ECLI:NL:RBNNE:2026:658

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
18-324727-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37a SrArt. 37b SrArt. 45 SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bedreigingen en poging tot tasjesroof met tbs met dwangverpleging

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere bedreigingen van zorgverleners en een poging tot tasjesroof gepleegd tussen 8 mei 2023 en 23 april 2024. Verdachte mishandelde een begeleider, bedreigde een psychiater en zorgmedewerkers, en probeerde met geweld een handtas van een vrouw in een scootmobiel te stelen.

Gedragsdeskundigen stelden bij verdachte een licht verstandelijke beperking, amfetaminemisbruik en schizofrenie vast. Verdachte verkeert in een vicieuze cirkel van middelengebruik en criminaliteit, waarbij hij in gestructureerde omgevingen stabiliseert maar in de maatschappij steeds onvoldoende kaders krijgt. Minder ingrijpende maatregelen bleken onvoldoende effectief.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 8 maanden op, met aftrek van voorarrest, en een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De straf houdt rekening met de ernst van de feiten, het strafblad, de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid en de noodzaak van zorg en veiligheid. De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele ten laste gelegde feiten en verklaarde een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Leeuwarden
Parketnummer: 18-324727-24
ter terechtzitting gevoegd met parketnummers: 08-302725-23 en 18-309971-23 vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer: 18-129766-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 maart 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 februari 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E. Albayrak, advocaat te Heerenveen.
Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.J. van der Heide.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Onder parketnummer 18-309971-23
1
hij op of omstreeks 8 mei 2023 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, [slachtoffer 1] , werkzaam als begeleider [instelling] , aldaar, heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] (met kracht) tegen het hoofd te slaan en/of te stompen;
2
hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2023 tot en met 2 november 2023 te Zwolle, in de gemeente Zwolle en/of te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 2] , werkzaam als psychiater binnen [instelling] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een of meer medewerker(s) van [instelling] (telkens) telefonisch dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven- als [slachtoffer 2] hem niet op
Ritalin zet, hij haar door het hoofd zal schieten met een 9mm als hij vrij zou komen en/of dat hij haar zal vermoorden, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende
aard of strekking, van welke bedreiging(en) die [slachtoffer 2] kennis heeft genomen/gekregen;
Onder parketnummer 08-302725-23
hij op of omstreeks 27 oktober 2023 te Zwolle [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- [ [naam 1] de woorden toe te voegen dat hij, als hij straks vrijkomt, die [slachtoffer 3] op zou wachten en zijn kop er af zou rukken, althans woorden van gelijke dreigende
aard en/of strekking, van welke bedreiging die [slachtoffer 3] op de hoogte is geraakt, en/of (vervolgens)
- die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "ik wacht jou op en dan neem ik je te grazen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Onder parketnummer 18-324727-24
1
hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, op de openbare weg [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg, aldaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] toebehoorde, met voormeld oogmerk die [slachtoffer 4] , die zich in een scootmobiel bevond, boos heeft aangekeken en haar (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: “ik wil geld” en/of “Je geeft mij maar 5 euro”, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) de handtas van die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) (met kracht) aan die handtas heeft getrokken waardoor die [slachtoffer 4] uit haar scootmobiel werd getrokken en/of (vervolgens) de scootmobiel van die [slachtoffer 4] omver heeft getrapt/geschopt/gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, op de openbare weg [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg, aldaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een handtas (inhoudende (onder meer) een portemonnee), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond, dat verdachte
  • zich naar die [slachtoffer 4] , die zich in een scootmobiel bevond, heeft begeven en/of die [slachtoffer 4] boos heeft aangekeken en haar (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: “ik wil geld” en/of “Je geeft mij maar 5 euro”, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)
  • de handtas van die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) (met kracht) aan die handtas heeft getrokken waardoor die [slachtoffer 4] uit haar scootmobiel werd getrokken en/of (vervolgens)
