ECLI:NL:RBNNE:2026:662
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang opslag autowrakken
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 februari 2026 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân. De last betrof het opslaan van autowrakken boven een niet-aaneengesloten bodemvoorziening, wat volgens het college milieuschade kan veroorzaken.
Verzoeker stelde dat de uitvoering van bestuursdwang zou leiden tot beëindiging van zijn bedrijf omdat de autowrakken deel uitmaken van zijn bedrijfsvoorraad met aanzienlijke economische waarde. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het belang van verzoeker een financieel belang is en dat dit op zichzelf geen spoedeisend belang oplevert. Er was geen concrete onderbouwing dat de onderneming in haar voortbestaan wordt bedreigd of sprake is van een acute financiële noodsituatie.
Het college gaf aan dat alleen de autowrakken boven de ongeschikte bodem worden verwijderd en dat de resterende voorraad het voortzetten van het bedrijf mogelijk maakt. De voorzieningenrechter vond het bestreden besluit niet evident onrechtmatig en wees het verzoek af. Tevens werd het college geadviseerd om in het bezwaarproces de definitie van autowrak op te nemen voor duidelijkheid.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Lok op 27 februari 2026 en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.