Eiser exploiteert een varkenshouderij waar op 11 februari 2013 door middel van een gierton mesthoudend water werd geloosd op een watergang. Verweerder legde daarop een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 6.2, lid 1 onder a, van de Waterwet, welke eiser betwistte met het argument dat derden de gierton hadden ontvreemd en dat het een preventieve last onder dwangsom betrof.
De rechtbank oordeelt dat de lozing een overtreding vormt en dat eiser als eigenaar van de trekker en gierton verantwoordelijk is, ook als hij de lozing niet zelf heeft verricht. Eiser had redelijkerwijs maatregelen moeten treffen om de overtreding te voorkomen. De last onder dwangsom is niet preventief maar gericht op het voorkomen van herhaling na een concrete overtreding.
Verder is vastgesteld dat er een lange handhavingsgeschiedenis is met eerdere mestverontreinigingen in de omgeving, waardoor het gevaar voor herhaling aannemelijk is. De rechtbank wijst bezwaren van eiser over disproportionaliteit en strijd met handhavingsbeleid af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit, waarmee de last onder dwangsom gehandhaafd blijft.