  • de scootmobiel van die [slachtoffer 4] omver heeft getrapt/geschopt/gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij in of omstreeks de periode van 18 april 2024 tot en met 23 april 2024 te [plaats] , in de [instelling] aldaar, een of meer Zorg Behandel Inrichtingswerker(s) en/of een psychiater, te weten (onder meer)
  • op 18 april 2024, de Zorg Behandel Inrichtingswerker, genaamd [slachtoffer 5] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door toen aldaar opzettelijk dreigend die Zorg Behandel Inrichtingswerker, genaamd [slachtoffer 5] , de woorden toe te voegen: ” Moet je eens goed luisteren, op 30 april kom ik in schorsing en dan kom ik terug met een vuurwapen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of
  • op 18 april 2024, [slachtoffer 6] , werkzaam als psychiater, schriftelijk heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door toen aldaar opzettelijk, via een Zorg Behandel Inrichtingswerker, een brief aan voornoemde psychiater toe te (laten) komen met daarin de dreigende tekst: "Beste [slachtoffer 6] , ik krijg van jou niet de goede medicatie, Daarom heb ik tegen jou personeel gezegt dat ik jou wou vermoorden. Daar kan je ook aangifte voor doen bij politie leeuwarden bij agent [naam 2] Wil helemaal niet meer vrij komen wil in de bak sterven Dit geschrift kan je gebruiken als bewijsstuk Wil nooit meer vrij komen [verdachte] "., althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, welke brief ter kennis gekomen van voornoemde [slachtoffer 6] en/of
  • op 23 april 2024, de Zorg Behandel Inrichtingswerker, genaamd [slachtoffer 7] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door toen aldaar opzettelijk dreigend die Zorg Behandel Inrichtingswerker, genaamd [slachtoffer 7] , de woorden toe te voegen: "Ik maak je kapot”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van parketnummer 18-309971-23
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde onder 1 en 2.
Ten aanzien van parketnummer 08-302725-23
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Ten aanzien van parketnummer18-324727-24
De officier van justitie heeft tot vrijspraak gerekwireerd met betrekking tot het onder 1 primair ten laste gelegde. De handelingen van verdachte zoals die in het dossier naar voren komen passen beter bij een poging tot diefstal met geweld. Zij heeft gelet daarop veroordeling gevorderd voor het onder 1 subsidiair ten laste gelegde.
De officier van justitie heeft met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde de volgende standpunten ingenomen. De uitlatingen “ik maak jou kapot” “ik ga jou nog pakken” die zijn geuit richting de inrichtingswerker genaamd “ [slachtoffer 7] ”, kunnen niet als bedreigingen met de dood of zware mishandeling worden aangemerkt. De uitlatingen richting de inrichtingswerker genaamd “ [slachtoffer 5] ” en de uitlatingen richting psychiater [slachtoffer 6] kunnen daarentegen wettig en overtuigend worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van parketnummer 18-309971-23
De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van parketnummer 08-302725-23
De raadsman heeft met betrekking tot het ten laste gelegde zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van parketnummer 18-324727-24
De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde vrijspraak bepleit en hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte heeft aangegeven dat hij niet de intentie heeft gehad om geld van aangeefster te stelen. Hij heeft ook niet geprobeerd om de tas van aangeefster af te pakken. Het heeft daar mogelijk op geleken doordat de tas in de scootmobiel van aangeefster zat. Verdachte heeft tot nu toe eerlijk verklaard. In het gedragsdeskundig advies komt naar voren dat verdachte niet over de capaciteiten beschikt om iets te verzinnen. De verklaring van verdachte dient daarom als uitgangspunt genomen te worden. Het opzet op de poging tot afpersing of diefstal kan niet worden bewezen.
De raadsman heeft ook met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De uitlatingen van verdachte richting de drie medewerkers van de [instelling] zijn niet van dien aard dat daaruit redelijke vrees voor verwerkelijking kan ontstaan. De medewerkers van de [instelling] hebben niet verklaard dat zij door de uitlatingen van verdachte angstig zijn geworden of dat zij die serieus hebben genomen. Het gedrag van verdachte wordt gestuurd door zijn ziektebeeld. Het zijn uitingen van onmacht en frustratie.
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van parketnummer 18-309971-23
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van
Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is ook in onderdelen slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 februari 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 mei 2023, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023309208 d.d. 23 november 2023 inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 oktober 2023, op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 2] ;
4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 november 2023 op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 2] .
Ten aanzien van parketnummer 08-302725-23
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 februari 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 oktober 2023, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0600-2023519718 d.d. 17 november 2023 inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 3] .
