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
Meer subsidiair
VII. betaling binnen een week na de dagtekening van dit vonnis door Room 91, in de hoedanigheid van inlener, van het minimumloon en de vakantietoeslag over de periode van 7 april 2025 tot 1 januari 2026 en een correcte eindafrekening, waaronder de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato op basis van de hoofdelijke aansprakelijk van de inlener conform de keten-aansprakelijkheid ex art. 7:616a BW en toezending aan [eiser] van correcte loonspecificaties betreffende de betalingen binnen een week na de datum van dit vonnis onder verbeurte van een boete te betalen aan [eiser] van € 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
VIII. betaling binnen een week na de dagtekening van dit vonnis door Securi-Corp in de hoedanigheid van inlener van het minimumloon en de vakantietoeslag over de periode van 7 april 2025 tot 1 januari 2026 en een correcte eindafrekening, waaronder de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato op basis van de hoofdelijke aansprakelijk van de inlener conform de ketenaansprakelijkheid ex art. 7:616a BW, en toezending aan [eiser] van correcte loonspecificaties betreffende de betalingen binnen een week na de datum van dit vonnis onder verbeurte van een boete te betalen aan [eiser] van € 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
Primair, subsidiair en meer subsidiair
IX. gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling binnen een week na de dagtekening van dit vonnis aan [eiser] de kosten van de procedure, daarin begrepen de advocaatkosten, de buitengerechtelijke kosten, de nakosten en eventuele nog te maken incassokosten in het geval dat een of meer van de gedaagden niet tijdig overgaan tot betaling.
3.2.
[eiser] heeft aan zijn vorderingen, kort weergegeven, primair ten grondslag gelegd dat er geen sprake is van overgang van onderneming (in de zin van artikel 7:662 e.v. BW) en dat hij dus bij Fooks in dienst is gebleven tot 1 januari 2026. Daarnaast voert [eiser] aan dat Fooks heeft gehandeld in strijd met haar wettelijke informatieplicht ex artikel 7:665a BW door niet te melden welke payrollorganisatie hem zou hebben overgenomen, welk handelen in strijd is met goed werkgeverschap en een onrechtmatige daad betreft. De schade die hieruit voortvloeit dient Fooks aan [eiser] ook op deze grond te betalen, aldus [eiser] .
Subsidiair stelt [eiser] zich op het standpunt dat als de kantonrechter oordeelt dat er sprake is van overgang van onderneming van Fooks naar Direct Staffing, [eiser] dan bij Direct Staffing in dienst is gekomen en Direct Staffing het loon van [eiser] vanaf
7 april 2025 is verschuldigd. Wel blijft volgens [eiser] Fooks naast Direct Staffing hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die zijn ontstaan vóór de overgang van onderneming, alsmede blijft Fooks aansprakelijk voor de schadevergoeding vanwege de schending van de informatieplicht ten aanzien van het bedrag aan loon dat niet door Direct Staffing, Room 91 of Securi-Corp wordt betaald.
Meer subsidiair heeft [eiser] aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat het Room 91 en Securi-Corp kan worden verweten dat het loon van [eiser] niet is voldaan vanwege het weigeren van het geven van informatie en de inleners op basis van de hoofdelijke aansprakelijkheid conform de ketenaansprakelijkheid (artikel 7:616a BW) het minimumloon en de vakantietoeslag over de periode 7 april 2025 tot 1 januari 2026 aan [eiser] zijn verschuldigd.
3.3.
Fooks voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Fooks stelt zich op het standpunt dat Room 91 vanaf 21 april 2025 dan wel uiterlijk 1 juni 2025 de samenwerking met Fooks heeft beëindigd en er sprake is van overgang van onderneming, waardoor al het personeel, waaronder [eiser] , is overgegaan naar Room 91 dan wel Direct Staffing. Daarnaast voert Fooks aan dat Room 91 op grond van de samenwerkingsovereenkomst met Fooks en de algemene voorwaarden de contractuele verplichting had om bij beëindiging van de samenwerking alle werknemers, dus ook [eiser] , over te nemen dan wel onder te brengen bij een ander payrollbedrijf. Dit heeft Room 91 nagelaten en is haar toe te rekenen, aldus Fooks. Vanwege het beëindigen van de arbeidsrelatie tussen Fooks en [eiser] per 14 april 2021, 21 april 2025 dan wel 1 juni 2025 is Fooks vanaf dat moment geen loon meer aan [eiser] verschuldigd, aldus Fooks. Ten aanzien van de hoogte van het loon voert Fooks aan dat nu [eiser] slechts 2 à 3 keer bij Room 91 heeft gewerkt er niet van een vermoeden van arbeidsomvang van 43 uur per week kan worden uitgegaan. Volgens Fooks vallen de werkzaamheden door [eiser] bij Securi-Corp niet onder de payrollovereenkomst met Fooks en mocht Room 91 op grond van de algemene voorwaarden ook niet doorlenen aan een derde, waardoor deze uren niet meetellen voor het vermoeden van de arbeidsomvang. Voor het geval de werkzaamheden van [eiser] bij Securi-Corp wel onder de payrollovereenkomst met Fooks vallen, doet Fooks een beroep op dwaling (artikel 6:228 BW Pro) vanwege de onjuiste voorstelling van zaken bij het sluiten van de overeenkomst. Omdat [eiser] slechts 2 à 3 dagen bij Room 91 heeft gewerkt is sprake van een gemiddelde arbeidsomvang van maximaal acht uur per maand, zijnde 1,8 uur per week, aldus Fooks. Verder dient volgens Fooks bij toewijzing van een loonvordering de wettelijke rente en wettelijke verhoging op nihil te worden gesteld. Tot slot zet Fooks haar vraagtekens bij de spoedeisendheid van de vorderingen en vraagt zij zich af of deze zaak, die ziet op een juridisch complexe discussie, zich wel leent voor behandeling in kort geding.
