Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de schriftelijke aantekeningen van een bemiddelingsgesprek dat op 19 januari 2026 op uitnodiging van de rechter heeft plaatsgevonden en waarbij naast de rechter en haar secretaris aanwezig waren verzoeker (bestuurder van de failliet), diens advocaat, de curator en een kantoorgenoot van de curator. In deze aantekeningen zijn het mondelinge wrakingsverzoek van de zijde van verzoeker en de grond daarvoor vermeld;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 22 januari 2026 op het verzoek tot wraking;
- de nadere schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek van 6 februari 2026 van de zijde
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
doel RC is dat er zvm inkomen voor de boedel voor de schuldeisers binnenkomt” en direct daaropvolgend: “
RC is toezichthouder. RC geeft geen inhoudelijk oordeel of al dan niet aansprakelijkheid bestuurder. Een procedure is voorbehouden aan andere rechter”. Daarop heeft (de advocaat van) verzoeker) opgemerkt: “
U zegt dat het uw taak is om zvm geld voor de boedel binnen te halen. Vindt u dat uw taak?” en even later: “
Ik betwijfel of dat uw taak is. Ik zie uw rol anders. U heeft bevoegdheden die in de wet staan. Dat wat u zegt is meer de rol van de curator. Ik stel voor dat we even gaan schorsen. Ik wil dat we ons hierover even over beraden”. Na de schorsing heeft verzoeker opgemerkt: “
uw taak is niet zvm geld voor schuldeisers binnenhalen. U staat niet onbevangen in deze zaak. Daarom wraak ik u”.