ECLI:NL:RBNNE:2026:439
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot rectificatie politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens
Eiser verzocht op 27 februari 2024 om rectificatie van een passage in een proces-verbaal van bevindingen op grond van artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg). Verweerder, de korpschef van politie, wees dit verzoek op 11 maart 2024 af. Eiser stelde dat verweerder niet bevoegd was omdat het verzoek bij een andere politie-eenheid was ingediend en betwistte de juistheid van de gegevens in het proces-verbaal.
De rechtbank oordeelde dat verweerder wel bevoegd was om te beslissen, omdat de Wpg in samenhang met het Mandaatbesluit politie 2024 geen territoriale begrenzing kent voor dergelijke verzoeken. Vervolgens werd beoordeeld of de afwijzing van het rectificatieverzoek terecht was. De rechtbank stelde vast dat een rectificatieverzoek niet bedoeld is om meningen of conclusies te corrigeren, maar alleen onjuiste feiten. Eiser toonde onvoldoende aan dat de gegevens onjuist waren.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat een proces-verbaal, opgemaakt onder ambtseed, in beginsel juist wordt geacht tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Het verzoek van eiser voldeed hier niet aan. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars op 3 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot rectificatie van politiegegevens wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.