3.4.
Direct Staffing voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Allereerst voert Direct Staffing aan dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, omdat [eiser] , nadat hij vanaf 7 april 2025 geen loon meer heeft ontvangen, negen maanden heeft gewacht met het starten van dit kort geding. Ook heeft [eiser] volgens Direct Staffing niet aannemelijk gemaakt dat hij de afgelopen periode heeft geleefd van zijn spaargeld en geen andere bron van inkomsten heeft gehad. Daarnaast voert Direct Staffing aan dat de beoordeling of er sprake is van een overgang van onderneming zich niet leent voor een kort geding.
Ten aanzien van de vorderingen voert Direct Staffing primair aan dat er geen sprake is van een overgang van onderneming en dit [eiser] ook niet voldoende is onderbouwd. Volgens Direct Staffing ligt de economische eenheid bij Room 91, waar de werknemers feitelijk onderdeel vanuit maken, zodat een wisseling van dienstverlener van Fooks naar Direct Staffing niet leidt tot een overgang van een economische eenheid. Ook is niet aangetoond dat een wezenlijk deel van het personeel dat via Fooks bij Room 91 werkte bij Direct Staffing in dienst is getreden, aldus Direct Staffing. Daarnaast voert Direct Staffing aan dat nu Fooks voor [eiser] in juni 2025 nog een afspraak heeft gemaakt met de bedrijfsarts en in augustus 2025 aan [eiser] heeft gemeld dat zijn arbeidsovereenkomst zou eindigen, niet strookt met de stelling dat de arbeidsovereenkomst in juni 2025 zou zijn overgegaan naar Direct Staffing. Uit de whatsappcorrespondentie van [eiser] blijkt ook dat [eiser] zijn tewerkstelling bij Fooks voor 14 mei 2025 zelf heeft beëindigd, zodat het volgens Direct Staffing logisch is dat Room 91 [eiser] niet heeft ingeschreven bij haar. Tot slot wijst Direct Staffing op de contractuele afspraak tussen Fooks en Room 91, waaruit volgt dat bij beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 [eiser] overgaat naar Room 91 c.q. aldaar daar in dienst treedt. Op basis van deze contractuele afspraak is [eiser] per einddatum samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 in dienst getreden bij Room 91, aldus Direct Staffing. Direct Staffing komt tot de conclusie dat er geen sprake is van overgang van onderneming en daarmee ook geen sprake van een arbeidsovereenkomst met [eiser] .
Indien de kantonrechter oordeelt dat er wel sprake is van overgang van onderneming stelt Direct Staffing zich subsidiair op het standpunt dat de vorderingen van [eiser] jegens haar dienen te worden afgewezen op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
3.5.
Room 91 en Securi-Corp zijn niet in de procedure verschenen en hebben daarmee niet op de vorderingen van [eiser] gereageerd.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Verstekverlening
4.1.
Room 91 en Securi-Corp zijn op de mondelinge behandeling van 27 januari 2026 niet verschenen. Uit de dagvaarding is gebleken dat Room 91 en Securi-Corp correct voor de zitting zijn opgeroepen. Ook de overige bij wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat tegen Room 91 en Securi-Corp verstek is verleend.
Vooropgesteld
4.2.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van [eiser] op gedaagden voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
4.3.
De kantonrechter is allereerst van oordeel dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij onderhavige procedure, nu hij vanaf 7 april 2025 geen loon meer heeft ontvangen en ter zitting onweersproken heeft aangevoerd op dit moment geen inkomsten te hebben.
4.4.
Fooks en Direct Staffing hebben zich op het standpunt gesteld dat onderhavig geschil zich niet leent voor beoordeling in kort geding, omdat de vraag of sprake is van overgang van onderneming juridisch complex is en een inhoudelijke toetsing vergt. De kantonrechter volgt Fooks en Direct Staffing hierin niet. Uit de jurisprudentie volgt dat de vraag of sprake is van overgang van onderneming veelvuldig wordt beantwoord in kort gedingprocedures. [1] In een kort gedingprocedure moet worden beoordeeld of aannemelijk is dat de vorderingen van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. Dit betekent dat als aannemelijk is dat een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden, de kantonrechter daarop vooruit mag lopen. Een veroordeling tot de daaruit voortvloeiende vorderingen (waaronder betaling van achterstallig salaris) gaat het kader van een ordemaatregel dan niet te buiten. De hierna te geven beoordeling is dus van voorlopige aard. De uiteindelijke rechtsverhouding van partijen moet in een bodemprocedure worden vastgesteld.
Geen einde arbeidsovereenkomst met [eiser] door opzegging of een vaststellingsovereenkomst
4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat uit de whatsappcorrespondentie van
17 maart 2025 tussen [eiser] en Room 91 enkel volgt dat er is gesproken over een mogelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Niet blijkt dat hieraan ook een vervolg is gegeven en de overeenkomst is beëindigd. Daarbij komt dat de enkele wens van [eiser] om door middel van een vaststellingsovereenkomst te vertrekken niet gelijkgesteld kan worden met een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast heeft Fooks in de e-mail van 17 juni 2025 [eiser] uitgenodigd voor een gesprek om te overleggen over een vaststellings-overeenkomst, maar uit niets blijkt dat er vervolgens door Fooks en [eiser] een vaststellings-overeenkomst is ondertekend. Gelet op het voorgaande is van een einde van de arbeidsovereenkomst door opzegging dan wel een vaststellingsovereenkomst niet gebleken.
