Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
,
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 27 januari 2026;
- de schriftelijke reactie van de rechter met bijlagen van 29 januari 2026.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die belast is met meerdere bestuursrechtelijke procedures over BPM-besluiten. Dit verzoek volgde op een eerder afgewezen wrakingsverzoek dat te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het nieuwe wrakingsverzoek een verkapt beroep is tegen de eerdere beslissing en daarom niet ontvankelijk is. Er is geen zelfstandig rechtsmiddel tegen de afwijzing van een wrakingsverzoek; klachten kunnen worden ingebracht in hoger beroep tegen de hoofdzaak.
De rechtbank constateert misbruik van het wrakingsmiddel omdat verzoekers het inzetten om de behandeling van de hoofdzaak te frustreren. Daarom wordt een verbod opgelegd om nieuwe wrakingsverzoeken in deze en aanverwante BPM-zaken in te dienen.
De procedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet ontvankelijk verklaard en een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in deze BPM-zaken.