Betrokkene kreeg een boete van €379 voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare en geldige gehandicaptenparkeerkaart op 21 juni 2024 te Nes, gemeente Ameland. Betrokkene stelde dat zij vanwege neurologische problemen afhankelijk was van een rollator en niet ver kon lopen, waardoor zij dichterbij de strandtent wilde parkeren. Hoewel zij destijds geen gehandicaptenparkeerkaart had, was zij inmiddels wel in het bezit van een dergelijke kaart.
De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 29 januari 2025 werd het beroep behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond, maar dat de omstandigheden aanleiding gaven tot matiging van de boete.
De kantonrechter matigde de boete met de helft tot €194, omdat gehandicaptenparkeerplaatsen vrij moeten zijn voor kaartbezitters, maar betrokkene aannemelijk had gemaakt dat zij destijds door haar beperkingen afhankelijk was van haar rollator en niet ver kon lopen. Tevens werd het feit meegewogen dat zij inmiddels wel een gehandicaptenparkeerkaart bezit. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling wordt gerestitueerd.