Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
Partou,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties
- de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Partou
- de pleitnota van de gemeente.
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
een gedeelte daarvan’). Volgens de wetgever betreft een huisvestingsvoorziening dus niet noodzakelijkerwijs het hele gebouw. Daaruit volgt dat de kwalificatie van een deel van een gebouw als huisvestingsvoorziening niet automatisch meebrengt dat het hele gebouw als huisvestingsvoorziening moet worden aangemerkt. In dit geval zijn de gebouwdelen duidelijk feitelijk en kadastraal afgebakend en hebben zij elk een andere functie en gebruiker. Wat voor het ene gebouwdeel geldt, geldt daarom niet vanzelfsprekend ook voor het andere deel. Het ligt dan ook in de rede om per gebouwdeel te beoordelen of aan de criteria van een huisvestingsvoorziening is voldaan.
leerlingmoet bevatten.
nietkwalificeert als huisvestingsvoorziening voor een school in de zin van artikel 92 WPO Pro kan zij dit gebouw(deel)
nietop grond van artikel 103 WPO Pro voor niets aan het bevoegd gezag in eigendom overdragen. Zij kan ter zake van dit gebouw dus ook niet een economisch claimrecht uitoefenen. De gemeente miskent in haar redenering dat de gemeente voor deze investeringen de bescherming die het economisch claimrecht haar biedt ook niet nodig heeft. Het betreft immers geen investeringen in een huisvestingsvoorziening die de gemeente op grond van artikel 103 WPO Pro voor niets in eigendom moet overdragen aan het bevoegd gezag van een school. Zij verliest deze investeringen dus niet aan het bevoegd gezag van de school maar kan deze investeringen terugverdienen door verkoop of verhuur van het gebouw of terrein. Dat heeft zij in dit geval ook gedaan door verhuur van het Gebouwdeel Kinderopvang aan Partou. De stelling van de gemeente dat artikel 110 WPO Pro tot doel heeft haar investeringen te beschermen, kan daarom haar conclusie dat de wijze van financiering bepalend is voor de kwalificatie als huisvestingsvoorziening in de zin van artikel 92 WPO Pro, niet dragen.