ECLI:NL:RBNNE:2026:5

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
18/137529-23
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hypotheekfraude door het opmaken van valse geschriften en oplichting van de Volksbank

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan hypotheekfraude. De verdachte, geboren in 1980, heeft samen met zijn hypotheekadviseur valse werkgeversverklaringen en salarisspecificaties opgemaakt om een hypothecaire lening van 269.000 euro te verkrijgen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte een fictief dienstverband heeft gecreëerd en dat hij valse documenten heeft ingediend bij de Volksbank en BLG Wonen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte en zijn medeverdachte opzettelijk gebruik hebben gemaakt van deze valse stukken, wat leidde tot de verstrekking van een hypothecaire lening. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 180 uren. De vordering van de Volksbank tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de indiener niet bevoegd was. De rechtbank heeft de ernst van de feiten benadrukt, gezien de impact op de integriteit van het financieel verkeer.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/137529-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, Noordelijke Fraudekamer, d.d. 6 januari 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 december 2025. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.F. Herrera Villagómez, advocaat te Zaandam.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 6 januari 2026 in Groningen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 22 februari 2021 tot en met 10 november 2021 te Emmen en/of elders in Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
(telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 30 juli 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 67)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 31 augustus 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 68)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 30 september 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 69)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 29 oktober 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 70)
  • een werkgeversverklaring, gedateerd op 1 juli 2021 op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 77)
  • een werkgeversverklaring, gedateerd op 24 maart 2021 op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 191)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 22 februari 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 192)
valselijk heeft opgemaakt en/of doen/laten opmaken,
immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, valselijk en/of in strijd met de waarheid
  • op die werkgeversverklaringen vermeld en/of doen/laten vermelden dat [verdachte] werkzaam was als [functie] voor [bedrijf 1] (sinds 1 oktober 2020 en/of sinds 1 juli 2021) en/of een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde duur of was aangesteld in vaste dienst en/of inkomen genoot uit voornoemd dienstverband en/of
  • op die salarisspecificaties vermeld en/of doen/laten vermelden dat [verdachte] werkzaam was voor [bedrijf 1] en/of werkzaamheden heeft verricht en/of loon verdiend/uitbetaald heeft (gekregen) en/of loon opgebouwd heeft;
2.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 9 maart 2021 tot en met 16 april 2021 te Emmen en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst geschrift, bestemd om te dienen tot bewijs van enig feit, als ware het echt en onvervalst, te weten:
  • een werkgeversverklaring, gedateerd op 24 maart 2021 op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 191)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 22 februari 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 192),
bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat op dat/die geschrift(en) (telkens) valselijk was vermeld en/of geplaatst
- ( (op die werkgeversverklaring) dat [verdachte] werkzaam was als [functie] voor [bedrijf 1] (sinds 1 juli 2021) en/of een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde duur of was aangesteld in vaste dienst en/of
inkomen genoot uit voornoemd dienstverband en/of
- ( (op die salarisspecificatie) dat [verdachte] werkzaam was voor [bedrijf 1] en/of werkzaamheden heeft verricht en/of 3.200,- netto ( 4.687,77 bruto) aan loon verdiend/uitbetaald heeft (gekregen) en/of loon opgebouwd heeft,
en bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, al dan niet via een tussenpersoon of ander bedrijf, dat/die geschrift(en) (telkens) aan de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen heeft doen/laten toekomen,
dan wel opzettelijk zodanig(e) geschrift(en) heeft afgeleverd of voorhanden gehad, terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat geschrift bestemd was voor zodanig gebruik;
3.
