ECLI:NL:RBNNE:2026:47

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
18.205220.24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van medeplichtigheid aan mensenhandel en veroordeling tot gevangenisstraf wegens oplichting en verspreiding van leadslijsten

Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan mensenhandel en oplichting. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de beschuldiging van medeplichtigheid aan mensenhandel, omdat niet bewezen kon worden dat de verdachte op de hoogte was van de uitbuiting van de aangeefster, [slachtoffer 1]. De rechtbank oordeelde echter dat de verdachte wel schuldig was aan het medeplegen van oplichting en het voorhanden hebben van leadslijsten, die gebruikt werden voor frauduleuze activiteiten. De feiten vonden plaats in de periode van 1 april 2023 tot en met 26 maart 2024, waarbij de verdachte samen met anderen ouderen benadeelde door zich voor te doen als bankmedewerkers en hen te misleiden. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 333 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest, en oordeelde dat er geen aanleiding was voor aanvullende straffen of contactverboden. De rechtbank heeft ook de in beslag genomen mobiele telefoons van de verdachte verbeurd verklaard, omdat deze zijn gebruikt bij de gepleegde misdrijven. De vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1], werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het feit niet bewezen was.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.205220.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 januari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 en 17 december 2025. Het onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 14 januari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.B.O. van Soest, advocaat te Rotterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. Roggen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1. ​
een of meer onbekend gebleven personen (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 april 2023 tot en met 26 maart 2024 te Assen en/of Heerenveen en/of Groningen, althans in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, tezamen en in verenging met anderen, althans alleen,
(A) (mevrouw) [slachtoffer 1] , (telkens)
  • door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkheid (en), en/of
  • door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkheid (en), en/of
  • door afpersing en/of fraude en/of misleiding, en/of
  • door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, en/of
  • door misbruik van een kwetsbare positie, heeft
  • geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (criminele en/of seksuele) uitbuiting van die ander, (sub 1) en/of
  • gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, (sub 4),
(B)
- ( (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (criminele en/of seksuele) uitbuiting van een ander, te weten (mevrouw) [slachtoffer 1] , (sub 6),
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):
  • een relatie met die [slachtoffer 1] begonnen en/of onderhouden en/of gehad, en/of
  • (meermalen) een vuurwapen op die [slachtoffer 1] gericht en/of tegen haar hoofd gezet en/of haar met vuurwapens en/of messen bedreigd en/of gedreigd die [slachtoffer 1] neer te schieten en/of haar vingers af te knippen en/of die [slachtoffer 1] (anderszins) bedreigd, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) bij de keel gepakt en/of (met een vuurwapen) (in het gezicht) geslagen en/of aan haar haren getrokken en/of geschopt en/of op de grond gegooid en/of een stoot met de elleboog gegeven en/of gebeten en/of geduwd en/of (anderszins) geweld tegen haar gebruikt, en/of
  • die [slachtoffer 1] voorgehouden dat verdachte(n) contacten hadden bij de politie, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) vernederd en/of uitgelachen, en/of
  • tegen die [slachtoffer 1] geschreeuwd en/of gescholden en/of boos en/of agressief gereageerd, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) voorgehouden dat ze het bezit van verdachte(n) was, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) opgedragen haar huis niet uit te gaan en/of haar livelocatie te delen en/of die [slachtoffer 1] (ongevraagd) (op haar werk) opgezocht en/of (daarmee) die [slachtoffer 1] in haar bewegingsvrijheid belemmerd, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) opgedragen geen contact te hebben met familie en/of vrienden en/of telefoonnummers van vrienden te verwijderen, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) toestemming laten vragen om (onder meer) naar de sportschool te gaan en/of om naar mensen toe te gaan en/of naar feestjes te gaan en/of bepaalde kleding te dragen en/of aan te schaffen, en/of
