Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekering (Uwv)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Bijzondere feiten of omstandigheden
Dwangsom
Toepassing op deze beroepszaak
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt Uwv op uiterlijk 16 december 2026 alsnog een besluit op het bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- stelt de hoogte van de door Uwv aan eiseres verschuldigde dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb vast op € 1.442,-;
- bepaalt dat Uwv het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt Uwv tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres.
P.W. Karsowidjojo, griffier.