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 9 maart 2021 tot en met 16 april 2021 te Emmen en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels een of meer persoon/personen en/of bedrijf, te weten (onder meer) (medewerker(s) van) de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen,
heeft bewogen tot
de verstrekking van een geldbedrag en/of een hypothecaire lening door de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen ter waarde van 269.000,-, althans 267.117, althans een groot geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van het pand [adres] , althans het aangaan van een schuld ter waarde van 269.000,-, althans 267.117, althans een groot geldbedrag,
althans de verstrekking van (een) geldbedrag(en) en/of (een) hypothe(e)k(en)(telkens) leidende tot uitbetaling(en) van een geldsom en/of de aanschaf van (een) pand(en) en/of het aangaan van een schuld, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen,
valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders, (een) werkgeversverklaring(en) en/of (een)
salarisspecificatie(s) en/of (een) hypotheekaanvra(a)g(en) en/of (een) hypotheekofferte(s) en/of (een) ander(e) geschrift(en), in welke werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of hypotheekaanvra(a)g(en) en/of hypotheekofferte(s) en/of (een) ander(e) geschrift(en) ten onrechte valse en/of vervalste werkgeversgegevens en/of salarisgegevens en/of anderszins valse en/of vervalste gegevens waren opgenomen,
ingediend bij en/of toegezonden en/of teruggezonden en/of ingezonden en/of doen/laten indienen en/of toezenden en/of inzenden en/of terugzenden aan de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen,
en/of naar aanleiding waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen en/of een of meer anderen heeft bewogen tot afgifte van (een) goed(eren) en/of (een) geldbedrag(en), te weten voornoemde (een) hypothe(e)k(en) en/of geldbedragen en/of tot het aangaan van voornoemde (een) schuld(en)
waardoor dat/die bedrijf/bedrijven en/of die persoon/personen werd(en) bewogen tot voornoemde afgifte(n).
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Alles in het dossier wijst erop dat verdachte daadwerkelijk werkzaam was bij [bedrijf 1] . Hij stond in 2020 al vermeld op de website, de werkgeversverklaringen noemen een aanvangsdatum in 2020, [verklaarder] bevestigt zijn werkzaamheden en het ontbreken van een UWV-registratie is volledig te wijten aan nalatigheid van de werkgever. Dat op de bankrekening te zien is dat het loon van verdachte (gedeeltelijk) wordt teruggestort is een correctie op een dubbele of te hoge betaling en vormt geen enkele aanwijzing dat verdachte betrokken was bij een frauduleuze constructie. De verklaring van [eigenaar bedrijf 1] dient uitgesloten te worden van het bewijs omdat de verdediging niet de kans heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen. Het gebruik van deze verklaring zou daarom in strijd zijn met het recht op een eerlijk proces en het beginsel van “equality of arms”.
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde blijkt niet dat verdachte betrokken is geweest bij het opstellen van de in de tenlastelegging genoemde documenten noch dat hij daartoe opdracht heeft gegeven. Er kan enkel vastgesteld worden dat verdachte de documenten heeft doorgestuurd naar zijn hypotheekadviseur. Uit het WhatsAppgesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] volgt niet dat verdachte documenten heeft vervalst, daartoe opdracht heeft gegeven of dat hij wetenschap had van de onjuistheden in de stukken. Het betreft gebruikelijke communicatie tussen een hypotheekadviseur en zijn klant, waarin documenten worden gedeeld, vragen worden gesteld en administratieve vereisten worden besproken. Ook het medeplegen kan niet wettig en overtuigend bewezen worden aangezien uit het dossier geen enkele vorm van samenwerking volgt gericht op het plegen van valsheid in geschrifte.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde blijkt niet dat verdachte wetenschap heeft gehad van enige onjuistheid in de aangeleverde documenten. Deze documenten zijn door de werkgever opgesteld, door verdachte in goed vertrouwen aan zijn hypotheekadviseur verstrekt en door de bank gecontroleerd en geaccepteerd. Verdachte handelt als een leek die op professionals vertrouwt. De rommelige werkwijze van het kantoor van [medeverdachte] en de administratieve tekortkomingen van [bedrijf 1] kunnen niet worden afgeschoven op verdachte. Ook ten aanzien van dit feit is er geen bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte opzet had op misleiding van de Volksbank of BGL Wonen. Hij heeft in goed vertrouwen stukken verstrekt aan zijn hypotheekadviseur. Deze documenten zijn beoordeeld door de bank en na enkele aanvullende vragen is de bank overgegaan tot het verstrekken van een hypotheek. Dit bevestigt dat er ook voor professionele partijen geen aanleiding bestond om aan de echtheid van de stukken te twijfelen. Tot slot kan ook het medeplegen ten aanzien van dit feit niet wettig en overtuigend bewezen worden.
Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde 1

Op 16 oktober 2021 wordt door de politie een onderzoek gestart naar aanleiding van een schietpartij in Emmen. In dit onderzoek wordt onder meer verdachte aangehouden. Hierbij is ook zijn telefoon in beslag genomen en uitgelezen. Op de telefoon wordt een WhatsAppgesprek aangetroffen tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , de hypotheekadviseur van verdachte. Uit dit gesprek ontstaat het vermoeden dat verdachte een dienstverband heeft gefingeerd bij het bedrijf [bedrijf 1] om zo een hypotheek te verkrijgen voor de woning aan de [adres] en dat [medeverdachte] hiervan op de hoogte was en hem instructies heeft gegeven. Tevens ontstaat het vermoeden dat verdachte en [medeverdachte] dit vaker hebben gedaan.2
Uit het dossier is gebleken dat verdachte nooit werkzaam is geweest bij [bedrijf 1] . De eigenaar van [bedrijf 1] , [eigenaar bedrijf 1] , heeft verklaard dat verdachte nooit voor zijn bedrijf heeft gewerkt. Hij heeft aangegeven dat hij een geldbedrag op de bankrekening van [bedrijf 1] kreeg gestort en dat hij dit vervolgens op de rekening van verdachte moest storten als fictief salaris. Hij moest dit doen om te zorgen dat verdachte een hypotheek kon verkrijgen.3 Uit de gegevens van het UWV is ook niet gebleken van een dienstverband tussen verdachte en [bedrijf 1] .4 Verder staat in de rapportage van iCOV dat verdachte geen inkomen heeft opgegeven in de jaren 2021, 2020, 2019 en 2017.5 Bovendien blijkt uit het onderzoek naar de bankrekeningen van verdachte6 en van [bedrijf 1]7 dat het geld dat verdachte ontvangt als salaris van [bedrijf 1] direct of indirect weer wordt teruggeboekt naar de bankrekening van [eigenaar bedrijf 1] , hetgeen overeenkomt met de verklaring van [eigenaar bedrijf 1] .
In november 2021 hebben verdachte en [medeverdachte] contact via WhatsApp.8 Dit gesprek heeft betrekking op de aankoop van een woning aan de [adres] in Emmen. Deze aankoop heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden.9 [medeverdachte] vraagt op 1 november 2021 of het salaris ingedekt is. Verdachte geeft aan dat dit niet het geval is. [medeverdachte] zegt vervolgens “ff regelen bij je neef dan. Per 1 november en ook ff echt in loondienst dus ook naar uwv en alles”. Vervolgens stuurt verdachte enkele dagen later aan [medeverdachte] een werkgeversverklaring en salarisspecificaties die zien op een dienstverband vanaf 1 juli 2021. Kennelijk is het salaris met terugwerkende kracht plotseling wel geregeld. Vervolgens vraagt [medeverdachte] of er wel betalingen naar verdachte zijn geweest. Verdachte geeft aan dat dit niet het geval is, maar dat er vorige keer ook niet naar gevraagd is. [medeverdachte] antwoordt daarop dat dit wel het geval is en dat hij daar destijds nog “tegenaan heeft moeten lullen”.10 Dit ziet hoogstwaarschijnlijk op de hypotheekaanvraag van verdachte in maart 2021 voor de woning aan de [adres] . Bij deze hypotheekaanvraag heeft BLG Wonen aan [medeverdachte] uitleg gevraagd voor het feit dat verdachte 3.200,00 over heeft gemaakt naar zijn baas en hij ditzelfde bedrag twee dagen later als salaris ontvangt van [bedrijf 1] .11
Anders dan de verdediging heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat dit Whatsappgesprek niet kan worden gelezen als de gebruikelijke communicatie tussen een hypotheekadviseur en zijn klant. [medeverdachte] geeft instructies aan verdachte over wat er allemaal geregeld moet worden. Als hij een werkgeversverklaring en salarisstroken krijgt toegestuurd, terwijl het salaris volgens verdachte niet is ingedekt, stelt hij daar geen vragen over. Het enige dat hij vraagt, is of er wel betalingen aan verdachte zijn geweest, hetgeen een ongebruikelijke vraag is om te stellen als er sprake zou zijn van een legitiem dienstverband en echte salarisstroken. Wanneer verdachte aangeeft dat dit niet het geval is, worden daar door [medeverdachte] wederom geen vragen over gesteld.