Overgang van onderneming
4.6.
Voordat wordt toegekomen aan de vorderingen van [eiser] , dient eerst te worden beoordeeld of sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro en of [eiser] als gevolg daarvan van rechtswege bij Direct Staffing in dienst is getreden. [eiser] en Direct Staffing stellen zich op het standpunt dat hier geen sprake van is en volgens Fooks is er wel sprake geweest van een overgang van onderneming. Bij de beoordeling van dit geschil zijn de artikelen 7:662 e.v. BW van belang. Deze artikelen strekken ter uitvoering van de
Europese Richtlijn 2001/23/EG inzake de onderlinge aanpassing van wetgevingen van lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan(hierna: de Richtlijn). De Richtlijn heeft ten doel werknemers bij verandering van een ondernemer te beschermen en in het bijzonder het behoud van hun rechten veilig te stellen. Van een overgang van onderneming is sprake als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden uit
artikel 7:662 BW Pro:
Er is sprake van een duurzame economische eenheid;
die overgaat ten gevolge van een overeenkomst, fusie of splitsing;
en daarbij haar identiteit behoudt.
Duurzame economische eenheid
4.7.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna HvJ) verwijst het begrip ‘eenheid’ naar een georganiseerd geheel van personen en elementen, waarmee een economische activiteit met een eigen doelstelling kan worden uitgeoefend. [2] Dit ‘georganiseerd geheel van personen en elementen’ wordt door het HvJ ook wel als ‘productiefactoren’ aangeduid. Een dergelijke eenheid moet voldoende gestructureerd en autonoom zijn, maar behoeft niet noodzakelijkerwijs materiële en immateriële activa van betekenis te omvatten. In sommige sectoren, zoals de schoonmaaksector, is er veelal slechts een minimum aan activa en zijn arbeidskrachten de voornaamste factor. Een georganiseerd geheel van werknemers die speciaal en duurzaam met een gemeenschappelijke taak zijn belast, kan derhalve, wanneer er geen andere productiefactoren zijn, als economische eenheid worden aangemerkt. [3]
4.8.
[eiser] stelt dat hij slechts een aantal keren werkzaam is geweest bij Room 91 voor het verrichten van horecawerkzaamheden en hij vervolgens werkzaamheden heeft verricht als bhv’er bij een opvang voor Oekraïners in Wapserveen. Tevens heeft [eiser] gesteld dat de overige werknemers, die eerst bij Fooks in dienst waren en nu bij Direct Staffing in dienst zijn, ook niet elke dag bij Room 91 werkten, omdat de discotheek maar twee dagen in de week open was. Ook heeft [eiser] ter zitting aangevoerd dat voornoemde werknemers werkten op verschillende opvanglocaties voor Oekraïners en zij bij die opvang ook verschillende werkzaamheden uitvoerden. De juistheid van de door [eiser] hiervoor geschetste gang van zaken bij Room 91 dan wel Securi-Corp, is door Fooks niet weersproken. Gelet op de hiervoor beschreven wijze van inzet van personen is, anders dan Fooks stelt, geen sprake van een georganiseerd geheel van werknemers dat speciaal en duurzaam met een gemeenschappelijke taak is belast, maar is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een gebruikelijke inzet van payrollkrachten. Waaruit het specifieke georganiseerde geheel zou moeten bestaan is niet duidelijk geworden, zodat door Fooks onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een duurzame economische eenheid.
Overgang en identiteitsbehoud
4.9.
Niet in geschil is dat in onderhavige zaak geen sprake is van een fusie of splitsing. Verder kan vastgesteld worden dat een overeenkomst tussen Fooks en Direct Staffing ontbreekt. Het HvJ legt het overeenkomstvereiste echter ruim uit teneinde het doel van de Richtlijn, te weten bescherming van de werknemers bij overdracht van hun onderneming, tot zijn recht te doen komen. [4] Een overgang kan ook in twee fasen geschieden, bijvoorbeeld door beëindiging van een concessie, waarna de opdrachtgever de overeenkomst aan een andere partij gunt. [5]
4.10.
Daarnaast volgt uit de jurisprudentie van het HvJ dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van een overgang in de zin van de Richtlijn, beslissend is of de identiteit van het bedrijf bewaard blijft. Met het oog daarop dient te worden onderzocht of het gaat om de vervreemding van een lopend bedrijf, hetgeen met name kan blijken uit het feit dat de exploitatie ervan in feite door de nieuwe ondernemer wordt voortgezet of hervat met dezelfde of soortgelijke bedrijfsmiddelen. In dit verband moet rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, zoals de aard van de betrokken onderneming of vestiging, het al dan niet overdragen van de materiële activa zoals gebouwen en roerende zaken, de waarde van de immateriële activa op het tijdstip van de overdracht, het al dan niet overnemen van vrijwel al het personeel door de nieuwe ondernemer, het al dan niet overdragen van de klantenkring, de mate waarin de voor en na de overdracht verrichte activiteiten met elkaar overeenkomen, en de duur van een eventuele onderbreking van die activiteiten. Daarbij verdient opmerking dat al deze factoren slechts deelaspecten zijn van het te verrichten onderzoek en daarom niet elk afzonderlijk mogen worden beoordeeld; zij moeten een globaal beeld opleveren dat antwoord geeft op de vraag of sprake is van overgang van een onderneming. [6]
Verder volgt uit de jurisprudentie dat in sectoren waarin de arbeidskrachten de voornaamste factor zijn bij de activiteit, een economische eenheid haar identiteit ook na de overgang behoudt, wanneer de nieuwe ondernemer niet alleen de betrokken activiteit voortzet, maar ook een wezenlijk deel - naar aantal en deskundigheid - van het personeel overneemt dat zijn voorganger voor die taak had ingezet. In dat geval verwerft de nieuwe ondernemer namelijk het georganiseerde geheel van elementen waarmee de activiteiten of bepaalde activiteiten van de overdragende onderneming duurzaam kunnen worden voortgezet. [7]
4.11.
