Op 15 februari 2025 hebben verdachte en twee medeverdachten het slachtoffer via een valse identiteit op Snapchat gelokt naar een bos in Groningen. Daar hebben zij het slachtoffer onder dreiging met messen gefouilleerd, vernederd en met tie-wraps aan een boom vastgebonden. Het slachtoffer werd achtergelaten in de kou en duisternis, wat leidde tot ernstige angst en vernedering.
De officier van justitie eiste een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 123 dagen en een werkstraf van 120 uur. De verdediging betoogde dat een voorwaardelijke jeugddetentie te zwaar zou zijn en verzocht om alleen een werkstraf. De rechtbank oordeelde dat het bewezen feit ernstig genoeg was voor een voorwaardelijke jeugddetentie, maar dat een geheel voorwaardelijke straf passend was gezien de persoonlijke omstandigheden en het lage recidiverisico.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging diefstal met geweld wegens gebrek aan bewijs. De opgelegde straf bestaat uit een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 90 dagen met een proeftijd van één jaar en een werkstraf van 80 uur, die kan worden vervangen door 40 dagen jeugddetentie bij niet-naleving. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de werkstraf.