Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen
Natuur- en Landschapsvereniging “De Wâlden/Marren”, uit Eastermar, eiseres
[derde belanghebbende]uit Houtigehage (vergunninghouder)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
artikel 7:3 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2026-01-01)van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid, onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van
artikel 2.12niet mogelijk is.
artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wetwaarbij met toepassing van
artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wetvan het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, verstrekt de aanvrager gegevens en bescheiden over:
24.1onder ag. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: