ECLI:NL:GHDHA:2022:2571
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks slechte staat en gemeentelijk monument
Belanghebbende is eigenaar van een gemeentelijk monumentale woning die in slechte staat verkeert. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2020 vast op €383.000, waarbij rekening is gehouden met de slechte onderhoudstoestand en andere waardebepalende factoren.
Belanghebbende maakte bezwaar en startte een beroepsprocedure bij de Rechtbank Rotterdam, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld en of de gebruikte vergelijkingsobjecten en correcties passend waren.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan door een waardematrix te overleggen met vergelijkbare woningen en een bouwkundig rapport. De toegepaste correcties voor slechte kwaliteit en onderhoud waren voldoende en de status als gemeentelijk monument was adequaat meegenomen. De stellingen van belanghebbende over bouwjaar, inhoud en asbest leidden niet tot een andere waardering.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €383.000 ondanks de slechte staat van de woning.