In de onderhavige zaak zijn de werkzaamheden voor de werknemers die eerst bij Fooks in dienst waren en, met uitzondering van [eiser] , inmiddels in dienst zijn bij Direct Staffing niet veranderd. Room 91 alsmede Securi-Corp exploiteren een bedrijf waarin voornoemde werknemers daadwerkelijk werkzaam zijn en daar is geen wijziging in gekomen, zodat de exploitatie van het bedrijf met de mensen die daar werken blijft waar die was, te weten bij Room 91 dan wel Securi-Corp. Door Direct Staffing zijn geen bedrijfsactiviteiten van Room 91 dan wel Securi-Corp overgenomen. Ook is er tussen Fooks en Direct Staffing niets overgedragen. Er is door Room 91 enkel sprake geweest van her-aanbesteding van de payroll-medewerkers, maar dat is geen overdracht van een bedrijf. Het betreft hier de mensen die daadwerkelijk bij Room 91 dan wel Securi-Corp werken die via her-aanbesteding van de payroll-activiteiten in dienst zijn gekomen van Direct Staffing.
4.12.
De kantonrechter is tegen deze achtergrond, het geheel overziende, voorshands van oordeel dat niet is voldaan aan alle vereisten van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro.
Arbeidsovereenkomst Fooks - [eiser] en Room 91 - [eiser]
4.13.
Nu er voorshands geen sprake is van overgang van onderneming dient de vraag te worden beantwoord waar [eiser] in de periode van 7 april 2025 tot en met 31 december 2025 in dienst is geweest. Vaststaat dat [eiser] door ondertekening van de payrollovereenkomst met Fooks met ingang van 1 januari 2025 bij Fooks in dienst is getreden. Het enkele feit dat er door Room 91 vanaf halverwege april 2025 geen uren meer zijn gedeclareerd bij Fooks, brengt niet met zich dat daardoor de arbeidsovereenkomst tussen Fooks en [eiser] dan wel de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 zou zijn geëindigd. Wel blijkt uit het door Fooks aan Room 91 gezonden e-mailbericht van 19 mei 2025 dat Fooks zich genoodzaakt zag om de samenwerkingsovereenkomst met Room 91 te beëindigen, indien betaling van de facturen door Room 91 diezelfde dag zou uitblijven. Uit de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 volgt dat opzegging van de overeenkomst vanwege wanbetaling is toegestaan. Onweersproken heeft Fooks aangevoerd dat zij vanwege niet betaling van de facturen door van Room 91 de samenwerkings-overeenkomst met Room 91 met ingang van 1 juni 2025 mondeling heeft beëindigd. De beëindiging van deze samenwerkingsovereenkomst op 1 juni 2025 brengt met zich dat de werknemers, waaronder [eiser] , van rechtswege overgaan naar de opdrachtgever (Room 91) c.q. aldaar daar in dienst treden. Dit volgt uit 12 van de samenwerkingsovereenkomst alsmede uit artikel 1 lid 4 van Pro de payrollovereenkomst tussen Fooks en [eiser] . Nu de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 per 1 juni 2025 is beëindigd en als gevolg daarvan werknemer [eiser] is overgegaan naar Room 91, is Fooks voor de periode
7 april 2025 tot 1 juni 2025 de loonverplichtingen aan [eiser] verschuldigd, omdat in die periode de arbeidsovereenkomst bestond tussen Fooks en [eiser] .
4.14.
Doordat Fooks de samenwerkingsovereenkomst met Room 91 heeft opgezegd, is de voorwaarde vervuld zoals deze staat genoemd in artikel 1 lid 4 van Pro de payrollovereenkomst. Deze voorwaarde houdt in dat er door Fooks en [eiser] wordt erkend dat er in het geval van beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 sprake is van overgang van onderneming ex artikel 7:662 BW Pro en [eiser] na opzegging van rechtswege overgaat naar Room 91 c.q. aldaar daar in dienst zal treden. De vraag die moet worden beantwoord is of deze voorwaarde verenigbaar is met het wettelijk stelsel van het ontslagrecht. In het algemeen geldt dat de voor het arbeidsrecht kenmerkende bescherming van de werknemer, die onder meer tot uiting komt in het wettelijke stelsel van het ontslagrecht, meebrengt dat de geldigheid van een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst slechts bij uitzondering kan worden aanvaard. Een voorwaarde die redelijkerwijs niet met dat wettelijke stelsel is te verenigen, zal niet tot een beëindiging van rechtswege van de arbeidsovereenkomst kunnen leiden. Van geval tot geval moet worden bezien of een voorwaarde als vorenbedoeld is te verenigen met dat wettelijke stelsel. Daarbij komt het mede aan op de aard, inhoud en context van de voorwaarde. [8] In dit geval hebben Fooks en [eiser] in de payrollovereenkomst het na beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst overgaan van [eiser] naar Room 91 gelijkgesteld met overgang van onderneming. Uit de tekst van artikel 1 lid 4 van Pro de payrollovereenkomst en artikel 12 van Pro de samenwerkingsovereenkomst volgt dat partijen daarmee niets anders hebben bedoeld dan dat na beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 de payrollmedewerker ( [eiser] ) van rechtswege overgaat naar opdrachtgever Room 91. Door ondertekening van de payrollovereenkomst heeft [eiser] met deze voorwaarde uitdrukkelijk ingestemd en in het licht van de payrollconstructie zelf is dat een redelijk beding. Mocht de arbeidsovereenkomst tussen het payrollbedrijf en de werknemer blijven bestaan dan zit het payrollbedrijf met werknemers waarvoor hij niet meer betaald krijgt door de voormalig opdrachtgever. Gelet hierop is het redelijk dat een payrollbedrijf zich op voorhand ervan verzekert dat de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst met de opdrachtgever voor hem geen nadelige gevolgen heeft. En daar komt bij dat door opzegging van Fooks van de samenwerkingsovereenkomst met Room 91 weliswaar de payrollovereenkomst met [eiser] is beëindigd, maar [eiser] krijgt er een andere werkgever voor terug, te weten Room 91. De opgenomen bepaling leidt derhalve niet tot een ontslag van [eiser] , maar [eiser] krijgt enkel een andere werkgever. Met inachtneming van het voorgaande kan naar het oordeel van de kantonrechter tegen de achtergrond en inhoud van de ratio van de payrollconstructie niet worden geoordeeld dat de voorwaarde als genoemd in artikel 1 lid 4 van Pro de payrollovereenkomst onverenigbaar is met het wettelijke stelsel van het ontslagrecht.