  • (meermalen) de telefoon van die [slachtoffer 1] gecontroleerd, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) cocaïne en/of (andere) drugs (voor eigen gebruik door die [slachtoffer 1] ) gegeven en/of verstrekt, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) (wanneer ze niet luisterde) boetes (variërend van meer dan 1.000,- tot 10.000,-) laten betalen en/of termijnen gesteld voor terugbetaling en/of voorgehouden dat geld moest worden betaald en/of een schuld moest worden terugbetaald, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) (dure) goederen voor verdachte(n) laten kopen, en/of
  • gedreigd de ouders en/of vrienden van die [slachtoffer 1] dood te maken en/of de stamboom van die [slachtoffer 1] uit te moorden wanneer boetes niet werden betaald en/of ze zou praten, en/of
  • die [slachtoffer 1] voorgehouden dat (een gedeelte van) de boetes kon worden terugbetaald door seks te hebben met verdachte en/of mededader(s), en/of het plegen van (bankhelpdeks en/of marktplaats)fraude, en/of
  • die [slachtoffer 1] bewogen en/of aangezet tot het plegen van (bankhelpdesk en/of markplaats)fraude en/of die [slachtoffer 1] verhuurd en/of uitgeleend aan anderen ten behoeve van het plegen van fraude, en/of
  • die [slachtoffer 1] opdracht en/of instructies gegeven om (bankhelpdesk en/of markplaats)fraude te plegen, en/of die [slachtoffer 1] in contact heeft gebracht met [verdachte] en/of [naam] ten behoeve van het plegen van (bankhelpdesk en/of marktplaats)fraude, en/of
  • aangegeven dat die [slachtoffer 1] niet kon stoppen met het plegen van (bankhelpdesk en/of markplaats)fraude omdat boetes moesten worden terugbetaald en/of verdachte(n) investeringen in die [slachtoffer 1] hadden gedaan en die moesten worden terugverdiend, en/of
  • (meermalen) door die [slachtoffer 1] met (bankhelpdesk en/of markplaats)fraude verdiend gelden in ontvangst genomen en/of afgepakt en/of ingenomen en/of door die [slachtoffer 1] laten afstaan,
  • (meermalen) boos op die [slachtoffer 1] gereageerd omdat niet genoeg geld werd verdiend en/of boetes niet (snel genoeg) werden terugbetaald, en/of
  • die [slachtoffer 1] voorgehouden dat ze meer geld moest verdienen en/of wanneer ze niet meer geld zou verdienden ze werkzaamheden in de prostitutie moest verrichten, en/of
  • die [slachtoffer 1] bewogen toe te staan dat een kluis in haar woning werd geplaatst ten behoeve van het bewaren van (drugs)geld en/of een vuurwapen en/of een verfbom, en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) opgedragen en/of aangezet en/of gedwongen seks te hebben met verdachte en/of mededader(s) en/of [medeverdachte 1] , en/of seksuele handelingen te verrichten bij verdachte en/of mededader(s) en/of [medeverdachte 1] , en/of
  • die [slachtoffer 1] (meermalen) bewogen filmpjes te maken van seksuele handelingen die ze voor verdachte(n) moest uitvoeren, (zulks) terwijl die [slachtoffer 1] :
  • (zelf) drugs gebruikte en/of drugsverslaafd was, en/of
  • bang en/of angstig voor verdachte en/of zijn mededaders was, en/of (aldus) terwijl die [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond en/of (zulks) terwijl die [slachtoffer 1] zich niet kon onttrekken aan het psychische overwicht dat hij, verdachte, en/of mededader(s), op die [slachtoffer 1] had, en/of
  • waartegen die [slachtoffer 1] zich niet durfde en/of kon verzetten, en/of
  • waaraan die [slachtoffer 1] zich niet kon onttrekken;
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, in of omstreeks de periode van 1 juli 2023 tot en met 29 februari 2024 te Assen en/of Heerenveen, althans in Nederland,
opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door
  • die [slachtoffer 1] opdracht en/of instructies te geven om (bankhelpdesk)fraude te plegen, en/of
  • ( meermalen) door die [slachtoffer 1] met (bankhelpdesk)fraude verdiend gelden in ontvangst te nemen en/of af te pekken en/of in te nemen en/of af te geven aan medeverdachte(n), en/of
  • die [slachtoffer 1] voor te houden dat ze meer geld moest verdienen, en/of
  • ( meermalen) boos op die [slachtoffer 1] te reageren omdat niet genoeg geld werd verdiend, en/of
  • tegen die [slachtoffer 1] te schreeuwen en/of schelden en/of agressief te reageren;
2
