ECLI:NL:RBNNE:2026:657

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
18-139641-23
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor langdurige mishandeling en verkrachting binnen gezin

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere feiten van mishandeling en verkrachting binnen zijn gezin. De mishandeling betrof zijn kinderen en huidige partner in de periode van 2021 tot 2023, en langdurige mishandeling en verkrachting van zijn ex-echtgenote tussen 2011 en 2020. Verdachte ontkende alle beschuldigingen, maar de rechtbank vond het bewijs overtuigend.

De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor mishandelingsfeiten van vóór 12 juni 2011 wegens verjaring. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van slachtoffers, getuigen, forensisch geneeskundige rapporten, chatberichten en metadata van foto’s en e-mails. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen betrouwbaar waren en voldoende steunbewijs hadden.

De strafmaat werd vastgesteld op 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, inclusief een contactverbod met de kinderen en ex-echtgenote. De straf is hoger dan geëist vanwege de ernst van de feiten, maar blijft binnen het landelijke oriëntatiepunt voor verkrachting met geweld. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de slachtoffers voor materiële en immateriële schade.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een contactverbod en schadevergoedingen aan de slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer: 18-139641-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 maart 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.H.T. de Haas, advocaat te Putten. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks 1 juli 2021 tot en met 16 maart 2023 te Leeuwarden, in elk geval in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in Nederland, zijn kinderen te weten, [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2013, heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal,
  • stevig bij de arm(en) en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam vast te pakken en (vervolgens) vast te houden en (vervolgens) (met kracht) daarin te knijpen en/of
  • tegen het (achter)hoofd en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te stompen en/of te slaan en/of
  • in het gezicht/een wang te knijpen en/of
  • aan het lichaam bij een trap op te slepen en/of
  • aan het lichaam uit een bed te sleuren en/of
  • bij/aan de keel/hals vast te pakken en/of
  • tegen de grond en/of een trap en/of een kast te gooien/duwen en/of
  • uit te schelden met de woorden: "vieze kleine kutmongool en/of downie", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal,
  • stevig bij de arm(en) en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam vast te pakken en (vervolgens) vast te houden en (vervolgens) (met kracht) daarin te knijpen en/of
  • tegen de grond te gooien en/of
  • aan een pols, in elk geval het lichaam, een trap op te sleuren en/of
  • tegen het (achter)hoofd en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te stompen en/of te slaan
  • uit te schelden met de woorden: "kutmongolen en/of kutkind en/of kutgezin en/of jullie kunnen helemaal niks en/of een downie kan nog beter", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 mei 2020 te Leeuwarden, in elk geval in de gemeente Leeuwarden, en/of op een of meer andere plaats(en) in Nederland, in elk geval in Nederland, en/of op het eiland Tenerife, in elk geval te Spanje, zijn echtgenote, [slachtoffer 3] , meermalen heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] in voornoemde periode, meermalen althans eenmaal
  • tegen het hoofd en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te stompen en/of te slaan en/of
  • met een riem tegen het lichaam te slaan en/of
  • onder een koude douche te duwen/zetten en/of
  • een natte handdoek om het hoofd te wikkelen en (vervolgens) te houden, waardoor het voor die [slachtoffer 3] (nagenoeg) niet mogelijk was adem te halen en/of
  • tegen of op een trap te gooien/duwen en/of
  • ( met kracht) bij de pols(en) en/of arm(en), in elk geval het lichaam, vast te pakken en/of (vervolgens) vast te houden en/of daarin te knijpen en/of
  • tegen een muur te duwen en/of
  • glaswerk en/of serviesgoed, in elk geval (een) voorwerp(en), naar en/of tegen haar lichaam te gooien;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2022 tot en met 8 juni 2023 te Leeuwarden, in elk geval in de gemeente Leeuwarden, in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer 4] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,(met kracht)
  • tegen het hoofd en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam te stompen en/of te slaan en/of
  • tegen de grond en/of het keukenmeubilair te gooien/duwen en/of
  • aan de haren te trekken en/of
  • tegen het lichaam te duwen
(zulks terwijl die [slachtoffer 4] zwanger was);
4
hij op of omstreeks 25 oktober 2012, althans in de periode van 20 oktober 2012 tot en met 27 oktober 2012, op het eiland Tenerife, in elk geval te Spanje, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal, zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 3] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die en/of die bedreiging met geweld hierin dat verdachte in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,
(met kracht)
  • die [slachtoffer 3] tegen het hoofd en/of een of meer ander(e) de(e)l(en) van het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of
  • die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd: "Ik vermoord je nog een keer, kutwijf.” en/of "Ik vermoord je!" en/of
  • die [slachtoffer 3] (ruggelings) op een bed heeft geduwd/gegooid/gelegd en/of (zulks terwijl die [slachtoffer 3] gedurende enige tijd het bewustzijn had verloren)
  • met verdachtes lichaam op het lichaam van die [slachtoffer 3] is gaan en/of (vervolgens) blijven liggen en bestaande die (andere) feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit
A. het opzettelijk gebruikmaken van een psychisch overwicht welke verdachte, (mede) gelet op de voornoemde gewelddadigheden en/of bedreiging(en) en/of de
onder feit 2 van de tenlastelegging genoemde mishandelingen, (telkens) op die [slachtoffer 3] had en/of
het opzettelijk gebruik maken van een fysiek overwicht welke verdachte (telkens) op die [slachtoffer 3] had, in welke psychische en/of fysieke overwicht(situatie) die [slachtoffer 3] zich (telkens) niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan de seksuele gemeenschap en/of seks met hem, verdachte, en/of (aldus) voor die [slachtoffer 3] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de strafvervolging voor de onder 2 ten laste gelegde mishandelingen van
[slachtoffer 3] voor zover deze mishandelingen in de periode van vóór 21 januari 2014 zouden zijn gepleegd, nu deze zijn verjaard. De raadsman heeft hierbij aangevoerd dat de datum van dagtekening van de dagvaarding, 21 januari 2026, als moment van stuiting van de verjaring geldt.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verjaring begint te lopen vanaf het moment waarop het eerste feit wordt waargenomen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt met betrekking tot de verjaring het volgende vast. De verjaringstermijn voor het onder 2 ten laste gelegde is twaalf jaren. Volgens artikel 71 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) vangt de verjaring aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd. Dit is de hoofdregel en in onderhavige zaak zijn de uitzonderingen op deze regel niet van toepassing. Artikel 72 Sr Pro schrijft voor dat elke daad van vervolging de verjaring stuit. Als een daad van vervolging, zoals bedoeld in het voornoemde wetsartikel, geldt ook de vordering van de officier van justitie strekkende tot een bevel van voorlopige hechtenis. De officier van justitie heeft blijkens de stukken in het dossier op 12 juni 2023 de bewaring van verdachte gevorderd.
De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de pleegperiode van het onder 2 ten laste gelegde voor een deel is verjaard. Evenwel geldt als moment waarop de verjaring is gestuit de datum van de vordering tot inbewaringstelling, oftewel 12 juni 2023. De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk in de strafvervolging voor zover deze verdenking betrekking heeft op strafbare gedragingen van vóór 12 juni 2011. Zij laat het Openbaar Ministerie voor het onder 2 ten laste gelegde toe in de strafvervolging voor de pleegperiode van 12 juni 2011 tot en met 31 mei 2020.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe het volgende naar voren gebracht.
Ten aanzien van feit 1
Er bevindt zich in het dossier een rechtspsychologisch rapport waarin een deskundig oordeel is gegeven over de wijze waarop de kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn verhoord. Uit dit rapport mogen geen conclusies worden getrokken over de betrouwbaarheid van deze verklaringen, omdat dit oordeel voorbehouden is aan de rechtbank. De officier van justitie is van mening dat de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] betrouwbaar zijn. Daarnaast is er voldoende steunbewijs voorhanden. Ook zijn de chatgesprekken tussen [slachtoffer 4] en verdachte belastend. Er is echter geen bewijs voor het bij de keel en hals vastpakken. Het uitschelden van de kinderen valt daarnaast niet onder de wettelijke definitie van mishandeling. Verdachte dient voor deze onderdelen van de tenlastelegging vrijgesproken te worden.
Ten aanzien van feit 2
De verklaring van aangeefster is betrouwbaar en voor die verklaring is grotendeels voldoende steunbewijs voorhanden. Voor de onderdelen met de riem tegen het lichaam van aangeefster slaan, het onder de koude douche zetten en het wikkelen van een natte handdoek om het hoofd van aangeefster is onvoldoende bewijs voorhanden en kan dan ook niet worden bewezen. Voor deze onderdelen van de tenlastelegging dient vrijspraak te volgen.
Ten aanzien van feit 3
Feit 3 betreft een ambtshalve vervolging. [slachtoffer 4] heeft geen aangifte gedaan van dit feit. In het dossier bevinden zich desondanks zoekopdrachten en chatberichten waarin duidelijk naar voren komt dat er sprake is geweest van mishandeling.
Ten aanzien van feit 4
De verklaring van aangeefster is betrouwbaar en vindt steun in de fotos die daarna zijn gemaakt van de blauwe plekken rond haar ogen. Verdachte had fysiek en psychisch overwicht op aangeefster [slachtoffer 3] en daaruit blijkt dat er sprake is geweest van dwang.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. In hoofdlijnen heeft de raadsman vraagtekens geplaatst bij de belastende verklaringen in het dossier. Hij heeft aangevoerd dat aangeefster
[slachtoffer 3] op drie elkaar opvolgende momenten aangifte heeft gedaan met steeds in heftigheid toenemende informatie over verdachte. De verdediging vindt de timing van deze aangiften opvallend, nu deze zijn gedaan binnen de context van een recent beëindigde echtscheiding en procedures rondom de omgang met de kinderen toentertijd. Ook verwijst de raadsman in zijn pleidooi naar het rechtspsychologisch rapport met daarin een analyse van de verklaringen van de kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . In dit rapport is de conclusie naar voren gekomen dat de kans dat aangeefster [slachtoffer 3] haar kinderen heeft beïnvloed aanwezig is. Naar het standpunt van de verdediging heeft deze conclusie ook gevolgen voor de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , omdat beïnvloeding van deze getuigen door aangeefster niet kan worden uitgesloten. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de belastende verklaringen van de kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , aangeefster [slachtoffer 3] , de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] voor het bewijs terzijde moeten worden geschoven. De raadsman heeft, kortom, tegen elk van deze verklaringen een betrouwbaarheidsverweer gevoerd.
Hieronder wordt voor elk feit afzonderlijk de standpunten die de verdediging heeft ingenomen weergegeven.
Ten aanzien van feit 1
In het forensisch geneeskundig letselverslag waarin de blauwe plekken van de kinderen zijn onderzocht, is een waardeoordeel gegeven over de inhoud van de zaak. De conclusie die in dit verslag is getrokken heeft daarom geen bewijswaarde, omdat deze een afgeleide is van de verklaringen van de kinderen. Ook kan de herkomst van de blauwe plekken niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. De verklaringen die hierover zijn gegeven zijn uiteenlopend en mede gelet op de verklaring van verdachte kan niet overtuigend worden vastgesteld dat er sprake is geweest van kindermishandeling. De fotos van de blauwe plekken kunnen ook niet in tijd worden geplaatst, omdat een tijd- of datumstempel ontbreekt. Voor veel van de in de tenlastelegging omschreven geweldshandelingen geldt daarom dat niet aan het wettelijke bewijsminimum is voldaan. Ten slotte kan het uitschelden van de kinderen niet gekwalificeerd worden als mishandeling.
Ten aanzien van feit 2
Uit de verklaring van aangeefster [slachtoffer 3] volgt niet duidelijk op welke momenten binnen de ten laste gelegde periode de geweldshandelingen zijn gepleegd. De door aangeefster aangeleverde fotos
kunnen niet los van de duiding die aangeefster zelf daaraan geeft in tijd worden geplaatst, doordat een tijd- of datumstempel ontbreekt. Over de blauwe plekken zijn uiteenlopende verklaringen gegeven, waardoor de herkomst daarvan niet kan worden vastgesteld. In het forensisch geneeskundige letselverslag wordt een waardeoordeel gegeven over de inhoud van de zaak op basis van het gesprek met aangeefster en de door haar overlegde fotos. Om deze reden heeft de conclusie van dit verslag geen bewijswaarde.
Ook voor dit feit geldt dat niet aan het bewijsminimum is voldaan.
Ten aanzien van feit 3
[slachtoffer 4] heeft steevast ontkend dat verdachte de ten laste gelegde gedragingen heeft gepleegd. Dit is consistent met de ontkennende verklaring van verdachte. De kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben mogelijk iets gehoord, maar beide kinderen hebben niet gezien wat de oorzaak is van hetgeen zij hebben gehoord. Er is daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor dit feit.
Ten aanzien van feit 4
Er bevindt zich in het dossier een emailwisseling tussen aangeefster [slachtoffer 3] en haar moeder [getuige 1] alsmede notities die aangeefster op haar telefoon heeft gemaakt over de vakantie in Tenerife. Deze bewijsmiddelen zijn afkomstig van dezelfde bron, namelijk aangeefster zelf. De emailwisseling en de telefoonnotities kunnen daarom niet dienen als steunbewijs voor dit feit. Er is derhalve onvoldoende wettig bewijs voor dit feit.
Het oordeel van de rechtbank
Algemene overwegingen met betrekking tot het bewijs
De raadsman heeft een aantal verweren gevoerd die betrekking hebben op meerdere feiten, zoals de betrouwbaarheidsverweren ten aanzien van de voor verdachte belastende verklaringen en de bewijswaarde van de forensisch geneeskundige letselverslagen. De rechtbank zal hier eerst een aantal overwegingen aan wijden voordat zij overgaat tot de bespreking van de feiten.
De betrouwbaarheid van de belastende verklaringen
De raadsman heeft in zijn pleidooi een betrouwbaarheidsverweer gevoerd waaraan als gevolg dient te worden verbonden dat de belastende verklaringen van aangeefster [slachtoffer 3] , de kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] niet als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt. De vraag of een verklaring als betrouwbaar kan worden beschouwd, kan op verschillende manieren worden getoetst. Zo kan bij de beoordeling van een verklaring gelet worden op onder andere consistentie, authenticiteit, spontaniteit en waargenomen emoties. Een andere toets is om te beoordelen of naast de verklaring zelf een onafhankelijke kenbron voorhanden is die enigerlei informatie verschaft over het ten laste gelegde feit, en vervolgens te onderzoeken in hoeverre er sprake is van overeenstemming tussen de uit de beide bronnen afkomstige informatie. Onder de bespreking van de feiten afzonderlijk zal de rechtbank met dit kader in gedachten de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 3] en die van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] beoordelen.
In het algemeen geldt ten aanzien van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 3] dat het niet ongebruikelijk is dat in dergelijke zaken waarvan de feiten een lang tijdsbestek beslaan, de aangiftes in verschillende delen worden opgenomen. Dit maakt de aangiftes daardoor niet onbetrouwbaar. Ook de door de raadsman geschetste tijdlijn, maakt dit niet anders. In die tijdlijn zijn niet alle feiten en omstandigheden opgenomen. Daar komt bij dat een aangifte niet op elk willekeurig tijdstip kan worden gedaan. Vaak wordt eerst een afspraak gemaakt. Het tijdsverloop tussen het maken van een afspraak en
het opnemen van de aangifte zelf, kan enkele dagen tot weken bedragen. De beweegredenen voor het doen van de aangiften door aangeefster [slachtoffer 3] zoals gesteld door de verdediging, is dan ook gebaseerd op eigen invulling door de verdediging.
Voor zover het verweer van de raadsman ziet op de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] , is de rechtbank van oordeel dat door de verdediging niet is onderbouwd waarom de verklaringen onbetrouwbaar zouden zijn anders dan dat zij hebben gesproken met aangeefster [slachtoffer 3] . Dit is onvoldoende om een dergelijke stelling aannemelijk te maken. Dat uit het rechtspsychologisch rapport zou volgen dat aangeefster [slachtoffer 3] de belastende getuigen in dit dossier heeft beïnvloed, is een interpretatie van de conclusies van de rechtspsychologen die naar het oordeel van de rechtbank gebaseerd is op een verkeerde uitleg van het rapport. Reeds hierom slaagt het verweer van de raadsman niet en kunnen de verklaringen gebruikt worden voor het bewijs.
