De moeder heeft het ouderlijk gezag over zes minderjarige kinderen, waarvan vier in deze beschikking centraal staan. De kinderen wonen bij hun moeder, maar er bestaat een belangenstrijd tussen de moeder en de gecertificeerde instelling (GI) die toezicht houdt en hulpverlening biedt. Eerder was voor twee kinderen al een bijzondere curator benoemd.
De kinderrechter stelt vast dat de GI tot op heden nauwelijks regie voert en dat de moeder beperkte draagkracht heeft voor de opvoeding, mede vanwege een aanstaande traumabehandeling. De bijzondere curator is benoemd om de belangen van de kinderen te behartigen, onder meer ten aanzien van hulpverlening, verblijf en pleegzorg.
Tijdens de zitting van 18 februari 2026 is besproken dat de bijzondere curator regie zal houden over de situatie en betrokken blijft bij de moeder en kinderen. De GI en moeder stemmen in met de benoeming. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de zaak wordt verwezen naar een zitting op 11 maart 2026, waarbij een verslag van de bijzondere curator en een actuele stand van zaken van de GI worden verwacht.