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 26 september 2023 tot en met 7 februari 2024 te Assen en/of Heerenveen en/of Noordgouwe en/of Slochteren en/of Koudekerke en/of Standdaarbuiten en/of Roosendaal en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Oost-Souburg en/of Mill en/of Bergambacht, althans in Nederland,
meerdere malen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere perso(o)n(en)/aangever(s), te weten:
  • [slachtoffer 2] (ongeveer 933,-) en/of
  • [slachtoffer 3] (ongeveer 2.798,-) en/of
  • [slachtoffer 4] (ongeveer 869,-) en/of
  • [slachtoffer 5] (ongeveer 869,-) en/of
  • [slachtoffer 6] (ongeveer 869,-) en/of
  • [slachtoffer 7] (ongeveer 969,-} en/of
  • [slachtoffer 8] (ongeveer 869,-} en/of
  • [slachtoffer 9] (ongeveer 869,-) en/of
  • [slachtoffer 10] (ongeveer 869,-) en/of
  • [slachtoffer 11] ( 759,-) heeft bewogen tot
  • afgifte van enig goed, te weten een of meer geldbedragen, en/of
  • het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (onder meer) identificerende (persoons) gegevens en/of bankgegevens en/of inloggegevens voor (een) internetbankieren (applicatie),
door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -
  • contact op te (laten) nemen met voornoemde perso(0)n(en)/aangever(s), daarbij gebruikmakend van een valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk en/of ICT afdeling) van een of meer bank(en), en/of
  • in deze gesprekken de genoemde perso(o)n(en)/aangever(s) voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van zijn/haar/hun bankrekening en/of zijn/haar/hun bankrekening gehackt was en/of voornoemde perso(0)n(en)/aangever(s) voor te
houden dat er (anderszins) een probleem en/of onregelmatigheid en/of onduidelijkheid was met betrekking tot zijn/haar/hun bankrekening, en/of
  • in deze gesprekken de genoemde perso(o)n(en)/aangever(s) voor te houden dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n}, hem/haar/hen zou(den) helpen de transactie tegen te houden en/of het geld terug te halen en/of veilig te stellen en/of het probleem en/of de onregelmatigheid en/of de onduidelijkheid te verhelpen, en/of
  • ( vervolgens) perso(0)n(en)/aangever(s) (per mail) een (betaal en/of bestel)link te sturen, en/of
  • ( vervolgens) perso(o)n(en)/aangever(s) met social engineering, althans onder valse voorwendselen, te bewegen tot het klikken op deze (betaal en/of beste])link en/of (vervolgens) tot het invullen van gegevens en/of het inloggen op/via deze (betaal en/of bestel)link en/of tot betaling en/of het bestellen van goederen over te gaan,
waardoor die perso(o)n(en)/aangever(s) werd/werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of het voornoemde terbeschikkingstellen;
3.
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode 9 januari 2023 tot en met 25 juni 2024 te Assen, althans in Nederland, stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (onder meer)
120, althans een (grote) hoeveelheid leads(lijsten), elk bevattende persoonsgegevens van een groot aantal personen (AH-018) en/of
  • een belscript met hierin een beschrijving/stappenplan voor het plegen van (bankhelpdesk)fraude (AH-018) en/of
  • 5 althans een hoeveelheid leads(lijsten) (genaamd [bestandsnaam 1] .xlsx, [bestandsnaam 2] .xlsx, [bestandsnaam 3] .xlsx, [bestandsnaam 4] xlsx en/of [bestandsnaam 5] .xlsx),
elk bevattende persoonsgegevens van een groot aantal personen (AH-048), en/of
- een belscript met hierin een beschrijving/stappenplan in de Duitse taal voor het plegen van (bankhelpdesk)fraude (AH-029.01),
heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen, verworven, vervoerd, ingevoerd, verspreid, anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van feit 1, kort gezegd medeplichtigheid aan mensenhandel. De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 2 en 3.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1. De feiten 2 en 3 kunnen bewezen worden. Verdachte erkent deze feiten, waarbij hij met betrekking tot feit 3 heeft aangegeven dat het enkel gaat om bezit en niet om verspreiden. De raadsman heeft met betrekking tot feit 3 aangevoerd dat de pleegperiode dient te worden ingekort.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat feit 1 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt hiertoe dat niet is gebleken dat verdachte ten tijde van zijn samenwerking met aangeefster [slachtoffer 1] weet had van het feit dat zij - kort gezegd - in een situatie zat waarin ze werd uitgebuit door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .
De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2025;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 29 april 2024, opgenomen op pagina 178 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRCC24005 CHIP, d.d. 30 december 2024, inhoudend de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] ;
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2024, opgenomen op pagina 653 e.v. van voornoemd dossier;
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 december 2024, opgenomen op pagina 704 e.v. van voornoemd dossier;
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2024, opgenomen op pagina 463 e.v. van voornoemd dossier.
De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2025;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 29 april 2024, opgenomen op pagina 178 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRCC24005 CHIP, d.d. 30 december 2024, inhoudend de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] ;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2024, opgenomen op pagina 699 e.v. van voornoemd dossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 augustus 2024, opgenomen op pagina 741 e.v. van voornoemd dossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 augustus 2024, opgenomen op pagina 774 e.v. van voornoemd dossier;
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen AH-080 d.d. 15 december 2025, los opgenomen in het dossier.
De rechtbank overweegt met betrekking tot feit 3 dat zij de pleegperiode zal inkorten. De politie heeft geverbaliseerd dat aangeefster 120 documenten met zogenaamde Leads heeft toegestuurd aan het onderzoeksteam en dat aangeefster die documenten op 9 januari 2023 had ontvangen via de mail. 9 januari 2023 is mogelijk daarom gehanteerd als begindatum voor de pleegperiode. De rechtbank constateert echter dat aangeefster heeft verklaard dat zij (pas) vanaf juni 2023 fraude ging plegen samen met verdachte. Er zijn ook geen aanwijzingen dat ze verdachte voor die tijd al kende en bestanden van hem ontving. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat 9 januari 2023 een (typ)fout is geweest en dat dit 9 januari 2024 moet zijn. Reeds uit de verklaring van aangeefster volgt dat verdachte wel degelijk leadlijsten heeft verspreid. Voor het bezitten of verspreiden van deze of andere op de tenlastelegging genoemde bestanden voor die tijd heeft de rechtbank geen concrete aanknopingspunten in het dossier gevonden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
2
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 26 september 2023 tot en met 7 februari 2024 te Assen en Heerenveen, meerdere malen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meerdere personen, te weten:
  • [slachtoffer 2] (ongeveer 933,-) en
  • [slachtoffer 3] (ongeveer 2.798,-) en
  • [slachtoffer 4] (ongeveer 869,-) en
  • [slachtoffer 5] (ongeveer 869,-) en
  • [slachtoffer 6] (ongeveer 869,-) en
  • [slachtoffer 7] (ongeveer 969,-} en
  • [slachtoffer 8] (ongeveer 869,-} en
  • [slachtoffer 9] (ongeveer 869,-) en
  • [slachtoffer 10] (ongeveer 869,-) en
  • [slachtoffer 11] ( 759,-) heeft bewogen tot
  • afgifte van enig goed, te weten een of meer geldbedragen, en
  • het ter beschikking stellen van gegevens, te weten identificerende persoonsgegevens en bankgegevens en/of inloggegevens voor internetbankieren,
door valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid, zakelijk weergegeven
  • contact op te (laten) nemen met voornoemde personen, daarbij gebruikmakend van een valse hoedanigheid van medewerker van de fraudedesk en/of ICT afdeling van een bank, en
  • in deze gesprekken de genoemde persoon voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van zijn/haar/hun bankrekening en/of zijn/haar/hun bankrekening gehackt was en/of voornoemde personen voor te houden dat er anderszins een probleem of onregelmatigheid of onduidelijkheid was met betrekking tot zijn/haar/hun bankrekening, en
  • in deze gesprekken de genoemde personen voor te houden dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte, hem/haar/hen zou(den) helpen de transactie tegen te houden en/of het geld terug te halen en/of veilig te stellen en/of het probleem en/of de onregelmatigheid en/of de onduidelijkheid te verhelpen, en
  • vervolgens personen een betaal- en/of bestellink te sturen, en
  • vervolgens personen onder valse voorwendselen te bewegen tot het klikken op deze link en vervolgens tot het invullen van gegevens en/of het inloggen via deze link en/of tot betaling en/of het bestellen van goederen over te gaan,
waardoor die personen werden bewogen tot voornoemde afgifte en/of het voornoemde terbeschikking stellen.
