ECLI:NL:RBNNE:2026:85
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde recreatiewoning na ambtshalve verlaging gegrond verklaard
Eiser, eigenaar van een recreatiewoning op een recreatieterrein nabij het Sneekermeer, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €299.000 voor het belastingjaar 2023. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het beroep te laat was ingediend. Eiser stuurde echter tijdig een brief die als beroepschrift had moeten worden aangemerkt en doorgezonden.
Tijdens de beroepsfase verlaagde de heffingsambtenaar ambtshalve de WOZ-waarde naar €285.000. Eiser betwistte dat deze waarde correct was, onder meer vanwege vermeende onjuiste vergelijkingsobjecten, onderhoudstoestand en oppervlaktematen. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende onderbouwing had geleverd met vergelijkbare referentieobjecten en dat eiser onvoldoende bewijs had voor een lagere waarde.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, handhaafde de ambtshalve verlaagde waarde van €285.000 en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en reiskosten. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is gegrond verklaard en de waarde is ambtshalve verlaagd en gehandhaafd op €285.000.