4.15.
Nu Fooks en [eiser] de voorwaarde in artikel 1 lid 4 van Pro de payrollovereenkomst, hebben mogen opnemen, is vanwege de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 [eiser] per 1 juni 2025 van rechtswege overgegaan naar Room 91 c.q. daar in dienst getreden. Conform artikel 12 van Pro de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 had het ook op de weg van Room 91 gelegen om na beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst direct dan wel indirect een arbeidsovereenkomst aan te gaan met [eiser] . Vanwege deze overgang van rechtswege c.q. indiensttreding van [eiser] bij Room 91, is Room 91 per 1 juni 2025 de loonverplichtingen verschuldigd aan [eiser] . Dat er na 1 juni 2025 nog een wisseling is geweest van werkgever is niet gesteld noch gebleken, zodat Room 91 de loonverplichtingen is verschuldigd van [eiser] over de periode van 1 juni 2025 tot en met 31 december 2025.
4.16.
Nu [eiser] in dienst is geweest bij Fooks van 7 april 2025 tot 1 juni 2025 en vervolgens bij Room 91 van 1 juni 2025 tot en met 31 december 2025, is er in die periode geen sprake geweest van een dienstverband tussen [eiser] en Direct Staffing dan wel [eiser] en Securi-Corp. Daarom zullen alle vorderingen van [eiser] jegens Direct Staffing (meer subsidiair onder III.) en Securi-Corp (meer subsidiair onder VIII.) worden afgewezen.
Arbeidsomvang
4.17.
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord over welke uren het loon aan [eiser] moet worden betaald. [eiser] beroept zich wat betreft de hoogte van het salaris op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW en voert aan dat zijn arbeidsomvang over de maanden voorafgaand aan zijn ziekmelding gemiddeld 43 uur per week bedroeg. Fooks heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat zij met Room 91 contractueel heeft afgesproken dat de werknemers alleen bij Room 91 werkzaam mochten zijn, zodat de werkzaamheden die [eiser] voor Securi-Corp heeft verricht buiten de overeenkomst vallen en deze uren niet kunnen worden meegeteld voor het vermoeden van de arbeidsomvang. Ten tweede voert Fooks aan dat [eiser] een nul-urencontract had en daarbij als hoofdregel geldt dat als er geen oproep komt er geen recht op betaling van loon is. Als er wordt gekeken naar welke uren [eiser] bij Room 91 zou hebben gemaakt als hij op 7 april 2025 niet ziek zou zijn geworden dan is dat volgens Fooks nul uren, omdat er bij Room 91 op
28 februari 2025 een grote brand heeft gewoed en er vanaf dat moment geen horecawerkzaamheden waren en [eiser] niet voor werk zou zijn opgeroepen.
4.18.
Artikel 7:610b BW bepaalt dat, indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de gewerkte uren per maand in de drie voorafgaande maanden (de referteperiode). Daarmee wordt een rechtsvermoeden geformuleerd ten aanzien van de omvang van de arbeidsovereenkomst. Volgens de wetgeschiedenis beoogt dit artikel houvast te bieden in situaties waarin de omvang van de arbeid niet of niet (eenduidig) is overeengekomen, alsmede in situaties waarin de feitelijke omvang van de arbeid zich structureel op een hoger niveau bevindt dan de oorspronkelijk overeengekomen arbeidsduur. [9] Van eerstgenoemde situatie is naar het oordeel van de kantonrechter sprake. Hieronder zal het worden toegelicht.
4.19.