Verder zijn er in de werkgeversverklaringen en salarisstroken van [bedrijf 1] meerdere opvallendheden en inconsistenties aangetroffen die kunnen duiden op een gefingeerd dienstverband:
- De werkgeversverklaring, gedateerd 1 juli 2021, geeft aan dat verdachte in dienst is sinds 1 juli 2021. Als bruto jaarsalaris wordt een bedrag van 78 vermeld.12
  • In de werkgeversverklaring, gedateerd 24 maart 2021, staat echter dat verdachte in dienst is sinds 1 oktober 2020.13
  • De salarisspecificatie van februari 2021,14 bevat meerdere merkwaardigheden: de kop betreft “Salarisspecifica tie”, de maand februari wordt aangeduid als periode 01, er missen op meerdere plekken spaties, er worden verschillende lettertypes gebruikt en de uitlijning is rommelig en niet consistent.15
  • De salarisspecificatie van februari 2021, vermeldt een brutosalaris van 4.687,77.16 De salarisspecificaties van juli 2021 en later vermelden een brutosalaris van 6.500,00.17 Dit is een opvallende en onverklaarbare stijging aangezien de functie van verdachte hetzelfde is gebleven.
In november 2022 heeft er een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in het kantoor van [bedrijf 2] . Hierbij is de digitale bedrijfsadministratie in beslag genomen en door de politie onderzocht.18 De politie vindt met betrekking tot verdachte vier aanvragen voor hypothecaire leningen. De gegevens over de loondienstverbanden van verdachte die bij de verschillende hypotheekaanvragen zijn gebruikt zijn onderling tegenstrijdig.
Voor de hypothecaire lening voor de woning aan de [adres] wordt door verdachte een werkgeversverklaring van [bedrijf 3] aangeleverd.19 Volgens deze werkgeversverklaring was verdachte in dienst per 1 augustus 2018 en zou dit gaan om een contract voor bepaalde tijd tot en met 31 juli 2019. Op de salarisspecificatie van augustus 2018 staat echter als datum uit dienst 31 augustus 2018 vermeld.20 Ook uit de aangifte inkomstenbelasting blijkt dat verdachte minder dan een maand aan loon heeft ontvangen in 2018 en dat hij geen inkomen heeft ontvangen in 2019. De werkgeversverklaring is gedateerd 9 oktober 2018. Dit is ruim een maand nadat verdachte uit dienst zou zijn getreden. Deze is daarmee evident vals.
Verder zit in het dossier van [bedrijf 2] een arbeidsovereenkomst tussen verdachte en [bedrijf 4] .21 Volgens deze overeenkomst zou verdachte vanaf 1 september 2020 voor een jaar fulltime in dienst zijn bij [bedrijf 4] . Volgens de werkgeversverklaring van [bedrijf 1] , gedateerd 24 maart 2021, is verdachte echter een maand later, vanaf 1 oktober 2020, fulltime aan het werk bij [bedrijf 1] .
Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een langdurige fraudeconstructie waarin verdachte ten behoeve van verschillende hypotheekaanvragen consequent (evident) valse stukken aanleverde en [medeverdachte] structureel en opzettelijk hieraan heeft meegewerkt. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte nooit voor [bedrijf 1] heeft gewerkt.
Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten niet
sole or decisive, dus uitsluitend of in doorslaggevende mate zal zijn gebaseerd op de verklaring van [eigenaar bedrijf 1] . De rechtbank verwijst daartoe naar het bewijs dat hiervoor reeds is opgenomen, te weten de gegevens van het UWV en iCOV, het onderzoek naar de bankrekeningen van verdachte en [bedrijf 1] , het Whatsappgesprek, het onderzoek naar de verschillende werkgeversverklaringen en salarisspecificaties en het onderzoek naar de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] . De rechtbank ziet daarom geen reden om de verklaring van [eigenaar bedrijf 1] uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank voegt daar nog aan toe dat de verklaring van verdachte dat hij weldegelijk heeft gewerkt voor [bedrijf 1] geen enkele steun vindt in
objectievebewijsmiddelen.
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde
Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, komt zij tot de conclusie dat alle in de tenlastelegging omschreven stukken vals zijn en dat daarop in strijd met de waarheid is vermeld dat verdachte werkzaam zou zijn bij [bedrijf 1] .