De bewijsminimumregel
Voor de hieronder nog te bespreken feiten geldt dat naast een betrouwbare verklaring aan het bewijsminimum moet zijn voldaan. Artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bevat het voorschrift dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat deze bepaling de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.1
De bewijswaarde van de forensisch geneeskundige letselverslagen
De rechtbank volgt niet het verweer van de raadsman dat de forensisch geneeskundige letselverslagen geen bewijswaarde hebben. In deze verslagen is een onafhankelijk deskundig oordeel gegeven over de aangeleverde fotos en het daarbij passende scenario. Een scenariovergelijking is een in de wetenschap gangbare methode van onderzoek.
Bespreking van de feiten
De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten het volgende vast.2
Bewijsmiddelen feit 1
Aangeefster [slachtoffer 3] heeft op 16 maart 2023 namens haar kinderen [slachtoffer 2] en
[slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 2] respectievelijk [slachtoffer 1] ) aangifte gedaan tegen verdachte van mishandeling. Verdachte is de vader van deze kinderen. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij voor het eerst blauwe plekken heeft gezien bij [slachtoffer 2] in de zomervakantie van 2021
(de rechtbank begrijpt: juli 2021). Zij zag op de onderarm van [slachtoffer 2] een blauwe plek die leek op een duimafdruk.3
[slachtoffer 2] is naar aanleiding van deze aangifte op 4 mei 2023 in een kindvriendelijke studio verhoord door daartoe opgeleide verbalisanten. [slachtoffer 2] verklaart over een incident op een camping. Papa
(de rechtbank begrijpt: verdachte)heeft [slachtoffer 2] toen hard vastgepakt bij de armen en hem op de grond gegooid. [slachtoffer 2] verklaart vervolgens over een gebeurtenis thuis. [slachtoffer 2] wilde iets pakken uit de keuken en papa heeft [slachtoffer 2] toen op de grond gegooid. Papa pakte [slachtoffer 2] toen vast en heeft hem weggesleurd, hem op zijn achterhoofd geslagen en tegen de trap gesmeten met zijn achterhoofd tegen de trap. [slachtoffer 2] verklaart dat het bij papa opbouwt en dat er dan een
uitbarsting komt en dat het elke dag gebeurde. [slachtoffer 2] verklaart over een andere gebeurtenis thuis toen papa [slachtoffer 1] op bed stopte. Papa sleurde [slachtoffer 2] uit bed, pakte hem heel hard bij de wang en duwde hem tegen de kast. Papa heeft [slachtoffer 2] toen weer bij de wang gepakt en hem op de grond gegooid. De volgende dag had [slachtoffer 2] een plek op zijn wang. [slachtoffer 2] verklaart daarna over een opmerking die hij maakte richting papa. Papa schreeuwde dat [slachtoffer 2] sorry moest zeggen en [slachtoffer 2] zei dat hij geen sorry ging zeggen. [slachtoffer 2] werd toen naar boven gesleurd en geslagen. Papa heeft [slachtoffer 2] toen op zijn achterhoofd geslagen. [slachtoffer 2] verklaart dat dit allemaal bij de [adres]
(de rechtbank begrijpt: de woning aan de [adres] te Leeuwarden )is gebeurd. [slachtoffer 2] verklaart dat hij ook vaak heeft gezien dat [slachtoffer 1] werd geslagen. [slachtoffer 1] werd altijd op het achterhoofd geslagen of vastgepakt bij de armen.4
In het dossier bevindt zich een forensisch geneeskundig letselverslag waarin aangeleverde fotos van blauwe plekken bij [slachtoffer 2] op 21 maart 2023 zijn beoordeeld door een forensisch geneeskundige. In dit verslag wordt geconcludeerd dat de onderzochte fotos zeer goed passend zijn bij een afdruk van de linkerhand met een afdruk van de duim op de linkerwang. Het krasletsel kan passen bij een scherp voorwerp zoals een nagel of ring.5
[slachtoffer 1] is ook naar aanleiding van de aangifte op 5 mei 2023 in een kindvriendelijke studio verhoord door daartoe opgeleide verbalisanten. [slachtoffer 1] vertelt dat papa hem slaat. Als [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] naar hun kamer moeten, dan slaat papa hen op hun achterhoofd. [slachtoffer 1] vertelt over een moment dat [slachtoffer 2] iets wilde pakken. Papa trok [slachtoffer 2] toen weg en smeet hem op de grond. [slachtoffer 2] zijn hoofd kwam tegen de trap. [slachtoffer 1] heeft vaker gezien dat papa [slachtoffer 2] heeft geslagen op zijn achterhoofd. [slachtoffer 1] verklaart dat papa hem heel vaak en heel hard heeft geslagen. Papa slaat [slachtoffer 1] vaak op zijn armen en op zijn achterhoofd. [slachtoffer 1] verklaart dat papa hem meerdere keren bij de pols heeft gepakt en hem de trap op heeft gesleurd.6
In het dossier bevindt zich eveneens een forensisch geneeskundige letselverslag waarin aangeleverde fotos van [slachtoffer 1] op 21 maart 2023 zijn beoordeeld door een forensisch geneeskundige. In dit verslag wordt geconcludeerd dat de fotos van beide onderarmen die bloeduitstortingen tonen zeer goed passen bij toegebracht letsel: het met kracht vasthouden van de onderarm.7
De oma van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , genaamd [getuige 1] , is op 28 juni 2023 als getuige gehoord. Getuige verklaart dat zij [slachtoffer 2] een keer terugkreeg met een hele grote plek op zijn gezicht. Zij heeft vaak blauwe plekken bij de kinderen gezien. Zij heeft gezien dat [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: verdachte)de kinderen een knal heeft gegeven. [verdachte] had zo een ring en dan sloeg hij op het hoofd van de kinderen.8
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 1
Partiële vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat het uitschelden van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] niet gekwalificeerd kan worden als mishandeling. Voorts is zij van oordeel dat de geweldshandelingen die betrekking hebben op het bij de hals of keel vastpakken van [slachtoffer 2] niet bewezen kunnen worden. Hier heeft [slachtoffer 2] geen gedetailleerde en ondubbelzinnige verklaring over afgelegd. De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.
Bespreking van het bewijs
In het dossier bevindt zich een rechtspsychologisch rapport waarin de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn geanalyseerd. De rechtspsychologen hebben ten aanzien van de “disclosure”, oftewel, de wijze waarop de verdenking is geopenbaard, mankementen gezien, waardoor beïnvloeding niet uit te sluiten is. Echter hebben zij geen conclusie kunnen trekken over de validiteit van de verklaringen.9
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bruikbaar zijn voor het bewijs. Zij kan de betrouwbaarheid van deze verklaringen op twee manieren toetsen. De eerste wijze is de bron zelf onderwerpen aan een nader onderzoek. Dit hebben de rechtspsychologen al gedaan en daarin is een conclusie over de validiteit van de verklaringen in het midden gelaten. De tweede wijze aan de hand waarvan de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] kunnen worden beoordeeld, is door deze verklaringen te vergelijken met andere kenbronnen in het dossier. De rechtbank zal voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] voor het laatstgenoemde kiezen.
Uit de bewijsstukken volgt dat [slachtoffer 2] heeft verklaard over het hard vastpakken bij de wang, waardoor [slachtoffer 2] daar een plek heeft gekregen. Getuige [getuige 1] heeft deze plek op de wang van [slachtoffer 2] gezien en de forensisch geneeskundige heeft geconcludeerd dat deze passend is bij een afdruk van de linkerhand met een afdruk van de duim. Getuige [getuige 1] heeft daarnaast verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte de kinderen heeft geslagen met een ring aan zijn hand. De forensisch geneeskundige heeft op de fotos van [slachtoffer 2] krasletsel gezien dat hierbij passend is. De verklaring van [slachtoffer 2] vindt dus bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 1] en het forensisch geneeskundige letselverslag.
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij meerdere keren bij zijn polsen is vastgepakt en de trap op is gesleurd. De forensisch geneeskundige heeft op fotos bloeduitstortingen bij de onderarmen van [slachtoffer 1] gezien en geconcludeerd dat deze passend zijn bij het hard vastpakken van de onderarm. De verklaring van [slachtoffer 1] vindt derhalve steun in het forensisch geneeskundig letselverslag.
De verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ondersteunen elkaar ook onderling. Zij hebben beiden min of meer hetzelfde verklaard over het gedrag van verdachte richting hen.
Verdachte heeft hiertegenover gesteld dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] vaak blauwe plekken oplopen tijdens het sporten of andere spelactiviteiten doordat zij vallen of zich ergens tegen aan stoten. Deze verklaring valt naar het oordeel van de rechtbank niet te rijmen met de geconstateerde duimafdruk op de wang van [slachtoffer 2] . De rechtbank acht dit daarom geen aannemelijke verklaring voor de oorzaak van de blauwe plekken. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de herkomst van de blauwe plekken niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, omdat daar uiteenlopend over is verklaard. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Het is de rechtbank uit de strekking van de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] evident dat zij verdachte aanwijzen als de veroorzaker van de blauwe plekken. De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat de onderzochte fotos niet in tijd kunnen worden geplaatst. De rechtbank merkt hierbij op dat algemeen bekend is dat bij groeiende jonge kinderen veranderingen in het uiterlijk snel zichtbaar zijn. De rechtbank is van oordeel dat het uiterlijk van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] op de beoordeelde fotos passend is bij de leeftijd die zij in de ten laste gelegde periode hadden. Deze fotos kunnen bij benadering dan ook in de ten laste gelegde periode worden geplaatst.
De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] betrouwbaar. Deze verklaringen vinden op meerdere punten bevestiging in het dossier. De rechtbank zal de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bezigen tot het bewijs. Aangezien uit het voorgaande tegelijkertijd volgt dat voor deze verklaringen voldoende steunbewijs voorhanden is namelijk in de letselverklaringen, de verklaring van aangeefster [slachtoffer 3] en de verklaring van getuige [getuige 1] komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van dit feit.
Bewijsmiddelen feit 2
Op 12 mei 2023 heeft aangeefster [slachtoffer 3] aangifte gedaan tegen verdachte van mishandeling. Aangeefster verklaart dat [verdachte] haar ex partner is. Zij zijn samen verhuisd naar het huis waar zij nu woont
(de rechtbank begrijpt: de [adres] te Leeuwarden ).Op een gegeven moment was aangeefster met [verdachte] op Tenerife. [verdachte] wilde heel graag kinderen en dwong haar tot seks. Aangeefster probeerde het wat tegen te houden. Een boek van [verdachte] raakte daardoor beschadigd en [verdachte] werd zo boos dat hij compleet doorsloeg. Hij heeft aangeefster haar ogen helemaal dichtgeslagen. In de [adres] pakte [verdachte] aangeefster in de bijkeuken of de douche. Als [verdachte] heel boos was, dan zette hij de douche heel koud en gooide hij haar in de douche. Hij maakte een handdoek nat en trok die over het hoofd van aangeefster. Zij kreeg dan geen lucht. Zij heeft in haar aangifte de grote incidenten benoemd. Het was volgens aangeefster iedere dag op eieren lopen. Er zijn veel incidenten geweest met slaan. Het is 18 jaren wat zij nu even in een notendop vertelt. 10
Aangeefster heeft, nadat zij aangifte had gedaan, fotos naar de politie gestuurd van haar verwondingen. Zij heeft bij elk van deze fotos een toelichting gegeven en deze zijn verwerkt in een proces-verbaal van bevindingen. Bij foto 1 verklaart aangeefster dat dit fotos zijn van de vakantie op Tenerife op 27 oktober 2012. Bij foto 3, 4 en 5 verklaart aangeefster dat [verdachte] haar op 11 februari 2020 hard heeft vastgepakt en haar in het gezicht heeft geslagen.11
In het dossier bevindt zich voorts een forensisch geneeskundig letsel verslag. Een forensisch geneeskundige heeft op 17 mei 2023 meerder fotos van aangeefster haar verwondingen beoordeeld. Zij heeft in dit verslag de volgende conclusies getrokken over deze fotos voor zover relevant:
  • foto 1: letsel passend bij bloeduitstorting als gevolg van stomp trauma op de ogen;
  • foto 3: Letsel passend bij bloeduitstorting als gevolg van druk op de huid;
  • foto 4: letsel passend bij bloeduitstorting als gevolg van stomp trauma op het oog;
  • foto 5: Letsel passend bij bloeduitstorting als gevolg van druk op de huid.12
Op 29 juni 2023 is [getuige 2] gehoord als getuige. Hij verklaart dat hij [slachtoffer 3]
(de rechtbank begrijpt: aangeefster)vijf jaren kent en dat zij oud-collegas van elkaar zijn. [slachtoffer 3] heeft in 2019 voor het eerst over de mishandelingen verteld. Hij heeft veel blauwe plekken op haar armen gezien en een keer gezien dat [slachtoffer 3] met blauwe ogen op het werk kwam.13
Aangeefster heeft op 27 juni 2023 twee originele fotos waarop zij staat met twee blauwe ogen (bloeduitstortingen) naar verbalisant [verbalisant] gestuurd. Verbalisant heeft de metadata achter deze fotos onderzocht en het volgende vastgesteld:
  • foto 1 is gemaakt op 25 oktober 2012;
  • foto 2 is gemaakt op 25 oktober 2012.14
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 2
Partiële vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat voor een deel van de ten laste gelegde geweldshandelingen vrijspraak moet volgen. Zij kan aan de hand van het dossier niet vaststellen dat de hierna genoemde geweldshandelingen hebben plaatsgevonden, ondanks dat aangeefster dit heeft benoemd: tegen het lichaam stompen, met de riem tegen het lichaam slaan en tegen de muur duwen. Aangeefster heeft gedetailleerd over het met servies tegen het lichaam gooien verklaard. Echter heeft aangeefster hierbij aangegeven dat deze handelingen hebben plaatsgevonden in de woning aan [adres] . Volgens de SKDB-gegevens van verdachte waren zij daar samen woonachtig in de periode 15-10-2002 tot en met 28-04-2006. Deze handelingen vallen dus buiten de ten laste gelegde pleegperiode.
Beoordeling van het bewijs
De rechtbank zal net als bij feit 1 de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster beoordelen aan de hand van de aanwezigheid van ander onafhankelijk bewijsmateriaal in het dossier.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar ogen tijdens een vakantie op Tenerife dicht heeft geslagen. Aangeefster heeft een foto aan het dossier laten toevoegen die als foto 1 wordt aangeduid. Hierover verklaart zij dat deze is gemaakt tijdens de vakantie op Tenerife. Het forensisch geneeskundig letselverslag heeft bevestigd dat het letsel passend is bij een bloeduitstorting als gevolg van stomp trauma op de ogen. Uit het dossier volgt dat van deze foto de metadata zijn gecontroleerd.
Vastgesteld is dat deze foto dateert van 25 oktober 2012. De verklaring van aangeefster over de mishandeling op Tenerife vindt in zoverre steun in fotos van blauwe ogen (bloeduitstortingen) en het forensisch geneeskundig letselverslag.
Aangeefster heeft ook fotos aan het dossier laten toevoegen die aangeduid worden als foto 3, 4 en 5. Deze dateren volgens aangeefster van 11 februari 2020. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan deze datering door aangeefster. Aangeefster heeft over deze fotos verklaard dat zij toen hard is vastgepakt en in haar gezicht is geslagen. Getuige [getuige 2] heeft in de periode na 2019 bij aangeefster blauwe plekken bij de ogen en armen gezien. Deze getuigenverklaring ondersteunt wat aangeefster daarover heeft verklaard en is passend bij die periode. Het forensisch geneeskundig letselrapportage heeft vervolgens bevestigd dat het letsel op de fotos passend is bij stomp trauma op de ogen en druk op de huid.
De raadsman heeft ook ten aanzien van dit feit aangevoerd dat de oorzaak van de blauwe plekken niet kan worden vastgesteld, omdat daar uiteenlopend over is verklaard. Het is de rechtbank uit de strekking van aangeefster haar verklaring evident dat zij verdachte aanwijst als de veroorzaker van haar letsel.
De rechtbank is van oordeel dat uit het voornoemde kan worden opgemaakt dat de verklaring van aangeefster consistent is en op meerdere punten bevestiging vindt in het dossier. Aangezien uit het voorgaande ook tegelijkertijd volgt dat voor de verklaring van aangeefster voldoende steunbewijs voorhanden is namelijk in de fotos, letselverklaring en de verklaring van getuige [getuige 2] komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van dit feit.
Bewijsmiddelen feit 3
Verbalisant [verbalisant] heeft op 12 juni 2023 onderzoek verricht naar de veiliggestelde telefoongegevens afkomstig van verdachte zijn telefoon. Zij heeft enkele chatberichten tussen [slachtoffer 4] en verdachte uitgelicht. [slachtoffer 4] is aangeduid met de letter [letter] . Deze zijn hieronder opgenomen voor zover
relevant:
7 november 2023 vanaf 12:04 uur
  • [slachtoffer 4] : Ik durf nog steeds niet thuis te komen door wat er is gebeurd.
  • [slachtoffer 4] : [] Je ging pesten, slaan, haren trekken, schelden en schreeuwen.
  • [slachtoffer 4] : Ik wil dat niet! Jij mag nooit aan mij komen.15
Verbalisant [verbalisant] heeft op 16 juni 2023 onderzoek gedaan naar de veiliggestelde data afkomstig uit de telefoon van verdachte. Zij heeft aan haar proces-verbaal van bevindingen een bijlage gehecht waarin zij in een uitdraai van de chatberichten de belangrijkste daarvan heeft gemarkeerd. Deze zijn hieronder opgenomen voor zover relevant:
Januari 2023
[slachtoffer 4]
27-1-2023 11:50:38
[] Je doet agressief en slaat mij vaak
[slachtoffer 4]
27-1-2023 11:50:39
Ik heb blauwe plekken []
[slachtoffer 4]
27-1-2023 11:39:57
Je bent soms levensgevaarlijk
[slachtoffer 4]
27-1-2023 11:40:06
Met je kwade buien
[slachtoffer 4]
27-1-2023 11:42:29
Er is een verschil met boos zijn en hoe jij bent
Februari 2023
[slachtoffer 4]
15-2-2023 20:48:23
Als je me weer slaat loop ik naar de
buren of bel ik de politie
[slachtoffer 4]
15-2-2023 21:29:31
Ik laat mij niet mishandelen
[slachtoffer 4]
15-2-2023 21:48:20
Ik kan er niks aan doen dan je mij
mishandeld
[slachtoffer 4]
15-2-2023 22:00:47
Lekker gaan slaan
[slachtoffer 4]
15-2-2023 22:00:57
Een zwangere vrouw slaan
[slachtoffer 4]
15-2-2023 22:08:59
Ja maar het gaat zo niet langer.
Straks sla je me hartstikke dood
[slachtoffer 4]
15-2-2023 22:11:40
Vorige keer had je me bijna gewurgd
[slachtoffer 4]
15-2-2023 22:20:35
Dat je agressief bent en mij bijna
elke dag slaat
[slachtoffer 4]
16-2-2023 09:06:41
Je hebt me keihard tegen mijn hoofd
geslagen!
[verdachte]
16-2-2023 09:08:07
Dat weet ik
[verdachte]
16-2-2023 09:08:12
Ik heb enorme spijt
[slachtoffer 4]
16-2-2023 12:11:09
Je hebt keihard geslagen tegen mijn
hoofd
[verdachte]
16-2-2023 12:11:20
Ja schat. Ik voel me heel slecht
[verdachte]
16-2-202312:11: 39
Ik vind het zo erg dat ik je pijn heb
gedaan
April 2023
[slachtoffer 4]
8-4-2023 10:27:42
De hele nacht niet geslapen
omdat jij mij sloeg
[slachtoffer 4]
8-4-2023 10:35:20
Je slaat mij blauwe plekken
[slachtoffer 4]
8-4-2023 10:38:11
Omdat je agressief bent en niet normaal kan doen. En je
zwangere vriendin slaat en
uitscheld
[slachtoffer 4]
4-5-2023 04:48:32
Ik ben gaan daten met een man
die agressief is
Juni 2023
[slachtoffer 4]
2-6-2023 10:39:28
Mij klappen gegeven
[slachtoffer 4]
2-6-2023 10:39:37
In de badkamer zelfs
[slachtoffer 4]
2-6-2023 10:39:44
Je gooide me tegen de grond
[slachtoffer 4]
2-6-2023 10:39:48
Tegen de keuken
[slachtoffer 4]
2-6-2023 10:39:55
[slachtoffer 2] had dit allemaal door
16
Verbalisant [verbalisant] heeft op 30 juni 2023 onderzoek gedaan naar de veiliggestelde telefoongegevens afkomstig uit de telefoon van [slachtoffer 4] . Zij heeft in haar proces-verbaal van bevindingen enkele zoekopdrachten uitgelicht. Verbalisant heeft opgemerkt dat opvallend veel werd gezocht op juridisch advies. Ook heeft zij zoektermen aangetroffen over onstabiele relaties en verwondingen die een link kunnen hebben met huiselijk geweld. Zo is onder andere gezocht op Bont, blauw, toch blijven: waarom blijf je bij iemand die je slaat.17
[slachtoffer 2] heeft op 4 mei 2023 tijdens het verhoor in een kindvriendelijke studio verklaard over het horen van een knal. [slachtoffer 2] verklaart dat hij een knal hoorde van misschien slaan en dat hij daarna een vrouw hoorde huilen. [slachtoffer 4] is de enige vrouw in dat huis. [slachtoffer 4] was daarna heel stil.18
[slachtoffer 1] heeft op 5 mei 2023 tijdens het verhoor in een kindvriendelijke studio ook verklaard over het horen van een knal. [slachtoffer 1] verklaart dat hij een harde bonk, een knal hoorde en toen [slachtoffer 4] hoorde huilen. De volgende ochtend was ze helemaal stil. [slachtoffer 1] zag aan [slachtoffer 4] dat ze gewoon een beetje bang was.19
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 3
[slachtoffer 4] en verdachte hebben beiden over deze verdenking van mishandeling verklaard dat het enkel gebleven is bij duwen en trekken. Desondanks blijkt uit de chatberichten die op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen in niet mis te verstane bewoordingen dat er sprake is geweest van mishandeling van [slachtoffer 4] . Dit is passend bij de zoekopdrachten die op de telefoon van [slachtoffer 4] zijn aangetroffen en hetgeen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben gehoord. De verklaringen van [slachtoffer 4] en verdachte staan dus haaks op de bevindingen in het dossier. De rechtbank acht deze verklaringen daarom niet aannemelijk en komt tot een bewezenverklaring van dit feit.