Ten aanzien van parketnummer18-324727-24
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is ook in onderdelen slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 oktober 2024, opgenomen op pagina 25 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met het onderzoeknummer NN1R024110/ MAXUS d.d. 14 oktober 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :
Op 13 oktober 2024 reed ik met mijn scootmobiel op [adres] te Leeuwarden. Ik werd aangesproken door een grote man en wat opvallend was dat hij op sokken liep. De man keek heel boos en vroeg mij om geld. Ik zei: “ik heb geen geld meer.” De man zei: “je geeft mij maar 5 euro!” Ik heb mijn portemonnee in mijn tas gelegd. Ik heb mijn tas in het mandje aan het stuur van de scootmobiel gelegd. Ik zag dat de man mijn tas uit het mandje wilde pakken. Ik wilde dit voorkomen en pakte mijn tas ook vast. Er ontstond een worsteling waardoor ik uit mijn scootmobiel werd getrokken. Ik heb mijn tas krampachtig vastgehouden en de man heeft mijn tas losgelaten.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 oktober 2024, opgenomen op pagina 27 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [getuige] :
Op 13 oktober 2024 fietste ik op [adres] te Leeuwarden. Ik hoorde geluiden alsof er iets gebeurde. Ik zag op de kruising [adres] met [adres] een schermutseling tussen een manspersoon en een vrouw, welke zich bevond in een scootmobiel. Ik zag tevens dat de man een witte sok aan had. Ik zag dat de man probeerde de tas te ontfutselen van de vrouw. Dit bleek mij uit het feit dat hij aan de tas trok en dat de vrouw dit tegen hield door hier ook aan te trekken. Ik zag dat het niet lukte om de tas af te pakken. Ik zag wel dat door de kracht waarmee de manspersoon aan de tas trok de vrouw uit haar scootmobiel werd getrokken.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2024, opgenomen op pagina 18 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Wij kregen op 13 oktober 2024 de melding om te gaan naar [adres] te Leeuwarden. Aldaar was zojuist een poging straatroof gepleegd. De verdachte betrof een blanke man in de leeftijd van 50 tot 60 jaar. Hij was op sokken weggelopen in de richting van het [adres] . Op het [adres] zagen wij een persoon lopen met het hierboven omschreven signalement. Wij hebben de man aangesproken. Wij herkenden de man ambtshalve als [verdachte] . Hierop hebben wij [verdachte] aangehouden.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2024, opgenomen op pagina 37 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van de zorg behandel inrichtingswerker [instelling] genaamd [slachtoffer 5] :
Tijdens mijn dienst op 18-04-2024 zei betrokkene
(de rechtbank begrijpt: verdachte)tegen mij: “Moet je eens goed luisteren, op 30 april kom ik in schorsing en dan kom ik terug met een vuurwapen.”
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2024, opgenomen op pagina 42 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van de zorg behandel inrichtingswerker [instelling] genaamd [naam 3] :
Tijdens mijn dienst op 18-04-2024 gaf betrokkene
(de rechtbank begrijpt: verdachte)een brief. [slachtoffer 6] heeft vervolgens de brief ontvangen waarin de volgende bedreiging staat. “Beste [slachtoffer 6] , ik krijg van jou niet de goede medicatie. Daarom heb ik tegen jou personeel gezegt dat ik jou wou vermoorden.”
6. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 februari 2026, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik de brief met daarin de bedreiging aan [slachtoffer 6] heb geschreven. Het klopt ook dat ik “ [slachtoffer 5] ” heb bedreigd.
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 1
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het feitencomplex zoals dat in de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt, beter past bij een poging tot diefstal met geweld. Zij zal verdachte van het primair ten laste gelegde vrijspreken.
Om tot een bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal met geweld te komen, is vereist dat in de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm een begin van uitvoering besloten ligt die op voltooiing daarvan is gericht.
Uit de bewijsstukken volgt dat verdachte eerst om geld heeft gevraagd en toen hij geen geld kreeg, de tas van aangeefster waarin ook haar portemonnee zat, met fysiek geweld heeft proberen weg te nemen. Een getuige heeft dit gezien en verdachte is aan de hand van een opvallend signalement dat hij op sokken liep op heterdaad aangehouden. De rechtbank ziet in het handelen van verdachte een onvolkomen verwerkelijking van een wegnemingshandeling die op gedwongen afgifte van een tas met daarin een portemonnee is gericht. Het verweer van de raadsman dat verdachte geen opzet had op het wegnemen van geld wordt weerlegd door de bewijsmiddelen.
