Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het gevorderde
4.De beoordeling
landbouwgrond[arcering pachtkamer], plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend gemeente Onstwedde, sectie [sectie] , nummer(s) [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] , ter gezamenlijke grootte van 62 hectare,15 are en 80 centiare, zoals aangegeven op de hierbij gevoegde kadastrale kaart’. Daarin wordt geen gewag gemaakt van de bedrijfsgebouwen. Op basis van de enkele omstandigheid dat bedrijfsgebouwen rood zijn gearceerd in de bijlage bij de pachtovereenkomsten heeft [eiser sub 1] c.s. er naar het oordeel van de pachtkamer niet op mogen vertrouwen dat partijen - voor wat betreft het object van de pachtovereenkomst - bij de totstandkoming van de pachtovereenkomsten (naast de grond) tevens het oog hebben gehad op de bedrijfsgebouwen.
complexvormen. Op basis van de (jaarlijks) tot stand gekomen pachtovereenkomst(en) met WVG beschikte [eiser sub 1] c.s. over ruim 62 hectare grond ten dienste van zijn landbouwbedrijf. De bedrijfsgebouwen (waaronder de ligboxenstal) zijn gelegen op (één van) de gepachte percelen. [eiser sub 1] c.s. heeft onderbouwd dat het vee in de ligboxenstal wordt gevoerd met gewassen die op de gepachte percelen worden geteeld en dat de gepachte percelen worden gebruikt voor de mestafzet afkomstig van dit vee. Er is kortom sprake van grondgebonden melkveehouderij. Deze feiten en omstandigheden bieden naar het oordeel van de pachtkamer voldoende aanknopingspunten om de gebouwen en de grond aan te merken als een complex.
tegenprestatievoor zowel het gebruik van het land als de gebouwen is overeengekomen. Het gaat in dit artikel om twee pachtovereenkomsten die als één geheel worden aangemerkt, namelijk hoevepacht. Uit de jurisprudentie volgt dat een combinatie van een overeenkomst van (geliberaliseerde) pacht voor los land en een overeenkomst van bruikleen voor gebouwen, die samen een ‘complex’ vormen, mogelijk is zonder dat de bepalingen voor hoevepacht van toepassing zijn. Dan moet er daadwerkelijk sprake zijn van bruikleen van de gebouwen (ingevolge artikel 7A:1777 BW, kort gezegd: ‘ingebruikgeving om niet’) [1] .
blijvenpachten. In de nadere overeenkomst is een maximale looptijd van de pachtovereenkomst van 5 jaar bepaald.
geliberaliseerdepachtovereenkomsten in de zin van art. 7:397 BW Pro. [3] De bedoelde rechtspraak komt erop neer dat wat betreft geliberaliseerde pachtovereenkomsten bij de toepassing van artikel 7:322 BW Pro, in plaats van ‘de in artikel 325 bedoelde Pro duur’, de overeengekomen duur ingaat bij de aanvang van het pachtjaar, volgende op dat waarin de overeenkomst is ingezonden. De pachtkamer volgt Advocaat-Generaal W.L. Valk in zijn conclusie van 12 april 2024 [4] dat dit de meest voor de hand liggende uitleg is van een stelsel volgens welke op geliberaliseerde pachtovereenkomsten de bepalingen van onder meer artikel 7:317, 7:318, 7:321 en 7:322 BW wel van toepassing zijn, maar die van artikel 7:325 BW Pro niet.
€ 144,00(plus verhoging zoals vermeld in de beslissing)