De rechtbank acht bewezen dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met één of meer personen heeft gepleegd. [verklaarder] , die als verdachte in het onderzoek is gehoord, heeft verklaard dat verdachte niet aanwezig was bij het opmaken van de werkgeversverklaring, gedateerd 24 maart 2021, en de salarisspecificatie van februari 2021.22 Daarnaast geeft [medeverdachte] in het Whatsappgesprek met verdachte aan dat hij het even bij zijn neef moet regelen wanneer verdachte aangeeft dat het salaris niet is ingedekt.23 Dit doet ook vermoeden dat er in ieder geval één ander persoon betrokken is geweest bij het opmaken van de valse stukken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde
Naar aanleiding van de informatie die de Volksbank heeft ontvangen uit het onderzoek KENIA heeft de Volksbank op 17 april 2023 aangifte gedaan van onder meer oplichting. Uit deze aangifte blijkt dat van de onder 1 ten laste gelegde valse stukken de werkgeversverklaring, gedateerd 24 maart 2021, en de salarisspecificatie van februari 2021 gebruikt zijn in verband met het verkrijgen van een hypothecaire geldlening van
269.000,00 ter financiering van de aankoop van de woning aan de [adres] . Deze stukken zijn door [bedrijf 2] verstuurd naar BLG Wonen, een hypotheekverstrekker die onderdeel uitmaakt van de Volksbank. Uit de aangifte volgt dat de Volksbank bij een juiste voorstelling van zaken deze lening niet verstrekt zou hebben. 24
Uit het voorgaande blijkt dat verdachte en [medeverdachte] opzettelijk gebruik hebben gemaakt van de valse stukken door deze in te dienen bij BLG Wonen om zo een hypothecaire lening te verkrijgen bij de Volksbank. Verdachte heeft de stukken aangeleverd bij [medeverdachte] en [medeverdachte] heeft de stukken ingediend bij BLG Wonen. Beiden waren op de hoogte van het feit dat de stukken vals waren. Zij hebben dit feit daarmee tezamen en in vereniging gepleegd. De rechtbank acht derhalve het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde stelt de rechtbank voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Zij hebben met listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels de Volksbank ertoe bewogen een hypothecaire geldlening voor een bedrag van 269.000,00 aan verdachte te verstrekken door een valse werkgeversverklaring en een valse loonstrook te overleggen. Daarnaast is er fictief salaris gestort op de rekening van verdachte wat direct of indirect weer werd teruggestort op de bankrekening van [eigenaar bedrijf 1] en heeft [medeverdachte] nadat de bank hem over deze transacties om opheldering heeft gevraagd hierover gelogen, terwijl hij wist dat er geen sprake was van een bestaand dienstverband. De rechtbank acht daarmee het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2021 tot en met 10 november 2021 te Emmen en/of elders in Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander
telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 30 juli 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 67)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 31 augustus 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 68)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 30 september 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 69)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 29 oktober 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 70)
  • een werkgeversverklaring, gedateerd op 1 juli 2021 op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 77)
  • een werkgeversverklaring, gedateerd op 24 maart 2021 op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 191)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 22 februari 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 192)
valselijk heeft opgemaakt of doen/laten opmaken,
immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, valselijk en in strijd met de waarheid
  • op die werkgeversverklaringen vermeld of doen/laten vermelden dat [verdachte] werkzaam was als [functie] voor [bedrijf 1] (sinds 1 oktober 2020 of sinds 1 juli 2021) en een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde duur of was aangesteld in vaste dienst en inkomen genoot uit voornoemd dienstverband en
  • op die salarisspecificaties vermeld of doen/laten vermelden dat [verdachte] werkzaam was voor [bedrijf 1] en werkzaamheden heeft verricht en loon uitbetaald heeft gekregen;
2.
hij in de periode van 9 maart 2021 tot en met 16 april 2021 te Emmen en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander,
telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift, bestemd om te dienen tot bewijs van enig feit, als ware het echt en onvervalst, te weten:
  • een werkgeversverklaring, gedateerd op 24 maart 2021 op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 191)
  • een salarisspecificatie, gedateerd op 22 februari 2021, op naam van de werknemer [verdachte] en werkgever [bedrijf 1] (dossier p. 192),
bestaande die valsheid telkens hierin dat op die geschriften telkens valselijk was vermeld en/of geplaatst
  • op die werkgeversverklaring dat [verdachte] werkzaam was als [functie] voor [bedrijf 1] en een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde duur of was aangesteld in vaste dienst en inkomen genoot uit voornoemd dienstverband en
  • op die salarisspecificatie dat [verdachte] werkzaam was voor [bedrijf 1] en werkzaamheden heeft verricht en 3.200,- netto ( 4.687,77 bruto) aan loon uitbetaald heeft gekregen,
en bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander die geschriften telkens aan de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen heeft doen/laten toekomen;
3.
