ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ0233
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte van artikel 4 Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria bij toevoeging in strafzaak
Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een toevoeging voor het instellen van beroep in cassatie tegen een strafrechtelijke veroordeling wegens mishandeling. Verweerder wees de aanvraag af op basis van artikel 4, vierde lid, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt), dat ziet op strafzaken betreffende overtredingen met een laag financieel belang.
De rechtbank stelt vast dat eiser is veroordeeld voor een misdrijf en niet voor een overtreding, waardoor artikel 4, vierde lid, niet van toepassing is. Verweerder erkende dit, maar stelde dat artikel 4, derde lid, van het Brt de juiste afwijzingsgrond zou zijn. De rechtbank oordeelt dat ook deze grond niet van toepassing is op strafzaken, maar op andere zaken zoals civiel en bestuursrecht.
De rechtbank baseert dit op het systeem van het Brt en de Nota van Toelichting bij het Besluit van 21 september 2000. Verweerder krijgt de gelegenheid om binnen vier weken het besluit te herstellen door een juiste afwijzingsgrond te formuleren, waarna eiser kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en dat de afwijzing van de toevoeging onterecht is gebaseerd op de verkeerde wettelijke grondslag.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft verweerder de gelegenheid het besluit te herstellen binnen vier weken.