Op 15 februari 2025 hebben verdachte en twee medeverdachten het slachtoffer via een valse identiteit op Snapchat gelokt naar een bos in Groningen. Daar hebben zij het slachtoffer onder dreiging met messen gefouilleerd, vernederd en met tie-wraps aan een boom vastgebonden. Het slachtoffer werd achtergelaten in de kou en duisternis, wat leidde tot ernstige psychische en fysieke schade.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte medepleegde aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving, maar sprak hem vrij van de poging tot diefstal met geweld wegens gebrek aan bewijs voor het oogmerk. De rechtbank nam de verklaring van verdachte en het slachtoffer, alsmede het proces-verbaal van verhoor, als bewijs.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd, en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder zijn autisme en spijtbetuiging. Ondanks het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om geen voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, vond de rechtbank dit passend vanwege de ernst van het feit.
Verdachte kreeg een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 90 dagen met een proeftijd van één jaar en een werkstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie bij niet-naleving. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.