ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2665
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens hennepknipperij in woning afgewezen
De Stichting Woonveste vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning die zij verhuurt aan twee huurders, vanwege de aanwezigheid van een (professionele) hennepknipperij in de kelder van de woning. Woonveste stelde dat dit een toerekenbare tekortkoming was en dat sprake was van een bestemmingswijziging, waardoor de huurovereenkomst ontbonden kon worden.
De huurders betwistten de aanwezigheid van een hennepknipperij en stelden dat de kelder uitsluitend werd gebruikt voor opslag van goederen. Zij voerden aan dat zelfs als er een hennepknipperij aanwezig zou zijn, dit niet zou leiden tot overlast of een nadelig effect op de woonomgeving, en dat er geen sprake was van een bestemmingswijziging.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van woningcorporaties om huurovereenkomsten te ontbinden bij hennepkwekerijen steunt op het risico op bouwkundige schade, brand en waterschade, wat bij een hennepknipperij niet aan de orde is. Er waren geen concrete feiten die overlast of risico's aannemelijk maakten. De kelder werd hoofdzakelijk gebruikt als opslagruimte, zodat geen relevante bestemmingswijziging was vastgesteld.
Daarom stelde de rechtbank vast dat de gestelde toerekenbare tekortkoming niet was komen vast te staan en dat deze niet tot ontbinding en ontruiming kon leiden. De vorderingen van Woonveste werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens een hennepknipperij wordt afgewezen.