Bewijsoverweging met betrekking tot feit 2
Partiële vrijspraak voor de bedreiging van [slachtoffer 7]
De rechtbank is van oordeel dat de uitlating van verdachte “ik maak je kapot” richting de inrichtingswerker genaamd “ [slachtoffer 7] ”, niet als een concrete strafbare bedreiging met enig misdrijf kan worden geduid. Woorden als "ik maak je kapot" kunnen ook duiden op een eenvoudige mishandeling of een uiting zijn van boosheid of intimidatie. De gebruikte woorden konden bij “ [slachtoffer 7] ” niet de redelijk vrees doen ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou oplopen dan wel het leven zou laten. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
De bedreigingen van de psychiater [slachtoffer 6] en de inrichtingswerker [slachtoffer 5]
Voor een strafbare bedreiging is vereist dat de bedreigende uitlating van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat deze in zijn algemeenheid bij de geadresseerde van de bedreiging redelijke vrees kan opwekken dat het misdrijf waarmee is gedreigd zal worden gepleegd. Het is niet vereist dat de bedreiging in het concrete geval een zodanige indruk heeft gemaakt dat werkelijke vrees is opgewekt, in tegenstelling tot hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte een brief heeft geschreven aan
psychiater [slachtoffer 6] waarin hij kenbaar maakt dat hij [slachtoffer 6] wilde vermoorden. Daarnaast heeft verdachte tegen inrichtingswerker “ [slachtoffer 5] ” gezegd dat hij met een vuurwapen terug zal komen als hij in een schorsing komt. De rechtbank is van oordeel dat deze uitlatingen concrete dreigende taal bevatten waarin met fors geweld en de dood wordt gedreigd, waarmee in zijn algemeenheid bij de bedreigde redelijke vrees voor verwerkelijking daarvan kan worden opgewekt. Uit het dossier is voorts gebleken dat verdachte meermalen heeft meegedeeld dat hij zal doen wat nodig is om een terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd te krijgen. De bedreigingen van verdachte hebben binnen deze context een bijzonder beangstigende lading. De bedreigingen kunnen dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Ten aanzien van parketnummer 18-309971-23
1
hij op 8 mei 2023 te Leeuwarden, [slachtoffer 1] , werkzaam als begeleider [instelling] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] met kracht tegen het hoofd te slaan;
2
hij in de periode van 22 augustus 2023 tot en met 2 november 2023 te Zwolle meermalen
[slachtoffer 2] , werkzaam als psychiater binnen [instelling] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door medewerkers van [instelling] telkens telefonisch
dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - als [slachtoffer 2] hem niet op Ritalin zet, hij haar door het hoofd zal schieten met een 9mm als hij vrij zou komen en dat hij haar zal vermoorden, althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreigingen [slachtoffer 2] kennis heeft gekregen;
Ten aanzien van parketnummer 08-302725-23
hij op 27 oktober 2023 te Zwolle [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door
- [ [naam 1] de woorden toe te voegen dat hij, als hij straks vrijkomt, die [slachtoffer 3] op
zou wachten en zijn kop er af zou rukken, van welke bedreiging die [slachtoffer 3] op de hoogte is geraakt, en vervolgens
- die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "ik wacht jou op en dan neem ik je te grazen";
Ten aanzien van parketnummer18-324727-24
1. subsidiair
hij op 13 oktober 2024 te Leeuwarden, op een openbare weg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een handtas inhoudende onder meer een portemonnee die aan [slachtoffer 4] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld tegen [slachtoffer 4] , te plegen met het oogmerk om bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond, dat verdachte
- zich naar die [slachtoffer 4] , die zich in een scootmobiel bevond, heeft begeven en die
boos heeft aangekeken en haar de woorden heeft toegevoegd: “ik wil geld” en “Je geeft mij maar 5 euro en vervolgens
- de handtas van die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt en aan die handtas heeft getrokken waardoor die [slachtoffer 4] uit haar scootmobiel werd getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op 18 april 2024 te [plaats] , in de [instelling] , een Zorg Behandel Inrichtingswerker en een psychiater, te weten
- op 18 april 2024, de Zorg Behandel Inrichtingswerker, genaamd [slachtoffer 5] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door opzettelijk dreigend [slachtoffer 5] de woorden toe te voegen: “Moet je eens goed luisteren, op 30 april kom ik in schorsing en dan kom ik terug met een vuurwapen” en
- op 18 april 2024, [slachtoffer 6] , werkzaam als psychiater, schriftelijk heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door opzettelijk via een zorg behandel inrichtingswerker, een brief aan voornoemde psychiater toe te laten komen met daarin de dreigende tekst: "Beste [slachtoffer 6] , ik krijg van jou niet de goede medicatie, Daarom heb ik tegen jou personeel gezegt dat ik jou wou vermoorden, welke brief ter kennis is gekomen van voornoemde [slachtoffer 6] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van parketnummer 18-309971-23
mishandeling;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
Ten aanzien van parketnummer 08-302725-23
- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
Ten aanzien van parketnummer18-324727-24
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft voor alle ten laste gelegde feiten de volgende straf en maatregel gevorderd:
  • een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van het voorarrest;
  • de ongemaximeerde oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging
(hierna: tbs met dwangverpleging).