Bewijsmiddelen feit 4
Aangeefster [slachtoffer 3] heeft op 15 juni 2023 aangifte gedaan tegen verdachte van verkrachting. Zij verklaart over de vakantie op Tenerife op 25 oktober 2012 het volgende. Dagelijks kwam terug dat [verdachte] aan kinderen wilde beginnen. Die avond klapte dat ineens. [verdachte] kwam uit de slaapkamer en gooide de pilstrip in de prullenbak. Zij heeft geprobeerd een gesprek met [verdachte] te voeren, maar [verdachte] was verbaal al agressief. Een boek dat [verdachte] had geleend van zijn baas raakte beschadigd en [verdachte] flipte hierdoor. [verdachte] sloeg met zijn vuist op aangeefster in. Zij is op een gegeven moment out gegaan, omdat [verdachte] zo hard op haar hoofd aan het inslaan was. Hij stopte niet. Het was alleen maar beuken en aangeefster voelde haar gezicht opzwellen. Zij hoorde hem
schreeuwen: “Ik vermoord je nog een keer, kutwijf, feeks.” Hij bleef maar slaan. Hij is een grote man en aangeefster kon daar niet tegenop. Aangeefster is hierdoor een tijdje buiten bewustzijn geweest. Op een gegeven moment werd aangeefster wakker. Zij zag dat [verdachte] op haar lag. Zij voelde dat [verdachte] in haar zat met zijn penis in haar vagina. Zij lag op haar rug en [verdachte] lag plat op haar. Hij had op een schuivende manier seks met haar. Zijn gezicht was dicht bij dat van haar. Aangeefster dacht alleen maar dat ze rustig stil moest liggen. Verdachte kwam klaar waardoor het stopte. Die avond, tegen middernacht, heeft aangeefster een mail gestuurd naar haar moeder en zij heeft notities gemaakt op haar telefoon.20
Aangeefster heeft nadat zij op 12 mei 2023 aangifte had gedaan van mishandeling, fotos naar de politie gestuurd van haar verwondingen. Zij heeft bij elk deze fotos een toelichting gegeven en deze zijn verwerkt in een proces-verbaal van bevindingen. Bij foto 1 verklaart aangeefster dat dit fotos zijn van de vakantie op Tenerife op 27 oktober 2012.21
In het dossier bevindt zich voorts een forensisch geneeskundig letsel verslag. Een forensisch geneeskundige heeft op 17 mei 2023 meerder fotos van aangeefster haar verwondingen beoordeeld, waaronder foto 1. Zij heeft in dit verslag de volgende conclusie getrokken over deze foto:
- foto 1: letsel passend bij bloeduitstorting als gevolg van stomp trauma op de ogen. 22
Aangeefster heeft op 27 juni 2023 twee originele fotos waarop zij staat met twee blauwe ogen (bloeduitstortingen) naar verbalisant [verbalisant] gestuurd. Verbalisant heeft de metadata achter deze fotos onderzocht en het volgende vastgesteld:
  • foto 1 is gemaakt op 25 oktober 2012;
  • foto 2 is gemaakt op 25 oktober 2012.23
In het dossier bevindt zich een emailwisseling tussen aangeefster en haar moeder [getuige 1] . Deze emailwisseling is als bijlage gevoegd aan een proces-verbaal van bevindingen. In een e-mailbericht van 25 oktober 2012 schrijft aangeefster: Ik wil heel graag naar huis. [verdachte] heeft echt een enorme woede-uitbarsting gehad in ons huisje en mijn pilstrip weggegooid in de prullenbak. [] Hij zei dat hij mij wilde vermoorden, zo boos was hij. We zijn intiem geweest, maar veel weet ik er niet meer van. Ik wilde niet. Ik wil dit niet. [] Alles doet zeer. Uit de metadata van deze emailwisseling blijkt dat er over en weer berichten zijn verzonden tussen 21 oktober tot en met 26 oktober 2012.24
In het dossier bevindt zich ook een telefoonnotitie die aangeefster heeft gemaakt tijdens de vakantie op Tenerife. Deze is als bijlage gehecht bij de aangifte van verkrachting van 15 juni 2023. Uit de metadata van deze telefoonnotities blijkt dat er een notitie is gemaakt op 25 oktober 2012 om 23:56 uur.25
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 4
Het is karakteristiek aan zedenzaken dat doorgaans slechts twee personen aanwezig zijn bij de ter discussie staande seksuele handelingen. Verdachte heeft de verdenking van verkrachting steevast ontkend. Eerder is in dit vonnis opgenomen dat het tweede lid van artikel 342 van Pro het Wetboek van Strafvordering het bewijsminimumvoorschrift bevat. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en zo ja, of deze voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal.
De betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster
Uit het dossier volgt dat aangeefster op verschillende momenten over de verkrachting op Tenerife heeft geschreven en verklaard. Zo heeft aangeefster op 25 oktober 2012 een emailbericht naar haar moeder verstuurd over wat er was gebeurd tussen haar en verdachte, vlak nadat de seksuele handelingen hadden plaatsgevonden. Zij heeft diezelfde dag een notitie op haar telefoon gemaakt met een omschrijving van dit voorval. Op 13 juni 2023 heeft aangeefster een informatief gesprek zeden gevoerd over de verkrachting op Tenerife en op 21 juni 2023 heeft zij hiervan aangifte gedaan. Op elk van deze momenten heeft aangeefster consistent en gedetailleerd over deze gebeurtenis geschreven en verklaard. Daarnaast kan de authenticiteit van haar verklaring worden ontleend aan de manier waarop dit feit is geopenbaard.
Aangeefster heeft aangegeven dat zij het gedrag van verdachte door gewenning in haar belevingswereld als normaal is gaan beschouwen. Zij besefte pas vele jaren later dat zij was verkracht, toen zij met anderen daarover is gaan praten en nadat zij afstand had genomen van verdachte. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, de verklaring van aangeefster betrouwbaar.
Het steunbewijs
De verklaring van aangeefster vindt steun in de fotos van de blauwe ogen (bloeduitstortingen) waarvan is vastgesteld dat zij dateren van 25 oktober 2012. Ook is de foto van het letsel van na de gebeurtenis op Tenerife ter beoordeling voorgelegd aan een forensisch geneeskundige en daaruit volgt de conclusie dat het letsel passend is bij een bloeduitstorting als gevolg van stomp trauma op de ogen. Verder bevinden zich in het dossier emailberichten tussen aangeefster en haar moeder alsmede een telefoonnotitie van aangeefster. Hoewel de inhoud van deze bewijsmiddelen van dezelfde bron afkomstig is, te weten aangeefster, kan daarentegen de metadata achter deze emailberichten en telefoonnotitie, als steunbewijs worden gebezigd. Uit deze metadata volgt namelijk de feitelijke constatering dat deze emailberichten op de desbetreffende data zijn verstuurd en de telefoonnotitie op de desbetreffende datum is geschreven.
Deze gegevens zijn passend bij hetgeen aangeefster heeft verklaard. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster en komt dan ook tot een bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij in de periode 1 juli 2021 tot en met 16 maart 2023 te Leeuwarden, zijn kinderen te weten, [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2013, heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen,
  • stevig bij de armen vast te pakken en
  • tegen het achterhoofd te slaan en
  • in het gezicht te knijpen en
  • aan het lichaam bij een trap op te slepen en
  • aan het lichaam uit een bed te sleuren en
  • tegen de grond of een trap of een kast te gooien/duwen en door die [slachtoffer 1] meermalen,
  • stevig bij de armen vast te pakken en
  • aan een pols een trap op te sleuren en
  • tegen het achterhoofd te slaan;
2
hij in de periode van 12 juni 2011 tot en met 31 mei 2020 te Leeuwarden en op het eiland Tenerife zijn echtgenote, [slachtoffer 3] , meermalen heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] in voornoemde periode, meermalen
  • tegen het hoofd te stompen en te slaan en
  • onder een koude douche te duwen/zetten en
  • een natte handdoek om het hoofd te wikkelen en vervolgens te houden, waardoor het voor die [slachtoffer 3] nagenoeg niet mogelijk was adem te halen en
  • met kracht bij de armen vast te pakken;
3
hij in de periode van 1 mei 2022 tot en met 8 juni 2023 te Leeuwarden zijn levensgezel, [slachtoffer 4] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] in voornoemde periode meermalen
  • tegen het hoofd te slaan en
  • tegen de grond en het keukenmeubilair te gooien en
  • aan de haren te trekken;
zulks terwijl die [slachtoffer 4] zwanger was;
4
hij op 25 oktober 2012 op het eiland Tenerife door geweld en bedreiging met geweld
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende, verdachtes penis in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte met kracht
  • die [slachtoffer 3] tegen het hoofd heeft gestompt en geslagen en
  • die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd: "Ik vermoord je nog een keer, kutwijf.”
  • zulks terwijl die [slachtoffer 3] gedurende enige tijd het bewustzijn had verloren.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
mishandeling, begaan tegen zijn kinderen, meermalen gepleegd;
mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd;
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd;
verkrachting.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie komt voor alle ten gelegde feiten tot de volgende strafeis:
- een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een
proeftijd van 3 jaren;
- met aan het voorwaardelijk deel verbonden een contactverbod zoals opgenomen in het
reclasseringsadvies met een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid hiervan.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bij een bewezenverklaring een straf gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest bepleit. Hij heeft aangevoerd dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf verstrekkende gevolgen zal hebben voor verdachte en zijn gezin. Hij heeft de rechtbank daarom verzocht deze straf eventueel te combineren met een voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf van de maximale duur. Hij heeft de rechtbank daarnaast verzocht bij de straftoemeting rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn voor strafzaken.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het pro justitia-rapportage van 4 december 2023, het reclasseringsadvies van 29 januari 2026 en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft op 25 oktober 2012 zijn toenmalige echtgenote verkracht. Hij heeft zijn echtgenote na een ruzie buiten bewustzijn geslagen en haar gedwongen tot onbeschermde seks. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan langdurige mishandeling van zijn toenmalige echtgenote. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn kinderen en huidige partner. Hij heeft zich herhaaldelijk bediend van geweldplegingen richting zijn eigen gezinsleden, juist in een situatie waarin zij zich veilig hadden moeten voelen. De rechtbank kan zich daarom niet aan het beeld onttrekken dat verdachte zich naar de buitenwereld als een zorgzame partner en vader heeft gepresenteerd, maar dat dit beeld niet strookt met hetgeen zich achter de voordeur heeft afgespeeld.
