ECLI:NL:RBNNE:2026:514
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde renovatiewoning na beroep tegen te hoge waardering
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een in 1925 gebouwde vrijstaande renovatiewoning, en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld. Hij voerde aan dat de woning een sloopwoning is en dat de waarde daarom de grondwaarde minus sloopkosten zou moeten zijn. De heffingsambtenaar handhaafde aanvankelijk de waarde van €191.000, maar verlaagde deze in beroep naar €176.000.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze had vastgesteld volgens de vergelijkingsmethode, waarbij rekening was gehouden met de staat van onderhoud en andere relevante factoren. De grondwaarde was aannemelijk gemaakt, waarbij ook het principe van afnemend grensnut bij grotere percelen was toegepast. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de grondwaarde te hoog was en dat de waarde jaarlijks niet opnieuw vastgesteld mocht worden.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de WOZ-waarde definitief vast op €176.000. Tevens werd bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser moet vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van een systematische vergelijking met marktgegevens en het niet toepassen van afwijkende waarderingsmethoden zonder bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €176.000 en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd.