ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6045
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Robers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst ondanks huurachterstand door bewindvoering
Woonbedrijf vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning wegens een huurachterstand van €1.540,59. De huurder staat onder beschermingsbewind, waardoor de bewindvoerder formeel partij is in het geding. De huurachterstand is ontstaan door een administratieve fout van de bewindvoerder, die de huurbetalingen niet tijdig heeft voldaan ondanks dat het inkomen van de huurder via haar werd beheerd.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering tot betaling van de achterstallige huur en rente tegen de bewindvoerder moet worden ingesteld, maar dat de vordering tot ontbinding en ontruiming vanwege de verbintenisrechtelijke relatie tegen de huurder zelf gericht kan worden. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de huurder, waaronder zijn verstandelijke beperking en het belang van het behoud van zijn woning voor zijn re-integratie, wordt de ontbinding afgewezen.
De huurachterstand is inmiddels verminderd en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.367,49 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kosten van de procedure worden grotendeels aan de bewindvoerder opgelegd, met uitzondering van de oproepingskosten die voor rekening van Woonbedrijf blijven omdat zij al op de hoogte was van het bewind.
Uitkomst: Ontbinding en ontruiming afgewezen; bewindvoerder veroordeeld tot betaling huurachterstand en incassokosten.