3.
hij in de periode 9 januari 2024 tot en met 25 juni 2024 te Assen gegevens, te weten
  • 120 leadslijsten, elk bevattende persoonsgegevens van een groot aantal personen (AH-018) en
  • een belscript met hierin een beschrijving/stappenplan voor het plegen van bankhelpdeskfraude en
  • 5 leadslijsten (genaamd [bestandsnaam 1] .xlsx, [bestandsnaam 2] .xlsx, [bestandsnaam 3] .xlsx, [bestandsnaam 4] xlsx en [bestandsnaam 5] .xlsx), elk bevattende persoonsgegevens van een groot aantal personen, en
  • een belscript met hierin een beschrijving/stappenplan in de Duitse taal voor het plegen van bankhelpdeskfraude,
heeft ontvangen, overgedragen, verworven, verspreid, en voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrijf omschreven in een van de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
2. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
3. Het zich verschaffen, verwerven, overdragen, verspreiden en het voorhanden hebben van gegevens waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van de misdrijven omschreven in artikelen 311 en 326, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feiten 2 en 3 wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten 333 dagen. Tevens is gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een contactverbod met aangeefster voor de duur van vijf jaren en een locatieverbod ten aanzien van de adressen van de ouders en opa en oma van aangeefster.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf ten hoogste gelijk aan de duur van het voorarrest. De raadsman heeft tevens verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de reclasseringsrapportages van onder meer 2 december 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 november 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting en aan het voorhanden hebben van zogeheten leads(lijsten). Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich in telefoongesprekken en online tegenover de slachtoffers, telkens ouderen, voorgedaan als een bankmedewerker en gezegd dat er een probleem was met hun bankrekening en dat ze het slachtoffer zouden helpen. Vervolgens werd aan de slachtoffers een link gestuurd, waarbij de slachtoffers zonder dat ze het doorhadden bestellingen en betalingen verrichtten en zo hun geld juist kwijtraakten in plaats van veiligstelden.
Bankhelpdeskfraude is een veelvoorkomende vorm van criminaliteit die voor verdachten op relatief gemakkelijke wijze zeer lucratief kan zijn. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen van zorgvuldig uitgekozen (oudere) slachtoffers, die dachten dat zij werden geholpen en dat werd voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken, terwijl het tegendeel waar bleek. Hierdoor is niet alleen het vertrouwen dat de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en het bankwezen hadden geschaad, maar is ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens aangetast. Verdachte heeft enkel uit financieel gewin gehandeld en heeft geen oog gehad voor de kwetsbaarheid en de belangen van de slachtoffers.
Daarnaast worden door het bestaan van (leads)lijsten met persoonsgegevens dergelijke vormen van fraude in stand gehouden. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
De reclassering heeft gerapporteerd dat verdachte het goed doet op diverse leefgebieden. Verdachte heeft goed meegewerkt aan het toezicht tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis en de reclassering ziet geen aanleiding om bijzondere voorwaarden aan hem op te leggen.
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 333 dagen, een passende straf is en dat er geen aanleiding is om nog een aanvullend - al dan niet voorwaardelijk - strafdeel op te leggen.
De rechtbank ziet, mede gelet op de vrijspraak voor feit 1, geen aanleiding om aan verdachte tevens een contactverbod en/of locatieverbod met betrekking tot aangeefster op te leggen.
De rechtbank heft het geschorste bevel voorlopige hechtenis op.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten twee mobiele telefoons van verdachte, vatbaar voor verbeurdverklaring nu de feiten met behulp hiervan zijn begaan en hierop leadslijsten met persoonlijke gegevens (van ouderen) staan.

Benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 10.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 234 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 333 dagen.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen mobiele telefoons (goednummers PL0100-NNRCC24005_820441 en PL0100-NNRCC24005_820456).
T.a.v. feit 1:
Verklaart de vordering van [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, mr. H.R. Eising en mr. M.M. Spooren, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 januari 2026.
Mrs. Eising en Spooren zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.