Vaststaat dat in de tussen Fooks en [eiser] gesloten payrollovereenkomst geen vaste werkuren per week zijn bepaald, maar dat deze variabel zijn. Uit de door Fooks overgelegde loonstroken en het overzicht van de gewerkte uren van week 1 tot en met week 24 van het jaar 2025 (productie 20 aan de zijde van Fooks) volgt dat Fooks tot aan de ziekmelding van [eiser] het loon aan hem heeft betaald op basis van de gewerkte uren. Zo is met betrekking tot de maand maart 2025 tot aan de ziekmelding door Fooks het loon aan [eiser] betaald op basis van de gewerkte uren, zijnde respectievelijk 40, 48, 32, 40 en 36 uren voor de weken 10 tot en met 14 (zijnde de periode 3 maart 2025 tot en met 5 april 2025). Gelet hierop is de stelling van Fooks, dat [eiser] na de brand op 28 februari 2025 bij Room 91 niet meer zou zijn opgeroepen en de werkuren per week op nul zouden liggen, onjuist. Nu Fooks, zoals zij stelt, op de hoogte was van de brand op 28 februari 2025 bij Room 91 en nadien nog meer dan een maand lang aan [eiser] loon heeft betaald op basis van gewerkte uren tussen de 32 en 48 uren per week, had het op de weg van Fooks als werkgever gelegen om navraag te doen bij haar werknemer waar die uren werden gemaakt. Dat heeft Fooks nagelaten. Daarbij komt dat [eiser] onweersproken heeft gesteld dat hij zowel bij Room 91 als Securi-Corp altijd dezelfde contactpersonen heeft gehad, waardoor [eiser] niet had hoeven te betwijfelen of de werkzaamheden bij Securi-Corp wel onder het contract met Fooks zouden vallen. Dat kan niet van een werknemer worden gevergd. Nu Fooks als werkgever heeft nagelaten om duidelijkheid te verkrijgen waar [eiser] de uren daadwerkelijk heeft gewerkt, tellen de uren die [eiser] feitelijk bij Securi-Corp heeft gewerkt, anders dan Fooks stelt, wel mee voor het vermoeden van de arbeidsomvang. Een beroep op dwaling van Fooks, waar Fooks overigens geen rechtsgevolg aan verbindt, gaat daarom niet op. Dat Room 91 conform haar contract met Fooks niet gerechtigd was om [eiser] door te lenen aan een derde (Securi-Corp) is iets tussen Fooks en Room 91 en kan niet ten nadele van de werknemer komen.
4.20.
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] zich op artikel 7:610b BW kan beroepen (er is sprake van een arbeidsovereenkomst die tenminste drie maanden heeft geduurd). De omvang van de arbeidsovereenkomst wordt, nadat deze tenminste drie maanden heeft geduurd, vermoed een omvang te hebben van de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden. Als referteperiode heeft daarom in beginsel te gelden de periode januari 2025 tot en met maart 2025. De gemiddelde arbeidsomvang per maand alsmede per week in de maanden januari 2025 tot en met maart 2025 bedragen volgens de door Fooks gepresenteerde loonstroken van [eiser] alsmede het overzicht van de door [eiser] gewerkte uren 188,83 uur per maand zijnde 43,6 uur per week (totale uren week 1 tot en met 13, zijnde 566,50 uur : 3 maanden / 13 weken). Gelet op het in artikel
7:610b BW neergelegde bewijsvermoeden dat de arbeidsomvang gelijk is aan de gemiddelde omvang van de werkzaamheden verricht in de voorafgaande drie maanden (in dit geval: de periode januari 2025 tot en met maart 2025), is de vraag of Fooks en Room 91 erin zijn geslaagd dit bewijsvermoeden te ontzenuwen. Door Fooks dan wel Room 91 zijn geen feiten en omstandigheden gesteld die tot de conclusie moet luiden dat van een ander gemiddelde uit moet worden gegaan. De arbeidsomvang van [eiser] wordt daarom vastgesteld op 43,6 uren per week.
4.21.
Met betrekking tot de loonvordering heeft [eiser] zich in de dagvaarding op het standpunt gesteld dat sprake is van een arbeidsomvang van 43 uur per week, zodat de kantonrechter daarvan zal uitgaan omdat er niet meer kan worden toegewezen dan gevorderd.
Vakantietoeslag en niet genoten vakantie-uren
4.22.
Dat [eiser] naast het loon ook recht heeft op betaling van de vakantietoeslag en de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren is door Fooks en Room 91 niet weersproken, zodat de betaling hiervan zal worden toegewezen. Bij toewijzing hiervan zal er rekening mee worden gehouden dat Fooks verantwoordelijk is voor de loonverplichtingen van [eiser] van 7 april 2025 tot 1 juni 2025 en Room 91 voor de loonverplichtingen van [eiser] vanaf
1 juni 2025 tot en met 31 december 2025.
Transitievergoeding
4.23.
[eiser] heeft primair gevorderd dat Fooks de wettelijke transitievergoeding aan hem dient te betalen. Subsidiair vordert [eiser] van Direct Staffing betaling van de wettelijke transitievergoeding.
4.24.
In artikel 7:673 lid 1 sub a BW Pro is bepaald dat een werknemer recht heeft op een transitievergoeding, als de arbeidsovereenkomst is opgezegd door de werkgever en ook als de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet is voortgezet en voor het eindigen geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan. Hiervoor heeft de kantonrechter reeds geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst tussen Fooks en [eiser] op 1 juni 2025 van rechtswege is overgegaan naar Room 91, zodat op dat moment de arbeidsovereenkomst van Fooks niet is beëindigd. Omdat de arbeidsovereenkomst van [eiser] door Room 91 is voortgezet met ingang van 1 juni 2025, was er op dat moment geen sprake van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst door Fooks als genoemd in artikel 7:673 lid 1 sub a BW Pro. Van verschuldigdheid van de transitievergoeding door Fooks is derhalve geen sprake, zodat deze (primaire) vordering zal worden afgewezen.
4.25.
Ook de subsidiaire vordering van [eiser] dat Direct Staffing de transitievergoeding moet betalen zal worden afgewezen. Zoals hiervoor reeds geoordeeld is er geen sprake geweest van een arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Direct Staffing, zodat Direct Staffing geen enkele (betalings-)verplichting heeft jegens [eiser] .
4.26.