Verdachte heeft met zijn handelen een zeer onveilige thuissituatie gecreëerd waarin voortdurend angst, verdriet en intimidatie de boventoon hebben gevoerd. Hij heeft het respect dat echtgenoten behoren te hebben voor elkaars autonomie met voeten getreden. Door het handelen van verdachte is de ontwikkeling van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] onder druk komen te staan. Daarnaast is algemeen bekend dat de negatieve gevolgen van kindermishandeling nog zeer lang kunnen doorwerken en dat kinderen hier de rest van hun leven last van kunnen ondervinden. Uit de spreekrechtverklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] blijkt dat verdachte hen het gevoel heeft gegeven dat zij beter niet hadden kunnen
bestaan. Ook is naar voren gekomen dat deze gebeurtenissen tot op heden impact hebben op het dagelijks leven van de gezinsleden en dat zij daar nog emotioneel en psychisch last van ondervinden.
Geconcludeerd kan worden dat verdachte het hebben van een normaal gezinsleven onmogelijk heeft gemaakt en de slachtoffers fysiek, emotioneel en psychisch leed heeft toegebracht.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de pro justitia-rapportage van de gedragsdeskundige dr. R.W. Blaauw. Daaruit is gebleken dat verdachte naar eigen zeggen een goede jeugd heeft gehad. Verdachte functioneert op een begaafd intelligentieniveau en hij wordt geacht zijn werk als docent op de middelbare school zonder problemen te kunnen uitvoeren. Er zijn geen indicaties voor ontwikkelingspathologie of andere stoornissen. Ook zijn er geen aanwijzingen voor het bestaan van verslavingsproblematiek. Het is de psycholoog opgevallen dat verdachte zich in de gesprekken kenmerkte door voorzichtigheid en tijdens het persoonlijkheidsonderzoek is opgevallen dat verdachte zichzelf in een positief daglicht probeerde te stellen door tekortkomingen te bagatelliseren en positieve kwaliteiten sterk naar voren te brengen. De psycholoog komt tot de conclusie dat er tijdens het onderzoek geen psychopathologie naar voren is gekomen.
Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies. De reclassering ziet vanwege de proceshouding van verdachte geen mogelijkheden tot het inzetten van reclasseringsinterventies. Verdachte heeft de afgelopen twee jaren reclasseringstoezicht gehad en daarin is geen hulpvraag binnen een forensisch kader naar voren gekomen. Hij wordt geacht in staat te zijn hulp te zoeken binnen een vrijwillig kader De reclassering heeft verder geconstateerd dat verdachte zich aan de voorwaarden heeft gehouden en dat hij beschikt over huisvesting, werk en inkomen. Er zijn bovendien geen aanwijzingen voor problematisch middelengebruik. De reclassering adviseert bij een veroordeling enkel een contactverbod.
Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij docent is op een middelbare school en dat hij dit werk al een lange tijd en met veel plezier doet. Hij heeft samen met zijn huidige partner twee kinderen. Een gevangenisstraf zal zeer ingrijpende gevolgen hebben voor hem en zijn gezin. Hij is verantwoordelijk voor de levensonderhoud van in totaal vier kinderen.
De strafmaat
De rechtbank overweegt dat de ernst van de feiten om een stevige vergeldende reactie vraagt. Daarnaast beoogt de rechtbank met bestraffing het afgeven van een normbevestigend signaal waarin zowel afkeuring als afschrikking tot uitdrukking worden gebracht. Zij is gelet daarop van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende strafmodaliteit is waarmee de belangen van de slachtoffers en de samenleving worden gediend.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor “verkrachting met geweld” en “mishandeling” als uitgangspunt genomen. Het oriëntatiepunt voor een verkrachting met geweld is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.
Daarbovenop moeten nog de (langdurige) mishandelingen worden meegerekend. In beginsel betekent dit een aanzienlijke verhoging van de in dit oriëntatiepunt gegeven straf. De officier van justitie heeft echter een straf gevorderd die lager is dan het door rechtbanken gehanteerde oriëntatiepunt voor verkrachting met geweld. De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat de gevorderde straf zich onvoldoende verhoudt tot de ernst van de feiten. De rechtbank komt daarom tot een hogere strafoplegging dan de officier van justitie heeft geëist. Zij zal daarentegen geen straf opleggen die het oriëntatiepunt voor een verkrachting met geweld overstijgt. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte en de mogelijke verstrekkende gevolgen die een veroordeling voor verdachte heeft. De rechtbank heeft ten slotte geconstateerd dat de redelijke termijn voor strafzaken is overschreden en zij heeft dit ook laten meewegen in de hoogte van de straf. De rechtbank zal tevens een gedeelte van de straf voorwaardelijk opleggen als waarschuwing aan verdachte dat hij niet weer strafbare feiten moet plegen.
De rechtbank komt met inachtneming van het voorgaande tot de volgende strafoplegging:
- een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een
proeftijd van 3 jaren;
- aan het voorwaardelijk strafdeel wordt het contactverbod verbonden overeenkomstig het
reclasseringsadvies.
Gelet op de lange periode dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten en dit patroon zich nu ook herhaald ten aanzien van zijn nieuwe partner, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom zal de rechtbank bevelen dat op te leggen contactverboden dadelijk uitvoerbaar zijn. Een locatieverbod zal de rechtbank niet opleggen nu geen redenen zijn om aan te nemen dat verdachte zich naar de woning van [slachtoffer 3] en de kinderen heeft begeven of zal begeven.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
[slachtoffer 3] , tot een bedrag van 11.429,92 euro ter vergoeding van materiële schade en 15.000 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
[slachtoffer 2] , tot een bedrag van 5.000 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
[slachtoffer 1] tot een bedrag van 5.000 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle schadevorderingen kunnen worden toegewezen met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen, gelet op de bepleitte integrale vrijspraak, niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Hij heeft subsidiair voor iedere post afzonderlijk de volgende standpunten aangedragen.
Schadevordering [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]
Immateriële schade
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen dienen te worden gematigd gelet op vergelijkbare zaken.
Schadevordering [slachtoffer 3]Reiskosten
Hij heeft ten aanzien van deze schadepost aangevoerd dat het kilometertarief op 23 cent per kilometer moet worden gesteld volgens het fiscaal onbelast tarief. Hij maakt ook bezwaar tegen de prognose van de toekomstige reiskosten.
Eigen risico
De raadsman heeft de rechtbank erop gewezen dat voor deze schadepost de schadebeperkingsplicht ex 6:101 van het Burgerlijk Wetboek geldt. Het eigen risico dient daarom te worden gematigd te worden naar 385 euro.
Verplaatste schade [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]
Primair is het verzoek om deze schadepost af te wijzen, omdat verdachte alimentatie betaalt, waarmee deze kosten gedeeltelijk worden gedekt. Subsidiair is het verzoek om de reiskosten te matigen. De toekomstige behandelingen zijn onvoldoende onderbouwd. Hier geldt ook het lagere kilometertarief van 23 cent per kilometer.
Immateriële schade
De raadsman heeft om matiging van deze schadepost verzocht met als aangedragen bovengrens een bedrag van 12.500 euro gelet op vergelijkbare zaken en de Rotterdamse Schaal.
Het oordeel van de rechtbank
De vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] (feit 1)
Het is de rechtbank uit de onderbouwing van de immateriële schadeposten van beide vorderingen gebleken dat er bij de kinderen een diagnose is gesteld van posttraumatische stressstoornis. De psycholoog verwacht een meerjarig behandeltraject. De rechtbank heeft acht geslagen op de Rotterdamse schaal voor posttraumatische stressstoornis. Bij de categorieën minder ernstig tot middelzwaar wordt een
schadevergoeding binnen het bereik van 2.675 en 16.000 euro geadviseerd. De gevorderde schadeposten komen de rechtbank gelet hierop redelijk voor en zij ziet geen aanleiding om deze te matigen. Zij zal deze vorderingen in hun geheel toewijzen.