hij in de periode van 9 maart 2021 tot en met 16 april 2021 te Emmen en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander,
telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels een bedrijf, te weten de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen, heeft bewogen tot de verstrekking van een hypothecaire lening door de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen ter waarde van 269.000,- ten behoeve van de aankoop van het pand [adres] ,
immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven
een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie, in welke werkgeversverklaring en salarisspecificatie ten onrechte valse werkgeversgegevens en salarisgegevens en anderszins valse gegevens waren opgenomen,
ingediend bij en/of toegezonden aan de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen,
naar aanleiding waarvan hij, verdachte, en zijn mededader de Volksbank N.V. en/of BLG Wonen heeft bewogen tot afgifte van voornoemde hypotheek.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;
medeplegen van oplichting.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. In zijn strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank gevraagd om te volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf. De raadsvrouw heeft de rechtbank daarbij verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de gevolgen die deze zaak voor hem heeft gehad, de stappen die hij heeft moeten zetten om weer een positieve draai aan zijn leven te geven, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de overschrijding van de redelijke termijn.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 10 november 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan hypotheekfraude door het (doen) opmaken van valse geschriften, het gebruik maken van deze valse geschriften en oplichting van de Volksbank. Om te zorgen dat verdachte in aanmerking kon komen voor een hypotheek heeft hij een fictief dienstverband gecreëerd. Ter ondersteuning van dit fictieve dienstverband werden werkgeversverklaringen en salarisspecificaties opgemaakt. Bovendien heeft verdachte met gefingeerde loonbetalingen de indruk willen wekken dat er sprake is geweest van een bestaande dienstbetrekking. Op basis van het fictieve dienstverband, de valse documenten en de gefingeerde loonbetalingen is door de Volksbank een hypothecaire geldlening van 269.000,00 verstrekt aan verdachte.
Dit zijn ernstige feiten omdat de integriteit van het financieel en economisch verkeer door dergelijke feiten wordt aangetast. Hypothecaire geldleningen spelen een belangrijke rol in het economisch verkeer. Voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de aanvragen is de bank afhankelijk van de juistheid van de overgelegde stukken. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming alsook van het vertrouwen van de hypotheekverstrekker die er vanuit moet kunnen gaan dat overgelegde documenten naar waarheid zijn opgemaakt.
Bovendien volgt uit het onderzoek dat dit geen geïsoleerd incident betreft maar onderdeel is van een patroon tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waarin meerdere hypotheken zijn aangevraagd of geprobeerd aan te vragen terwijl verdachte [verdachte] volgens de gegevens van het UWV en iCOV niet of nauwelijks over enig (legaal) inkomen beschikte.
Tegenover de politie heeft verdachte zich voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting heeft hij de feiten ontkend en heeft hij volgehouden dat hij werkzaamheden heeft verricht voor [bedrijf 1] . Hij heeft daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.
Gelet op de ernst van de feiten en de straffen die doorgaans opgelegd worden in vergelijkbare zaken zou de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend vinden.
Documentatie en de persoon van verdachte
De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte weliswaar eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke delicten, maar dat dit oude veroordelingen betreffen.
In haar rapport van 11 augustus 2025 heeft de Reclassering Nederland aangegeven dat zij bij een veroordeling het vermoeden hebben dat de houding van verdachte, zijn financiële situatie (of geldlust) en zijn netwerk de voornaamste delictgerelateerde risicofactoren zijn. Hoewel de kans op recidive niet goed ingeschat kan worden wegens een gebrek aan informatie, denkt de reclassering in ieder geval niet aan een lage kans op recidive. De reclassering schat in dat interventies niet zullen bijdragen aan het bewerkstelligen van gedragsverandering en/of risicobeheersing.
