ECLI:NL:RBOBR:2013:5202
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.A.J. Zijlstra
- F.M. Tadic
- N.W.A. Verrijt
- Rechtspraak.nl
Weigering horecavergunning op grond van ernstig gevaar volgens Wet Bibob
Eiseres vroeg een horecavergunning aan voor haar onderneming Maison Hélène, maar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mill en Sint Hubert weigerde deze vergunning op basis van adviezen van het Bureau Bibob, die ernstig gevaar constateerden dat de vergunning zou worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres ontvankelijk was in haar beroep, ondanks dat zij de onderneming had verkocht en geen belang meer had bij de vergunning, omdat zij mogelijk schade had geleden door de besluitvorming. De adviezen van het Bureau Bibob toonden aan dat eiseres en haar voormalige partner betrokken waren bij overtredingen van de Opiumwet en witwassen, en dat er een ernstig vermoeden bestond dat zij de strafbare feiten hadden gepleegd.
Eiseres voerde aan dat de onschuldpresumptie was geschonden, maar de rechtbank verwierp dit omdat de Wet Bibob niet gericht is op strafrechtelijke vervolging, maar op het voorkomen van faciliteiten voor strafbare feiten. De rechtbank vond dat het college terecht de vergunning had geweigerd en dat deze weigering niet onevenredig was gezien het algemeen belang.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de horecavergunning wordt ongegrond verklaard.