De vordering van [slachtoffer 3] (feiten 2 en 4)
De reiskosten
Verzocht is de reiskosten ten behoeve van behandelingen bij de GGZ te vergoeden. De slachtofferadvocaat heeft aangegeven dat er 4.399,8 gereden kilometers in de berekening zijn meegenomen en een prognose gemaakt van het aantal toekomstige kilometers en deze vastgesteld op 10.537,6 kilometer. Benadeelde heeft in het jaar 2023 10 behandelingen gehad, in 2024 21 behandelingen, in 2025 5 behandelingen en in 2026 tot op heden 6. Gelet op de reeds ondergane behandelingen is het de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden waarom er in 2026 nog 43 behandelingen moeten plaatsvinden. Het betreft een aanzienlijke verhoging van het aantal behandelingen ten opzichte van de voorgaande jaren. Ditzelfde geldt voor de geschatte 46 behandelingen na 2026. De toekomstige reiskosten zijn dus naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank ziet in tegenstelling tot de raadsman geen aanleiding om het kilometertarief naar beneden bij te stellen, nu het in de vordering gehanteerde kilometertarief is vastgesteld door de stichting De Letselschade Raad. De rechtbank zal daarom de reiskosten voor een bedrag van (4.399,8 x 0,33) 1.451,93 euro toewijzen. Zij zal de reiskosten die betrekking hebben op de toekomstige behandelingen niet-ontvankelijk verklaren.
Het eigen risico
De rechtbank ziet geen aanleiding om voor deze schadepost een schadebeperkingsplicht aan te nemen zoals bedoeld in artikel 6:101 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Het verlagen van het eigen risico brengt namelijk een verhoging van de zorgpremie met zich mee en kan niet in redelijkheid van de benadeelde partij worden gevergd. Zij zal echter het toewijsbare eigen risico beperken tot en met 2026. Het eigen risico dat verder in de toekomst ligt is aan mogelijke veranderingen onderhevig en is niet voor toewijzing vatbaar. Zij zal het eigen risico voor een bedrag van (659,46 + 145,91 + 563,94 + 585) 1.954,31 euro toewijzen.
De verplaatste schade van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]
De rechtbank zal voor deze schadepost enkel de reeds gemaakt reiskosten en de reiskosten die in 2026 worden verwacht toewijzen. De reiskosten die verder in de toekomst liggen zijn te onzeker en daardoor mogelijk aan verandering onderhevig. Deze zijn niet voor toewijzing vatbaar. Zij zal dus de reiskosten voor een bedrag van (104 sessies x 32,6 km = 3.390,5 km x 0,33 euro =) 1.118,83 euro toewijzen. Ook wordt de schadepost toegewezen die betrekking heeft op de medicijnkosten die ten behoeve van [slachtoffer 2] zijn gemaakt. De betwisting van de raadsman dat deze schadeposten deels worden gedekt door de alimentatie verwerpt de rechtbank. Alimentatie is bedoeld om de kinderen te voorzien in hun levensonderhoud en niet om de door verdachte toegebrachte schade te betalen. De rechtbank zal als verplaatste schade toewijzen het bedrag van (1.118,83 + 62,74) 1.181,57 euro.
Immateriële schade
De slachtofferadvocaat heeft in haar vordering rekening gehouden met partnermishandeling voor de gehele ten laste gelegde pleegperiode en verkrachting. De rechtbank heeft echter een kortere pleegperiode voor de mishandeling bewezen verklaard. Zij ziet hierin aanleiding deze schadepost te matigen naar 12.500 euro.
Conclusie
De rechtbank zal, overzichtelijk weergegeven, de volgende schadeposten toewijzen: Reiskosten : 1.451,93
Eigen risico : 1.954,31 Verplaatste schade : 1.181,57 Totaal materieel : 4.587,81
Totaal immaterieel : 12.500
Totaal toegewezen bedrag : 17.087,81
De rechtbank verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk ten aanzien van de materiële schadeposten. Zij wijst de vordering voor het meer gevorderde af ten aanzien van de immateriële schadepost.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partijen
[slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] de door hun gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de ten laste gelegde feiten.
De vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] worden daarom vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2023.
De vordering van [slachtoffer 3] wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank ten aanzien van alle toegewezen schadevorderingen de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 242 (oud), 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging voor het onder 2 ten laste gelegd voor zover de pleegperiode betrekking heeft op strafbare feiten van vóór 12 juni 2011, omdat deze zijn verjaard.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf
een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 (drie) jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarde:

Contactverbod

Betrokkene heeft of zoekt op geen enkele wijze direct of indirect contact met de hierna te noemen personen:
  • aangeefster [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ;
  • slachtoffer [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ;
  • slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] .
Dit verbod geldt voor zolang het Openbaar Ministerie dit nodig acht. Er is een uitzondering op dit contactverbod. Dit contactverbod geldt niet als het contact met de kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] plaatsvindt met tussenkomst van professionele hulpinstanties.
Beveelt dat de opgelegde bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 2 maart 2026.
Ten aanzien van feit 1

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij te betalen:
  • het bedrag van 5.000 (zegge: vijfduizendeuro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2023 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 5.000 (zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 5.000 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 50 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij te betalen:
  • het bedrag van 5.000 (zegge: vijfduizendeuro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2023 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 5.000 (zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 5.000 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 50 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van de feiten 2 en 4

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij te betalen:
  • het bedrag van 17.087,81(zegge: zeventienduizend en zevenentachtig euro en eenentachtig eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk met betrekking tot de materiële schade in zoverre dat deze nog aan de civiele rechter kan worden voorgelegd. Wijst de vordering voor het meer gevorderde immateriële schade af.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat te betalen een bedrag van 17.087,81 (zegge: zeventienduizend en zevenentachtig euro en eenentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 4.587,81 aan materiële schade en 12.500 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 110 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Spooren, voorzitter, mr. S.T. Kooistra en
mr. H.K. de Haan, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 maart 2026.
Mr. S.T. Kooistra en mr. H.K. de Haan zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
1. Vgl. HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2034, r.o. 3.3.
2 De aangehaalde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde
opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde paginas bevinden zich in het dossier van het onderzoek LASCAR-NN1 R023043, afgesloten op 14 augustus 2023.
3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] namens wie [slachtoffer 3] , p. 30
e.v.
4 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , p. 35 e.v.
5 Het forensisch geneeskundige letselverslag van drs. [arts] d.d. 27 maart 2023, p. 68 e.v.
6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 16 mei 2023, p. 81 e.v.
7 Het forensisch geneeskundig letselverslag van drs. [arts] d.d. 27 maart 2023, p. 111 e.v.
8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 28 juni 2023, p. 178 en 182
9 Het rechtspsychologische rapport van dr. R. Horselenberg en dr. B. Erens d.d. 9 december 2025, apart
opgenomen in het dossier, p. 38-39.
10 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 3] d.d. 12 mei 2023, p. 318 e.v.
11 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 31 mei 2023, p. 323 e.v.
12 Het forensisch geneeskundig letselverslag van [arts] d.d. 17 juli 2023, p. 329 e.v.
13 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 29 juni 2023, p. 424 e.v.
14 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 30 juni 2023, p. 421 e.v.
15 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] d.d. 12 juni 2023, p. 210 e.v.
16 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 16 juni 2023, p. 233 e.v.
17 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] d.d. 30 juni 2023, p. 160 e.v.
18 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 8 mei 2023, p. 35 e.v.
19 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 16 mei 20233, p. 81 e.v.
20 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 21 juni 2023, p. 357 e.v.
21 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 31 mei 2023, p. 323 e.v.
22 Het forensisch geneeskundig letselverslag van [arts] d.d. 17 juli 2023, p. 329 e.v.
23 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 30 juni 2023, p. 421 e.v.
24 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] en de daarbij behorende bijlage d.d. 29
juni 2023, p. 417 e.v.
25 De bijlage van het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 21 juni 2023, p. 387 e.v.