Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 augustus 2025, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van getuige [getuige] :
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2025, opgenomen op pagina 25 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant ] :
De door verdachte ter zitting van 24 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 2025, opgenomen op pagina 96 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025160331 d.d. 20 november 2025, inhoudend als verklaring van [naam 2]:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 november 2025, opgenomen op pagina 104 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3]:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 november 2025, opgenomen op pagina 149 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4]:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 augustus 2025, opgenomen op pagina 75 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant ] en [verbalisant ]:
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 augustus 2025, opgenomen op pagina 226 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van verdachte:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Beslag
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 377 dagen.
een gedeelte, groot 180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- het bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juni 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.