Ten overvloede merkt de kantonrechter het volgende op. Hiervoor heeft de kantonrechter geoordeeld dat in de periode 1 juni 2025 tot en met 31 december 2025
Room 91 de werkgever is geweest van [eiser] . Niet is gebleken dat Room 91 na afloop van de tijdelijke overeenkomst op 31 december 2025 nadien de overeenkomst met [eiser] heeft voorgezet. Nu er geen sprake is van voortzetting van een tijdelijke overeenkomst die van rechtswege is geëindigd, is er sprake van de situatie als genoemd in artikel 7:673 lid 1 sub a onder Pro 3 BW en is Room 91 de wettelijke transitievergoeding aan [eiser] verschuldigd. [eiser] heeft geen transitievergoeding gevorderd van Room 91, zodat deze niet kan worden toegewezen.
Wettelijke verhoging
4.27.
Nu Fooks niet volledig en tijdig aan haar loonbetalingsverplichtingen heeft voldaan ter zake de periode 7 april 2025 tot 1 juni 2025 alsmede heeft nagelaten de vakantietoeslag van 8% te betalen, is zij tevens hierover de wettelijke verhoging verschuldigd geworden. Nu Fooks onweersproken heeft aangevoerd dat het voor haar onduidelijk was bij wie [eiser] in de periode april 2025 tot juni 2025 daadwerkelijk in dienst was, heeft zij niet willens en wetens het loon niet betaald. De kantonrechter ziet daarom aanleiding de wettelijke verhoging te beperken tot 25%.
Loonspecificaties en eindafrekening
4.28.
Op grond van artikel 7:626 BW Pro is de werkgever verplicht een schriftelijke specificatie van het uitbetaalde loon te verstrekken. Nu Fooks en Room 91 de door [eiser] gevorderde afgifte van loonspecificaties verder niet hebben betwist, zal de kantonrechter de dit deel van de vordering toewijzen over de periode dat Fooks en Room werkgever zijn geweest van [eiser] (zijnde de primaire vordering onder II. en meer subsidiaire vordering onder VII. voor zover die ziet op de loonspecificaties). De kantonrechter zal bepalen dat dit binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis moet gebeuren. Ook ziet de kantonrechter aanleiding om een dwangsom op te leggen voor het geval Fooks en Room 91 zich niet houden aan de hiervoor genoemde veroordeling. De dwangsom zal worden opgelegd en gemaximeerd zoals in de beslissing wordt opgenomen. De subsidiaire vordering onder VI., waarin loonspecificaties worden gevorderd maar niet van een specifieke gedaagde, zal worden afgewezen. Dit nu toezending van loonspecificaties over de periode dat [eiser] in dienst is geweest reeds zijn toegewezen, zodat er geen belang bestaat bij deze vordering.
4.29.
Ook dienen Fooks en Room 91 op grond van artikel 7:626 BW Pro de door [eiser] gevorderde eindafrekening te verstrekken aan [eiser] , zodat deze vorderingen zullen worden toegewezen. De kantonrechter zal bepalen dat dit binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis moet gebeuren. De door [eiser] gevorderde dwangsom van Room 91 indien zij niet tot verstrekking van die eindafrekening overgaat is ook toewijsbaar en zal worden opgelegd en gemaximeerd zoals in de beslissing wordt opgenomen.
Te betalen loon door Fooks en Room 91
4.30.
Hiervoor heeft de kantonrechter geoordeeld dat er in de periode 7 april 2025 tot
1 juni 2025 een arbeidsovereenkomst heeft bestaan tussen Fooks en [eiser] , zodat Fooks over die periode de loonverplichtingen aan [eiser] is verschuldigd. Uit de payrollovereenkomst volgt dat het uurloon € 14,06 bruto is, zodat het loon op basis van dit uurtarief dient te worden berekend. En zoals hiervoor geoordeeld dient uit te worden gegaan van een arbeidsomvang van 43 uur per week. Fooks mag hierbij wel in acht nemen dat [eiser] per 7 april 2025 is ziekgemeld, hetgeen gevolgen heeft voor de betaling van het loon. Ook dient er rekening te worden gehouden met eventueel reeds door Fooks gedane loonbetalingen aan [eiser] die betrekking hebben op de periode 7 april 2025 tot 1 juni 2025.
4.31.
Tevens heeft de kantonrechter hiervoor geoordeeld dat in de periode 1 juni 2025 tot en met 31 december 2025 Room 91 de werkgever van [eiser] is geweest, zodat Room 91 over die periode de loonverplichtingen aan [eiser] is verschuldigd. Met betrekking tot de hoogte van de loonvordering jegens Room 91 heeft [eiser] niet verwezen naar een uurtarief en naar een arbeidsomvang van 43 uur, maar heeft [eiser] het minimumloon en de vakantietoeslag op basis van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de inlener gevorderd, conform de ketenaansprakelijkheid van artikel 7:616a BW. De kantonrechter zal daarom over voornoemde periode het minimumloon toewijzen zoals gevorderd en niet weersproken. Daarbij merkt de kantonrechter op dat Room 91 wel in acht mag nemen dat [eiser] per
7 april 2025 tot aan 31 december 2025 ziek was, hetgeen gevolgen heeft voor de betaling van het loon.
4.32.
De door [eiser] gevorderde betaling van het loon van Fooks en Room 91 binnen een week na het vonnis acht de kantonrechter onredelijk kort. De kantonrechter zal bepalen dat de loonbetalingen binnen veertien dagen na datum van dit vonnis moet gebeuren.
4.33.
Voor zover [eiser] bij zijn vordering tegen Room 91 onder VII. heeft bedoeld de loonbetaling te vorderen op straffe van een dwangsom, zal de dwangsom worden afgewezen. Uit artikel 611a lid 1, tweede zin, Rv blijkt namelijk dat geen dwangsom kan worden opgelegd ter zake van de betaling van een geldsom als hoofdveroordeling.
