ECLI:NL:RBNNE:2026:804

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
LEE 24/231
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2a Besluit op de huurtoeslag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen definitieve berekening huurtoeslag 2022

Eiser maakte bezwaar tegen de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2022, maar diende dit bezwaar tien dagen na de wettelijke termijn in. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden.

Eiser voerde aan dat de complexe thuissituatie door een psychisch beperkte inwonende zoon en onbekendheid met de regeling en termijn de reden was voor de te late indiening. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, mede omdat het besluit duidelijk de termijn en wijze van bezwaar vermeldde en eiser beschikte over een juridisch adviseur.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard vanwege te late indiening zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/231
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: drs. H.C. van der Staay),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigden: A.A. Wubs en C. Ernsten).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van eiser tegen de definitieve berekening huurtoeslag over het jaar 2022.
1.1.
Met het bestreden besluit van 18 december 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van verweerder.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiser heeft op 27 november 2023 bezwaar gemaakt tegen een besluit van verweerder van 6 oktober 2023. Dat is tien dagen na het verstrijken van de bezwaartermijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard. Volgens verweerder is het bezwaarschrift buiten de termijn ingediend en is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
5. Verweerder krijgt gelijk. De redenen voor de te late indiening zijn volgens eiser dat zijn inwonende zoon een psychische beperking heeft, wat leidt tot een complexe thuissituatie en dat hij niet op de hoogte was van de regeling over huurtoeslag bij de verzorging van zieke huisgenoten en ook dat hij niet op de hoogte was van de zes weken termijn. Dit is onvoldoende om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen. De rechtbank acht daarbij van belang dat in het besluit van 6 oktober 2023 staat dat eiser binnen zes weken bezwaar kan maken en hoe hij dat moet doen. Bovendien had eiser een juridisch adviseur. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij door zijn thuissituatie niet in staat was binnen de termijn van zes weken bezwaar te maken of juridisch advies te vragen. De onbekendheid van eiser met de regeling over zorgbehoeftige medebewoners (artikel 2a, eerste lid, van het Besluit op de huurtoeslag) staat los van het bestreden besluit en maakt de termijnoverschrijding evenmin verschoonbaar.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026 door mr. W.R. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier.
Griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.