Overschrijding van de redelijke termijn
De rechtbank zal rekening houden met het feit dat de redelijke termijn met meer dan een jaar is overschreden.
Straf
Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer opleggen. Alles afwegend acht de rechtbank de straf, zoals door de officier van justitie is geëist, passend. Dat betekent dat de rechtbank aan verdachte zal opleggen een taakstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van twee jaren.

Benadeelde partij

Volksbank N.V. heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1.920,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet- ontvankelijk dient te worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
De vordering is op 24 juni 2025 door [naam] ingediend namens de Volksbank N.V. Bij de vordering zit echter geen uittreksel van de Kamer van Koophandel en een volmacht, waaruit blijkt dat [naam] bevoegd was tot indiening van het verzoek tot schadevergoeding namens de benadeelde partij.
De rechtbank zal de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf voor de duur van 180 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.
Verklaart de vordering van
Volksbank N.V.niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Bepaalt dat de veroordeelde en de benadeelde partij ieder de eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. F. Sieders en
mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 januari 2026.
mrs. F. Sieders en H.M. Lenting zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
1. wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een
ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2022143120 d.d. 17 mei 2023 (onderzoek KENIA / NN3R022062).
2 proces-verbaal restinformatie d.d. 7 juni 2022, opgenomen op pagina 27 e.v., met als bijlagen
screenshots van het Whatsappgesprek en de werkgeversverklaring en salarisspecificaties die in dat gesprek worden benoemd.
3 proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 november 2022, opgenomen op pagina 367 e.v., inhoudend
de verklaring van [eigenaar bedrijf 1] .
4 proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2022, opgenomen op pagina 201.
5 proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2022, opgenomen op pagina 98.
6 proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 27 juli 2022, opgenomen op pagina 108 e.v., en
proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 9 november 2022, opgenomen op pagina 148 e.v.
7 proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens d.d. 5 december 2022, opgenomen op pagina 208 e.v.
8 proces-verbaal restinformatie d.d. 7 juni 2022, opgenomen op pagina 27 e.v., met als bijlagen
screenshots van het Whatsappgesprek en de werkgeversverklaring en salarisspecificaties die in dat gesprek worden benoemd.
9 proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 juli 2022, opgenomen op pagina 166.
10 proces-verbaal restinformatie d.d. 7 juni 2022, opgenomen op pagina 27 e.v., met als bijlagen
screenshots van het Whatsappgesprek en de werkgeversverklaring en salarisspecificaties die in dat gesprek worden benoemd.
11 proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2022, opgenomen op pagina 193 e.v.
12 een schriftelijk bescheid, te weten een werkgeversverklaring d.d. 1 juli 2021, opgenomen op pagina 77.
13 een schriftelijk bescheid, te weten een werkgeversverklaring d.d. 24 maart 2021, opgenomen op pagina
191.
14 een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie d.d. 22 februari 2021, opgenomen op pagina
192.
15 proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2022, opgenomen op pagina 188 e.v.
16 een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie d.d. 22 februari 2021, opgenomen op pagina
192.
17 schriftelijke bescheiden, te weten diverse salarisspecificaties, opgenomen op pagina 67 e.v.
18 proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 oktober 2023, pagina 3 e.v. van het aanvullend proces-verbaal.
19 een schriftelijk bescheid, te weten een werkgeversverklaring d.d. 9 oktober 2018, opgenomen op pagina
31 van het aanvullend proces-verbaal.
20 een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie d.d. 31 augustus 2018, opgenomen op pagina 32
van het aanvullend proces-verbaal.
21 Een schriftelijk bescheid, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd d.d. 1 september 2020,
opgenomen op pagina 55 e.v. van het aanvullend proces-verbaal.
22 proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 december 2022, opgenomen op pagina 391 e.v., inhoudend
de verklaring van [verklaarder] .
23 proces-verbaal restinformatie d.d. 7 juni 2022, opgenomen op pagina 27 e.v., met als bijlagen
screenshots van het Whatsappgesprek en de werkgeversverklaring en salarisspecificaties die in dat gesprek worden benoemd.
24 een schriftelijk bescheid, te weten een aangifte door de Volksbank d.d. 17 april 2023, opgenomen op
pagina AAN-001-01 e.v.