Subsidiaire vorderingen jegens Fooks worden afgewezen
4.34.
[eiser] vordert subsidiair van Fooks (onder IV.) dat Fooks vanwege de overgang van onderneming hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen die zijn ontstaan voor de overgang en vordert op die grond het achterstallig loon tot het moment van overgang. Nu hiervoor reeds is geoordeeld dat er geen sprake is van een overgang van onderneming, zal deze vordering die hierop gebaseerd is worden afgewezen.
4.35.
Daarnaast vordert [eiser] subsidiair van Fooks (onder V.) een schadevergoeding op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid bestaande uit het loon en de vakantietoeslag over de periode van 7 april 2025 tot 1 januari 2026 dat niet door andere gedaagden aan [eiser] wordt betaald. [eiser] heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat Fooks schadeplichtig is vanwege het niet voldoen aan haar informatieverplichting jegens [eiser] (artikel 7:665a BW). Echter had [eiser] gelet op de uitdrukkelijke bepaling zoals die staat opgenomen in artikel 1 lid 4 van Pro de payrollovereenkomst met Fooks kunnen weten dat hij na beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst tussen Fooks en Room 91 zou overgaan c.q. in dienst zou treden bij Room 91. Met deze voorwaarde heeft [eiser] ook uitdrukkelijk ingestemd door ondertekening van de payrollovereenkomst, zodat niet valt in te zien dat er aan de zijde van Fooks sprake is van schending van de informatieverplichting. De subsidiaire vordering jegens Fooks onder V. zal dan ook worden afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten
4.36.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft niet gesteld welk bedrag hij vordert aan buitengerechtelijke incassokosten, zodat deze vordering als onvoldoende onderbouwd zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.37.
Fooks en Room 91 zijn (gedeeltelijk) in het ongelijk gesteld en moeten daarom, hoofdelijk, voor zover de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zullen Fooks en Room 91 niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
Totaal
1.099,00
4.38.
Direct Staffing heeft geen proceskosten gevorderd. Omdat [eiser] ten aanzien van Direct Staffing in het ongelijk is gesteld, zal de kantonrechter ambtshalve [eiser] veroordelen tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten) van Direct Staffing. De kosten voor Direct Staffing bedragen € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en
€ 144,00 aan nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)).
4.39.
[eiser] is ten aanzien van Securi-Corp in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Securi-Corp betalen. Nu Securi-Corp niet in de procedure is verschenen, is niet gebleken dat zij enige kosten heeft gemaakt en zullen de kosten worden vastgesteld op nihil.
4.40.
Verder zullen de veroordelingen, als gevorderd en niet bestreden, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5.De beslissing

De kantonrechter, recht doende als voorzieningenrechter in kort geding:
5.1.
veroordeelt Fooks om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis aan [eiser] het achterstallige loon te betalen over de periode van 7 april 2025 tot 1 juni 2025 op basis van een uurloon van € 14,06 bruto en een arbeidsomvang van 43 uur per week, met inachtneming dat [eiser] per 7 april 2025 is ziekgemeld, vermeerderd met de vakantietoeslag van 8% en de wettelijke verhoging van 25% alsmede een correcte eindafrekening over voornoemde periode aan [eiser] te verstrekken waarbij onder meer de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato dienen te worden uitbetaald;
5.2.
veroordeelt Fooks om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis correcte loonspecificaties aan [eiser] toe te zenden betreffende de betalingen van het loon over de periode 7 april 2025 tot 1 juni 2025, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
5.3.
veroordeelt Room 91 om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis aan [eiser] te betalen het minimumloon en de vakantietoeslag over de periode 1 juni 2025 tot en met
31 december 2025, met inachtneming dat [eiser] per 7 april 2025 is ziekgemeld, waarbij onder meer de opgebouwde en niet genoten vakantie-uren en de vakantietoeslag naar rato op basis van de hoofdelijke aansprakelijk van de inlener conform de ketenaansprakelijkheid ex art. 7:616a BW dienen te worden uitbetaald;
5.4.
veroordeelt Room 91 om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis correcte loonspecificaties aan [eiser] toe te zenden betreffende de betalingen van het loon over de periode 1 juni 2025 tot en met 31 december 2025 alsmede een correcte eindafrekening over voornoemde periode te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom van
€ 500,00 per dag dat dit niet gebeurt met een maximum van € 5.000 netto;
5.5.
veroordeelt Fooks en Room 91 hoofdelijk, voor zover de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten van [eiser] van € 1.099,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
5.6.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten van Direct Staffing ten bedrage van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.7.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten van Securi-Corp, aan de zijde van Securi-Corp vastgesteld op nihil;
5.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op
10 februari 2026.
typ/conc: 33514/awi

Voetnoten

1.zie bijvoorbeeld Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 augustus 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8352.
2.HvJ 11 maart 1997, ECLI:EU:C:1997:141 (
3.HvJ 10 december 1998, ECLI:EU:C:1998:594 (
4.HvJ 19 mei 1992, ECLI:NL:XX:1992:AD1667 (
5.HvJ 7 maart 1996, ECLI:NL:XX:1996:AB9707 (
6.HvJ 18 maart 1986, ECLI:NL:XX:1986:AC8669 (
7.HvJ 20 januari 2011, ECLI:EU:C:2011:24 (
8.Hoge Raad 2 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0348 en Hoge Raad 17 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:426.
9.Kamerstukken II 1996/97, 25 263, nr. 3 MvT, p. 22-23.