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgelegde gevangenisstraf niet de duur van het reeds ondergane voorarrest mag overstijgen. De raadsman heeft met betrekking tot de oplegging van de tbs met dwangverpleging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hij heeft hierbij wel aangevoerd dat bij de oplegging van de tbs met dwangverpleging, gegeven de bepleite vrijspraak, niet zonder meer sprake is van een geweldsmisdrijf en dat de tbs met dwangverpleging daarom gemaximeerd aan verdachte dient te worden opgelegd.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de pro justitia-rapportage van 6 oktober 2025, het reclasseringsadvies van 12 december 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 december 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mislukte tasjesroof. Hij heeft op de openbare weg een kwetsbare vrouw in een scootmobiel benaderd en geprobeerd haar tas met daarin haar portemonnee te stelen waardoor zij uit haar scootmobiel werd getrokken. Voor het slachtoffer moet dit bijzonder beangstigend en vernederend zijn geweest om mee te maken. Verdachte heeft enkel oog gehad voor de omstandigheden waarin hij verkeerde en zijn eigen belangen nagestreefd. Hij heeft zich geen rekenschap gegeven van het nadeel dat hij met zijn handelen aan een ander toebrengt. Daarnaast doet een tasjesroof zoals deze afbreuk aan het veiligheidsgevoel van anderen in de omgeving (zoals de getuige), waardoor er een onveilig straatbeeld ontstaat en mensen zich minder vrij voelen om zich op straat te begeven.
Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan een mishandeling van een GGZ-medewerker en hij heeft meerdere bedreigingen geuit richting zorgverleners en inrichtingswerkers. Hij heeft zeer ontregelend gedrag vertoond. Hij heeft niet alleen beroepsbeoefenaren in hun werkzaamheden gehinderd, maar tegelijkertijd ook met zijn uitlatingen angst bij hen aangejaagd. Het is bijzonder kwalijk dat verdachte zijn misdragingen heeft gericht tegen personen die hem juist hulp wilden bieden.
De persoon en de persoonlijke omstandigheden
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte meermaals onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten.
De rechtbank heeft acht geslagen op de pro justitia-rapportage van de gedragsdeskundigen T.M.H. Jansen,
H.J.T Boerboom en I.M. Woudenberg. De gedragsdeskundigen beschrijven dat verdachte een instabiele jeugd heeft gehad doordat hij op jonge leeftijd te maken heeft gehad met het verlies van dierbaren. Hij komt in zijn volwassen leven herhaaldelijk in de problemen doordat hij zich begeeft in een vicieuze cirkel van middelengebruik en criminaliteit. Telkens komt terug dat verdachte op zijn eigen wijze op zoek is naar een manier om zich beter te voelen. Hij heeft op deze momenten uitsluitend oog voor zijn eigen lustbevrediging. Hierdoor komt hij steeds opnieuw in contact komt met justitie en zorginstanties. Bij verdachte worden vanaf zijn 19e levensjaar psychotische episodes geconstateerd, ook wanneer hij geen drugs gebruikt. De gedragsdeskundigen hebben verder geconstateerd dat het sociaal-emotioneel functioneren zich afspeelt op een veel beperkter niveau dan men van een volwassen man verwacht. In een
gestructureerde setting zoals het Pieter Baan Centrum laat verdachte enig vermogen zien zijn emoties te kunnen reguleren. Wanneer hij op zichzelf aangewezen is en zich niet gesteund voelt, laat verdachte kinderlijk en zelfbeschadigend gedrag zien. De gedragsdeskundigen hebben bij verdachte een licht verstandelijke beperking, een stoornis in het gebruik van amfetamine en schizofrenie vastgesteld. De gedragsdeskundigen concluderen dat deze stoornissen het denken en handelen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde hebben beïnvloed. Zij komen tot het advies om de ten laste gelegde feiten in sterk verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
Vervolgens hebben de gedragsdeskundigen in hun advies omschreven dat afname van een strakke structuur met als gevolg makkelijker toegang tot verdovende middelen bijna automatisch leidt tot een steeds verdere ontregeling en destabilisatie van verdachte. Het is een valkuil gebleken dat verdachte in een gestructureerde omgeving stabiliseert. Hierdoor werd dikwijls misrekend dat verdachte wel met minder structuur stabiel zou kunnen blijven. Verdachte is daarom de afgelopen jaren steeds met onvoldoende kaders teruggekeerd in de maatschappij. De gedragsdeskundigen zien hierin bevestiging dat verdachte strenge zorgkaders nodig heeft waarin middelengebruik zoveel mogelijk wordt voorkomen en behandeling plaatsvindt met antipsychotica. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan wordt het recidiverisico als hoog ingeschat. In het verleden zijn verschillende minder ingrijpende vrijheidsbeperkende maatregelen tevergeefs geprobeerd. De gedragsdeskundigen achten een reclasseringstoezicht, zorgmachtiging of tbs met voorwaarden daarom ondoelmatig. De gedragsdeskundigen adviseren de oplegging van een tbs met dwangverpleging.
De rechtbank heeft ten slotte kennisgenomen van het reclasseringsadvies. De reclassering heeft zich aangesloten bij de conclusies van de gedragsdeskundigen.
De op te leggen maatregel
De rechtbank neemt de conclusies van de gedragsdeskundigen over. Zij zal het ten laste gelegde in sterk verminderde mate aan verdachte toerekenen.
De rechtbank zal aan verdachte een tbs met dwangverpleging opleggen. Zij stelt vast dat aan wettelijke vereisten daarvan is voldaan. Blijkens de pro justitie-rapportage bestond bij verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. De door verdachte begane poging tot diefstal met geweld is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en bedreiging is eveneens een misdrijf waar een tbs met dwangverpleging voor kan worden opgelegd. Verder eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van deze maatregel.
De rechtbank zal, nu de bewezen verklaarde diefstal met geweld een misdrijf betreft die gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, deze maatregel ongemaximeerd opleggen.
De strafmaat
De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor mishandeling, bedreiging en tasjesroof als uitgangspunt genomen. Voor de tasjesroof geldt dat er gelet op het strafblad van verdachte sprake is van veelvuldige recidive voor vermogensdelicten, hetgeen een strafverhogend effect heeft. De rechtbank is, gegeven de ernst van de feiten en de oriëntatiepunten, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende strafmodaliteit is. Daarnaast
houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn voor strafzaken voor de feiten onder parketnummers 18-309971-23 en 08-302725-23. De rechtbank weegt echter in de op te leggen straf de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid zwaarder dan de officier van justitie in haar strafeis heeft gedaan. De rechtbank komt, alles afwegende, tot een lagere strafoplegging dan de officier van justitie heeft gevorderd.
De rechtbank komt tot de oplegging van de volgende straf en maatregel:
  • een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van het voorarrest;
  • een tbs met dwangverpleging.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 5 juni 2023 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden onder parketnummer 18-129766-23, is verdachte veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van 6 weken met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 20 juni 2023. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 29 januari 2024 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
De officier van justitie heeft de rechtbank erop gewezen dat de hierboven bedoelde voorwaardelijke straf reeds ten uitvoer is gelegd. Zij heeft de rechtbank om een niet-ontvankelijkheidsverklaring van deze vordering gevraagd. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen en deze vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 63, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 18-309971-23
Verklaart het onder ten laste gelegde onder 1 en 2 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Ten aanzien van parketnummer 08-302725-23
Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Ten aanzien van parketnummer18-324727-24
Spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde.
Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder

parketnummer 18-129766-23:

Verklaart niet-ontvankelijk de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 5 juni 2023.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.T. Kooistra, voorzitter, mr. M.M. Spooren en
mr. H.K. de Haan, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 maart 2026.
Mr. S.T. Kooistra en mr. H.K. de Haan zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.