ECLI:NL:RBNNE:2026:528

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11764731 BU VERZ 25-1271
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor parkeren zonder zichtbare parkeerschijf na vergeten vergunningsoverzetting

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren bij een blauwe streep zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit. De overtreding vond plaats op 2 juli 2024 in Leeuwarden. Betrokkene had een parkeervergunning voor 2024 gekoppeld aan zijn oude voertuig, maar was vergeten deze over te zetten naar zijn nieuwe auto die hij op 31 mei 2024 had aangeschaft.

Na ontvangst van de boete heeft betrokkene direct de vergunning overgezet. De officier van justitie handhaafde de boete, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding niet werd betwist, maar dat de omstandigheden aanleiding gaven tot matiging.

De kantonrechter matigde de boete met de helft vanwege het feit dat betrokkene parkeergeld voor het hele jaar had betaald, het oude voertuig niet meer op zijn naam stond en hij direct actie ondernam na de boete. De boete werd verlaagd van €129 naar €69 inclusief administratiekosten en het teveel betaalde bedrag werd gerestitueerd.

Uitkomst: De boete voor parkeren zonder zichtbare parkeerschijf wordt gematigd tot €69 vanwege het vergeten overzetten van de parkeervergunning en directe actie na boete.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267707722
zaaknummer: 11764731 BU VERZ 25-1271
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 januari 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij een blauwe streep parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf achter de voorruit’, verricht op 2 juli 2024, om 13:28 uur, in de [straatnaam] te Leeuwarden, met een personenauto met kenteken [kenteken 1] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 29 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft aangevoerd dat de blauwe zone bij zijn huis is aangewezen en dat hij voor het jaar 2024 parkeergeld had betaald voor het kenteken [kenteken 2] . Betrokkene heeft aangevoerd dat hij het voertuig met dit kenteken op 31 mei 2024 heeft ingeruild voor een nieuw voertuig met kenteken [kenteken 1] en dat hij in verband met zijn leeftijd vergeten is de overzetting bij de gemeente door te geven. Toen hij de vooraankondiging van deze boete kreeg heeft hij het meteen geregeld.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. De vertegenwoordigster heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
5.1.
In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding de boete te matigen. In het aanvullend proces-verbaal van 10 januari 2025 verklaart de verbalisant op ambtseed dat de verbalisant uit het verweer van betrokkene begrijpt dat betrokkene, die op pleeglocatie woont, een parkeervergunning voor een jaar in zijn bezit had. Door betrokkene is aangevoerd dat deze vergunning was gekoppeld aan het voertuig met kenteken [kenteken 2] , maar dat hij vanaf 31 mei 2024 een nieuwe auto had. Doordat betrokkene is vergeten de vergunning over te zetten naar zijn nieuwe voertuig met kenteken [kenteken 1] , is onderhavige boete opgelegd. Alhoewel betrokkene als kentekenhouder ervan op de hoogte had moeten zijn dat hij zijn parkeervergunning tijdig had moeten wijzigen, acht de kantonrechter het begrijpelijk dat betrokkene dit is ontgaan.. Uit het door betrokkene overgelegde vrijwaringsbewijs blijkt daarnaast dat het oude voertuig met kenteken [kenteken 2] vanaf 1 juni 2024 niet meer op zijn naam staat. Tot slot overweegt de kantonrechter dat betrokkene voor het hele jaar 2024 parkeergeld heeft betaald en dat hij na het ontvangen van de boete meteen actie ondernomen om de vergunning over te zetten. Gelet op vorenstaande omstandigheden matigt de kantonrechter de boete met de helft.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 69,00 inclusief administratiekosten;
- bepaalt dat het teveel betaalde aan zekerheidstelling aan betrokkene wordt gerestitueerd.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.