9.2.Toegelicht is dat in 2025, tot en met augustus, landelijk 7210 bestuursrechtelijke dwangsommen zijn betaald, waarvan 860 door regio Noord. Over dezelfde periode is landelijk 815 maal verzocht om een rechterlijke dwangsom, waarvan 91 voor regio Noord. Landelijk is in 44 gevallen een dwangsom betaald, waarvan 7 door regio Noord. In 2024 is een totaalbedrag van 18,1 miljoen euro betaald aan dwangsommen.
10. Uwv heeft de rechtbank in het verweerschrift gevraagd een nadere beslistermijn vast te stellen van vier maanden na de verzenddatum van de uitspraak. Hierbij is aangesloten bij eerdere uitspraken van deze rechtbank en die van de rechtbank Overijssel. Tijdens de zitting is toegelicht dat de termijn van vier maanden ontoereikend is gelet op de feitelijke doorlooptijden.
11. Deze rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat bij het niet tijdig nemen van een besluit, gelet op het tekort aan verzekeringsartsen, sprake is van een bijzonder geval en dat een langere beslistermijn dan (de standaardtermijn van) twee weken gerechtvaardigd is. Omdat naar het oordeel van de rechtbank nog steeds sprake is van een bijzonder geval, is de vraag nu opnieuw welke nadere beslistermijn de rechtbank aan Uwv moet opleggen voor het bekendmaken van een besluit op de eerste aanvraag Wet Wia en op de aanvraag om een herbeoordeling Wet Wia, en welke dwangsom daaraan gekoppeld moet worden.
12. De rechtbank stelt voorop dat een aanvrager een groot belang heeft bij een zo snel mogelijk besluit op zijn aanvraag. Daar staat tegenover dat Uwv in staat moet zijn om op een zorgvuldige wijze tot een besluit te komen. Hoewel het zeer onwenselijk is dat wettelijke beslistermijnen worden overschreden en belanghebbenden lang op een beslissing moeten wachten, is het zinloos een beslistermijn te stellen waarbij op voorhand al vaststaat dat Uwv die niet kan halen. Dit zou als resultaat hebben dat hoge bedragen aan dwangsommen worden verbeurd, die worden betaald met publieke middelen. Ook ondermijnt dit de geloofwaardigheid in de rechtstaat. De mate waarin de bestuursrechter effectief rechtsbescherming kan bieden, hangt immers ook af van de naleving van rechterlijke uitspraken door de overheid. Uit de stukken en de toelichting tijdens de zitting is het de rechtbank duidelijk geworden dat de vele inspanningen van Uwv niet op korte termijn zullen leiden tot het verkorten van de gemiddelde behandelduur. Al deze feiten, omstandigheden en belangen afwegende, komt de rechtbank tot de volgende beslistermijnen en daaraan verbonden dwangsom.
Nadere beslistermijn bij het niet tijdig nemen van een besluit op eerste aanvragen Wet Wia
13. De rechtbank zal in beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een eerste aanvraag Wet Wia bepalen dat Uwv een nadere beslistermijn krijgt van 40 weken na de datum waarop de wettelijke beslistermijn op de aanvraag is verstreken. Gelet op hetgeen hiervoor, onder 9, is overwogen, is dit een realistische beslistermijn. Van deze 40 weken moeten ten minste vier weken zijn gelegen na de dag van verzending van de uitspraak op het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Als de 40 weken al zijn verstreken op de datum van de uitspraak, geldt een nadere beslistermijn van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak. Er wordt ook een nadere beslistermijn van vier weken gegeven als er al een beoordeling door de verzekeringsarts heeft plaatsgevonden.
Nadere beslistermijn bij het niet tijdig beslissen nemen van een besluit op aanvragen om herbeoordeling Wet Wia
14. De rechtbank stelt vast dat er weinig gegevens bekend zijn om voor de herbeoordelingen Wet Wia een niet onnodig lange, maar ook niet onrealistisch korte nadere beslistermijn vast te stellen. Zoals hiervoor is overwogen onder 9.1, blijven de meeste herbeoordelingsaanvragen op de plank liggen en bedraagt de doorlooptijd van de aanvragen die wel worden opgepakt gemiddeld 42 weken. De rechtbank zal in beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een herbeoordeling Wet Wia bepalen dat Uwv een nadere beslistermijn krijgt van 60 weken na de datum waarop de wettelijke beslistermijn op het herbeoordelingsverzoek is verstreken. Van deze 60 weken moeten ten minste twaalf weken zijn gelegen na de dag van verzending van de uitspraak op het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
15. Als de 60 weken al zijn verstreken op de datum van de uitspraak, dan geldt een nadere beslistermijn van twaalf weken na de dag van verzending van de uitspraak. Als blijkt dat er al een beoordeling door de verzekeringsarts heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank bepalen dat Uwv een nadere beslistermijn krijgt van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak.
Bijzondere feiten of omstandigheden
16. Ten slotte kunnen bijzondere feiten of omstandigheden aanleiding geven om van de hiervoor genoemde termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten of omstandigheden met betrekking tot de individuele zaak aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijn.
17. De rechtbank verbindt een dwangsom aan haar uitspraak voor iedere dag dat Uwv in gebreke blijft de uitspraak na te leven.Volgens het landelijke dwangsombeleidvan de rechtbanken wordt daarbij in de regel een dwangsom bepaald van € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van weigerachtigheid bij Uwv. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van deze beleidslijn af te wijken en zal in haar uitspraken aan overschrijding van de hiervoor genoemde nadere termijnen deze dwangsom en maximumbedrag verbinden. Het voorgaande laat onverlet dat in concrete gevallen aanleiding kan bestaan van dit beleid af te wijken.
Toepassing op deze beroepszaak
18. Het beroep niet tijdig beslissen van eiseres is gegrond. Uwv had binnen 8 weken moeten beslissen. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn zijn meer dan 60 weken, namelijk 164 weken, verstreken. De rechtbank zal bepalen dat Uwv een nadere beslistermijn krijgt van twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak. De rechtbank bepaalt dat Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door Uwv. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
18. Uwv heeft de maximale bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- toegekend.