Eiseres verzocht om vergoeding van planschade in de vorm van inkomensschade als gevolg van de aanleg van de autosnelweg A59 met geluidsschermen nabij haar bedrijfslocatie. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een deskundigenadvies van het Kenniscentrum voor Overheid en Bestuur (KOB), dat concludeerde dat er geen aantoonbare negatieve invloed was op de bedrijfsexploitatie.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het advies onjuist was, onder meer omdat de omzetgroei niet correct was beoordeeld en dat de bedrijfsactiviteiten afhankelijk zouden zijn van passerende vrachtwagenchauffeurs. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het advies onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank volgde het advies van het KOB dat de omzet van bedrijfsauto's exponentieel groeide en dat de handel in onderdelen niet wezenlijk was verslechterd door de planologische maatregel. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat het naastgelegen autobedrijf een andere bedrijfsactiviteit heeft die meer afhankelijk is van passanten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.